Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.665
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202405765/2/R1

Bij besluit van 17 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad" vastgesteld. Het plangebied is gelegen aan de westkant van de Zuidas in Amsterdam en maakt deel uit van het gebied dat bestuurlijk is aangewezen als grootstedelijk projectgebied Zuidas. Het plangebied wordt begrensd door de Stadiongracht aan de noordzijde, de Amstelveenseweg aan de oostzijde, het IJsbaanpad aan de zuidzijde en de Na-Druk-Geluksbrug aan de westzijde. In de huidige situatie bevinden zich in het plangebied drie (kantoor)gebouwen met diverse bouwhoogten tot ongeveer 17 m. Er bevinden zich bovengronds en ondergronds ongeveer 188 parkeerplaatsen. Het plan voorziet in de sloop van de bestaande gebouwen en herontwikkeling van het gebied tot een nieuw gemengd woon- en werkgebied. SOSA vreest dat zij door de realisering van het plan ernstig zal worden beperkt in haar bedrijfsvoering en exploitatiemogelijkheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5322
Datum uitspraak
20 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405765/2/R1

202406276/2/A3

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de minister [verzoeker] op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens meegedeeld dat zijn gegevens zijn verwerkt in twee mutatierapporten. [verzoeker] wil van de minister weten of er mutaties zijn opgemaakt van zijn staandehoudingen en wil daarvan een afschrift ontvangen. Hij doet daarbij een beroep op grond van artikel 15 van de AVG. De minister heeft hem meegedeeld dat zijn persoonsgegevens zijn verwerkt in twee mutatierapporten van 22 januari 2023 en 24 februari 2020. De minister heeft van deze mutaties een samenvatting gegeven. Om [verzoeker] tegemoet te komen heeft de minister ook een samenvatting gegeven van een mutatierapport van 2 juni 2020. [verzoeker] is ook uitgenodigd voor een fysieke inzage in de mutatierapporten. [verzoeker] wil met zijn verzoek bereiken dat hij afschriften krijgt van de twee mutatierapporten. [verzoeker] stelt dat als hij geen afschrift krijgt van de twee mutatierapporten, de daarin - volgens hem - onjuiste informatie zal worden door verwerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5323
Datum uitspraak
20 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202406276/2/A3

202406725/1/V3

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5301
Datum uitspraak
20 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406725/1/V3

202407028/2/V2

Bij besluit van 10 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5302
Datum uitspraak
20 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407028/2/V2

202407324/2/V1

Bij besluit van 4 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5346
Datum uitspraak
20 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407324/2/V1

202407384/1/V2 en 202407384/2/V2

Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5303
Datum uitspraak
20 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407384/1/V2 en 202407384/2/V2

BRS.24.000326

Bij besluit van 8 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5216
Datum uitspraak
20 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000326

202202458/2/A3, 202304034/2/A3 en 202400040/3/A3

Bij brief, ingekomen op 3 december 2024, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. W. den Ouden, mr. J. Th. Drop en mr. M. den Heyer (hierna: de staatsraden), als voorzitter en leden van de meervoudige kamer, belast met de behandeling van de zaken nr. 202202458/1/A3, 202304034/1/A3 en 202400040/1/A3. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat bij hem, als gevolg van de gang van zaken, de staatsraden de indruk hebben gewekt bevooroordeeld te zijn. Hij voert in dit verband aan dat de staatsraden niet voornemens zijn om aan enige waarheidsvinding te doen. Hij wijst er in dit verband op dat het hem, ondanks zwaarwegende gezondheidsredenen, niet werd toegestaan om via een videoverbinding aan de zitting deel te nemen, de zaken ten onrechte door een enkelvoudige kamer zouden worden behandeld en de zaken, nadat het verzoek om wraking was ingediend en bovendien in zijn afwezigheid, toch op zitting zijn behandeld. Volgens [verzoeker] had contact met hem kunnen worden opgenomen om naar de reden voor zijn afwezigheid te informeren. .

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5335
Datum uitspraak
20 december 2024
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202202458/2/A3, 202304034/2/A3 en 202400040/3/A3

202304785/1/V3

Bij besluit van 8 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5284
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202304785/1/V3

202403933/3/R2

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan "Wonen op de Donk Den Dungen" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 43 woningen mogelijk op de locatie Donksestraat 19 in het centrumgebied van Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel. Op die locatie is een agrarisch bedrijf gevestigd; namelijk een veehouderij en een kleinschalig graafmachineverhuurbedrijf. Dit agrarische bedrijf wordt gesaneerd ten behoeve van de beoogde woningbouw. Deze woningbouw wordt ontwikkeld door [partij]. Tevens voorziet het bestemmingsplan in een ontsluitingsweg naar de nieuwe woningen. Het plangebied ligt in het westen van de kern Den Dungen en op ongeveer 60 meter van de kerk, het dorpshart van Den Dungen. De directe omgeving van het plangebied wordt gevormd door agrarische gronden aan de westzijde, woningen aan de noord- en oostzijde en niet-agrarische bedrijvigheid in de vorm van een landbouwmechanisatiebedrijf en een kantoorpand aan de zuidzijde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5286
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403933/3/R2

202404280/1/V3

Bij besluit van 1 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5209
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404280/1/V3

202405688/1/V2

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5283
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405688/1/V2

202406023/1/V1

Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5282
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406023/1/V1

202406518/2/A2

Bij besluit van 15 januari 2024, herzien bij besluit van 1 februari 2024, heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas aan Stichting Vorkmeer een subsidie verleend van maximaal € 265.139,20 per jaar voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5287
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202406518/2/A2

202406559/1/V3

Bij besluit van 17 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5281
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406559/1/V3

202406731/2/V2

Bij besluit van 3 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5280
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406731/2/V2

202407109/1/V3 en 202407109/2/V3

Bij besluit van 6 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5279
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407109/1/V3 en 202407109/2/V3

202407198/1/V3 en 202407198/2/V3

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5278
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407198/1/V3 en 202407198/2/V3

202407215/1/V3 en 202407215/2/V3

Bij besluit van 26 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5277
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407215/1/V3 en 202407215/2/V3

202407226/1/V2

Bij besluit van 11 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5276
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407226/1/V2

202407452/2/V1

Bij besluit van 15 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen om Nederland binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5295
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407452/2/V1

202407627/1/V3 en 202407627/2/V3

Bij besluiten van 3 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 10 december 2024 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5343
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407627/1/V3 en 202407627/2/V3

202407638/2/V2

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5342
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407638/2/V2

202407650/2/V2

Bij besluit van 21 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5294
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407650/2/V2

202407733/2/V3

Bij besluit van 11 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5341
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407733/2/V3

202407736/2/V3

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5340
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407736/2/V3

202407740/2/V2

Bij besluit van 30 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5339
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407740/2/V2

202406814/1/A2

Bij beslissing van 23 augustus 2024 heeft de examencommissie, namens het bestuur van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen, het bij beslissing van 12 augustus 2024 aan [appellante] gegeven bindend negatief studieadvies met afwijzing omgezet in een BNSA zonder afwijzing. [appellante] heeft daarom het door haar ingestelde administratief beroep tegen het BNSA met afwijzing ingetrokken, onder handhaving van het verzoek om een vergoeding van de proceskosten. Bij beslissing van 7 november 2024 heeft het college het verzoek van [appellante] om vergoeding van de proceskosten van het administratief beroep toegewezen en het bedrag vastgesteld op € 312,00. [appellante] voert aan dat het college de toegekende proceskostenvergoeding ten onrechte heeft vastgesteld op basis van de wegingsfactor van 0,25 (zeer licht). Het college heeft volgens [appellante] ook niet deugdelijk gemotiveerd dat sprake is van een ‘zeer lichte zaak’.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5441
Datum uitspraak
19 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202406814/1/A2

202404218/2/R4

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug het bestemmingsplan "Bufferzone Industrieweg Noord, Amerongen" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. [appellant] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5159
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404218/2/R4

202405492/1/V3

Bij besluit van 12 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5210
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405492/1/V3

202405780/2/R1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Bloemendaal het bestemmingsplan "Elswoutslaan 4" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft Tuin van Haarlem beroep ingesteld. Ook heeft Tuin van Haarlem de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5170
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405780/2/R1

202405932/1/A2 en 202405932/3/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2024 heeft de commissie Bindend Studie Advies (hierna: BSA-commissie) [appellant] een bindend negatief studieadvies voor de bacheloropleiding Bedrijfskunde gegeven. Bij beslissing van 18 september 2024 heeft het college het door [appellant] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] is het niet eens met de beslissing van het college om het BNSA in stand te laten. Hij betoogt dat het college met deze beslissing onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn situatie en heeft miskend dat hij op grond van zijn persoonlijke omstandigheden met succes een beroep kan doen op de hardheidsclausule van artikel 2.1, eerste lid onder i, van het Uitvoeringsbesluit WHW. Zo verliep de registratie van zijn verhuizing moeizaam. Hierdoor ontving hij een studiebeurs voor een thuiswonende en dat was niet voldoende om rond van te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5478
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202405932/1/A2 en 202405932/3/A2

202405989/2/R3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Tynaarlo het bestemmingsplan "Zuidzijde Zuidlaardermeer, waterscouting en surfstrand" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [verzoekster] beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5153
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202405989/2/R3

202406103/1/R2 en 202406103/2/R2

Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg de aanvraag van [wederpartij] om omgevingsvergunning te verlenen voor het splitsen van de woning aan het [locatie 1] te Tilburg geweigerd. [wederpartij] is eigenaar van het huis op het perceel. Zelf woont hij op de begane grond en gebruikt die als zelfstandige woonruimte. De tweede en derde verdieping heeft hij als tweede zelfstandige woonruimte verhuurd met het bijbehorende adres [locatie 2]. Met de aanvraag om omgevingsvergunning wil hij deze twee aparte woonruimtes in zijn huis legaliseren. Volgens [wederpartij] kan hij om medische redenen geen trappen meer lopen. Hij wenst voor zichzelf de woning te behouden op de begane grond en de tweede en derde verdieping als zelfstandige woning te verkopen. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag in strijd is met het geldende bestemmingsplan "Oude Stad Zuidwest 2016" en het Bouwbesluit 2012. Volgens het college is het splitsen van het huis op het perceel in twee wooneenheden in strijd met de ter plaatse geldende woonbestemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5218
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406103/1/R2 en 202406103/2/R2

202406798/1/V2

Bij besluit van 16 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5211
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406798/1/V2

202406859/1/R4 en 202406859/2/R4

Bij besluit van 11 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [verzoekster] onder oplegging van een dwangsom gelast om het bedrijfsmatig fokken en houden van honden en cavia’s op het perceel [locatie] in Ede te staken en gestaakt te houden, door het aantal honden terug te brengen naar maximaal 5 stuks, inclusief nestjes, en het aantal cavia’s naar maximaal 10 stuks. Op 28 november 2022 en 4 april 2023 heeft een toezichthouder controles uitgevoerd op het perceel. Volgens het college blijkt uit deze controles dat op het perceel bedrijfsmatig honden en cavia’s gefokt en gehouden werden, wat niet in overeenstemming is met de ter plaatse geldende woonbestemming. [verzoekster] betoogt dat het college en de rechtbank er ten onrechte van zijn uitgegaan dat het houden van de honden en cavia’s op het perceel in strijd is met het bestemmingsplan. Volgens [verzoekster] gaat het niet om een bedrijfsmatige activiteit en heeft het houden van de honden en cavia’s slechts een beperkte ruimtelijke uitstraling, die in overeenstemming is met de woonbestemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5174
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202406859/1/R4 en 202406859/2/R4

202407041/2/V2

Bij besluit van 16 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5212
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407041/2/V2

202407159/1/V2 en 202407159/2/V2

Bij besluit van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5213
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407159/1/V2 en 202407159/2/V2

202407197/1/V2

Bij besluit van 27 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5214
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407197/1/V2

202407302/1/V1

Bij besluit van 16 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5215
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407302/1/V1

202407568/2/V3

Bij besluit van 23 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5285
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407568/2/V3

202407643/2/V3

Bij besluit van 23 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5314
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407643/2/V3

202407644/2/V3

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5313
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407644/2/V3

202407646/2/V3

Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5312
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407646/2/V3

202407648/2/V3

Bij besluit van 13 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5311
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407648/2/V3

202407649/2/V3

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5310
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407649/2/V3

202407657/2/V3

Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5309
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407657/2/V3

202407660/2/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5308
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407660/2/V3

202407661/2/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5307
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407661/2/V3

202407663/2/V3

Bij besluit van 23 november 2023 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5304
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407663/2/V3

202407673/2/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5305
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407673/2/V3

202407678/2/V3

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5306
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407678/2/V3

202105862/1/R4

Bij besluit van 2 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van Woningexploitatiemaatschappij Nederland B.V. om de aan haar opgelegde lasten onder dwangsom die zijn opgelegd ten aanzien van haar gebouw aan de Zamenhofdreef 77 in Utrecht op te heffen, gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen. WEM is eigenaar van het gebouw, dat bestaat uit 95 kamers, die gehuurd worden door studenten. Op 6 oktober 2016 en 3 januari 2017 heeft het college aan WEM verschillende lasten onder dwangsom opgelegd omdat zij zich niet hield aan verscheidene regels uit de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 die gaan over brandveiligheid. In het besluit van 6 oktober 2016 is WEM gelast om in het gebouw: a. de brandonveilige gebruikerssituatie op te heffen; b. de vluchtwegen gangbaar te maken en gangbaar te houden; c. obstakels en objecten die de vluchtroute belemmeren te (laten) verwijderen en verwijderd te (laten) houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5234
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105862/1/R4

202106126/1/R3

Bij besluit van 5 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Dantumadiel het bestemmingsplan "Feanwâlden-Súd" vastgesteld. Het plangebied ligt ten zuiden van de kern Feanwâlden. Het wordt globaal begrensd door de spoorweg Leeuwarden - Groningen aan de noordzijde, de "Centrale As" aan de oostzijde, De Swette aan de zuidzijde en De Prysterikker aan de westzijde. Het plangebied ziet onder meer op het bedrijven- en industrieterrein De Swette. Het plan bestaat volgens de plantoelichting uit een conserverend deel en een ontwikkelingsdeel. Over het conserverende deel staat in de plantoelichting dat de bestaande situatie als zodanig is bestemd. Daarbij is wel een verkleining van het industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder en de geluidzone opgenomen. Het bouwen van woningen op het industrieterrein en binnen de geluidzone is niet langer mogelijk. Op het bestaande deel van het bedrijventerrein buiten het industrieterrein, wordt wel ruimte geboden voor bedrijfswoningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5254
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202106126/1/R3

202107265/1/R2

Bij besluit van 14 oktober 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert geweigerd Camping 't Oekeltje een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een stacaravan op het perceel [locatie] te Rijsbergen. Deze zaak heeft een lange voorgeschiedenis. Op het perceel is Camping ’t Oekeltje gevestigd. Het perceel bestaat uit meerdere standplaatsen, waarop objecten voor recreatief nachtverblijf staan. De camping heeft op 14 juni 2015 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een L-vormige stacaravan (hierna: het recreatief nachtverblijf) met een oppervlakte van 84 m² op het perceel. Die gevraagde omgevingsvergunning werd geweigerd. Het eerste besluit op bezwaar tegen die weigering, waarbij de weigering is gehandhaafd, dateert van 22 maart 2016. De rechtbank heeft dat besluit bij uitspraak van 4 oktober 2016 vernietigd en de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Bij de uitspraak van de Afdeling van 10 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:53) is het hoger beroep van Camping ’t Oekeltje gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5226
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202107265/1/R2

202200383/1/R2

Bij besluit van 11 april 2011 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant voor de Amercentrale een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor de functiewijziging van de elektriciteitscentrale Amercentrale, gelegen aan de Amerweg 1 in Geertruidenberg. Deze zaak gaat over de elektriciteitscentrale Amercentrale van RWE, die gevestigd is in Geertruidenberg. De zaak gaat over drie besluiten: het besluit waarbij een verzoek om handhavend op te treden tegen de Amercentrale van MOB en Leefmilieu is afgewezen, het besluit waarbij de natuurvergunning uit 2019 is verleend, en het besluit waarbij een verzoek om intrekking van de natuurvergunning uit 2011 is afgewezen. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de Amercentrale. Verder heeft RWE een natuurvergunning aangevraagd voor de wijziging van het bedrijf. Het college heeft de natuurvergunning op basis van intern salderen verleend. Daarvoor heeft het college vastgesteld dat de aangevraagde bedrijfssituatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4909
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202200383/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202200383/1/R2

202200640/1/R3

Bij besluit van 30 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Teylingen aan [partij] twee lasten onder dwangsom opgelegd vanwege het op twee percelen op en achter de [locatie] in Voorhout overtreden van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [partij] exploiteert op het perceel [locatie]in Voorhout een garagebedrijf. De eerste lastgeving is opgelegd vanwege de aanwezigheid van drie gebouwen op het perceel kadastraal bekend als Voorhout, sectie A, 4317 zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Het gaat om een gebouw aan de noordoostzijde van het perceel, een gebouw bij de noordelijke punt van het perceel en een gebouw aan de zuidwestkant van het perceel. Daarnaast is deze lastgeving opgelegd vanwege het stallen van voertuigen op dit perceel in strijd met de bestemming "Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1" van het bestemmingsplan "Buitengebied Teylingen". De tweede lastgeving ziet op het in strijd met diezelfde bestemming opslaan van goederen, waaronder autobanden en auto-onderdelen, in een schuur op het perceel kadastraal bekend als Voorhout, sectie A, 4084.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5257
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200640/1/R3

202201153/1/V2 en 202400407/1/V2

Bij besluit van 20 september 2018 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan vreemdeling 1 verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Deze uitspraak gaat in de eerste plaats over de vraag of een terugkeerbesluit kan worden uitgevaardigd tegen een vreemdeling van wie weliswaar is vastgesteld dat hij illegaal in Nederland verblijft, maar die door de tenuitvoerlegging van een langdurige of levenslange gevangenisstraf niet vrijwillig aan zijn terugkeerverplichting kan voldoen en voor een lange periode niet fysiek uit Nederland en de Europese Unie kan worden verwijderd. Daarnaast zal aan de orde komen of op het uitvaardigen van een terugkeerbesluit het evenredigheidsbeginsel van toepassing is. Vreemdeling 1 heeft de Azerbeidzjaanse nationaliteit. Hij is op 19 januari 2015 onherroepelijk veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens meervoudige moord en doodslag, gepleegd in de periode van 12 mei 2011 tot 20 mei 2011. Vreemdeling 1 verblijft sinds 2011 in strafrechtelijke detentie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5258
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Verwijzingsuitspraak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202201153/1/V2 en 202400407/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201153/1/V2 en 202400407/1/V2

202201311/1/R2

Bij besluit van 2 april 2015 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan Rendac Son B.V. een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend. Deze zaak gaat over het destructiebedrijf Rendac Son B.V. dat gevestigd is in Son en Breugel. Rendac heeft een natuurvergunning aangevraagd voor de wijziging van het bedrijf. Het college heeft de natuurvergunning op basis van intern salderen verleend. Daarvoor heeft het college vastgesteld dat de aangevraagde bedrijfssituatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is ontleend aan de natuurvergunning van 14 juni 2017. De rechtbank heeft de natuurvergunning vernietigd. De rechtbank heeft in haar uitspraak een nuancering aangebracht op de vaste rechtspraak van de Afdeling over intern salderen. Deze nuancering houdt kort gezegd in dat niet zonder meer met niet (meer) benutte emissieruimte intern gesaldeerd kan worden. Deze nuancering baseert de rechtbank op artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4923
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202201311/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201311/1/R2

202201734/2/R3

Bij tussenuitspraak van 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2144 (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de raad van de gemeente Vlaardingen opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat onder 12 is overwogen, het besluit van 24 februari 2022 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 10.2 overwogen dat de verbeelding niet de ligging van de aardgastransportleidingen en de daarbij behorende belemmeringenstrook weergeeft. Verder heeft de Afdeling onder 11.2 overwogen dat de verbeelding niet de ligging van de warmtetransportleidingen en de daarbij behorende belemmeringenstrook weergeeft. Ook voorziet het plan niet in de planregels zoals neergelegd in het provinciale inpassingplan "Warmtetransportleiding Vlaardingen - Den Haag".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5253
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202201734/2/R3

202202220/1/R2

Bij besluit van 27 januari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen [appellante] afgewezen. [appellante] exploiteert een melkvee- en varkensbedrijf aan de [locatie 1] in Valkenswaard. Het bedrijf ligt op ongeveer 290 meter van het Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide en De Plateaux. [wederpartij] woont tegenover het bedrijf aan de [locatie 2] in Valkenswaard. [wederpartij] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen [appellante], omdat hij zijn melkvee- en varkenshouderij zonder natuurvergunning exploiteert. De bedrijfsactiviteiten veroorzaken volgens [wederpartij] stikstofdepositie op het al zwaar overbelaste Natura 2000-gebied. De emissie door de bedrijfsactiviteiten dient daarom teruggebracht te worden. Het college heeft het verzoek afgewezen en dat besluit in bezwaar gehandhaafd. Volgens het college is er na de aanvulling van de aanvraag voor een natuurvergunning en de terinzagelegging van de ontwerpbeschikking op die aanvraag concreet zicht op legalisering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5252
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202202220/1/R2

202202661/1/R2

Bij besluit van 8 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Veldhoven het bestemmingsplan "Zittard 41-43" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan "Zittard 41-43" beoogt de uitbreiding van mini-camping "De Veldhoeve" naar een reguliere camping mogelijk te maken. Daartoe wijzigt het plan de bestemming van het perceel aan de Zittard 41-43 van "Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden" naar "Recreatie - Kampeerterrein" en "Groen - Landschappelijke inpassing". De bestaande minicamping (25 kampeerplaatsen en 3 trekkershutten/lodges) wordt volgens het plan uitgebreid met 55 standplaatsen, waardoor er in totaal ruimte is voor 83 standplaatsen. In het zuidoosten worden op een afzonderlijk ingericht gedeelte 10 chalets van maximaal 70 m2 geplaatst en op het overige gedeelte in het zuiden komen 45 kampeerplaatsen. In een van de bestaande bedrijfsgebouwen komen minimaal 10 appartementen van maximaal 45 m2 voor toeristische verhuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5233
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202202661/1/R2

202203164/1/R2

Bij besluit van 29 december 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [appellante sub 2] een vergunning verleend als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor het wijzigen van een veehouderij aan de [locatie 1] in Valkenswaard. [appellante sub 2] exploiteert een melkvee- en varkensbedrijf aan de [locatie 1] in Valkenswaard. Het bedrijf ligt op ongeveer 290 meter van het Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide en De Plateaux. [appellant sub 1] woont tegenover het bedrijf aan de [locatie 2] in Valkenswaard. [wederpartij sub 2] is eigenaar van de woning [locatie 3]. Deze procedure is het vervolg op de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1702, waarbij het besluit van het college van 20 maart 2017 tot verlening van de natuurvergunning werd vernietigd. De vergunning werd vernietigd omdat die geen betrekking had op het beweiden van het melkvee, terwijl uit de vergunning voor het houden van vee in de stallen kon worden afgeleid dat het melkvee zou worden beweid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5251
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203164/1/R2

202203466/1/A3

Bij besluit van 17 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Teylingen, na een verzoek van [appellant] daartoe, documenten geheel of gedeeltelijk openbaargemaakt. Op 6 november 2019 heeft [appellant] het college op grond van de Wet openbaarheid van bestuur verzocht om openbaarmaking van alle correspondentie, waaronder in ieder geval e-mails briefwisselingen en gespreksverslagen, over het Ondernemersfonds Teylingen tussen: - voormalig Wethouder Brekelmans en Steenbergen Advocaten over het OFT en de Teylinger Ondernemers Vereniging; - leden van het college, het OFT en de TOV tot op heden; - leden van het college onderling over het OFT en de TOV; - het college en de raad van Teylingen over de TOV en het OFT; - voormalig Wethouder Brekelmans, de TOV en het OFT. Met het besluit van 17 juli 2020 heeft de burgemeester een aantal documenten geheel of gedeeltelijk openbaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5250
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202203466/1/A3

202204259/1/R4

Bij besluit van 28 april 2022 heeft de raad van de gemeente Bronckhorst het bestemmingsplan "Landelijk gebied: Veegplan 2022-1A" vastgesteld. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Het voorliggende plan betreft een zogenoemd ‘veegplan’, waarin diverse nieuwe ontwikkelingen en ambtshalve aanpassingen van het geldende bestemmingsplan voor het buitengebied zijn gebundeld. Het plangebied betreft dan ook niet één, samenhangend gebied, maar ruim 30 individuele locaties. Voor deze procedure is van belang dat het plan ook betrekking heeft op de gronden aan de Beckenstraat 1 in Vierakker, die eigendom zijn van Natuurmonumenten. Deze locatie maakt onderdeel uit van het landgoed Hackfort - eveneens eigendom van Natuurmonumenten - en op deze locatie was een melkveehouderij gevestigd. In het plan wordt de agrarische bestemming gewijzigd om de bouw van twee nieuwe woningen mogelijk te maken, waarbij de bestaande historische boerderij en bijbehorende schuur worden behouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5229
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202204259/1/R4

202204698/1/A3

Bij besluit van 14 mei 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan de rederij een bestuurlijke boete opgelegd van € 3.000,00. De rederij biedt logistieke en maritieme diensten voor transport over binnenwateren, langs de kust en over zee. Zij beschikt over verschillende duwbakken, duwboten en schepen. De minister heeft op 14 mei 2020 een boete opgelegd aan de rederij wegens overtreding van de Binnenvaartwet en de daarop berustende regelgeving. Hij heeft hieraan het volgende ten grondslag gelegd. Op 9 december 2019 is door een toezichthouder van de politie Landelijke Eenheid een controle uitgevoerd op de naleving van onder meer de Binnenvaartwet aan boord van een hecht samenstel bestaande uit de [duwboot] met [duwbak]. Van deze controle is op 15 december 2019 een boeterapport opgemaakt. In het boeterapport is opgenomen dat het schip voer in exploitatiewijze A2 en dat op het moment dat de controle plaatsvond al 28 uur was gevaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5171
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202204698/1/A3

202204702/1/A3

Bij besluit van 15 april 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan de rederij een last onder dwangsom opgelegd. De rederij biedt logistieke en maritieme diensten voor transport over binnenwateren, langs de kust en over zee. Zij beschikt over verschillende duwbakken, duwboten en schepen. De minister heeft op 15 april 2020 een last onder dwangsom opgelegd aan de rederij. Hij heeft hieraan het volgende ten grondslag gelegd. Op 25 april 2019 is door een toezichthouder van de Inspectie Leefomgeving en Transport een controle uitgevoerd op de naleving van de Binnenvaartwet en de daarop berustende regelgeving aan boord van een hecht samenstel, bestaande uit [duwboot] met daarvoor twee gekoppelde vrachtduwbakken [duwbak A] en [duwbak B]. Op 31 maart 2020 is hiervan een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. In dit proces-verbaal is opgenomen dat de [duwboot] op het moment van controle 30 uur en 20 minuten had gevaren en dat de [duwboot] in deze periode nergens stil heeft gelegen om de verplichte aaneengesloten rust van zes uur in een periode van 24 uur op een stilliggend schip te kunnen genieten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5249
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204702/1/A3

202204934/1/R3

Bij besluit van 18 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Noordenveld het bestemmingsplan "Langewijk naast 9" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van twee vrijstaande woningen mogelijk op gronden ten oosten van het perceel Langewijk 9 in Nieuw-Roden. Om de bouw van de woningen mogelijk te maken heeft de raad toepassing gegeven aan de zogenoemde ruimte-voor-ruimte regeling van de provincie. Het plan ziet ook op de vier percelen aan de Langewijk 9 in Nieuw-Roden, Poolswijk 12 en 13 in Nieuw-Roden en Noordseveldweg 4 in Norg, waar in ruil voor de bouw van de twee vrijstaande woningen bebouwing is of zal worden gesloopt. [appellant sub 2] woont aan [locatie 1] in Zevenhuizen en is daarnaast eigenaar van het perceel [locatie 2] in Nieuw-Roden, dat tegenover het plangebied ligt. [appellant sub 1] woont naast het plangebied op het perceel [locatie 3]. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan, onder meer omdat zij vinden dat de provinciale ruimte-voor-ruimteregeling niet juist is uitgelegd en toegepast en omdat de bestemmingsplanprocedure niet zorgvuldig is doorlopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5248
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202204934/1/R3

202205345/1/R3

Bij besluit van 22 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning en een bijgebouw en de aanleg van een uitrit op het perceel [locatie] in Nieuwveen. Het college heeft aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning met bijgebouw en de aanleg van een uitrit op het perceel [locatie] in Nieuwveen. [wederpartij A] en [wederpartij B] wonen op het naastgelegen perceel en kunnen zich niet verenigen met het besluit van het college om de omgevingsvergunning aan [vergunninghouder] te verlenen en hebben daarom beroep ingesteld tegen het besluit. De rechtbank heeft hun beroep gegrond verklaard omdat het bouwplan, voor zover het betrekking heeft op het bijgebouw, volgens de rechtbank in strijd is met het bestemmingsplan. Het college is het niet eens met dit oordeel van de rechtbank. Daarom heeft het college hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5247
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205345/1/R3

202207426/1/R2

Bij besluit van 6 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning op het perceel [locatie 1] in Heeze. Het perceel van [appellant], [locatie 2] in Heeze, grenst aan het perceel waar de omgevingsvergunning voor de bouw van de woning op ziet. [appellant] kan zich niet met de vergunning verenigen. Vooral niet omdat het besluit naar hij stelt heeft geleid tot wateroverlast op zijn perceel. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard en is daarbij ingegaan op de verschillende beroepsgronden, waaronder die over het aspect wateroverlast. Op de zitting in hoger beroep heeft [appellant] medegedeeld dat de hoger beroepsgronden die handelen over andere zaken dan de gestelde wateroverlast, in hoger beroep komen te vervallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5221
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207426/1/R2

202300235/1/R4

Bij besluit van 16 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning op het perceel Pionierskwartier fase 2, kavel 5 in Veenendaal. Op 7 april 2021 heeft [vergunninghouder] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een woning op het perceel Pionierskwartier fase 2, kavel 5, op het adres [locatie 1] in Veenendaal. [appellante] woont dichtbij het perceel op het adres [locatie 2] in Veenendaal. Bij besluit van 16 juli 2021 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning voor ‘het bouwen van een bouwwerk’, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, verleend. Het college heeft het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar bij besluit van 16 december 2021 ongegrond verklaard. [appellante] heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat wat door [appellante] in beroep is aangevoerd geen betrekking heeft op het wettelijke toetsingskader in artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo, waaraan de aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden getoetst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5245
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300235/1/R4

202300308/1/A2

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de aanvraag van de SIEKC voor bekostiging van een nieuwe bijzondere basisschool afgewezen. Op 27 oktober 2021 heeft de SIEKC een aanvraag ingediend om een nieuwe bijzondere basisschool voor bekostiging in aanmerking te brengen. In de aanvraag is vermeld dat de bijzondere basisschool gevestigd wordt in de gemeente Waalre, met de naam Integraal Educatief Kind Centrum De Gelukstuin. Bij besluit van 30 mei 2022 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de aanvraag van de SIEKC afgewezen. De minister heeft daarvoor verwezen naar het op 23 maart 2022 aan hem uitgebrachte en in het besluit overgenomen negatieve advies van de Inspectie. Volgens de Inspectie voldoet de aanvraag niet aan de verplichtingen, zoals bedoeld in artikel 74, tweede lid en onder b, van de Wet op het Primair Onderwijs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5246
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202300308/1/A2

202300389/1/A3

Bij besluit van 19 november 2021 heeft de burgemeester van Vlaardingen een door [appellant] verbeurde dwangsom ingevorderd. De burgemeester heeft [appellant] bij besluit van 8 september 2021 een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2.87 van de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019. Omdat de burgemeester het op grond van een rapportage van de politie aannemelijk acht dat [appellant] op 7 oktober 2021 opnieuw deze bepaling heeft overtreden, heeft [appellant] een dwangsom verbeurd van € 10.000. De burgemeester heeft [appellant] bij besluit van 8 september 2021 een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2.87 van de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019. Omdat de burgemeester het op grond van een rapportage van de politie aannemelijk acht dat [appellant] op 7 oktober 2021 opnieuw deze bepaling heeft overtreden, heeft [appellant] een dwangsom verbeurd van € 10.000. In de besluitvorming gaat het om de invordering van dit bedrag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5237
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300389/1/A3

202300696/1/A2

Bij besluit van 3 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Castricum de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is woonachtig in [wooncomplex] dat deels bestaat uit (reguliere) sociale huurwoningen en deels een woonzorgcentrum voor ouderen is. [appellant] wil graag verhuizen omdat hij de woning, gezien zijn leeftijd (29 jaar ten tijde van de aanvraag), niet passend vindt voor hem. Hij ervaart veel stress van het samenwonen met ouderen en stelt dat hij gepest wordt. Dit uit zich naar eigen zeggen in klachten zoals onder meer nachtmerries, paniekaanvallen en depressieve gevoelens. Het college heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen. Het college stelt zich op het standpunt dat [appellant] niet voldoet aan de in artikel 11a van de Huisvestingsverordening gemeente Castricum 2019 genoemde criteria voor een urgentieverklaring op grond van een medische/sociale indicatie. Ook heeft het college geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5269
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300696/1/A2

202301207/1/R1

Bij besluit van 10 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren het wijzigingsplan "[locatie 1]" vastgesteld. Op het perceel aan de [locatie 1] was voorheen een glastuinbouwbedrijf gevestigd. Op het perceel staan een voormalige agrarische bedrijfswoning met daarachter een schuur. Achter op het perceel stond een kas van 1.600 m² die inmiddels is gesloopt. De eigenaar van het perceel, [partij], wil de voormalige agrarische bedrijfswoning als burgerwoning gebruiken en een tweede woning realiseren ter plaatse van een gedeelte van de gesloopte kas. Op grond van het bestemmingsplan "Horstermeer" (hierna: het moederplan) had het perceel de bestemming "Agrarisch". Het moederplan voorziet in artikel 3.7.1 van de planregels in de mogelijkheid om de bestemming "Agrarisch" onder voorwaarden te wijzigen in de bestemming "Wonen". Met het wijzigingsplan heeft het college de bestemming van het voorste gedeelte van het perceel gewijzigd naar "Wonen". Daarmee wordt het gebruik van de voormalige agrarische bedrijfswoning als burgerwoning toegestaan en mag een tweede woning worden gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5235
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202301207/1/R1

202301375/1/A2

Bij besluit van 1 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen de aanvraag voor een vergunning voor het omgezet houden van een zelfstandige woning in vijf onzelfstandige woonruimten ten behoeve van kamerbewoning, afgewezen. [wederpartij] is eigenaar van een bovenwoning aan de [locatie] in Groningen. [wederpartij] stelt dat hij sinds 2005 de vijf kamers in de woning aan vijf verschillende personen verhuurt. Op 19 februari 2020 heeft er een controle plaatsgevonden, waaruit blijkt dat [wederpartij] niet over een vergunning beschikt om zijn woning te verhuren. Hij heeft vervolgens op 23 juni 2021 een vergunning aangevraagd voor het omzetten van een woning voor kamerverhuur. Omdat deze vergunning alleen in uitzonderingsgevallen wordt verleend, namelijk als een pand aan alle (vier) kanten is ingesloten door kamerverhuurpanden en daarvan geen sprake is, is de vergunning niet verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5263
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301375/1/A2

202302242/1/A2

Bij besluit van 10 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam een aangepaste vergunning verleend voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte naar vier onzelfstandige woonruimten ten behoeve van kamerbewoning aan de [locatie A]. PEC Apricot S.a.r.l. is eigenaar van het pand aan de [locatie A] in Amsterdam. Op 16 maart 2020 is er door [naam eigenaar] - eigenaar van PEC Apricot S.a.r.l. - een vergunning aangevraagd om deze woning om te zetten van één zelfstandige woonruimte naar drie onzelfstandige woonruimten. [wederpartij] woont sinds 2003 aan de [locatie B] in Amsterdam en is het niet eens met de verlening van deze vergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5259
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302242/1/A2

202302893/1/A3

Bij uitspraak van 29 maart 2023 heeft de rechtbank Oost-Brabant zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep van [appellant] over een mogelijke schending van de Algemene Verordening Gegevensbescherming in een procedure bij de belastingrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant over zijn belastingaanslag over het jaar 2018. Tijdens een procedure over zijn belastingaanslag bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft [appellant] op grond van de artikelen 15 en 16 van de AVG verzocht om inzage in zijn belastingdossier. Bij uitspraak van 30 mei 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2892, heeft de belastingrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant beslist op het beroep van [appellant] tegen die belastingaanslag. De belastingrechter heeft bij die uitspraak het beroep, voor zover dat ziet op een mogelijke schending van de Algemene verordening gegevensbescherming, doorgezonden aan de algemene bestuursrechter van de rechtbank Oost-Brabant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5225
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202302893/1/A3

202302917/1/R4

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Woerden het bestemmingsplan "Hof van Harmelen" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van maximaal 96 woningen mogelijk aan de noordrand van Harmelen. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de Tuinderij en aan de oostzijde aan de bebouwing van de Schoollaan en de Ambachtsheerelaan. De west- en noordzijde worden begrensd door een watergang. Ten westen van de watergang en dus van het plangebied zijn verder woningen aan de Meerkoet en de Reiger gelegen. Ten noorden van het plangebied zijn twee bedrijven gevestigd. De vereniging komt volgens haar statuten op voor het woon- en leefklimaat van omwonenden van het plangebied. Zij verzet zich met name tegen het plan omdat zij wateroverlast en een verslechtering van de verkeerssituatie vreest. Haar beroepsgronden zijn gericht tegen het bestemmingsplan, waarbij een vernietiging van het besluit van de raad zou moeten leiden tot een vernietiging van de besluiten van het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5231
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202302917/1/R4

202303088/1/A2

Bij besluit van 2 mei 2019 heeft het college voor promoties van Wageningen University and Research de doctorsgraad van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op 1 februari 2013 aan de Wageningen University and Research als promovendus aangesteld en gestart met zijn promotieonderzoek. Op 24 februari 2018 heeft [co-promovendus], co-promovendus van [appellant], een congres in de Verenigde Staten bezocht. Daar is hij in contact gekomen met [onderzoeker 1] en [onderzoeker 2], op dat moment twee onderzoekers van het Barnard College en Holyoke College, die een working-paper presenteerden waarin zij aan de hand van dezelfde data als door [appellant] in zijn promotieonderzoek gebruikt het verband tussen regenval en aantallen gevangenen probeerden aan te tonen. Uit het working-paper volgde een ander verband dan waartoe [appellant] & [co-promovendus] in een eerder onderzoek concludeerden. Het CvB heeft op 17 april 2019 vastgesteld dat [appellant] in hoofdstukken 2, 3, 4 en 5 de wetenschappelijke integriteit heeft geschonden. In het besluit van 2 mei 2019 heeft het CvP de doctorsgraad van [appellant] ingetrokken. De Afdeling geeft in deze uitspraak een oordeel over de rechtmatigheid van de intrekking van de doctorsgraad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5265
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202303088/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202303088/1/A2

202303109/1/R2

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch het bestemmingsplan "Kloosterstraat Johanneshof Nuland" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een appartementengebouw met 24 appartementen mogelijk. Het plangebied is gelegen in het noorden van Nuland. De appartementen zijn bedoeld voor de sociale huur, in het bijzonder voor starters en senioren. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] wonen aan de [locatie 1]. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 2]. Zij vinden het gebouw niet passend in een dorpse omgeving en vrezen dat hun woon- en leefklimaat onevenredig wordt aangetast. Ook vrezen zij voor een verslechtering van de verkeersveiligheid. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] betogen dat de inspraak over het bestemmingsplan onvoldoende is geweest. De projectleider van de woningbouwvereniging heeft hen bezocht om hun bezwaren te bespreken, maar dit heeft niet geleid tot de door hen gewenste aanpassingen van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5224
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202303109/1/R2

202303472/1/A2

Bij besluit van 31 juli 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorg- en huurtoeslag van [appellante] over het jaar 2020 definitief vastgesteld op € 722,- onderscheidenlijk nihil. Daarnaast zijn de te veel betaalde voorschotten van € 529,- aan zorgtoeslag en € 2.653,- aan huurtoeslag teruggevorderd. [appellante] heeft voorschotten zorg- en huurtoeslag over 2020 ontvangen. De voorschotten zijn gebaseerd op een geschat toetsingsinkomen van € 16.815,-. De Belastingdienst/Toeslagen heeft op 10 juni 2021 een melding uit de Basisregistratie Inkomen ontvangen dat het verzamelinkomen van [appellante] over 2020 € 25.328,- bedroeg. Dit bedrag omvat mede een vergoeding van € 5.884,11 op grond van een beëindigingsovereenkomst van [appellante]’ voormalige werkgever [werkgever], en een bedrag van € 1.781,59 aan door [werkgever] uitbetaald Persoonlijk Budget Levensfase en vakantie-uren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5262
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202303472/1/A2

202303612/1/R1

Bij besluit van 6 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor het uitvoeren van saneringswerkzaamheden op het perceel [locatie] te Haler vastgesteld op € 70.378,95 en deze kosten geheel op [appellant] verhaald. [appellant] is eigenaar van het perceel. Op 10 juni 2017 heeft een zogenoemd ondermijningsteam van de eenheid van de politie Oost-Brabant een drugslaboratorium aangetroffen in de voormalige varkensstal op het perceel. Bij besluit van 20 maart 2019 heeft het college aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd wegens overtreding van artikel 13 van de Wet bodembescherming. Het college stelt zich in dit besluit op het standpunt dat uit analyse van monsters naar de samenstelling van de inhoud van de gierkelders onder de voormalige varkensstal blijkt dat deze drugsgerelateerde stoffen bevat en dat de bodem op het perceel is verontreinigd met drugsafval. [appellant] is gelast om voor 3 april 2019 het drugsafval in zijn inrichting te laten verwijderen door een erkend afvalverwijderaar en het bewijs hiervan aan het college te verstrekken en om bodemonderzoek te laten verrichten naar de bodemverontreiniging en daar waar nodig het verontreinigde deel te laten saneren en het college in kennis te stellen van het rapport voordat er gesaneerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5255
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303612/1/R1

202303710/1/R1

Bij besluit van 29 september 2021 heeft het college aan Rembrandt Propco VIII B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de appartementen aan het Sarphatipark 88-Hs en 90-Hs. Rembrandt Propco is eigenaar van de panden op de percelen aan het Sarphatipark 88 en 90. De aanvraag heeft betrekking op de appartementen Sarphatiepark 88-Hs en 90-Hs, gelegen op begane grond en eerste verdieping van die panden. Het college heeft bij besluit van 29 september 2021 een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo, aan Rembrandt Propco verleend voor het per appartement verdiepen en uitbreiden van de kelder, het realiseren van vier koekoeken, het uitvoeren van funderingsherstel en het realiseren van een uitbouw aan de achtergevel met daarop een dakterras. [appellant A] en [appellant B] zijn rechthebbenden van de appartementsrechten in het gebouw aan het Sarphatipark 92 en zijn leden van de VvE. Het perceel aan het Sarphatipark 92 grenst aan de noordoostzijde aan het perceel aan het Sarphatipark 90. [appellant C] en [appellant D] zijn de eigenaars en bewoners van het pand aan het [locatie A].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5239
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303710/1/R1

202303796/1/R1

Bij besluit van 20 april 2023 heeft de raad van de gemeente Gulpen-Wittem het bestemmingsplan "Overgeul (ong.) te Mechelen" vastgesteld. Het plan maakt het mogelijk dat op het perceel aan de Overgeul ong., kadastraal bekend gemeente Witten - sectie M - nummer 344, een woning wordt gebouwd. Op grond van de voorheen geldende bestemmingsplannen "Gulpen-Wittem buitengebied" en "Buitengebied reparatie 2011" had het perceel de bestemming "Agrarisch-Bedrijf". Op het perceel staan twee gebouwen die zullen worden gesloopt. Het perceel ligt schuin tegenover het perceel aan de [locatie 1]. Op dit perceel en de naastgelegen percelen aan de [locatie 2] tot en met [locatie 3] exploiteert de familie [partij] een agrarisch bedrijf met een boerderijcamping en groepsaccommodaties. Op het perceel aan de [locatie 1] staat een bedrijfswoning. De zoon van [partij] zal het bedrijf in de toekomst overnemen en in de bedrijfswoning gaan wonen. [partij] zal dan in de woning die met het plan mogelijk wordt gemaakt gaan wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5232
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202303796/1/R1

202303989/1/R1

Bij besluit van 9 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beesel het wijzigingsplan "Bedrijventerrein Roversheide" vastgesteld. Het voorliggende wijzigingsplan heeft betrekking op de uitbreiding van het bedrijventerrein Roversheide dat ligt aan de zuidzijde van de kern Reuver in de gemeente Beesel. Het plangebied ligt ten zuiden van het bestaande bedrijventerrein en ten oosten van de [locatie 1]. Gebruik is gemaakt van de in artikel 39.8 van de regels van het bestemmingsplan "Bebouwde gebieden, veegplan 2019" opgenomen wijzigingsbevoegdheid. In totaal worden vier bedrijfskavels gerealiseerd met per kavel een omvang van ruim 8.000 m² tot 30.000 m². Het bedrijventerrein zal voornamelijk ruimte bieden aan lokale bedrijven met een maximale milieucategorie van 3.2. [appellant] en anderen wonen direct tegenover het plangebied. Zij vrezen onder meer voor geluidhinder als gevolg van de verkeerstoename op de [locatie 1] en aantasting van hun uitzicht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5223
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202303989/1/R1

202303994/1/A2

Bij besluit van 8 januari 2022 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag over het jaar 2020 definitief vastgesteld op nihil en € 737,00 aan uitbetaalde voorschotten en € 15,00 aan rente teruggevorderd. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 8 januari 2022 vastgesteld dat [appellant] over het jaar 2020 ten onrechte zorgtoeslag heeft ontvangen. Hierop heeft de Dienst Toeslagen € 752,00 (€ 737,00 aan uitbetaalde voorschotten en € 15,00 aan rente) van hem teruggevorderd. Niet in geschil is dat hij in 2020 geen recht had op zorgtoeslag. Het geschil spitst zich toe op de berekening van het teruggevorderde bedrag. [appellant] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank. Hij betoogt dat de totstandkoming van het terug te vorderen bedrag nog steeds onvoldoende is gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5272
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202303994/1/A2

202304275/1/R4

Bij besluit van 28 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorst aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de woning op het adres [locatie 2] in Klarenbeek. Op het perceel met de adressen [locatie 2] en [locatie 1] zijn twee aan elkaar grenzende panden aanwezig. De panden hebben een eigen ingang. [vergunninghouder] woont in het pand op het adres [locatie 1]. [appellant] woont in het aangrenzende pand op het adres [locatie 2]. [appellant] heeft het college op 9 september 2020 verzocht om handhavend op te treden tegen het gebruik van het pand [locatie 1] als zelfstandige woning. [vergunninghouder] heeft op 24 maart 2021 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de verbouwing van zijn woning op het adres [locatie 1]. Bij besluit van 28 juni 2021 heeft het college aan [vergunninghouder] de gevraagde omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5227
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304275/1/R4

202304588/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs de aanvraag van de Stichting Ceder Groep om een cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs in aanmerking te brengen voor bekostiging, afgewezen. De Stichting Ceder Groep is het bevoegd gezag van meerdere scholengemeenschappen in het voortgezet onderwijs op christelijke grondslag, waaronder het Hermann Wesselink College in Amstelveen. Op het HWC wil zij, naast regulier Nederlandstalig onderwijs, bekostigde cursussen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs aanbieden. De Stichting Esprit heeft beroep ingesteld tegen de toewijzing van de aanvraag van de Stichting Ceder Groep, omdat zij vreest voor de gevolgen voor de door haar aangeboden cursussen IGVO. De Stichting Esprit betwist daartoe primair dat de minister redelijkerwijs kon aannemen dat de cursus IGVO aan het HWC door voldoende leerlingen zal worden bezocht en dat het aanbod daarvan past binnen het uitgangspunt van een evenwichtige landelijke spreiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5264
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202304588/1/A2

202304795/1/A2

Bij besluiten van 5 mei 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag en huurtoeslag van [appellant] over de jaren 2014, 2015 en 2016 herzien en vastgesteld op nihil. Daarnaast zijn de te veel betaalde voorschotten teruggevorderd, in totaal een bedrag van € 6.516,-. [appellant] heeft voor de jaren 2014, 2015, en 2016 voorschotten zorgtoeslag en huurtoeslag ontvangen. Bij besluiten van 7 augustus 2015, 8 juli 2016 en 14 juli 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag en huurtoeslag van [appellant] over deze jaren definitief vastgesteld. Deze vaststellingen zijn gebaseerd op een toetsingsinkomen van onderscheidenlijk € 13.111,-, € 13.228,- en € 13.406,-. Op 30 maart 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen meldingen uit de Basisregistratie Inkomen ontvangen dat [appellant] over de jaren 2014 tot en met 2016 een grondslag sparen en beleggen heeft. Deze grondslag bedroeg € 89.697,- in 2014, € 94.891,- in 2015 en € 93.285,- in 2016.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5266
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304795/1/A2

202305171/1/R1

Bij besluit van 16 maart 2021 heeft het college een omgevingsvergunning aan Lingedelta Vastgoed B.V. verleend voor het bouwen van een toeristisch overstappunt (TOP) met kleinschalige horeca, het aanleggen van omliggende infrastructuur, het aanbrengen van reclame en het aanleggen van een uitweg ter plaatse van Medelsestraat 3 in Echteld. [appellant A] en appellanten [appellante B] en andere vormen een groep die bestaat uit vier appellanten, die samen hoger beroep hebben ingesteld. De appellanten zijn te onderscheiden in [appellant A] die verderop aan de Medelsestraat woont en drie vennootschappen die betrokken zijn bij een aan de [locatie] te Tiel gelegen bemand tankstation. Op 25 juli 2019 heeft Lingedelta een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend bij het college voor de nieuwbouw van het TOP en omliggende infrastructuur in de oksel van de Medelsestraat en De Diepert te Echteld, plaatselijk bekend als Medelsestraat 3. Ten oosten van de locatie bevindt zich een onbemand Shell tankstation. Dat station en het TOP bevinden zich op korte afstand van de Rijksweg A15.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5230
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305171/1/R1

202305324/1/A2

Bij besluit van 17 juli 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorg- en huurtoeslag van [appellant] over 2020 definitief vastgesteld op nihil. Daarnaast zijn de te veel betaalde voorschotten zorg- en huurtoeslag van € 1.252,- onderscheidenlijk € 2.313,- teruggevorderd. [appellant] heeft voorschotten zorg- en huurtoeslag over 2020 ontvangen. De voorschotten zijn gebaseerd op een geschat toetsingsinkomen van € 18.252,-. De Belastingdienst/Toeslagen heeft op 26 mei 2021 een melding uit de Basisregistratie Inkomen ontvangen dat het verzamelinkomen van [appellant] over 2020 € 32.154,- bedroeg. Dit bedrag omvat mede een transitievergoeding van € 13.784,82 (bruto), die hij heeft ontvangen omdat zijn arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is beëindigd. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij het besluit van 17 juli 2021 de zorg- en huurtoeslag van [appellant] over 2020 definitief vastgesteld op nihil, omdat het inkomen van [appellant] in dat jaar te hoog was om voor die tegemoetkomingen in aanmerking te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5261
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202305324/1/A2

202305421/1/V2

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 26 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van de vreemdeling te hebben gewijzigd. De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum 1]. Hiervan uitgaande was hij minderjarig op het moment van de door hem ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: de asielaanvraag). De minister heeft na leeftijdsschouwen door de AVIM en de Immigratie- en Naturalisatiedienst en een treffer in Eurodac de registratie van de geboortedatum van de vreemdeling gewijzigd naar [geboortedatum 2]. Hiervan uitgaande was de vreemdeling meerderjarig op het moment van de asielaanvraag. Van die wijziging heeft de minister op 26 juli 2022 de kennisgeving verzonden naar de AVIM met afschrift aan de vreemdeling. De vreemdeling heeft diezelfde dag daartegen bezwaar gemaakt. Bij beantwoording van de vraag of de kennisgeving van de minister een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, is bepalend of de kennisgeving gericht is op een rechtsgevolg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5256
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305421/1/V2

202305819/1/A2

[appellanten] hebben op 12 april 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag van 14 december 2022 voor urgentie in het kader van de PACT-uitstroomregeling. Bij besluit van 28 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem de aanvraag afgewezen. Aan de orde is de vraag of de rechtbank terecht het verzoek van [appellanten] om veroordeling van de college in de proceskosten op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht heeft afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5260
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202305819/1/A2

202306264/1/R3

Bij besluit van 3 december 2020 heeft het college Keizerrijk B.V. onder oplegging van een last onder dwangsom gelast om het gebruik van het binnenterrein achter het perceel Vijzelstraat 75 in Den Haag als parkeervoorziening te beëindigen. Keizerrijk B.V. heeft op 16 juli 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van vier woningen op het perceel Marcelisstraat 73 in Den Haag. Het college heeft deze omgevingsvergunning bij besluit van 16 november 2018 afgewezen omdat niet aan de parkeereis werd voldaan. In bezwaar heeft Keizerrijk B.V. aangegeven dat zij op het binnenterrein achter het perceel Vijzelstraat 75 in Den Haag zes parkeerplaatsen zou realiseren om in de parkeerbehoefte van deze woningen te voorzien. Vervolgens heeft het college de aangevraagde omgevingsvergunning bij besluit van 22 januari 2019 alsnog verleend. Op 5 oktober 2020 is er bij de Haagse pandbrigade een anonieme melding binnengekomen over het slopen van gebouwen op het binnenterrein. Naar aanleiding van deze melding heeft het college tijdens verschillende bezoeken aan het perceel geconstateerd dat op het perceel een parkeerterrein gerealiseerd werd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5240
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306264/1/R3

202306595/1/A2

Bij besluit van 8 november 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas het verzoek van Recreatiepark Breebronne B.V. (hierna: Breebronne), Beleggingsmaatschappij De Ruige Hoek Maasbree B.V. en [bedrijf] (hierna: de Holding) om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Breebronne exploiteerde ten tijde van belang het recreatiepark Breebronne, gelegen in het gebied Siberië tussen Maasbree en Venlo. Het recreatieterrein heeft een oppervlak van ruim 35 ha. Centraal in het gebied ligt een waterplas van circa 3 ha, met aan de zuidoostelijke kant een strand. Ten (noord)westen van de waterplas stonden 203 chalets, waarvan de opstal in eigendom was van derden. Ten noordoosten en ten zuidwesten van de waterplas waren circa 300 toeristische staanplaatsen gelegen, evenals een tentenveld. Op het recreatieterrein waren naast de receptie, twee sanitairgebouwen, een parkeerterrein, een winkel en een restaurant onder meer nog een subtropisch zwembad, een aantal speel- en sportweiden en een hondenuitlaatweide aanwezig. Voorts was op een afgescheiden deel ten noorden van de waterplas huisvesting voor arbeidsmigranten gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5244
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306595/1/A2

202307150/1/A2

Bij besluit van 21 januari 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor de door [appellante] verleende rechtsbijstand voor de toevoeging met [kenmerk] vastgesteld op € 661,86. In 2016 heeft [appellante] rechtsbijstand verleend in een hoger beroepsprocedure. Het hoger beroep was ingesteld tegen de afwijzing van een verzoek om toekenning van een dwangsom in verband met het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van een rechtzoekende. [appellante] heeft deze rechtsbijstand gedeclareerd bij de raad onder de op de toevoeging vermelde zaakcode B010, wat een algemene code is voor bestuursrechtelijke rechtsproblemen. De raad heeft bij het besluit van 21 januari 2022 een vergoeding toegekend op basis van vijf punten, waarbij de raad de zaakcode V043 heeft gehanteerd. De puntentoekenning, en daarmee de hoogte van het te ontvangen bedrag, is op basis van deze code lager dan op basis van code B010. De raad heeft ter motivering van de gehanteerde zaakcode verwezen naar de ‘Werkinstructie Wet dwangsom’ waarin is vermeld dat een toevoeging die betrekking heeft op de Wet dwangsom altijd wordt verstrekt met de zaakcode van de hoofdzaak die eronder ligt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5271
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202307150/1/A2

202400176/1/R4

Bij besluit van 23 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum aan Stichting Woonzorg Nederland een omgevingsvergunning verleend voor het vervangen van het complex St. Carolus op het adres Bosdrift 96 in Hilversum door twee nieuwe gebouwen en voor het vellen van bomen. Stichting Woonzorg Nederland heeft op 28 december 2020 een aanvraag ingediend om het bestaande verzorgingstehuis St. Carolus op het perceel Bosdrift 96 in Hilversum te vervangen door nieuwbouw. Het nieuwe woon-zorgcomplex zal bestaan uit twee gebouwen, aangeduid in het bouwplan als gebouw A en B. Gebouw A is een gebouw met 32 aanleunwoningen en gebouw B is een gebouw met 100 zorgkamers en een ondergrondse parkeergarage. Gebouw B bevat de hoofdingang van het complex. De aanvraag wijzigt onder meer de hoogte van de twee gebouwen en verandert de kapvorm van de daken van een hellend naar een plat dak ten opzichte van het oude verzorgingstehuis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5243
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400176/1/R4

202400215/1/R1

Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Heerlen het bestemmingsplan "Herontwikkeling Giesen-Bautsch" vastgesteld. Het plan maakt de herstructurering van het winkelcentrum Giesen-Bautsch mogelijk. Binnen het plangebied liggen twee vlakken waar de bestemming "Gemengd" op rust. Het plan maakt daar twee gebouwen mogelijk. Het gebouw voorzien in het westen van het plangebied heeft een maximum bouwhoogte van 14,5 m en biedt ruimte voor een supermarkt en maximaal 41 woningen. In het oosten is een gebouw voorzien met een maximum bouwhoogte van 5 m waar onder meer detailhandel en horeca is toegestaan. [appellante] exploiteert een supermarkt op hemelsbreed ongeveer 300 m afstand ten zuiden van het plangebied. De loopafstand is circa 600 meter. Zij kan zich om verschillende redenen niet verenigen met het plan. Zij betwist het standpunt van de raad dat het plan niet meer oppervlakte aan detailhandel mogelijk maakt dan het vorige plan. [initiatiefnemer] is de initiatiefnemer van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5268
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202400215/1/R1

202400526/1/A2

Bij besluit van 5 september 2022 heeft de raad een aan [appellant A] uitbetaalde vergoeding voor door haar aan [appellant B] verleende rechtsbijstand, ingetrokken. Bij besluit van 20 mei 2019 heeft de raad aan [appellant A] een toevoeging verleend voor rechtsbijstand aan [appellant B] bij de behandeling van haar asielaanvraag. Deze toevoeging heeft kenmerk 5D00275. Op diezelfde datum heeft de raad aan [appellant A] voor exact dezelfde rechtsbijstand een tweede toevoeging verleend met kenmerk 5D00355. Beide toevoegingen hebben dezelfde zaakaanduiding V060 AA-procedure. Op 31 oktober 2019 heeft [appellant A] de door haar verrichte werkzaamheden op toevoeging met kenmerk 5D00275 gedeclareerd. De raad heeft op deze toevoeging op 21 november 2019 een vergoeding uitbetaald. Op 15 december 2019 heeft [appellant A] de door haar verrichte werkzaamheden op toevoeging 5D00355 gedeclareerd. De raad heeft op deze toevoeging op 8 januari 2020 een vergoeding uitbetaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5270
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202400526/1/A2
vorige pagina1...616263...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon