Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.069
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202405340/1/R4

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Apeldoorn het bestemmingsplan "Oranjerie" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van het winkelcentrum ‘Oranjerie’ in het centrum van Apeldoorn mogelijk. Het plangebied ligt ingeklemd tussen de Hoofdstraat, de Mariastraat, de Nieuwstraat en de Brinklaan. Het bestemmingsplan voorziet in de realisering van een nieuw stadspark en geclusterde bebouwing met detailhandel, 450 woningen, een hotel en overige centrumvoorzieningen, zoals horecavoorzieningen, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, cultuur en ontspanning, kleinschalige bedrijvigheid en sportvoorzieningen. [appellant] woont aan de [locatie]. Vanuit zijn woning heeft hij direct zicht op het plangebied. Het bestemmingsplan maakt meer bouwlagen en daarmee meer woningen in de bebouwing direct tegenover zijn appartement mogelijk dan dat er op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan konden worden gerealiseerd. Ook kan de bebouwing op kortere afstand van zijn appartement worden gerealiseerd. [appellant] vreest dat zijn woon- en leefklimaat onevenredig wordt aangetast als gevolg van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3586
Datum uitspraak
30 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202405340/1/R4

202405912/1/R1

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 17 juli 2024, waarbij het bestemmingsplan "Purmerweg 46" is vastgesteld. In het plan wordt de bestemming voor het perceel aan de Purmerweg 46 gewijzigd van "Maatschappelijke voorzieningen" naar "Wonen" en "Tuin". Het voormalige GGD-gebouw zal worden gesloopt. Het plan maakt nieuwbouw mogelijk van minimaal 15 en maximaal 17 sociale huurwoningen. [appellant] komt hiertegen als omwonende in beroep en betoogt met name dat het plan leidt tot een aantasting van de cultuurhistorische waarden van het Rijksbeschermd stadsgezicht van Amsterdam-Noord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3590
Datum uitspraak
30 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405912/1/R1

202406230/1/A2

Bij besluit van 13 juli 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie] in [woonplaats]. Hij heeft bij het college een aanvraag om een tegemoetkoming in schade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening ingediend. Deze aanvraag houdt verband met het Provinciaal Inpassingsplan Buitenring Parkstad Limburg 2012 dat op 11 maart 2015 in werking is getreden. De schade bestaat volgens [appellant] uit waardevermindering per peildatum van zijn woning en het betreffende perceel. De onroerende zaak ligt op een afstand van ongeveer 400 meter van de inmiddels gerealiseerde Buitenring Parkstad Limburg. Het college heeft de aanvraag afgewezen en deze afwijzing in bezwaar gehandhaafd. De nog van belang zijnde reden hiervoor is volgens het college dat de waardevermindering van de onroerende zaak volledig onder het normale maatschappelijke risico valt, waarbij het college is uitgegaan van een drempel van 3% van de waarde van de onroerende zaak op de peildatum onder het oude planologische regime.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3552
Datum uitspraak
30 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202406230/1/A2

202406736/1/A3

Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag voor een paspoort van [appellant] niet in behandeling genomen. [appellant] heeft zijn hele leven gewerkt in Nederland en was in het bezit van zowel de Turkse als de Nederlandse nationaliteit. Na zijn werkzame leven is [appellant] teruggegaan naar Turkije waar hij sinds 24 juni 1996 woont. [appellant] heeft op 5 september 2022 een aanvraag gedaan voor een Nederlands paspoort. De minister heeft bij besluit van 5 oktober 2022 kenbaar gemaakt aan [appellant] dat hij deze aanvraag niet in behandeling heeft genomen nu [appellant] niet meer in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Tegen dit besluit heeft [appellant] op 29 oktober 2023 bezwaar gemaakt. De minister heeft dit bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat dit bezwaarschrift bijna één jaar na afloop van de bezwaartermijn, en dus niet tijdig, is ingediend. Niet gebleken is van bijzondere omstandigheden die leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3592
Datum uitspraak
30 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202406736/1/A3

202406786/1/A2

Bij besluit van 28 april 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellante] een uitkering van € 2.500,00 uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven toegekend. [appellante] heeft op 16 januari 2023 bij de CSG een uitkering uit het schadefonds aangevraagd. Daarbij heeft zij toegelicht dat zij slachtoffer is geworden van bedreiging met geweld. Het gaat om brandstichtingen op 22 november 2022 en op 27 november 2022 bij haar toenmalige woning. Zij heeft daaraan psychisch letsel overgehouden. De CSG heeft bij besluit van 28 april 2023, gehandhaafd bij besluit van 16 augustus 2024, een tegemoetkoming van € 2.500,00, behorend bij letselcategorie 2, toegekend. De CSG heeft het aannemelijk geacht dat [appellante] slachtoffer is geworden van de op 22 november 2022 opzettelijk gepleegde brandstichting. Omdat [appellante] in de nacht van 27 november 2022 niet aanwezig was in haar woning, was er geen direct levensgevaar of gevaar voor ernstig fysiek letsel, zodat deze brandstichting niet kan worden aangemerkt als een tegen haar opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3543
Datum uitspraak
30 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202406786/1/A2

202406936/1/A2

Bij besluit van 1 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal aan [appellant] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 4.350,00, te vermeerderen met wettelijke rente. [appellant] is sinds 5 mei 1982 eigenaar van een woning aan het [locatie] in Haelen. [appellant] verzoekt om een tegemoetkoming in planschade omdat zijn woning in waarde is gedaald als gevolg van de gewijzigde bestemming van het Landgoed Leudal. Het bestemmingsplan "Landgoed Leudal" heeft tot doel de camping aan de Roggelseweg 54 te Haelen om te vormen naar Landgoed Leudal, alwaar verblijfsaccommodaties zijn gebouwd ten behoeve van groepsverblijf, outdoor activiteiten en (zakelijke) trainingen. Het perceel van [appellant] grenst aan dit landgoed. Partijen zijn verdeeld over de vraag van welke planologische regimes moet worden uitgegaan bij de planvergelijking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3584
Datum uitspraak
30 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202406936/1/A2

202406956/1/R1

Bij besluit van 24 september 2024 heeft de raad van de gemeente Schagen het bestemmingsplan "Muggenburg Zuid" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 750 woningen en een basisschool mogelijk in een agrarisch gebied in het zuiden van Schagen. Ook voorziet het plan in een nieuwe aansluiting op de provinciale weg N245. Ten noorden van het plangebied ligt de bestaande woonwijk Muggenburg. [appellant] woont aan de [locatie] in die wijk op een afstand van ongeveer 30 m van het plangebied. Hij stelt dat de uitvoering van het plan zijn woon- en leefklimaat schaadt, omdat de beoogde ontsluiting van het plangebied volgens hem leidt tot een toename van verkeer op de Zuiderweg. [appellant] betoogt dat het plan nadelige gevolgen heeft voor zijn woon- en leefklimaat. Hij stelt dat de beoogde enige ontsluiting van het plangebied zal leiden tot een onaanvaardbare toename van verkeer op de Zuiderweg. Dit is volgens [appellant] problematisch, omdat de Zuiderweg de enige ontsluitingsweg is vanuit de bestaande woonwijk Muggenburg waar hij woont.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3576
Datum uitspraak
30 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202406956/1/R1

202407851/1/A2

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân het handhavingsverzoek van [appellant] in verband met de gestelde overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming door de geiten- en rundveehouderij van zijn (over)buurman afgewezen. Bij besluit van 29 juli 2021 heeft het college het handhavingsverzoek van [appellant] afgewezen, omdat volgens het college concreet zicht op legalisatie bestaat. Het college heeft in dit kader uiteengezet dat inmiddels een ontwerpbesluit tot verlening van een natuurvergunning aan de geiten- en rundveehouderij ter inzage is gelegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de door [appellant] ingeroepen norm kennelijk niet tot de bescherming van zijn belangen strekt, zodat het relativiteitsvereiste uit artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht er aan in de weg staat dat [appellant] zich in dit geval op die norm kan beroepen. Dit betekent dat de beroepsgronden van [appellant] niet tot vernietiging van het bestreden besluit kunnen leiden. De rechtbank heeft om die reden afgezien van een bespreking van die gronden en het beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3545
Datum uitspraak
30 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202407851/1/A2

202501708/1/A2

Bij besluit van 15 oktober 2024 heeft de examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam de door [appellant] gemaakte opdracht Jurisprudentie- en Literatuuronderzoek van het vak Amsterdam Law Firm 2.1 wegens fraude ongeldig verklaard en hem uitgesloten van de eerste-kans tentamens van de vakken Goederenrecht en Europees recht. [appellant] volgt de bachelor Rechtsgeleerdheid aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Voor het vak Amsterdam Law Firm 2.1 moest hij in groepsverband de opdracht Jurisprudentie- en Literatuuronderzoek maken. De werkgroepdocent heeft geconstateerd dat de in de opdracht gebruikte bronnen 2 tot en met 5 niet bestaan. [appellant] heeft op navraag van de docent te kennen gegeven deze bronnen te hebben toegevoegd aan de lijst van de geannoteerde bibliografie. Nadat de docent [appellant] te kennen heeft gegeven dat zij de bronnen niet kon vinden, heeft hij later op de dag links naar alternatieve bronnen aangeleverd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3585
Datum uitspraak
30 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501708/1/A2

202502193/1/A2

Bij besluit van 12 november 2024 heeft de examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam de door [appellante] gemaakte schrijfopdracht voor het vak Staats- en bestuursrecht in een samengestelde rechtsorde wegens fraude ongeldig verklaard en haar uitgesloten van alle tentamens voor de periode van 3 februari 2025 tot en met 17 juli 2025. Bij besluit van 8 april 2025 heeft het College van beroep voor de examens het door [appellante] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] volgt de master Staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Voor het vak Staats- en bestuursrecht in een samengestelde rechtsorde (hierna: het vak) heeft [appellante] een schrijfopdracht moeten maken. De examinator heeft geconstateerd dat in de schrijfopdracht bronnen zijn gebruikt die niet kloppen en die lijken te duiden op ongeoorloofd gebruik van kunstmatige intelligentie (hierna: AI). Daarom heeft de examinator op 30 oktober 2024 een melding van vermoeden van fraude bij de examencommissie gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3551
Datum uitspraak
30 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502193/1/A2
vorige pagina1...509510511...12.507volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon