Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.716
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202105911/1/R4

Bij besluit van 18 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest besloten over te gaan tot invordering van door [wederpartij] verbeurde dwangsommen ten bedrage van € 15.000,00. Bij besluit van 13 maart 2018 heeft het college [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd om het met het bestemmingsplan "Soestdijkse Grachten" strijdige gebruik van een autohandelsbedrijf op het perceel [locatie] in Soest te beëindigen en beëindigd te houden. Ook is in dat besluit bepaald dat [wederpartij] na afloop van de begunstigingstermijn een dwangsom van € 5.000,00 verbeurt per maand of deel van een maand dat niet aan de last is voldaan, met een maximum van € 50.000,00. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat uit controles op 19 september 2019 en 30 oktober 2019 blijkt dat [wederpartij] in strijd met de last onder dwangsom een autohandelsbedrijf op het perceel had. Volgens het college betekent dit dat in september en oktober 2019 dwangsommen zijn verbeurd. Daarom heeft het college bij het besluit op bezwaar van 15 oktober 2020 besloten tot invordering van een bedrag van € 10.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4055
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105911/1/R4

202106452/1/R2

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft de raad van burgemeester en wethouders van Boxtel het bestemmingsplan "Kerkweide-West" gewijzigd vastgesteld. De besluiten maken de bouw van 18 grondgebonden woningen en een appartementengebouw mogelijk in het plangebied Kerkweide-West in Liempde, dat begrensd wordt door de Kerkheiseweg, de Bergstraat en de Boxtelseweg in Liempde. [appellante] en anderen exploiteren een bouw- en onderhoudsbedrijf, interieurbouw- en autobedrijf nabij het plangebied. [appellante] is gevestigd aan de [locatie 1] en gebruikt ook een deel van de locatie aan de [locatie 2] in Liempde. InterUnique interieurbouw huurt een deel van de Bergstraat 19 en Golden Years huurt een deel van Bergstraat 21. Deze appellanten vrezen dat realisatie van de ontwikkeling, vooral van het appartementengebouw dat dichtbij de bedrijven zal staan, zal leiden tot beperking van hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4089
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202106452/1/R2

202107715/1/A2

Bij twee afzonderlijke besluiten van 27 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellanten] ieder een bestuurlijke boete van € 18.000,00 opgelegd. [appellanten] zijn zwagers en gezamenlijk eigenaar van de woning aan [locatie] in Amsterdam. Naar aanleiding van meldingen over woonfraude en overlast is de woning onderzocht. Op 28 februari 2019 hebben toezichthouders de woning bezocht, waarbij zij twee personen hebben aangetroffen. Deze hebben beiden onder meer verklaard dat er zes personen in de woning wonen, dat ieder een eigen kamer heeft die op slot kan, dat de keuken, douche en toilet worden gedeeld en dat iedere bewoner een eigen huurcontract heeft met de eigenaren. Op basis van de resultaten van het onderzoek heeft het college geconcludeerd dat de woning zonder de benodigde vergunning van zelfstandige woonruimte is omgezet in zes onzelfstandige woonruimten. Dat is in strijd met artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4087
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202107715/1/A2

202200214/1/R3

Bij besluit van 3 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo aan Extenzo Groningen B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van houten damwanden met dekplanken op het perceel "Garmpoleiland zuidzijde" te Eelderwolde. Deze zaak gaat over een houten damwand met dekplanken die is aangelegd aan het zuiden van het Garmpoleiland te Eelderwolde. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] woonden ten tijde van het besluit van 3 oktober 2019 allen op het Warmoltseiland, gelegen ten zuiden van het Garmpoleiland. Tussen het Garmpoleiland en het Warmoltseiland ligt een watergang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4091
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200214/1/R3

202200281/3/R3

Bij tussenuitspraak van 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4245, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Oegstgeest opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van overweging 53 de daar omschreven gebreken in het besluit van 25 november 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "De Geesten" te herstellen, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak een aantal gebreken geconstateerd. Met het oog op finale beslechting van het geschil heeft de Afdeling de raad opgedragen om deze gebreken binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak en met inachtneming van wat in deze tussenuitspraak is overwogen, te herstellen. De stichting betoogt dat de raad ten onrechte de indruk wekt dat "Life Science & Health"-functies kleinschalig zijn. "Life Science & Health" bedrijven en instellingen passen volgens de stichting niet binnen een maatschappelijke bestemming. De ruimtelijke impact van dit soort bedrijven en instellingen is te groot voor de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4069
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202200281/3/R3

202201742/1/V2

Bij besluit van 4 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Op 21 december 2019 heeft de vreemdeling een asielaanvraag ingediend. Hij heeft de Malinese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2003. De minister heeft de asielaanvraag van de vreemdeling ingewilligd, omdat hij de verklaringen van de vreemdeling over zijn nationaliteit en herkomst en over de problemen met de Toeareg-rebellen geloofwaardig heeft geacht. Maar hij heeft de gestelde geboortedatum, en daarmee dat de vreemdeling minderjarig was ten tijde van de aanvraag, niet geloofwaardig geacht. De vreemdeling is bij aankomst geschouwd. Omdat er tijdens de schouw twijfel bestond over de opgegeven leeftijd, heeft de minister nader onderzoek gedaan naar de geboortedatum van de vreemdeling. Hij heeft zich daarna op het standpunt gesteld dat hij op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van een eerdere leeftijdsregistratie in België.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3992
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201742/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201742/1/V2

202202033/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [bedrijf] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [bedrijf] had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Lelie. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verliep op 1 maart 2030.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4074
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202033/1/A3

202202034/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Rederij Belle gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Rederij Belle had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Emma. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt op 1 maart 2028. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor dat vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4097
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202034/1/A3

202202035/1/A3

Bij drie afzonderlijke besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Amsterdam Boat Events gewijzigd in drie exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Amsterdam Boat Events had drie exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen De Tijd zal het Leeren, Hoop op behoud en Johanna. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4072
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202035/1/A3

202202037/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor onbepaalde tijd van De Muze gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De Muze had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het gelijknamige vaartuig De Muze. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning zou verlopen op 1 maart 2028.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4064
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202037/1/A3

202202039/1/A3

Bij vijf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van [appellant A] gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen, behalve die van Zonneboot, verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4073
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202039/1/A3

202202042/1/A3

Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Rederij Amsterdam gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Rederij Amsterdam had vijf exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor vijf vaartuigen. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij twee afzonderlijke besluiten van 4 juni 2020 heeft het college de einddata van de vaartuigen H.R.H. en Bota Fogo opnieuw vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4065
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202042/1/A3

202202045/1/A3

Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Salonboot Belle van Zuylen gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Salonboot Belle van Zuylen had drie exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor drie vaartuigen. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4071
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202045/1/A3

202202046/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [appellant] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [appellant] had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Hilda. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning zou op 1 maart 2026 verlopen. Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college het besluit van 4 juni 2020 herroepen en de einddatum van de exploitatievergunning vastgesteld op 1 maart 2028.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4066
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202046/1/A3

202202076/1/A3

Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Sinta en anderen gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Sinta en anderen hadden meerdere exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor meerdere vaartuigen. De exploitatievergunningen van Sinta en anderen, waarover deze procedure gaat, vallen onder, zoals zij zelf verklaren, het going concern BoatAmsterdam.com/Electric Tours. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Sinta B.V. heeft de naam van het vaartuig Sinta gewijzigd in Sinta 2. Dit vaartuig heeft Sinta B.V. overgedragen aan Electric Boats B.V. Daarnaast heeft Sinta B.V. het vaartuig Bali overgenomen van [appellant A]. Sinta B.V. heeft de naam van het vaartuig gewijzigd in Sinta. Vervolgens heeft Sinta B.V. het vaartuig overgedragen aan Sinta Nautica. [appellant A] heeft verder het vaartuig The Club overgedragen aan Electric Boats B.V.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4070
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202076/1/A3

202202091/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Rederij ’t Smidtje gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college het door Rederij ’t Smidtje daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Verder heeft het college de bezwaren van Rederij ’t Smidtje tegen de wijzigingsbesluiten van anderen niet-ontvankelijk verklaard. Rederij ’t Smidtje had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Rijk de Gooyer. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verliep op 1 maart 2024. Rederij ’t Smidtje is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4061
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202091/1/A3

202202181/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [appellante] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [appellante] had een exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor onbepaalde tijd. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verliep op 1 maart 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4062
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202181/1/A3

202202182/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van [appellante] gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. [appellante] had twee exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor twee vaartuigen. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen voor het vaartuig Soeverein verliep op 1 maart 2024. Voor het vaartuig Valentijn verloopt de exploitatievergunning op 1 maart 2026. [appellante] is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4068
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202182/1/A3

202202200/1/A3

Bij drie besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Smidtje Holding gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij besluit van 25 september 2020 heeft het college op verzoek van Smidtje Holding de einddatum van het aflopen van de exploitatievergunningen van het vaartuig Picasso opnieuw vastgesteld. Smidtje Holding is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4063
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202200/1/A3

202202201/1/A3

Bij vijftien besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Smidtje Beheer gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij afzonderlijk besluit van 4 juni 2020 heeft het college op verzoek van Smidtje Beheer de einddata van het aflopen van de exploitatievergunningen van zes vaartuigen opnieuw vastgesteld. Smidtje Beheer had vijftien exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor passagiersvaartuigen. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij de besluiten van 4 juli 2020 en 25 september 2020 heeft het college de einddatum voor een aantal vaartuigen opnieuw vastgesteld. Verder heeft Smidtje Beheer bij brief van 9 september 2024 medegedeeld dat het vaartuig Bennie Jolink aan Tulpa Tours is verkocht. De vaartuigen Harry Slinger en Herman Brood zijn aan Flagship Holding verkocht. De exploitatievergunningen voor de volgende vaartuigen van Smidtje Beheer verliepen of verlopen op latere data.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4059
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202201/1/A3

202202584/1/A2

Bij besluit van 25 februari 2020 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de aanvraag van [appellant] om ontheffing te verlenen van de benoembaarheidsvereisten van de vakken economie en natuurkunde en het profielvak Groen, afgewezen. In 1991 heeft [appellant] een doctoraal Landbouwtechniek aan de Landbouwuniversiteit Wageningen behaald. Van 1993 tot en met 2018 was hij leraar op het EduDelta College. Hij gaf daar les in het beroepsonderwijs en volwasseneducatie in de vakken economie, natuurkunde en het profielvak Groen. Op verzoek van zijn werkgever bij EduDelta heeft hij, in aanvulling op zijn doctoraal Landbouwtechniek, in 1995 een pedagogisch-didactisch diploma van de pedagogisch technische hogeschool Nederland behaald om als eerstegraadsdocent met brede bevoegdheid les te kunnen geven. Per 1 december 2019 is [appellant] niet meer werkzaam bij de Pontes Scholengroep, maar werkt hij bij de Christelijke Scholengemeenschap Walcheren. In 2021 heeft hij een lerarenopleiding economie afgerond aan de Hogeschool Rotterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4080
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202202584/1/A2

202203444/1/A3

Bij besluit van 8 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda de aan de Stichting verleende omgevingsvergunning ingetrokken. De Stichting is eigenaar van het pand gelegen aan de [locatie] in Breda. Het college heeft op 11 april 2019 aan de Stichting een omgevingsvergunning verleend voor onder andere het aanbrengen van enkele brandwerende voorzieningen in het pand. Het college heeft een openbronnenonderzoek verricht op grond van artikel 7b van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, nadat een toezichthouder op 4 maart 2020 heeft geconstateerd dat in strijd met het bestemmingsplan een zelfstandige woning op de zolder is gerealiseerd. Uit het onderzoek volgt volgens het college dat [partij 1] de volledig bestuurlijke zeggenschap heeft over de Stichting en dat aanwijzingen bestaan dat sprake is van een verhullingsconstructie. Vervolgens heeft het college de Stichting op 27 maart 2020 en op 17 en 28 april 2020 verzocht om Bibob-formulieren in te vullen. De Stichting heeft dit niet gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4077
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202203444/1/A3

202203522/1/R3

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen verschillende gestelde overtredingen aangaande het pand aan de [locatie 1] in Dordrecht, afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2] in Dordrecht. Deze woning grenst aan het pand [locatie 1] (hierna: het pand). Het pand is in gebruik als appartementencomplex en wordt beheerd door de VvE. Beide gebouwen hebben een monumentale status. De zuidwestelijke gevel van het pand grenst gedeeltelijk aan de woning van [appellant]. Vanuit de woning bestaat zicht op het overige deel van deze gevel. Op 21 mei 2002 heeft het college aan de toenmalige eigenaar van het pand een bouwvergunning (tegenwoordig: omgevingsvergunning) verleend voor het verbouwen van het pand. Op de bijbehorende bouwtekening staat bij zeven ramen in de zuidwestelijke gevel van het pand vermeld: "kozijn en ramen verwijderen dichtmetselen terugliggend als "blindnis" uitvoeren".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4057
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203522/1/R3

202203768/1/A2

De raad voor rechtsbijstand heeft op 25 november 2020 op zijn website ‘Belangrijk bericht voor bijzonder curatoren’ (hierna: het bericht) geplaatst. [appellant] stond ingeschreven als bijzondere curator bij de rechtbank voor toevoegingen in zaken genoemd in de artikelen 1:212 en 1:250 van het Burgerlijk Wetboek. Om de kwaliteit van de te verlenen rechtsbijstand te waarborgen heeft de raad voor het verlenen van rechtsbijstand op basis van een toevoeging als bijzondere curator in 2019 de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2020, versie 1.00 opgesteld. Voor toevoeging als bijzondere curator in BW-zaken dienen advocaten op grond van de Inschrijvingsvoorwaarden onder meer eerst een examen af te leggen. Advocaten die al rechtsbijstand voor BW-zaken verleenden voor inwerkingtreding van de Inschrijvingsvoorwaarden, is met een overgangsregeling de mogelijkheid geboden om voorwaardelijk ingeschreven te staan om BW-zaken op basis van een toevoeging te blijven behandelen in afwachting van het behalen van een examen, bestaande uit een schriftelijk examen en een assessment. Daarna wordt de inschrijving omgezet in een onvoorwaardelijke inschrijving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3993
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202203768/1/A2

202204221/1/R2

Bij besluit van 19 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bladel aan [appellante sub 16] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een winkelcentrum aan de Markt 12 in Bladel. Op 9 oktober 2018 heeft [appellante sub 16] een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend, voor het uitbreiden van het winkelcentrum De Posthof voor de vestiging van een supermarkt en het renoveren van appartementen aan de Markt 12 in Bladel. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor de activiteit bouwen. Op de begane grond zal een supermarkt worden gerealiseerd. De appartementen zijn gelegen op de eerste en tweede verdieping. [appellante sub 1] en anderen zijn ondernemers in het centrum van Bladel. Een aantal van de ondernemers is gevestigd aan de Markt in Bladel en een aantal in het winkelcentrum De Sniederspassage. Dat winkelcentrum is gelegen op een afstand van 500 m van De Posthof. [appellante sub 1] en anderen zijn het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning, omdat zij onder andere vrezen voor parkeeroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4088
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204221/1/R2

202205022/1/A3

Bij besluit van 18 december 2018 heeft de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van La Forge om verlenging van een exploitatievergunning afgewezen en de drank- en horecavergunning ingetrokken. [gemachtigde] was enig aandeelhouder, bestuurder en leidinggevende van het horecabedrijf La Forge B.V. op de Korte Leidsedwarsstraat 26 in Amsterdam. Op 14 maart 2016 heeft [gemachtigde] namens La Forge een aanvraag ingediend voor verlenging van de exploitatievergunning van La Forge. De burgemeester heeft naar aanleiding van een tip van een officier van justitie het Landelijk Bureau Bibob om een advies gevraagd. In een advies van 2 februari 2017 heeft het Bureau geconcludeerd dat sprake is van met strafbare feiten verkregen zeer groot financieel voordeel en om die reden ernstig gevaar bestaat dat de vergunningen mede zullen worden gebruikt om op geld waardeerbare voordelen te benutten die zijn verkregen of zullen worden verkregen uit gepleegde strafbare feiten, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a (de a-grond), van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4076
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202205022/1/A3

202205129/1/R4

Bij besluit van 30 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet een omgevingsvergunning verleend aan Brivec B.V. voor het realiseren van 21 appartementen op het perceel Markstraat 15 te Nunspeet. Brivec heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de realisatie van 21 appartementen aan de Marktstraat 15 te Nunspeet. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatste geldende bestemmingsplan "Nunspeet centrum". Het college heeft daarom bij besluit van 30 juli 2020 niet alleen een vergunning verleend voor de activiteit bouwen, maar ook een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. [appellant] en anderen vrezen voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat en voeren in hoger beroep aan, dat het bouwplan qua maatvoering niet past in de omgeving en in onvoldoende mate voorziet in de parkeerbehoefte, hetgeen onder meer had kunnen worden opgelost door het bouwplan aan te passen. Dit heeft de rechtbank miskent volgens [appellant] en anderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4090
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205129/1/R4

202206786/1/A2

Bij besluiten van 17 augustus 2021 heeft de raad voor rechtsbijstand de voorwaardelijke inschrijving van [appellant] als bijzondere curator in zaken als genoemd in de artikelen 1:212 en 1:250 van het Burgerlijk Wetboek per 1 juni 2021 beëindigd. [appellant] stond ingeschreven als bijzondere curator bij de rechtbank voor toevoegingen in BW-zaken. Om de kwaliteit van de te verlenen rechtsbijstand te waarborgen heeft de raad voor het verlenen van rechtsbijstand op basis van een toevoeging als bijzondere curator in 2019 de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2020, versie 1.00 opgesteld. Voor toevoeging als bijzondere curator in BW‑zaken moeten advocaten op grond van de Inschrijvingsvoorwaarden onder meer eerst een examen afleggen. Advocaten die al rechtsbijstand voor BW-zaken verleenden voor inwerkingtreding van de Inschrijvingsvoorwaarden, is met een overgangsregeling de mogelijkheid geboden om voorwaardelijk ingeschreven te staan om BW-zaken op basis van een toevoeging te blijven behandelen in afwachting van het behalen van een examen, bestaande uit een schriftelijk examen en een assessment.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4081
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206786/1/A2

202206967/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van rechtbank Overijssel van 27 oktober 2022, waarin de rechtbank het beroep van [appellant A] en [appellante B] tegen het besluit van 3 september 2021 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de minister het bezwaar van [appellant A] en [appellante B] tegen de besluiten van 20 mei 2021, waarbij hun verzoeken om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) zijn afgewezen, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4194
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206967/1/A3

202300222/1/A2

Bij besluiten van 20 augustus 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant A] en [appellant B] ieder een schadevergoeding van € 1.915,06, vermeerderd met wettelijke rente, voor waardedaling van hun woning toegekend. Lefier heeft op 3 maart 1977 de eigendom verkregen van een perceel grond, met de daarop aanwezige opstallen van een ééngezinswoning met toebehoren, plaatselijk bekend als [locatie] te Groningen. Op 20 april 2011 hebben Lefier en [appellant A] en [appellant B] een notariële akte ‘vestiging erfpacht koopgarant eengezinswoning’ getekend (verder: de akte). Door inschrijving van de akte in de openbare registers van het Kadaster is een (eeuwigdurend) recht van erfpacht op het perceel ten behoeve van [appellant A] en [appellant B] voor het gebruik van de woning gevestigd. Voor de vestiging van dit erfpachtrecht hebben [appellant A] en [appellant B] een bedrag van € 109.500,- betaald aan Lefier. De onderhandse verkoopwaarde van het registergoed is getaxeerd op € 146.000,- (vrij van huur en gebruik) inbegrepen de afkoopsom van de canon voor de gehele duur van het erfpachtrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4079
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300222/1/A2

202300349/1/R4

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas". Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Utrecht het bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van 700 woningen, een school, 1.250 m2 brutovloeroppervlak aan horeca, energie-eilanden en een recreatiegebied in het uiterste noordwesten van Leidsche Rijn, parallel aan de A2, kant van Utrecht. [appellanten sub 2], [appellant sub 1], de AUHV, de Vereniging en de Stichting kunnen zich niet verenigen met de voorziene ontwikkelingen. [appellant sub 1], [appellanten sub 2] vrezen een aantasting van hun woon- en leefklimaat, voornamelijk vanwege de toename van verkeerbewegingen op de Schoolstraat te Vleuten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4095
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202300349/1/R4

202300536/1/A3

Bij besluit van 11 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder vergunning exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf. Uit de rapportage bestuurlijk toezicht van de politie van 8 juli 2020 (hierna: de rapportage) blijkt dat op 23 mei 2020 een minderjarige vrouw van 17 jaar oud zich bij de politie heeft gemeld. Zij vertelde dat zij, samen met een andere vrouw, als prostituee werkzaam was in een woning aan de [locatie] in Apeldoorn en dat deze woning voor prostitutie-doeleinden beschikbaar was gesteld door [appellant], aldus de rapportage. De rapportage vermeldt verder dat de politie-eenheid Oost-Nederland op 24 mei 2020 onderzoek heeft gedaan op dat adres naar de exploitatie van een seksinrichting zonder vergunning. In de rapportage is vastgesteld dat er meerdere prostituees in de woning aanwezig waren, er geadverteerd wordt voor prostitutie, er derden betrokken zijn bij de activiteiten, de prostituees geen huurders of eigenaars zijn van de woning en niet op het adres waar ze werken staan ingeschreven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4054
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300536/1/A3

202301108/1/A2

Bij besluit van 6 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een boete opgelegd van € 20.750,-. [appellante] was ten tijde van belang eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. De woning bestaat uit één bouwlaag en heeft een oppervlak van 70 m2. [appellante] stond ten tijde van belang op het adres ingeschreven in de basisregistratie personen. Op 22 september 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht. Uit het rapport van bevindingen dat van dit bezoek is opgemaakt, blijkt dat de toezichthouders in de woning zeven Italiaanse toeristen hebben aangetroffen, die de woning naar eigen zeggen via booking.com hebben geboekt. Uit het boekingsbewijs dat de toeristen aan de toezichthouders hebben laten zien, blijkt dat zij de woning voor zeven personen hebben geboekt voor de periode van 21 september tot en met 25 september 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4078
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301108/1/A2

202301907/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2023, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek van 28 oktober 2020 om vernietiging van persoonsgegevens niet-ontvankelijk heeft verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4195
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202301907/1/A3

202302023/1/R3

Bij besluit van 24 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk [appellante] onder oplegging van een last onder dwangsom gelast om het gebruik van een bijgebouw aan de [locatie] te Noordwijk als zelfstandige woonruimte te voorkomen. [appellante] woont aan de [locatie] in Noordwijk (hierna: het perceel). Op het perceel staan een woning en een bijgebouw. Het bestemmingsplan "Noordwijk aan Zee" kent de bestemming "Wonen" toe aan de gronden van het perceel. Op grond van de planregels is zelfstandige bewoning van bijgebouwen enkel toegestaan als het betreffende bijgebouw binnen een bouwvlak staat. [appellante] heeft het bijgebouw op haar perceel in 2020 laten verbouwen. Het perceel is op 28 mei 2020, 9 juni 2020 en 7 juli 2020 door een toezichthouder van de gemeente bezocht. De toezichthouder heeft daarbij geconstateerd dat het bijgebouw vermoedelijk bewoond zou gaan worden, omdat zelfstandige bewoning volgens de toezichthouder mogelijk zou worden door de nieuwe inrichting van het bijgebouw. Zo beschikt het bijgebouw volgens de toezichthouder over sanitaire voorzieningen, een keuken, een brievenbus en een eigen huisnummer-aanduiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4060
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302023/1/R3

202302201/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant van 3 maart 2023, waarin de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van de minister van Defensie van 11 november 2021 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de minister het bezwaar tegen het besluit van 4 juni 2021, waarbij is beslist op het verzoek van [appellant] om inzage van zijn persoonsgegevens, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4196
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202302201/1/A3

202303019/1/A3

Bij besluit van 24 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden, afgewezen. Op 10 december 2021 heeft [appellant] het college verzocht om op grond van artikel 5:11, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrechtse Heuvelrug handhavend op te treden tegen het parkeren met auto’s op de strook aan de Kapelweg, schuin links tegenover de woning van [appellant]. [appellant] verzoekt om handhaving, omdat het volgens de APV verboden is om te parkeren in een groenstrook en hij van mening is dat de strook aan de Kapelweg als groenstrook moet worden gezien. Hij observeert dat vaak op deze strook geparkeerd wordt, onder meer door de bewoners van [locatie 1] en [locatie 2]. Het college heeft het verzoek tot handhaving afgewezen. Het college is van mening dat er geen sprake is van een overtreding van artikel 5:11, eerste lid, van de APV omdat de strook schuin tegenover de woning van [appellant] niet als groenstrook, maar als berm moet worden aangemerkt, waarin wel geparkeerd mag worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4084
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303019/1/A3

202303633/1/V2

Bij besluit van 18 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Op 3 oktober 2021 heeft de vreemdeling een asielaanvraag ingediend. Hij heeft de Syrische nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2004. De minister heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat hij de verklaringen van de vreemdeling over de algemene situatie in Syrië en de dienstplicht geloofwaardig acht. Daarom heeft hij de asielaanvraag op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 ingewilligd. Maar de minister heeft de gestelde geboortedatum, en daarmee de stelling van de vreemdeling dat hij minderjarig was ten tijde van de aanvraag, niet geloofwaardig geacht. De minister heeft zich hierover in het verweerschrift in beroep op het standpunt gesteld dat de vreemdeling tijdens zijn verhoor bij de politie heeft verklaard dat hij geboren is op 12 maart 2003 en dat heeft gestaafd met foto’s van zijn paspoort op zijn telefoon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4086
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303633/1/V2

202304000/1/R3

Bij besluit van 2 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas het wijzigingsplan "[locatie], Zevenhuizen" gewijzigd vastgesteld. Het wijzigingsplan heeft betrekking op de gronden van het perceel [locatie] in Zevenhuizen. Op dit perceel was een bedrijf gevestigd en staat een daarbij behorende en als zodanig bestemde bedrijfswoning, waarvan [partij] de eigenaar en bewoner is. Het wijzigingsplan voorziet in de omzetting van de op het perceel rustende bestemming "Bedrijf" in de bestemming "Wonen". Hiervoor heeft het college gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid van artikel 5.5.1 van de regels van het bestemmingsplan "Herziening Zuidplaspolder 1". [appellanten] zijn eigenaren van de gronden die rondom het plangebied liggen. [appellante sub 3B], de holding Arcamare B.V. en diens dochtermaatschappij [appellante sub 3A] huren een deel van deze gronden en exploiteren daarop teelt- en verpakkingsbedrijven. [appellante] en anderen kunnen zich niet met het plan verenigen, met name omdat zij vrezen dat het plan leidt tot een beperking van hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4056
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202304000/1/R3

202304568/1/A3

Bij besluit van 9 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goirle een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] wegens het op een openbare plaats bij zich dragen dan wel vervoeren van inbrekerswerktuigen. Uit een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van de politie van 8 november 2020 blijkt dat verbalisanten diezelfde nacht een elektrische fiets met twee fietstassen tegen de gevel aan het pand van de [locatie 1] in Goirle zagen staan. Het pand staat naast een slooppand, [locatie 2]. Omdat in Goirle vaker bij slooppanden wordt ingebroken, inspecteerden de verbalisanten de fiets en de omgeving. Zij troffen op het terrein met het slooppand, [locatie 2], afgeknipte kabels, afgeknipt lood en een kniptang aan. In het slooppand is [appellant] aangetroffen en aangehouden. In zijn broekzak zijn een schroevendraaier en een zaklamp aangetroffen. Het proces-verbaal vermeldt dat [appellant] verklaarde dat de kniptang en de metalen van hem waren en hij deze verzameld had.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4085
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304568/1/A3

202304624/1/A2

Bij besluit van 19 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de 19de -eeuwse villa van [appellant] aan de [locatie] in Rotterdam aangewezen als gemeentelijk monument. [appellant] is eigenaar van een 19de -eeuwse villa aan de [locatie] in Rotterdam. Hij heeft deze in 2015 in slechte staat gekocht en volledig authentiek gerestaureerd. [appellant] woont in de villa en gebruikt een deel ervan als dierenartspraktijk. [appellant] heeft de villa naar eigen zeggen gekocht, omdat er geen erfdienstbaarheden op zaten en hij vrij wilde zijn om het te kunnen verbouwen naar zijn wensen. In 2019 heeft het college besloten om zijn villa voorlopig aan te wijzen als gemeentelijk monument en daarvan een redengevende omschrijving te laten opstellen. De redengevende omschrijving van de villa van [appellant] is ter advies voorgelegd aan de Commissie voor Welstand en Monumenten Rotterdam. Deze heeft op 22 juli 2020 het college positief geadviseerd over de aanwijzing van de villa tot gemeentelijk monument overeenkomstig de redengevende omschrijving, waarna het college de villa heeft aangewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4082
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202304624/1/A2

202306490/1/R3

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Langeweg, Hoek van Holland" vastgesteld. Het plan voorziet in een mogelijkheid voor de bouw van maximaal 150 woningen in de vorm van appartementen. Er zijn maximaal zes appartementengebouwen toegestaan, bestaande uit maximaal acht bouwlagen aan de westkant, zeven in het midden en zes aan de oostkant van het plangebied. Het plangebied ligt aan de verlegde Langeweg (N211) aan de westzijde van Hoek van Holland. Het plangebied omvat een reststrook met gras en de voormalige N211, die is ontstaan na verlegging van de Langeweg aan de zuidzijde. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door het Roomse Duin, aan de oostzijde door de Harwichweg en aan de westzijde door de rotonde die grenst aan de Langeweg. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] en [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2]. Hun woningen liggen tegenover het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4092
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202306490/1/R3

202400646/1/A2

Bij besluit van 21 oktober 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] over 2022 herzien en vastgesteld op nihil. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluit van 28 december 2021 aan [appellant] een voorschot zorgtoeslag over 2022 verleend van € 1.336,-. De hoogte van het voorschot is gebaseerd op een geschat toetsingsinkomen over 2022 van € 3.628,-. Op 15 september 2022 heeft [appellant] aan de Belastingdienst/Toeslagen doorgegeven dat zijn geschatte toetsingsinkomen over 2022 € 47.000,- bedraagt. [appellant] heeft daarbij naar eigen zeggen rekening gehouden met een nabetaling van het UWV van bruto € 31.102,13. De dienst heeft op basis van dit geschatte toetsingsinkomen bij het besluit van 21 oktober 2022 het voorschot zorgtoeslag over 2022 herzien en vastgesteld op nihil, omdat dit inkomen te hoog is om voor zorgtoeslag in aanmerking te komen. De herziening van het voorschot heeft geleid tot een terugvordering van de over 2022 ten onrechte ontvangen voorschotten van € 1.112,-.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4094
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400646/1/A2

202400797/1/R4

Bij besluit van 19 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 14 augustus 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. [appellante] vindt het besluit onterecht en betoogt dat de inzamelvoorzieningen allemaal vol waren. Ze liep van container naar container en was genoodzaakt om de huisvuilzak naast een inzamelvoorziening neer te zetten. De containers zitten altijd vol waardoor het een bende is. Daarvan heeft ze ook foto’s gemaakt. De gemeente moet zorgen voor een oplossing en de containers vaker legen, aldus [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4058
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202400797/1/R4

202401573/1/R4

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 28 december 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 154,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 28 december 2023 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Nieuwedijk 2 in Pernis. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot haar herleidbaar document is aangetroffen. Het document is een zogenoemde groene kaart waarop onder 'naam en adres van verzekerde' [appellante] en haar adres staan vermeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4075
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401573/1/R4

202401770/1/A3

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de burgemeester van Wijchen zijn beslissing om met toepassing van spoedeisende bestuursdwang de hond van [appellant] in beslag te nemen, op schrift gesteld. De burgemeester heeft hond Buddy, waarvan [appellant] de eigenaar is, gevaarlijk verklaard en een kort aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd. De aanleiding daarvoor was een incident op 17 mei 2022, waarbij Buddy een andere hond heeft gebeten. Daarnaast heeft [appellant] verklaard dat Buddy op 8 april 2022 ook een andere hond heeft gebeten en dat [appellant] zelf op 2 juni 2022 door Buddy in zijn been is gebeten, waarna [appellant] naar de eerste hulp moest. Tegen het besluit van 17 juni 2022 is geen bezwaar gemaakt. Op 27 juli 2022 heeft er opnieuw een bijtincident plaatsgevonden, waarbij Buddy betrokken was. [appellant] heeft zich niet aan het kort aanlijn- en muilkorfgebod gehouden. Bij besluit van 9 augustus 2022 heeft de burgemeester Buddy tijdelijk in beslag genomen en een gedragsonderzoek laten uitvoeren. Naar aanleiding van het incident van 17 mei 2022 is [appellant] ook strafrechtelijk veroordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4083
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401770/1/A3

202402897/1/A2

Bij beslissing van 15 februari 2024 heeft de examencommissie van de sector Economie & Ondernemerschap het verzoek van [appellante] voor een extra herkansing voor het examen Specialistische kennis bestuursrecht afgewezen. Bij beslissing van 2 april 2024 heeft de commissie van beroep voor de examens van het Da Vinci College het hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] volgt sinds 1 augustus 2019 de driejarige opleiding tot juridisch administratief dienstverlener. Zij zit in het laatste jaar van deze opleiding. Tijdens de studie is zij geconfronteerd met diverse omstandigheden die volgens haar de studievoortgang negatief hebben beïnvloed. Zij heeft verschillende fysieke en mentale medische problemen, mede ten gevolge van een auto-ongeval. Ook waren er diverse familieomstandigheden, die haar mentale staat hebben beïnvloed. Deze omstandigheden maken volgens [appellante] dat de eerste en tweede poging om de examens voor de specialistische kennisvakken te halen niet zijn geslaagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4096
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402897/1/A2

202404639/1/V3

Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit. De minister heeft de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling genomen, omdat Kroatië daarvoor op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hierbij het uitgangspunt. Dat houdt het vermoeden in dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte EU-lidstaat in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister nog steeds voor Kroatië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en of de vreemdeling een reëel risico loopt dat hij bij terugkeer naar Kroatië terechtkomt in een situatie die in strijd is met artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM. De vreemdeling wil niet terug naar Kroatië, omdat hij vreest dat hij na overdracht het slachtoffer wordt van een zogeheten "pushback".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4037
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404639/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202404639/1/V3

202303907/1/V3

Bij besluit van 25 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4032
Datum uitspraak
8 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202303907/1/V3

202405659/1/V1 en 202405659/3/V1

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4041
Datum uitspraak
8 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405659/1/V1 en 202405659/3/V1

202406085/1/V3 en 202406085/2/V3

Bij besluit van 13 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4046
Datum uitspraak
8 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406085/1/V3 en 202406085/2/V3

BRS.24.000334

Bij besluit van 19 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4008
Datum uitspraak
8 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000334

202300340/1/V3

Bij besluit van 2 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 7 april 2022, aangevuld bij besluit van 18 oktober 2022, heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling en referent gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling en referent ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4033
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300340/1/V3

202402165/1/V2

Bij besluit van 28 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4016
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402165/1/V2

202403928/2/R1

Bij besluit van 9 april 2024 heeft de raad van de gemeente Horst aan de Maas het bestemmingsplan "Berry Briljant" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om het bestaande themapark "Aardbeienland", dat bestaat uit diverse bedrijven die zich richten op onderzoek binnen de fruitteelt, uit te breiden. Het plangebied wordt globaal begrensd door de A73 aan de westzijde, de Tienrayseweg aan de zuidzijde, de Doevenbosweg en Kreuzelweg aan de oostzijde en de Groote Molenbeek aan de noordzijde. [verzoeker] woont op het adres [locatie] te Horst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4025
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202403928/2/R1

202404996/1/V1

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4017
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404996/1/V1

202405155/1/V3

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4019
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405155/1/V3

202405278/2/R1

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas het bestemmingsplan "Vieruitersten 24 Meijel" vastgesteld. Het plan voorziet in een omzetting van een intensieve veehouderij naar een paardenhouderij. Daarvoor is onder meer het bestaande bouwvlak vergroot. Het plan voorziet in een omzetting van een intensieve veehouderij naar een paardenhouderij. Daarvoor is onder meer het bestaande bouwvlak vergroot. De stichtingen kunnen zich niet verenigen met het plan, omdat dit volgens hen onder meer een aantasting van de grondwaterstanden zal opleveren. Ook zal de voorziene ontwikkeling een toename van de stikstofdepositie op omliggende natuurgebieden met zich brengen. In dat kader hebben de stichtingen aangevoerd dat de raad bij het bepalen van de gevolgen voor de omliggende natuurgebieden van een verkeerde referentiesituatie is uitgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4024
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202405278/2/R1

202405787/2/V2

Bij besluit van 18 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4034
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405787/2/V2

202405842/1/V3

Bij besluit van 1 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4020
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405842/1/V3

202405980/1/V2 en 202405980/2/V2

Bij besluit van 29 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 17 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4031
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405980/1/V2 en 202405980/2/V2

BRS.24.000336

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4009
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000336

202105188/1/V1

Bij besluit van 23 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4012
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202105188/1/V1

202205077/1/V3.

Bij besluiten van 12 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 29 juli 2022 heeft hij die besluiten ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4013
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205077/1/V3.

202305319/1/V2

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4014
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305319/1/V2

202305374/1/V2

Bij besluit van 4 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4026
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305374/1/V2

202402824/1/R4 en 202402824/2/R4

Bij besluit van 12 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Maurik, Valentijnstraat" gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van maximaal 21 appartementen op een locatie in Maurik waar voorheen een mortuarium was gevestigd. Witte Projecten is de initiatiefneemster van het plan. Het plangebied heeft een oppervlakte van 2.416 m² en grenst aan de oostzijde aan de Valentijnstraat, aan de zuidzijde aan het Gravensteinerhof, aan de westzijde aan een braakliggend kavel met een woonbestemming en aan de noordzijde aan bestaande woningen. Het plangebied zal aan de noordoostzijde worden ontsloten op de Valentijnstraat. [verzoeker] woont aan de [locatie] in Maurik, tegenover de plek waar de in- en uitrit van het plangebied is voorzien. [verzoeker] betoogt dat de raad niet heeft onderkend dat het plan in zijn huidige opzet zal leiden tot onaanvaardbare lichthinder. [verzoeker] voert aan dat koplampen van motorvoertuigen die het plangebied verlaten bij zijn woonkamer naar binnen zullen schijnen. Volgens [verzoeker] zijn er alternatieve oplossingen mogelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4023
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202402824/1/R4 en 202402824/2/R4

202403435/1/V2

Bij besluit van 14 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4015
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403435/1/V2

202404735/2/R3

Bij besluit van 1 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda aan de gemeente Gouda een omgevingsvergunning verleend voor het vellen van 14 bomen aan de Nieuwehaven in Gouda. Op 7 april 2022 heeft de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vellen van 14 bomen. Het gaat om 14 platanen die staan in de Nieuwehaven in Gouda. De omgevingsvergunning is aangevraagd vanwege wortel- en groeiproblematiek van de bomen en voorgenomen werkzaamheden aan kabels, leidingen, riolering en bestrating. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning verleend en onder meer daaraan het voorschrift 2.2 verbonden dat door of namens de vergunninghoud(st)er of zakelijk gerechtigde binnen zes maanden na het (doen) vellen, 14 bomen van passende grootte worden herplant, waarbij zorggedragen wordt voor een optimale groeiplaats. [verzoeker] en anderen wonen in de omgeving van de te vellen bomen. Zij zijn het niet eens met het vellen van de bomen. In de kern voeren zij aan dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mogelijkheden om de platanen te behouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4018
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202404735/2/R3

202405810/1/V2 en 202405810/2/V2

Bij besluit van 8 augustus 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 9 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4030
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405810/1/V2 en 202405810/2/V2

202405811/1/V2 en 202405811/2/V2

Bij besluit van 8 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4029
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405811/1/V2 en 202405811/2/V2

202406082/2/V3

Bij besluit van 21 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4028
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406082/2/V3

202406143/2/V1

Bij besluit van 5 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4027
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406143/2/V1

202100645/2/R2

Bij uitspraak van 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2142, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan op de hoger beroepen van het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden en de stichting. De stichting heeft het college op 26 oktober 2018 verzocht om de op 6 november 2012 aan de veehouderij op het adres [locatie] te Reusel verleende omgevingsvergunning gedeeltelijk in te trekken. Het college heeft daarop op 20 december 2018 besloten het verzoek niet in behandeling te nemen. De stichting heeft daartegen op 24 januari 2019 een bezwaarschrift ingediend. Bij besluit van 2 juli 2019 heeft het college het bezwaar van de stichting gegrond verklaard en het verzoek afgewezen. De stichting heeft daartegen op 24 juli 2019 beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4004
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202100645/2/R2

202100648/2/R2

Bij uitspraak van 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2139, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan op de hoger beroepen van het college van burgemeester en wethouders van Bladel en de stichting. De stichting betoogt terecht dat de procedure niet binnen een redelijke termijn is afgerond. De redelijke termijn bij een procedure als deze bedraagt namelijk vier jaar. In dit geval is deze aangevangen op 20 maart 2020 met de ontvangst door de rechtbank van het beroepschrift van de stichting tegen het besluit van het college van 10 februari 2020. Vanaf die datum tot 22 mei 2024, de dag waarop de Afdeling uitspraak deed, zijn vier jaar en twee maanden verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn met twee maanden is overschreden. Dit is aan de Afdeling toe te rekenen, omdat de behandeling van het hoger beroep drie jaar en vier maanden heeft geduurd. De Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) moet daarom een schadevergoeding betalen van € 500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4006
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202100648/2/R2

202104049/1/R2

Bij besluit van 18 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het vestigen van een cafetaria, afhaalhoreca- en restaurant in het pand aan de [locatie] in Valkenswaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4005
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202104049/1/R2

202304960/2/R4

Bij tussenuitspraak van 3 juli 2024 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending daarvan het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De raad heeft gevraagd om verlenging van de hersteltermijn tot en met 17 december 2024 of 28 januari 2025, omdat hij niet in staat is binnen de gestelde termijn het bestreden besluit te herstellen. Daarbij geeft hij aan dat hij voor het herstel nog in afwachting is van nadere stukken van [wederpartij].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4003
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202304960/2/R4

202304338/1/V3

Bij besluit van 27 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3996
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304338/1/V3

202403701/2/R2

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het wijzigingsplan "Buitengebied Zuid 2013, wijzigingsplan Rithsestraat 310" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de vormverandering en de uitbreiding van twee agrarische bouwvlakken; één aan de Rithsestraat 310 en één aan de Sprundelsebaan 145. Verder is de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch-teeltondersteunende voorzieningen" aan een deel van het plangebied toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3994
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403701/2/R2

202403864/1/V2

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3997
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403864/1/V2

202405501/1/V3 en 202405501/2/V3

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3998
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405501/1/V3 en 202405501/2/V3

202405695/1/V2 en 202405695/2/V2

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4011
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405695/1/V2 en 202405695/2/V2

202405795/1/V2 en 202405795/2/V2

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3999
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405795/1/V2 en 202405795/2/V2

202405809/1/V2 en 202405809/2/V2

Bij besluit van 2 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4000
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405809/1/V2 en 202405809/2/V2

202405851/2/V2

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4002
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405851/2/V2

202405971/1/V2

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4010
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405971/1/V2

202203089/1/V1

Bij besluit van 1 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling geen uitstel van vertrek verleend krachtens artikel 64 van de Vw 2000.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3936
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203089/1/V1

202400940/1/V2

Bij besluit van 12 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3935
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400940/1/V2

202403537/1/V1

Bij besluit van 20 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3934
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403537/1/V1

202403575/1/V2

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3925
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403575/1/V2

202404022/1/V1

Bij besluit van 28 juni 2023, aangevuld bij brief van 29 juni 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd om ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3918
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404022/1/V1

202405031/1/R4

Bij e-mails van 5 juli 2024 en 25 juli 2024 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat medegedeeld dat Granuband een kennisgeving moet doen als zij geshredderde luchtbanden grensoverschrijdend gaat overbrengen. Granuband zamelt oude luchtbanden in en deze worden tot zogenaamde shreds verkleind. Bij e-mail van 5 juli 2024 heeft een inspecteur van de Inspectie Leefomgeving en Transport Granuband geïnformeerd dat de Douane de ILT heeft geïnformeerd over een grensoverschrijdende afvaloverbrenging van geshredderde luchtbanden in een container. De container was afkomstig van Granuband en had India als eindbestemming. Uit deze e-mail volgt het standpunt van de ILT dat geshredderde luchtbanden niet onder EVOA-code B3140 ingedeeld mogen worden, omdat deze code alleen geldt voor oude luchtbanden. Voor geshredderde banden waarvan het rubbercomponent nog niet verwijderd is, is er geen andere groene lijst afvalcode in de EVOA en daarom deelt de ILT de afvalstof in als "niet genoemde afvalstof". In de e-mail staat verder dat de kennisgevingsprocedure als bedoeld in de EVOA gevolgd moet worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3926
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202405031/1/R4

202405099/1/V3

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3924
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405099/1/V3

202405295/1/V3

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3933
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405295/1/V3

202405331/1/V3

Bij besluit van 10 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3932
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405331/1/V3

202405497/1/V1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3931
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405497/1/V1

202405642/1/V3

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3930
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405642/1/V3

202405848/1/V3 en 202405848/2/V3

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3929
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405848/1/V3 en 202405848/2/V3

201702813/21/R3

Bij uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:951, heeft de Afdeling de minister opgedragen om het daarin genoemde gebrek in het tracébesluit "A12/A15 Ressen-Oudbroeken (2021)" te herstellen met inachtneming van wat over dat gebrek in de tussenuitspraak van 6 maart 2024 is overwogen. Deze uitspraak is een vervolg op de tussenuitspraken van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:105, 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1299, en 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:951, over het tracébesluit voor het wegenproject ViA15. In de tussenuitspraak van 6 maart 2024 is vermeld dat in de aanvullende passende beoordeling die aan het TB2021 ten grondslag is gelegd, is geconcludeerd dat niet is uitgesloten dat het project voor een aantal Natura 2000-gebieden leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van die gebieden. Om die reden heeft de minister in het TB2021 extra mitigerende maatregelen opgenomen. Als mitigerende maatregel is uitgegaan van extern salderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3981
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Tracé en wegverbreding
  • uitspraakin de zaak201702813/21/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201702813/21/R3

202100844/1/R2

Bij besluit van 16 december 2020 heeft de raad van de gemeente Rucphen het bestemmingsplan "Buitengebied Rucphen 2020" vastgesteld. Voor het buitengebied van Rucphen gold voorheen het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2012'. Het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2012' is op 29 maart 2012 vastgesteld door de gemeenteraad en is daarna een aantal keer partieel herzien. De raad achtte het wenselijk om het bestemmingsplan voor het buitengebied (op onderdelen) te actualiseren, zodat weer sprake is van één actueel planologisch kader voor het buitengebied. Het plan voorziet in deze nieuwe regeling voor het buitengebied en maakt ook een aantal nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Een aantal bewoners en bedrijven is het niet eens met het plan. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of de raad het plan zorgvuldig heeft voorbereid en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3969
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202100844/1/R2
vorige pagina1...737475...1.228volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon