Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 118.356
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202503012/1/A3

Per e-mail van 5 juli 2022 hebben [appellanten] een integriteitsmelding ingediend over de burgemeester en drie wethouders. De raad van de gemeente Bloemendaal heeft in de besloten vergadering van 2 februari 2023 beslist om de integriteitsmelding niet verder te behandelen. Bij afzonderlijke brieven van 17 februari 2023 heeft de burgemeester daarvan aan [appellanten] mededeling gedaan. De gemeente Bloemendaal heeft ter beëindiging van een langlopend conflict vaststellingsovereenkomsten gesloten met twee inwoners. [appellanten] hebben daarover een integriteitsmelding ingediend. Onder verwijzing naar het Protocol Integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers 2022 heeft de burgemeester [appellanten] medegedeeld dat de raad heeft bepaald dat de melding niet verder wordt behandeld en er geen vervolgstappen zullen worden genomen. Het bezwaar dat [appellanten] daartegen hebben ingediend heeft de raad, in navolging van het advies van de bezwarencommissie, niet-ontvankelijk verklaard. De raad heeft geoordeeld dat de beslissing geen wijziging teweegbrengt in de rechtspositie van [appellanten], dan wel in de rechtspositie van andere personen. Aan de beslissing worden geen conclusies verbonden die een bevoegdheid, recht of verplichting voor één of meer anderen doen ontstaan of teniet doen. De juridische status van [appellanten] wordt ook niet (opnieuw) vastgesteld, aldus de raad. Daarom is de beslissing van 2 februari 2023 volgens de raad geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4393
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503012/1/A3

202503143/1/A2

Bij besluit van 30 november 2022 heeft de raad van de gemeente Nijmegen het pand aan het Stationsplein 26 in Nijmegen (het pand) aangewezen als beschermd gemeentelijk monument. De commissie Beeldkwaliteit van de gemeente Nijmegen heeft op 27 januari 2022 een beschermingsprogramma besproken. De commissie heeft in een advies van dezelfde datum aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen (het college) geconcludeerd dat de monumentwaarde van het pand van voldoende niveau wordt geacht om een status als gemeentelijk monument te kunnen rechtvaardigen. Het college heeft op 8 maart 2022 aan de vastgoedbeheerder van Souchong Beleggingen C.V. en Stichting Bewaarder Souchong laten weten dat de gemeente het pand als beschermd monument op de monumentenlijst wil gaan plaatsen. Het college heeft daarbij gewezen op de mogelijkheid om een zienswijze te geven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4408
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503143/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202503143/1/A2

202503364/1/R4

Bij besluit van 7 januari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op 2 januari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2020 van de gemeente Zaanstad in samenhang met het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 210,00, voor rekening van [appellante] komen. [appellante] betoogt dat het college het besluit ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Zij voert aan dat in het besluit staat dat de doos naast de container is aangetroffen, terwijl de doos op de foto’s in een container is geplaatst. Daarmee heeft het college volgens haar bevestigd dat de doos correct is weggegooid. [appellante] betoogt dat het college haar niet als overtreder had mogen aanmerken zonder eerst onderzoek te verrichten. Het college had onderzoek moeten verrichten naar haar precieze omstandigheden en had haar zorgondersteuner, die de doos voor haar heeft weggebracht, om een verklaring moeten vragen. Dat het college [appellante] verantwoordelijk houdt voor het verkeerd aanbieden van de doos zonder dat dit onderzoek is verricht, is volgens [appellante] in strijd met het zorgvuldigheidbeginsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4396
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503364/1/R4

202503490/1/A2

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een aanvraag van [appellante] om erkenning van haar beroepskwalificaties om te mogen werken als leraar voortgezet onderwijs in het vak Engels en als docent beroepsonderwijs en volwasseneneducatie afgewezen. [appellante] heeft het bezwaarschrift gedagtekend op 14 september 2023 en het op 18 september 2023 per aangetekende post verzonden. Nadat de minister het bezwaarschrift op 20 september 2023 had ontvangen, heeft hij, bij brief van 15 december 2023, aan [appellante] verzocht om uit te leggen waarom zij het bezwaarschrift na het verstrijken van de termijn van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht heeft ingediend. [appellante] heeft hierop bij brief van 28 december 2023 te kennen gegeven dat zij het besluit heeft ontvangen in de tweede helft van juli 2023 en dat zij, gerekend vanaf het moment dat het besluit bij haar bekend was, het bezwaarschrift binnen de wettelijke termijn heeft ingediend. De minister heeft aan zijn besluit van 23 januari 2024 ten grondslag gelegd dat [appellante] het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na de bekendmaking van het besluit van 22 juni 2023 heeft ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4433
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202503490/1/A2

202503535/1/A2

Bij besluit van 5 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen de aan [appellante] verleende schuldhulp beëindigd. [appellante] is met ingang van 1 januari 2018 toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Zij had op dat moment een schuld van € 11.655,23. De tien schuldeisers zijn akkoord gegaan met het plan dat [appellante], tegen finale kwijting, in drie jaar tijd 14,88% van de schuld aflost. In het eerste jaar heeft [appellante] € 600,00 afgelost en in het tweede jaar € 612,00. Over het derde jaar zou zij nog € 477,00 moeten aflossen. De rechtbank heeft in uitspraak van 30 mei 2025 overwogen dat het college met de aanvullende motivering in de brief van 27 februari 2025 nog steeds geen objectief onderbouwd overzicht heeft overgelegd van de schulden van [appellante] per 7 juli 2020 en per 5 november 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4402
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503535/1/A2

202504405/1/A2

Bij besluit van 20 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de aanvraag van [partij] om een vergunning voor kamerbewoning door maximaal zes personen in de woning aan de [locatie 1] ingewilligd. Het college heeft aan [partij] een vergunning verleend voor kamerbewoning door maximaal zes personen in de woning aan de [locatie 1] in Rotterdam. Er wonen zes studenten in de woning. [partij] wenst met een vergunning de bestaande kamerbewoning te legaliseren. [appellante] woont naast deze woning aan de [locatie 2]. Zij is het oneens met het verlenen van de vergunning omdat zij overlast ervaart van kamerbewoning door studenten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4432
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202504405/1/A2

202504666/1/A3 en 202504666/2/A3

Bij brief van 20 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend aan [appellant] het voornemen kenbaar gemaakt zijn adresgegevens in de basisregistratie personen (brp) te wijzigen. Het college heeft op 20 januari 2022 aan [appellant] het voornemen kenbaar gemaakt zijn adresgegevens in de brp te wijzigen in een briefadres. Uit onderzoek was het college namelijk gebleken dat [appellant] niet langer woonde op het adres [locatie 1] in Purmerend. Bij besluit van 18 februari 2022 heeft het college het woonadres van [appellant] gewijzigd in het briefadres [locatie 2] in Purmerend. Op 30 september 2022 heeft het college aan [appellant] verzocht een vragenlijst in te vullen om vast te stellen of hij nog steeds ingeschreven kan blijven staan op het briefadres. Bij het besluit van 14 maart 2023 heeft het college het hiertegen door [appellant] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4397
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202504666/1/A3 en 202504666/2/A3

202504805/1/A2

Bij besluit van 19 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw besloten tot invordering van een verbeurde dwangsom van € 28.000,00. [appellant] is sinds 16 mei 2003 eigenaar van de recreatiewoning op het adres [locatie] in Heel. Bij besluit van 12 maart 2018 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd met een begunstigingstermijn van twee jaar, omdat hij de recreatiewoning in strijd met het bestemmingsplan Heel-Panheel gebruikt. [appellant] gebruikt de recreatiewoning als hoofdverblijf. Het college heeft aan het niet beëindigen en beëindigd houden van de overtreding een dwangsom verbonden van € 4.000,00 per kalendermaand, met een maximum van € 48.000,00. Dit besluit staat in rechte vast. Het college heeft na afloop van de begunstigingstermijn geconstateerd dat het gebruik van de recreatiewoning als hoofdverblijf niet is beëindigd. Bij besluit van 19 oktober 2020 heeft het college de verbeurde dwangsommen ingevorderd. Dit gaat om een bedrag van € 28.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4409
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504805/1/A2

202504988/1/A2

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overneming van private schulden afgewezen. Bij besluit van 31 oktober 2024 heeft de minister van Financiën, in zijn hoedanigheid van rechtsopvolger van de Belastingdienst/Toeslagen, het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 17 juli 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4437
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504988/1/A2

202505021/1/A3

Bij besluit van 5 januari 2024 heeft korpschef van politie een aanvraag van Securitas Nederland om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te mogen laten verrichten voor dat bedrijf afgewezen. Op 2 december 2023 heeft Securitas Nederland aan de korpschef toestemming verzocht als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus om [appellant] beveiligingswerkzaamheden voor haar te laten verrichten. De korpschef heeft deze toestemming onthouden, omdat [appellant] volgens hem niet beschikt over de betrouwbaarheid die nodig is voor het verrichten van beveiligerswerk. De korpschef heeft aan de afwijzing meerdere verkeersovertredingen ten grondslag gelegd. De korpschef beschouwt het structureel overtreden van de rechtsregels in samenhang met de verdenkingen van recalcitrant gedrag als een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde. Hierdoor zijn de betrouwbaarheid en de integriteit van [appellant] volgens de korpschef niet boven iedere twijfel verheven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4429
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202505021/1/A3
vorige pagina1...789...11.836volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon