Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 103.228
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202207271/1/A2

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp de aan DCH Energy verleende subsidie vastgesteld op € 12.500,00 en een bedrag van 612.500,00 aan onverschuldigd betaalde voorschotten van DCH Energy teruggevorderd. Op 9 maart 2014 heeft DCH Energy subsidie op grond van het Private Sector Investeringsprogramma aangevraagd voor het project "Production of Solar LED Lanterns in Ethiopia". Het project wordt uitgevoerd met de lokale Ethiopische partner Alphasol Modular Energy plc. Bij een besluit van 8 augustus 2014 heeft de minister aan DCH Energy subsidie voor dit project verleend van maximaal € 750.000,00. Het besluit bepaalt dat de resultaten van het project pas zijn behaald als alle deelresultaten zijn behaald. DCH Energy moet periodiek rapporteren over de gerealiseerde activiteiten en kosten. Ook moet zij vertragingen of het niet kunnen voldoen aan de verplichtingen tijdig schriftelijk melden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2172
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202207271/1/A2

202300260/1/A3.

Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het vellen van een houtopstand afgewezen. Op grond die in eigendom is van [appellant] zijn houtopstanden geveld, zonder dat daarvan vooraf melding is gedaan aan het college. Dit is in strijd met artikel 4.2, eerste lid, van de Wet Natuurbescherming. [appellant] heeft bij de gemeente een verzoek om handhaving ingediend dat ziet op verschillende activiteiten van [partij], als eigenaar van het naastgelegen perceel, op zijn grond. Hij verzoekt om het opleggen van dwangsommen om zo te bewerkstelligen dat zijn grond in de oude toestand wordt hersteld. Voor zover het gaat om het vellen van de houtopstand is dit verzoek doorgezonden aan het college, dat dit verzoek heeft afgewezen. In dit geschil is alleen de uitspraak van de rechtbank over deze afwijzing aan de orde. Het college heeft het verzoek afgewezen omdat handhaving geen doel dient, aangezien het vellen al heeft plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2173
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202300260/1/A3.

202300313/1/A2

Bij besluiten van 21 september en 17 september 2019 heeft de Dienst Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] over het jaar 2019 herzien naar € 99,00 en € 792,00 aan teveel uitbetaalde voorschotten teruggevorderd. [appellant] staat volgens de Basisregistratie personen samen met haar minderjarige kinderen ingeschreven op een adres in Zaandam. In de periode 1 januari 2019 tot 22 februari 2019 stond de meerderjarige zoon van [appellant] ook op dat adres ingeschreven. De nicht van [appellant] heeft van 31 januari 2019 tot 3 december 2019 eveneens op dat adres ingeschreven gestaan. De Dienst Toeslagen heeft de nicht van [appellant] in die laatstgenoemde periode aangemerkt als haar toeslagpartner. De Dienst Toeslagen heeft de zorgtoeslag van [appellant] voor het jaar 2019 herzien en definitief vastgesteld op € 678,00. [appellant] is het er niet mee eens dat haar nicht als toeslagpartner is aangemerkt. Zij is het er ook niet mee eens dat de Dienst Toeslagen, als gevolg van de omstandigheid dat haar nicht geen zorgverzekering had afgesloten hoewel zij daartoe wel verplicht was, haar voorschot zorgtoeslag naar beneden heeft bijgesteld en zij de te veel ontvangen voorschotten moet terugbetalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2176
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202300313/1/A2

202300827/1/A3

Bij besluit van 19 april 2021 is de burgemeester van Nissewaard overgegaan tot invordering van een dwangsom van € 5.000,00. Deze zaak gaat over de vraag of [wederpartij] op straat in Nissewaard heeft gehandeld in verdovende middelen. En daarmee of de burgemeester terecht is overgegaan tot invordering van de dwangsom omdat [wederpartij] artikel 2.74 van de Algemene Plaatselijke Verordening Nissewaard weer heeft overtreden. De rechtbank vond van niet. De burgemeester heeft bij besluit van 28 april 2020 een last onder dwangsom van € 5.000,00 opgelegd wegens overtreding van artikel 2:74 van de APV om te voorkomen dat [wederpartij] in de toekomst opnieuw een overtreding begaat. De last houdt in dat [wederpartij] zich niet binnen de gemeente Nissewaard op een openbare plaats mag ophouden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Dit besluit staat in rechte vast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2170
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300827/1/A3

202300848/1/A3

Bij besluit van 4 maart 2021 heeft de burgemeester van Nissewaard een dwangsom van € 5.000,- ingevorderd. Op 10 november 2020 heeft de burgemeester aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd van € 5.000,- per geconstateerde overtreding, met een maximum van € 20.000,-, om herhaling van overtreding van artikel 2:74 van de Algemene plaatselijke verordening Nissewaard te voorkomen. Op grond van die bepaling is het verboden om zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om in drugs te handelen.Het besluit is gebaseerd op de bestuurlijke rapportage van 17 december 2020, waaruit volgt dat politieambtenaren hebben vastgesteld dat [wederpartij] op 4 december 2020 zich op een openbare plaats heeft opgehouden met het kennelijke doel om in drugs te handelen, waarmee de Apv was overtreden. De burgemeester heeft vervolgens de dwangsom van € 5.000,- ingevorderd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [wederpartij] artikel 2:74 van de Apv heeft overtreden. Volgens de rechtbank blijkt uit de feiten en omstandigheden onvoldoende dat [wederpartij] zich in Nissewaard op straat ophield met het kennelijke doel om drugs te verhandelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2209
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300848/1/A3

202301533/1/R1

Bij besluit van 16 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor onder meer het transformeren van een monumentaal bedrijfspand tot vier appartementen op het perceel [locatie] in Utrecht. Op het perceel geldt het bestemmingsplan "Wilhelminapark, Buiten-Wittevrouwen" (hierna: het bestemmingsplan). Het pand heeft de bestemming "Gemengd - 3" en de dubbelbestemming "Waarde - Beschermd stadsgezicht". Op de bestemming "Gemengd - 3" zijn woningen toegestaan. [vergunninghouder] is eigenaar van het perceel. [appellant], die woont in de nabijheid van het perceel, kan zich hiermee niet verenigen. Hij vreest dat realisering van het bouwplan zal leiden tot nadelige parkeergevolgen voor de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2169
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301533/1/R1

202302015/1/A2

Bij besluit van 3 juni 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand aan [appellant] een vergoeding toegekend van € 1.314,65 voor door hem verrichte werkzaamheden in een civiele procedure. [appellant] heeft rechtsbijstand verleend in een huurgeschil, waarvoor hij een toevoeging heeft aangevraagd en gekregen. Na afloop van de verleende rechtsbijstand heeft hij de vergoedingsaanvraag ingediend. Daarin heeft hij vermeld dat de zaak een procedure betreft, maar dat de procedure is beëindigd voordat er een uitspraak is gedaan of een zitting is bijgewoond en dat hij vijftien volle uren aan rechtsbijstand aan de zaak heeft besteed. De rechtbank heeft geoordeeld dat de raad terecht en op goede gronden een vergoeding op basis van een advieszaak heeft toegekend. Een datum- en tijdbepaling van een kort geding is naar het oordeel van de rechtbank geen beslissing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Bvr, omdat geen oordeel wordt gegeven over een tussentijdse processuele verrichting of het geschil als zodanig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2167
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202302015/1/A2

202302267/1/A2

Bij besluit van 7 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de woning van [appellant A] aan de [locatie] in Amsterdam aangewezen als gemeentelijk monument. [appellant A] is eigenaar van een woning aan de [locatie 1] in Amsterdam. De woning is in 1901 als arbeiderswoning gebouwd in opdracht van een veehouder, die eigenaar was van de hoeve aan de overzijde op [locatie 2]. [appellant A] heeft de woning in 2017 gekocht en, na het verkrijgen van de benodigde vergunningen van de gemeente, onder architectuur grondig verbouwd. Bij de verbouwing zijn de achtergevel en het dakvlak aan de achterzijde verdwenen. Het dak aan de voorzijde is vervangen door een nieuw geïsoleerd dak. Aan de achterzijde is een nieuwe aanbouw gemaakt, waardoor de oorspronkelijke verschijningsvorm onherkenbaar is geworden. De binnenzijde is volledig vernieuwd. De dakranden, windveren, makelaars en goot ornamenten zijn tussen 1954 en 1986 vervangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2196
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202302267/1/A2

202302276/1/R3

Bij besluit van 19 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden aan Koss Monumenten B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de kelder op het perceel Langebrug 12a te Leiden tot horecagelegenheid en opslagruimte. De bij besluit van 19 mei 2020 verleende omgevingsvergunning voor het verbouwen van de kelder op het perceel tot horecagelegenheid en opslagruimte, is verleend voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wabo. [appellanten] wonen op het perceel [locatie] in Leiden. Zij zijn het niet eens met de uitspraak van de rechtbank van 27 februari 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2205
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302276/1/R3

202303278/2/A3 en 202303388/2/A3

Bij brieven, ingekomen op 14 februari 2025, hebben [verzoekers] verzocht om wraking van staatsraad mr. C.C.W. Lange (hierna: de staatsraad) als lid van de enkelvoudige kamer van de Afdeling belast met de behandeling van zaken nrs. 202303278/1/A3 en 202303388/1/A3. [verzoekers] hebben aan de verzoeken om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraad, door een aantal procedurele beslissingen en de gang van zaken op de achtereenvolgende zittingen op 12 februari 2025, bij hen de indruk heeft gewekt vooringenomen te zijn. Zij betogen, samengevat, dat de staatsraad het verzoek om voeging van beide zaken minder dan een maand voor de zittingen heeft afgewezen, terwijl zij dit verzoek al in augustus 2024 hadden ingediend. Ook heeft de staatsraad geweigerd om twee producties, die zij op 2 februari 2025 hebben ingediend, aan het dossier toe te voegen. En zij heeft het verzoek om beide zaken aan een andere staatsraad toe te wijzen afgewezen, terwijl dit uit het oogpunt van procesefficiency beter was geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2120
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Wraking
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303278/2/A3 en 202303388/2/A3
vorige pagina1...575576577...10.323volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon