Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.258
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202405626/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer het bestemmingsplan "Vijfhuizen d’Yserinckweg 1" vastgesteld. Op het perceel aan de d’Yserinckweg 1 in Vijfhuizen staat een hoofdgebouw met uitbouw. Op de begane grond bevindt zich een vestiging van detailhandel en daarboven bevindt zich een woning. Dos Hombres is initiatiefnemer van de bouw van een appartementencomplex met zes woningen op het perceel d’Yserinckweg 1 in Vijfhuizen. Het bestemmingsplan voorziet in die ontwikkeling. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan in parkeerplekken. Het huidige hoofdgebouw blijft staan, maar de detailhandel op de begane grond maakt plaats voor een woning. [appellant] woont naast het voorziene appartementencomplex op het perceel aan [locatie]. Hij is het niet eens met het besluit, omdat hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat als gevolg van de voorziene ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3214
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405626/1/R1

202407336/1/V2

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkene heeft de Jemenitische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2003. Hij is geboren en opgegroeid in Saoedi-Arabië, waar hij tot 2022 legaal heeft gewoond, omdat zijn vader daar een verblijfsvergunning had. Hij heeft nooit in Jemen verbleven. Betrokkene heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zijn vader zijn destijds minderjarige zus heeft uitgehuwelijkt aan een familielid in Jemen en dat zij samen naar Europa zijn gevlucht om dit huwelijk te voorkomen. Bij terugkeer naar Jemen vreest hij door zijn vader en familie te worden vermoord en hij stelt niet naar Jemen te kunnen wegens de algemene humanitaire omstandigheden en oorlogssituatie daar. Verder vreest hij gedwongen te worden gerekruteerd door de Houthi-rebellen, die de macht hebben in het gebied waar zijn familie woont en dat hij gevangengezet wordt, omdat hij als verrader of spion wordt gezien vanwege zijn verblijf in Saoedi-Arabië.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3154
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407336/1/V2

202407906/1/V2

Bij besluit van 26 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft de Jemenitische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2006. Hij komt uit Aden en hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij vreest voor de oorlog, bombardementen en rekrutering in Jemen. Ook zijn vader is bedreigd wegens zijn werk in het onderwijs. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen. Volgens haar heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege individuele omstandigheden een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van ernstige schade wegens het willekeurige geweld in Jemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3153
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407906/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202407906/1/V2

202500607/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2024 heeft een examinator het eindwerkstuk Rechtsgeleerdheid (hierna: het eindwerkstuk) van [appellant] met het cijfer 4,5 beoordeeld. [appellant] was in studiejaar 2023-2024 student bij de bacheloropleiding rechtsgeleerdheid. Naar aanleiding van een minnelijke schikking met de examencommissie mocht [appellant] een aangepast traject volgen om zijn eindwerkstuk voor deze opleiding te schrijven. Het traject had tot doel dat hij alsnog in dat studiejaar zijn eindwerkstuk zou afronden. Aan dit traject heeft de examencommissie voorwaarden verbonden, die [appellant] met het aanvaarden van de minnelijke schikking heeft geaccepteerd. Als voorwaarde is onder meer gesteld dat [appellant] een nieuw onderzoeksvoorstel mocht schrijven, met als deadline 20 mei 2024. Bij goedkeuring mocht hij zijn eindwerkstuk schrijven, waarvoor 15 augustus 2024 als deadline gold. De presentatie zou dan in de laatste week van augustus plaatsvinden. Verder staat in het schikkingsvoorstel dat [persoon] als begeleider zou fungeren en de tweede beoordelaar door de universiteit zou worden gekozen. In de minnelijke schikking is verder uitdrukkelijk vermeld dat van bovengenoemde data niet kon worden afgeweken om een afronding voor 1 september 2024 te kunnen realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3250
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500607/1/A2

202501086/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2024 heeft de BSA-commissie UvA Economie en Bedrijfskunde, namens het instellingsbestuur, aan [appellant] een bindend negatief studieadvies uitgebracht. Bij beslissing van 14 januari 2025 heeft het college van beroep voor de examens het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] is in het studiejaar 2023-2024 gestart met de bacheloropleiding Business Administration. Aan het eind van het eerste studiejaar heeft hij 42 van de 60 EC behaald. Niet in geschil is dat hij daarmee niet aan de eis van 48 EC voor een positief advies voldeed. Het CBE heeft het administratief beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] te laat was met het indienen ervan en hij geen goede reden hiervoor heeft gegeven. [appellant] betoogt dat de examencommissie zijn e-mailbericht van 18 september 2024 had moeten opvatten als een administratief beroep gericht tegen het afgegeven BNSA.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3248
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501086/1/A2

202501575/1/A2

Bij beslissing van 3 september 2024 is aan [appellant] het cijfer 5,5 toegekend voor tentamendeel 2 van de cursus Inleiding privaatrecht. [appellant] heeft bij de Open Universiteit de cursus ‘Inleiding privaatrecht’ gevolgd. Voor deze cursus geldt dat per 1 september 2023 de lesstof niet meer wordt getoetst in één tentamen, maar dat de lesstof is opgesplitst en wordt getoetst over meerdere tentamens. Dit wordt binnen de OU ‘just-in-time’-toetsen genoemd. De tentaminering van de cursus bestaat daarom per 1 september 2023 uit het afleggen van twee digitaal individueel tentamens (DIT) en een bijzondere verplichting in de vorm van een opdracht. De twee deeltentamens tellen samen mee voor 80% van het eindcijfer voor de cursus. De bijzondere verplichting telt mee voor 20% van het eindcijfer. Deeltentamen 1 bestaat uit alleen meerkeuzevragen. Deeltentamen 2 bestaat uit meerkeuzevragen en een open vraag. In geschil is de wijze waarop vorm is gegeven aan deeltentamen 2 en de beoordeling daarvan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3249
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501575/1/A2

202501645/1/A2

Bij beslissing van 25 augustus 2024 heeft de examinator van de masteropleiding Communicatie- en Informatiewetenschappen (track Digital Humanities) van de faculteit der letteren van de Rijksuniversiteit Groningen de masterscriptie van [appellante] met het cijfer 5,1 beoordeeld. [appellante] heeft voor de masteropleiding Communicatie- en Informatiewetenschappen een masterscriptie ingeleverd, die met een onvoldoende is beoordeeld. De herkansing is ook met een onvoldoende beoordeeld. Tegen de vaststelling van het cijfer van de herkansing heeft [appellante] administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens van de Rijksuniversiteit Groningen, waarna een schikkingsgesprek heeft plaatsgevonden. De uitkomst van dat gesprek was dat de scriptie wordt beoordeeld door een nieuwe beoordelaar. Deze beoordelaar heeft de scriptie vervolgens met het cijfer 4,3 beoordeeld. De beoordelaar heeft twee van de drie onderdelen opnieuw beoordeeld, te weten ‘Content’ en ‘Rapportage’. [appellante] heeft op de zitting bij het CBE aangegeven dat het door haar ingestelde administratief beroep zich nog enkel richt tegen deze derde/laatste beoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3243
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501645/1/A2

202501969/1/A2

Bij beslissing van 28 augustus 2024 heeft de HU Immigration Unit, namens het College van Bestuur van de Hogeschool Utrecht, aan [appellant] meegedeeld dat hij is afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst en dat zijn verzoek om herinschrijving per 1 september 2024 is afgewezen. [appellant] is een internationale student. Hij is in 2022-2023 begonnen met de bacheloropleiding International Business aan de Hogeschool Utrecht. De Hogeschool Utrecht is een erkende referent als bedoeld in artikel 2c van de Vreemdelingwet 2000, die de mogelijkheid heeft om via een vereenvoudigde procedure de benodigde documenten voor haar studenten aan te vragen. Middels die procedure heeft [appellant] een verblijfsvergunning voor het doel ‘studie’ gekregen. Om zijn verblijfsvergunning te behouden moet [appellant] in het kader van de Wet modern migratiebeleid voldoen aan de jaarlijkse studievoortgangsnorm, zoals uitgewerkt in de artikelen 3.87a en 3.91b van het Vreemdelingenbesluit 2000, artikel 1 van de Regeling normering studievoortgang vanwege verblijfsvergunningen in verband met studie en de artikelen 6.5 en 6.6 van de Gedragscode internationale student hoger onderwijs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3240
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501969/1/A2

202502045/1/A2

Bij beslissing van 19 juli 2024 is aan [appellant] medegedeeld dat zij voor de tweede gelegenheid behorend bij het vak GLB: Conflict of Laws het eindcijfer 4,5 heeft behaald. Het in het procesverloop genoemde vak heeft twee tentamengelegenheden. De eerste gelegenheid bestaat uit een paper dat voor 30% meetelt voor het eindcijfer en een schriftelijk tentamen dat voor 70% meetelt voor het eindcijfer van het vak. De tweede gelegenheid bestaat alleen uit een schriftelijk tentamen. Deze telt voor 100% mee voor het eindcijfer voor het vak. De tweede gelegenheid van het vak vond plaats op 10 juli 2024. De normering van het schriftelijk tentamen van de eerste gelegenheid van het vak is aangepast, waardoor de cijfers van de eerste gelegenheid zijn verhoogd met één punt voor alle deelnemende studenten. De cijfers van de tweede gelegenheid zijn niet aangepast. [appellant] heeft voor de tweede gelegenheid van het vak het eindcijfer 4,5 behaald. Zij heeft hiertegen administratief beroep ingesteld. Het CBE heeft dit beroep ongegrond verklaard en daarbij, kort gezegd, geoordeeld dat de vaststelling van het cijfer op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Hiertegen heeft [appellant] beroep ingesteld bij de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3239
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502045/1/A2

202502189/1/A2

Bij beslissing van 4 september 2024 heeft de directeur van de Dienst Student- en Onderwijszaken, namens het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam, het verzoek van [appellant] om het instellingstarief voor de master Geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam te verlagen ter hoogte van het wettelijk tarief, afgewezen. [appellant] heeft de bachelor en master Tandheelkunde afgerond aan de VU. In studiejaar 2023-2024 heeft hij de pre-master Geneeskunde aan de VU afgerond, waarna hij in september 2024 is begonnen aan de master Geneeskunde; ook aan de VU. Hij beoogt daarmee specialist te worden in mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie. [appellant] heeft het CvB verzocht het instellingstarief voor de master Geneeskunde aan de VU te verlagen naar het wettelijk tarief. Hij beoogt namelijk hetzelfde doel en voldoet aan dezelfde criteria als de studenten met een medische achtergrond die het zij-instroomprogramma tandheelkunde volgen aan de VU; voor die studenten is het verlaagde instellingstarief van toepassing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3238
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502189/1/A2
vorige pagina1...460461462...12.426volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon