Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.410
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202403084/1/R4

Bij besluit van 4 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van zonnepanelen op het dak van de garage, op de uitbouw aan de achterzijde en op het dak aan de achterzijde van de woning op het perceel [locatie] in Hilversum. [appellante] is eigenaresse van de woning op het perceel. Die woning is aangewezen als gemeentelijk monument. Op 25 juli 2022 heeft [appellante] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van zonnepanelen op het dak van de garage, op de uitbouw aan de achterzijde en op het dak aan de achterzijde van de woning op het perceel. Bij het besluit van 4 januari 2023 heeft het college geweigerd om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, omdat de aanvraag volgens het college in strijd is met redelijke eisen van welstand. Bij het besluit op bezwaar van 18 juli 2023 heeft het college het besluit van 4 januari 2023 herroepen, omdat er op 3 januari 2023 al van rechtswege een omgevingsvergunning was gegeven en het college dus niet meer bevoegd was het besluit van 4 januari 2023 te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2938
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403084/1/R4

202403400/1/R3

Bij besluit van 13 juni 2023 heeft het college een verzoek van de VvE Klapwijkse Pier 4 en 5 om handhavend op te treden tegen geluidsoverlast als gevolg van verkeer op de Klapwijkseweg (provinciale weg N472), afgewezen. De VvE bestaat uit de eigenaren van de appartementen in de complexen Klapwijkse Pier 4 en 5. Deze appartementencomplexen liggen ten noorden van de provinciale weg N472, de Klapwijkseweg. Bij de bouw van deze appartementencomplexen, die in 2021 zijn opgeleverd, heeft het college bij besluit van 14 mei 2013 in het kader van het bestemmingsplan "Meerpolder - Klapwijkse Pier" een ontheffing verleend, zodat een hogere waarde van 57 dB ter plaatse is toegestaan. Uit het geluidsrapport "Geluidmetingen Klapwijkseweg (N472), op 9 augustus 2021 vastgesteld door DCMR Milieudienst Rijnmond, blijkt dat de gemiddelde gemeten geluidsbelasting op de Klapwijkse eilanden (waar de appartementencomplexen zich bevinden) gemiddeld 62 dB bedraagt, met pieken van boven de 80 dB. Ten westen van de Weidebloemtunnel (in de buurt van de appartementencomplexen) bedraagt de gemiddelde gemeten geluidbelasting 65 dB, met pieken van boven de 85 dB.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2953
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202403400/1/R3

202403459/1/A2

Bij besluit van 16 december 2021 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Kwik-Fit op grond van de Subsidieregeling Praktijkleren een subsidie van € 331.222,50 toegekend, maar daarbij geen zogenoemde toeslag toegekend. De Subsidieregeling Praktijkleren heeft tot doel werkgevers te stimuleren om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen te bieden. De subsidie is een tegemoetkoming in de kosten van een werkgever voor het begeleiden van een leerling, mbo-student of hbo-student of een tegemoetkoming in de loonkosten of de begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (artikel 3 van de Subsidieregeling Praktijkleren). Kwik-Fit heeft op 15 september 2021 subsidie aangevraagd op grond van de Subsidieregeling Praktijkleren. Voor iedere student heeft zij op het aanvraagformulier bij de vraag of zij ook toeslag aanvraagt ‘nee’ aangekruist. De minister heeft aan Kwik-Fit een subsidie verleend van € 331.222,50. In het besluit is verder vermeld dat de te betalen toeslag is vastgesteld op € 0,00. Kwik-Fit heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Volgens haar had de minister haar ook een toeslag moeten toekennen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3005
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202403459/1/A2

202403798/1/R3

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de raad van de gemeente Noordwijk het bestemmingsplan "Van de Mortelstraat-Gooweg" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van het terrein van het voormalige hoofdkantoor van het Zilveren Kruis aan de Van de Mortelstraat 4 te Noordwijk. Het plan maakt de bouw van 116 woonappartementen mogelijk. Om die bouw te realiseren zal het kantoorgebouw worden gesloopt. Het plan heeft ook betrekking op het parkeerterrein dat behoorde bij het kantoorgebouw aan de overzijde van de Gooweg, zodat het beschikbaar blijft als parkeerterrein voor de bewoners van de woonappartementen. [appellant] kan zich niet verenigen met dit plan. Hij vreest voor een onaanvaardbare hoge parkeerdruk in de omliggende woonwijk als gevolg van het plan. [appellant] voert aan dat het plan leidt tot een onaanvaardbare parkeerdruk op de omgeving van het plangebied. De nieuwe bewoners en hun bezoekers zullen geen gebruik gaan maken van het parkeerterrein, nu dat terrein aan de overkant van een drukke, brede weg is gesitueerd. De contractuele verplichting die Achmea aan de huurders van de voorziene appartementen zal opleggen om te parkeren op bedoeld parkeerterrein, zal daar geen verschil in maken, aldus [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2949
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202403798/1/R3

202403901/1/R3

Bij besluit van 29 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk een besluit tot vaststelling van hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder genomen voor toekomstige woningen binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Van de Mortelstraat - Gooweg". Dit bestemmingsplan is op 25 april 2024 vastgesteld. Het college stelt zich op het standpunt dat [appellante] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit, omdat het niet aannemelijk is dat zij ter plaatse van het perceel waarop zij woont, op ongeveer 483 meter van het plangebied, gevolgen van enige betekenis zal ondervinden. Het besluit tot vaststelling van hogere waarden is een noodzakelijke voorwaarde om de bouw van de in het plan voorziene woningen mogelijk te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2948
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202403901/1/R3

202404246/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,00. [appellant] is een kind van een gedupeerde ouder. Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan hem een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,00 omdat hij op 1 juli 2023 tenminste achttien jaar was. Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De Belastingdienst/Toeslagen heeft daaraan ten grondslag gelegd dat er geen ruimte is om bij de kindregeling af te wijken van de forfaitaire bedragen zoals die zijn opgenomen in artikel 2.12 van de Wht. De bedragen zijn bedoeld als erkenning en als een steun in de rug, en niet als regeling voor compensatie van schade of schulden. De hoogte van de tegemoetkoming staat verder los van de duur van het leed en de omvang van de financiële benadeling van de gedupeerde ouders. Er bestaat geen aanleiding om de hardheidsclausule die in artikel 9.1, eerste lid, van de Wht is opgenomen toe te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2999
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404246/1/A2

202404250/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,00. Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is een kind van een gedupeerde ouder. Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan haar een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,00 omdat zij op 1 juli 2023 tenminste achttien jaar was. Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De Dienst Toeslagen heeft daaraan ten grondslag gelegd dat er geen ruimte is om bij de kindregeling af te wijken van de forfaitaire bedragen zoals die zijn opgenomen in artikel 2.12 van de Wht. De bedragen zijn bedoeld als erkenning en als een steun in de rug, en niet als regeling voor compensatie van schade of schulden. De hoogte van de tegemoetkoming staat verder los van de duur van het leed en de omvang van de financiële benadeling van de gedupeerde ouders. Er bestaat geen aanleiding om de hardheidsclausule die in artikel 9.1, eerste lid, van de Wht is opgenomen toe te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2996
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404250/1/A2

202404253/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,00. [appellante] is een kind van een gedupeerde ouder. Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen haar een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,00 omdat zij op 1 juli 2023 tenminste achttien jaar was. Bij besluit van 10 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De Dienst Toeslagen heeft daaraan ten grondslag gelegd dat er geen ruimte is om bij de kindregeling af te wijken van de forfaitaire bedragen zoals die zijn opgenomen in artikel 2.12 van de Wht. De bedragen zijn bedoeld als erkenning en als een steun in de rug, en niet als regeling voor compensatie van schade of schulden. De hoogte van de tegemoetkoming staat verder los van de duur van het leed en de omvang van de financiële benadeling van de gedupeerde ouders. Er bestaat geen aanleiding om de hardheidsclausule die in artikel 9.1, eerste lid, van de Wht is opgenomen toe te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2993
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404253/1/A2

202404284/1/R2

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Het wijzigingsbesluit heeft betrekking op 101 gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszone ter uitvoering van de Richtlijn 92/43 EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Pb L 206; de Habitatrichtlijn). Met het wijzigingsbesluit wordt beoogd te corrigeren wat niet goed is gegaan bij de oorspronkelijke aanwijzing van die gebieden. Agractie heeft als doel de belangen te behartigen van de agrarische sector. Zij bestrijdt het gehele wijzigingsbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2958
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202404284/1/R2

202404334/1/R2

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Het wijzigingsbesluit heeft betrekking op 101 gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszone ter uitvoering van de Richtlijn 92/43 EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Pb L 206; de Habitatrichtlijn). De staatssecretaris beoogt met het wijzigingsbesluit te corrigeren wat niet goed is gegaan bij de oorspronkelijke aanwijzing van de gebieden. De maatschap exploiteert aan de [locatie 1] een melkveehouderij. [appellant B] woont aan de [locatie 2], waar hij een melkveehouderij en een vleesvarkensbedrijf exploiteert. Zij hebben beroep ingesteld tegen het wijzigingsbesluit, voor zover dat betrekking heeft op het Natura 2000-gebied "Rijntakken".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2975
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202404334/1/R2
vorige pagina1...499500501...12.441volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon