Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.953
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202206529/1/R3

Bij besluit van 14 september 2022 heeft de raad van de gemeente Nissewaard het plan "[locatie 1] Spijkenisse" vastgesteld. Op het perceel aan de [locatie 1] in Spijkenisse staat een boerderij met een groot opslag- en parkeerterrein. DCB Maaswijk VI B.V. heeft het voornemen om ter plaatse van het bestaande opslag- en parkeerterrein een tuincentrum en sportschool te realiseren. Daarnaast wordt in de bestaande boerderij ruimte gereserveerd voor horeca, een (medisch) kinderdagverblijf of een kantoor. De gronden hebben op dit moment de bestemmingen "Maatschappelijk" en "Groen". Binnen deze bestemmingen zijn geen detailhandel, kinderdagverblijf, horeca en sportschool toegestaan. In het plan worden de bestemmingen van de gronden gewijzigd om zo de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. [appellant] en anderen zijn omwonenden van het perceel. [appellant] en anderen betogen dat de komst van de sportschool in strijd is met de Detailhandelsvisie Nissewaard 2016. Op grond van deze visie is het toevoegen van nieuwe winkelmeters niet zomaar toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4593
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202206529/1/R3

202206694/1/R1

Bij besluit van 9 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barneveld het verzoek van onder meer [appellant sub 1] en anderen om handhavend op te treden tegen diverse overtredingen op het perceel aan de [locatie] in Kootwijk afgewezen. Het paardensportcentrum exploiteert een paardenhouderij aan de [locatie] in Kootwijk. Aan de westzijde van de bebouwing zijn twee paardenbakken en aan de oostzijde van de bebouwing zijn twee paddocks gerealiseerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de aan de westzijde gelegen paardrijbakken 1 en 2, samen ook paardrijtrainingsbaan genoemd, feitelijk bestaan uit een grote niet omheinde trainingsbaan, die is voorzien van een zandlaag op de bodem (paardrijbak 1) en een omheinde kleine paardenweide (paardrijbak 2). De twee aan de oostzijde van de bebouwing gelegen ovalen paddocks met omheining zijn aangeduid als paardrijbakken 5 en 6. [appellant sub 1] en anderen hebben het college op 3 september 2018 onder meer verzocht om hiertegen handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4615
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206694/1/R1

202206703/1/R1

Bij besluit van 24 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barneveld het verzoek van [wederpartij] om handhavend op treden tegen beplanting die is aangebracht op het perceel [locatie] in Kootwijk afgewezen. Het paardensportcentrum heeft op haar perceel een coniferenhaag aangebracht op een afstand van 3,70 m van de erfgrens van [wederpartij]. Een toezichthouder van de gemeente heeft geconstateerd dat de beplanting met een hoogte van ongeveer 2,5 m een lengte heeft van 32 m en dat de breedte van de strook coniferen taps toeloopt van 4,7 m naar 1,2 m. Het geschil in hoger beroep draait uitsluitend om de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de door het paardensportcentrum aangebrachte beplanting op het perceel in strijd is met de artikelen 3 en 28.1 van de planregels van het ten tijde van het besluit op bezwaar ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2012".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4618
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206703/1/R1

202206717/1/A3

Bij besluit van 19 maart 2021 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 2.250,00 wegens het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet. Op 26 juni 2020 heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie in het kader van het project Arbo-slachterijen - corona 2020 een inspectie bij [appellante] uitgevoerd. Tijdens deze inspectie bleek dat de risico-inventarisatie en -evaluatie nog niet was aangepast aan de risico’s op de arbeidsplaats met betrekking tot het coronavirus. Bij brief van 30 juni 2020 heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie [appellante] gewaarschuwd dat dit een overtreding van artikel 5, eerste lid, van de Arbowet inhoudt. Tijdens een nieuwe inspectie op 25 augustus 2020 heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie geconstateerd dat de overtreding niet was beëindigd. Naar aanleiding hiervan heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie een boeterapport opgesteld, gedagtekend op 31 augustus 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4598
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202206717/1/A3

202206760/1/R1

Bij besluit van 14 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barneveld het verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen geplaatste witte hekwerken op het perceel [locatie 1] in Kootwijk afgewezen. Het paardensportcentrum heeft witte hekwerken op het perceel geplaatst. De rechtbank heeft vastgesteld dat het verplaatsbare hekwerken zijn die over piketpaaltjes worden geplaatst en niet hoger zijn dan 2 m. De hekwerken zijn bedoeld voor meerdere doeleinden. Ze worden gebruikt bij paardenevenementen en als er geen evenementen zijn, worden de hekwerken gebruikt als afscheiding ten behoeve van het weiden van paarden. Als de hekwerken zijn geplaatst, blijven deze gedurende een langere periode op dezelfde plek staan en de rechtbank heeft daarom vastgesteld dat de hekwerken bouwwerken zijn, die bedoeld zijn om ter plaatse te functioneren. Het college heeft zich in het besluit op bezwaar op het standpunt gesteld dat voor het plaatsen van de hekwerken geen omgevingsvergunning nodig is en dat het daarom niet bevoegd is om hiertegen handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4617
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206760/1/R1

202207447/1/A3

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft het college het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne aan [appellante] ontheffing verleend van het in de Algemene Plaatselijke Verordening Westvoorne 2021 opgenomen kampeerverbod. [appellante] is eigenaar van een perceel dat ligt in de gemeente Voorne aan Zee. [appellante] wilde en wil graag op dit perceel kamperen. Omdat de Algemene Plaatselijke Verordening Westvoorne 2021 dit verbood tenzij ontheffing was verleend, heeft [appellante] voor een aantal specifieke data om ontheffing van het kampeerverbod verzocht. Het college heeft de gevraagde ontheffing verleend, bij besluit van 24 juni 2021. [appellante] is het er principieel niet mee eens dat zij om ontheffing moet vragen. Volgens haar zou zij vrij moeten zijn om te kunnen kamperen op grond die haar toebehoort. De Algemene Plaatselijke Verordening Westvoorne 2021 is wat haar betreft dan ook onverbindend. Om deze reden heeft zij bezwaar gemaakt tegen het besluit van 24 juni 2021. Het college heeft dit bezwaar bij besluit van 7 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij bij dit bezwaar geen actueel en reëel belang heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4602
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207447/1/A3

202300096/1/R1

Bij besluit van 18 september 2020, gewijzigd bij besluit van 8 maart 2021, is aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een berging op het perceel [locatie A] te Tienhoven. Het bouwplan voorziet in een berging ten behoeve van de protestantse dorpskerk van Tienhoven die op het perceel haar activiteiten uitoefent. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Landelijk gebied Maarssen" (geen bouwvlak en strijd met de bestemming "Natuur"). Het college heeft omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang gelezen met artikel 4, eerste lid, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht en het "Afwijkingenbeleid Stichtse Vecht 2014". [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college niet in strijd met de anti-dubbeltelregeling als bedoeld in artikel 29 van de planregels heeft gehandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4625
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300096/1/R1

202300598/1/A2

Bij besluit van 13 september 2021 heeft de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling van het voertuig met kenteken […] vervallen verklaard. [appellant] is houder van het kenteken van het voertuig dat hij in 2014 heeft gekocht. Het kenteken is afgegeven op 17 oktober 1995. Op 22 juli 2021 heeft een technisch medewerker van de RDW een onderzoek ingesteld naar de identiteit van het voertuig. Naar aanleiding van het onderzoek zijn op twee onderdelen van het voertuig nummers aangetroffen die niet overeenkomen met het originele VIN. Verder was het niet mogelijk om het motorblok in het voertuig te identificeren en is het nummer van de versnellingsbak afkomstig van een andere Mercedes die als status ‘geschoond' heeft. De onderzoeksbevindingen zijn opgenomen in een onderzoeksrapport. Volgens dat rapport is het niet mogelijk om de originele identiteit van het voertuig vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4601
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202300598/1/A2

202301668/1/A2

Bij besluit van 5 november 2020 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) bepaalt dat het rijbewijs van [appellant] ongeldig blijft. Het CBR heeft naar aanleiding van een ongeval waar [appellant] bij betrokken is geweest een melding van de politie ontvangen over het vermoeden dat hij niet over rijgeschiktheid beschikt. Het CBR heeft [appellant] daarom een medisch onderzoek naar zijn rijgeschiktheid opgelegd. Bij besluit van 4 september 2018 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard, omdat [appellant] de opleggingskosten van het medisch onderzoek niet heeft betaald. Daarna heeft hij alsnog de kosten voldaan en heeft een medisch onderzoek plaatsgevonden. Omdat er onvoldoende informatie was verschaft om een volledige rapportage op te maken heeft het CBR bij besluit van 3 oktober 2019 besloten dat het rijbewijs van [appellant] ongeldig bleef.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4610
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202301668/1/A2

202302121/1/A3

Bij besluit van 27 oktober 2021 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete van € 13.500,00 opgelegd, vanwege het overtreden van artikel 2.28, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante] is een kleine onderneming die zich bezighoudt met de renovatie van vastgoed dat door verkamering in vervallen staat verkeerd. Aan [bouwbedrijf] (de aannemer) was door [appellante] opdracht gegeven om sloopwerkzaamheden uit te voeren voor de realisatie van appartementen. Op 16 december 2019 is bij de Nederlandse Arbeidsinspectie (voorheen: Inspectie SZW) een melding binnengekomen dat aan het bouwwerk, aan de [locatie] in Groningen, sloopwerkzaamheden zijn uitgevoerd waarbij de aannemer en uitzendkrachten werden blootgesteld aan asbesthoudende materialen. Naar aanleiding hiervan hebben twee arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie op 12 februari 2020 de betreffende locatie geïnspecteerd. De arbeidsinspecteurs hebben geconstateerd dat er voorafgaand aan de werkzaamheden geen asbestinventarisatie heeft plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4622
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202302121/1/A3
vorige pagina1...904905906...12.496volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon