Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 103.199
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202303614/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2021 heeft de burgemeester van Westland aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd voor het overtreden van artikel 2:74 van de Algemene plaatselijke verordening Westland 2019. De last houdt in dat [appellant] per geconstateerde overtreding een dwangsom verbeurt van € 5.000,00 met een maximum van € 20.000,00. De burgemeester heeft aan zijn besluitvorming een bestuurlijke rapportage van 3 maart 2021 ten grondslag gelegd. Uit deze rapportage blijkt dat [appellant] op 2 maart 2021 op zijn scooter is weggereden van de politie nadat hem was gevraagd te stoppen. De politie had [appellant] herkend omdat hij eerder, op 18 mei 2020, betrokken was bij drugshandel. De politie is [appellant] achtervolgd, maar moest de achtervolging staken omdat [appellant] op een gevaarlijke wijze deelnam aan het verkeer. Een uur later is [appellant] opnieuw herkend door de politie. Hij is toen weggerend van de politie en is een tuin in gevlucht. In de tussentijd heeft [appellant] zich van een tas ontdaan, waarin zich later drugs bleken te bevinden. [appellant] is aangehouden en heeft aan de politie verklaard dat de drugs voor vrienden bedoeld waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2297
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303614/1/A3

202303760/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 12.500,00 wegens overtreding van de Wet kinderopvang. [appellante] is houder van verschillende kinderopvangverblijven. Eén van de kinderdagverblijven is [naam], gehuisvest in de [locatie] in Utrecht. Op 3 december 2019 heeft een toezichthouder van de gemeente Utrecht een onaangekondigd nader onderzoek uitgevoerd bij het kinderdagverblijf. De bevindingen hiervan zijn neergelegd in het inspectierapport van 20 januari 2020. In het inspectierapport staat dat [appellante] niet voldoet aan alle eisen van de Wko. Het college heeft [appellante] daarom een bestuurlijke boete van € 12.500,00 en vier lasten onder dwangsom opgelegd. Op 5 oktober 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Utrecht tijdens een onaangekondigd nader onderzoek opnieuw overtredingen van de Wko geconstateerd. De bevindingen van dit onderzoek zijn neergelegd in het inspectierapport van 3 december 2020. Het college is daarom overgegaan tot invordering van de door [appellante] verbeurde dwangsommen van € 9.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2322
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202303760/1/A2

202303901/1/R2

Bij besluit van 13 april 2023 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "Proeftuin Elsendorp" vastgesteld. [appellant] heeft een pluimveebedrijf. Ten zuiden van zijn bedrijf ligt Naturistisch Recreatiepark Elsendorp. Het bestreden besluit is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte voor het buitengebied rondom Elsendorp in de gemeente Gemert-Bakel. [appellant] stelt overlast te ondervinden van dit recreatiepark. Hij verzet zich tegen het bestemmingsplan, voor zover dit ruimte biedt aan het recreatiepark om uit te breiden rondom zijn bedrijf, in het bijzonder op twee percelen ten westen van zijn bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2298
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202303901/1/R2

202304025/1/A3

Bij besluit van 18 juli 2022 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de boete voor twee overtredingen ingetrokken. De minister heeft bij het besluit van 9 september 2020 aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 62.250,00 wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet. Uit een door de Inspectie Leefomgeving en Transport opgesteld boeterapport van 11 september 2019 volgt dat [appellante] geen deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden heeft bijgehouden. Op 20 juni 2022 heeft ILT een aanvullend boeterapport uitgebracht. De minister heeft over de controleperiode van 1 oktober 2019 tot en met 28 oktober 2018 zeventien overtredingen geconstateerd en daarvoor een gemaximeerde boete opgelegd. De minister heeft bij het besluit van 18 juli 2022 de boete voor twee overtredingen ingetrokken, en de gemaximeerde boete van € 62.250,00 gehandhaafd. [appellante] betoogt verder dat de boete gelet op de omstandigheden verder gematigd had moeten worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2303
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202304025/1/A3

202304039/1/A3

Bij besluit van 14 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere geen gevolg gegeven aan de aangifte van [appellant sub 1] tot wijziging van haar woonadres in de basis registratie personen. [appellant sub 1] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1]. Deze woning grenst met de achtertuin aan de achtertuin van de woning in de [locatie 2], waar haar ouders wonen. Bij besluit van 27 maart 2018 heeft het college [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd wegens het laten gebruiken van de woning aan de [locatie 1] voor recreatieve doeleinden en het laten gebruiken van het bijgebouw bij deze woning voor recreatief nachtverblijf zonder dat de woning permanent wordt bewoond. Hierbij is vastgesteld dat [appellant sub 1] zelf woont in de [locatie 2] in de woning van haar ouders. Dit heeft geleid tot het verbeuren van dwangsommen, omdat uit controles van de woning bleek dat deze verhuur ook na het opleggen van de last werd voortgezet. De feiten en omstandigheden in die zaak staan inmiddels onherroepelijk vast (zie de uitspraak van de Afdeling van 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:769).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2291
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202304039/1/A3

202304608/1/A3

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft de burgemeester van Apeldoorn [appellant] een last onder dwangsom opgelegd voor het overtreden van artikel 2:74 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Apeldoorn 2014. De burgemeester heeft aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd van € 20.000,00 voor het overtreden van artikel 2:74 van de APV. Op grond van deze bepaling is het verboden om op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen met het kennelijke doel drugs aan te bieden of daarbij te bemiddelen. De last houdt in dat [appellant] de dwangsom verbeurt als hij artikel 2:74 van de APV opnieuw overtreedt. Aan zijn besluit heeft de burgemeester meerdere bestuurlijke rapportages ten grondslag gelegd. Volgens de rapportage van 15 februari 2021 blijkt uit politieonderzoek dat [appellant] betrokken was bij drugshandel op straat. Uit de rapportage van 20 mei 2021 blijkt dat in de woning van [appellant] substantiële hoeveelheden als harddrugs geïdentificeerde stoffen zijn gevonden. Uit de rapportages van 18 november 2021 en 7 december 2021 blijkt dat [appellant] weer actief was in drugshandel op straat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2301
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304608/1/A3

202304866/1/A3

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft de de minister van Defensie de verklaring van geen bezwaar van [appellant] ingetrokken. [appellant] werkt sinds 2003 als tolk Russisch — Nederlands, onder meer als operationeel tolk bij de repatriëringsmissie na het neerhalen van de vlucht MH-17, waarvoor hij een veteranen-status heeft ontvangen. In 2009 is [appellant] aangesteld als reserveofficier. In de periode 2003-2019 is [appellant] door Defensie ongeveer 60 keer ingezet in Russischtalige landen voor oefeningen, wapenbeheersingsinspecties en overige werkzaamheden. [appellant] is in 2013 begonnen als stafofficier bij Bureau Reservisten en Samenleving, onderdeel van de Directie Aansturing Operationele Gereedheid bij Defensie. Daarna is hij doorgegroeid als plaatsvervangend hoofd van het Bureau. [appellant] heeft voor zijn werkzaamheden een VGB op veiligheidsmachtigingsniveau B nodig. Met het besluit van 19 januari 2022 is de minister bij zijn besluit gebleven om de VGB op vmn B van [appellant] in te trekken. [appellant] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2147
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304866/1/A3

202305688/1/A2

Bij besluit van 27 september 2022 heeft woningcorporatie Zayaz namens het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch, appellant, een aanvraag van [wederpartij] om een huisvestingsvergunning afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2278
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305688/1/A2

202306210/1/A3

Bij besluit van 30 december 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.750,00. De minister heeft de bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet. Uit een door de Inspectie Leefomgeving en Transport opgesteld boeterapport van 29 oktober 2019 volgt dat [appellante] van twee werknemers in de controleperiode van 3 december 2019 tot 30 december 2019 geen deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden heeft bijgehouden. Voor verschillende dagen ontbraken de zogenoemde M-bestanden (van de tachograaf) en C-bestanden (van de bestuurderskaart). De minister heeft 21 overtredingen geconstateerd en daarvoor voormelde boete opgelegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de boete terecht is opgelegd omdat sprake is van meerdere overtredingen en de boete niet onevenredig hoog is. De rechtbank heeft de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn met 20% wel gematigd tot een bedrag van € 16.600,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2293
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202306210/1/A3

202306409/1/A2

Bij besluiten van 9 maart 2022 heeft Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellante] voor de jaren 2017, 2018 en 2019 definitief vastgesteld op nihil. Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft Dienst Toeslagen de door [appellante] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 1 september 2023 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. De Dienst Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [appellante] heeft in 2016 een aanvraag om huurtoeslag ingediend bij de Dienst Toeslagen. Haar zoon, dochter en moeder staan ingeschreven in de Basisregistratie personen op het woonadres van [appellante]. De moeder van [appellante] is op 6 november 2019 overleden. De Dienst Toeslagen heeft op 9 maart 2022 de huurtoeslag van [appellante] voor de jaren 2017, 2018 en 2019 definitief vastgesteld op nihil. Daarbij is de dienst uitgegaan van een gezamenlijk toetsingsinkomen in 2017 van € 66.872,00 voor de periode 1 januari 2017 tot en met 31 augustus 2017 en € 68.786,00 voor de periode 1 september 2017 tot en met 31 december 2017.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2321
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202306409/1/A2
vorige pagina1...561562563...10.320volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon