Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.528
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202402209/1/V3

Bij besluit van 5 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 6 juni 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 13 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3485
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402209/1/V3

202402769/1/V3

Bij besluit van 9 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 10 januari 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3486
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402769/1/V3

202407471/1/V1

Referent, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 11 december 2024 in zaak nr. NL24.41011.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3490
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407471/1/V1

202407473/1/V1

Referent, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 21 november 2024 in zaak nr. NL24.36208. De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3487
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407473/1/V1

202407497/1/V2

Bij besluit van 3 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 5 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. P.L.M. Stieger, advocaat in 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3488
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407497/1/V2

202407870/1/V3

Bij uitspraak van 17 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3939
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407870/1/V3

202503081/1/V2 en 202503081/2/V2

Bij besluit van 8 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 23 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. V.M. Oliana, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3502
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503081/1/V2 en 202503081/2/V2

202503540/2/V3

Bij besluit van 16 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 16 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3503
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503540/2/V3

202503984/1/V2 en 202503984/2/V2

Bij besluit van 3 december 2024 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 10 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D.H. Yabasun, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3489
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503984/1/V2 en 202503984/2/V2

BRS.24.000373

Bij besluit van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3442
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000373

BRS.25.000466

Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3452
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000466

BRS.25.000635

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3451
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000635

BRS.25.000675

Bij besluit van 4 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3450
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000675

BRS.25.000733

Bij besluit van 10 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3454
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000733

202303261/2/A3

De minister van Justitie en Veiligheid heeft de vertrouwelijke versie van gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen. Die redenen zijn volgens de minister de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen die worden genoemd in de stukken en het voorkomen van onevenredige benadeling van die personen. Ook het belang van opsporing en vervolging en het belang van de veiligheid van de staat zijn redenen voor de beperkte kennisneming van de stukken, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3458
Datum uitspraak
25 juli 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202303261/2/A3

202304211/1/V3

Bij besluit van 14 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 6 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3465
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304211/1/V3

202307383/2/V1

Bij besluit van 8 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 3 juni 2021, waarvan hij de motivering heeft aangevuld op 28 december 2022, heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 2 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris binnen acht weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3471
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307383/2/V1

202405316/1/V3

Bij besluit van 30 december 2022 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3358
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405316/1/V3

202500850/1/V2

Bij besluit van 25 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 5 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3463
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500850/1/V2

202501545/4/A3

Bij besluit van 25 juni 2024 heeft de burgemeester van Apeldoorn de aan [verzoeker sub 2] verleende gedoogverklaring voor de verkoop van softdrugs in [coffeeshop] en de vergunning voor het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholvrije dranken in een openbare inrichting, ingetrokken. [verzoeker sub 2] exploiteert [coffeeshop] in Apeldoorn. Hiervoor beschikte hij over een gedoogverklaring en een vergunning alcoholvrij bedrijf. De burgemeester heeft besloten de gedoogverklaring en vergunning in te trekken. Tevens heeft de burgemeester de door [verzoeker sub 2] gevraagde wijzigingen van de gedoogverklaring en de vergunning alcoholvrij bedrijf in verband met een wijziging in de leidinggevenden van de coffeeshop afgewezen en de aanvraag om een nieuwe gedoogverklaring afgewezen. [verzoeker sub 2] heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht om een voorlopige voorziening te treffen waardoor de coffeeshop weer open kan totdat in hoger beroep over de gedoogverklaring en vergunning alcoholvrij bedrijf is beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3378
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501545/4/A3

202501712/1/V2

Bij besluit van 21 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3462
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501712/1/V2

202502349/1/V3

Bij besluit van 16 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 17 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Jhingoer, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3472
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502349/1/V3

202502543/1/V2

Bij besluit van 10 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw afgewezen en ambtshalve geweigerd hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen. Bij uitspraak van 2 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.A.S. Jansen, advocaat in Apeldoorn, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3469
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502543/1/V2

202502685/2/A3

Bij besluit van 26 juli 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de aanvraag van De Zeebries om een exploitatievergunning en een alcoholwetvergunning voor een horeca-inrichting op het strandperceel Zeekant 111 in Hoek van Holland, afgewezen. De Zeebries huurde sinds 2009 het strandperceel Zeekant 111 in Hoek van Holland van de gemeente Rotterdam. De Zeebries exploiteerde daar met vergunning een horecabedrijf. [werknemer], werknemer bij De Zeebries had de wens om de exploitatie van het horecabedrijf over te nemen en voort te zetten, waarover beide partijen contact hebben gehad met de gebiedsadviseur horeca bij de gemeente Rotterdam. Op 31 mei 2023 heeft [werknemer] namens De Zeebries een aanvraag voor een exploitatievergunning ingediend. De burgemeester heeft de aanvraag om een exploitatievergunning afgewezen, omdat [werknemer] geen beschikking heeft over het strandperceel. De Zeebries heeft de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen waardoor zij wordt behandeld als ware de door haar gevraagde exploitatievergunning verleend, zodat de exploitatie hervat kan worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3459
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502685/2/A3

202503192/2/A3

Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de burgemeester van Tilburg aan De Baron een exploitatievergunning en een alcoholwetvergunning voor een horeca-inrichting aan de Schoorstraat 37 te Udenhout verleend. De burgemeester heeft aan De Baron een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 38 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg en een alcoholwetvergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet te verleend voor een horeca-inrichting op het adres Schoorstraat 37 te Udenhout. Daar was tot 2023 Brasserie De Kat gevestigd. De exploitatievergunning is verleend voor een brasserie/restaurant van 90 m2 met twee terrassen: een terras van 185 m2 aan de voor- en zijkant en een terras van 115 m2 aan de achterkant, grenzend aan het tuinpad. Ook een speeltuin van 200 m2 hoort bij deze horeca-inrichting. De omwonenden hebben bezwaren tegen de exploitatievergunning omdat zij overlast ervaren van de horeca-inrichting. De rechtbank heeft het beroep van de omwonenden gegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft de burgemeester niet het juiste gewicht heeft toegekend aan de belangen van de omwonenden in het kader van de afweging die hij op grond van artikel 41, tweede en derde lid, van de APV moet maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3460
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503192/2/A3

202503319/1/V3

Bij brief van 4 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3357
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202503319/1/V3

202503480/2/V3

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 17 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3466
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503480/2/V3

202503860/2/V2

Bij besluit van 2 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 30 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3464
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503860/2/V2

202504061/2/A3

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 18 juni 2025 van de rechtbank Amsterdam. De minister van Justitie en Veiligheid heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Justitie en Veiligheid uiterlijk binnen tien weken gevolg moet geven aan de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juni 2025 in zaak nr. 23/2050, door opnieuw op het bezwaar van [wederpartij] te beslissen en bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Justitie en Veiligheid het advies niet feitelijk openbaar hoeft te maken voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3478
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202504061/2/A3

202504132/2/V2

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 14 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft nadere stukken ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3473
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504132/2/V2

202504207/2/V1

Bij besluit van 17 april 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 16 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3504
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504207/2/V1

BRS.25.000781

Bij besluit van 21 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3351
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000781

BRS.25.000818

Bij besluit van 20 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3349
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000818

202303321/1/A2

de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (nu: de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp). Openbare zitting gehouden op 24 juli 2025 om 10:30 uur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3611
Datum uitspraak
24 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202303321/1/A2

202304744/1/V1

Uitspraak op het verzoek van verzoeker om om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3362
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304744/1/V1

202404254/1/A2 en 202404254/2/A2

Bij besluit van 16 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring voor een woning afgewezen. Op 25 november 2022 heeft [appellante] op grond van artikel 11a, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Bergen 2019 (de verordening) een urgentieverklaring aangevraagd in verband met hypothyreoïdie en hyperreactiviteitsklachten waardoor zij slecht tegen luchtvochtigheid kan, terwijl haar woning volgens haar een vochtprobleem heeft. Het college heeft zich in het besluit van 16 februari 2023, aangevuld in het besluit op bezwaar van 13 juni 2023, op het standpunt gesteld dat de door [appellante] geschetste woonomstandigheden geen grond bieden om haar een urgentieverklaring te geven. Verder heeft [appellante] niet of onvoldoende wegen en procedures benut om het door haar gestelde woonprobleem op te kunnen lossen. Bovendien heeft zij niet aangetoond dat zij niet zelf in staat is binnen zes maanden andere passende woonruimte te vinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3281
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404254/1/A2 en 202404254/2/A2

202405851/1/V2

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3363
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405851/1/V2

202406568/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3371
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406568/1/V1

202500314/1/V2

Bij besluit van 24 oktober 2024, aangevuld bij besluit van 29 oktober 2024, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3366
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500314/1/V2

202500855/1/V2

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3364
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500855/1/V2

202501093/1/V2

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3373
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501093/1/V2

202501179/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3365
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501179/1/V1

202501516/1/V2

Bij besluit van 9 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3372
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501516/1/V2

202501542/1/V3

Bij besluit van 13 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 10 maart 2025 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de minister tegen het voortduren van de bewaring aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Habib-Portier, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3374
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501542/1/V3

202501619/1/V2

Bij besluit van 14 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3361
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501619/1/V2

202501789/1/V2

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3359
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501789/1/V2

202501967/3/V2

Bij besluit van 26 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoekers verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3370
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501967/3/V2

202503085/2/V2

Bij besluit van 25 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3480
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503085/2/V2

202503088/2/V2

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3481
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503088/2/V2

202503105/2/V2

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3482
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503105/2/V2

202503108/1/V3

Bij brief van 1 juni 2025 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om de hiervoor genoemde uitspraak van 27 mei 2025 te herzien. Verzoeker heeft een nader stuk ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3375
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Herziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503108/1/V3

202503120/1/V3

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van de minister gegrond verklaard. Verzoekster wil herziening van deze uitspraak. Zij voert aan dat de Afdeling heeft geoordeeld dat haar beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel als eerste beroep in de zin van artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 moet worden aangemerkt, en dat zij daarom consequenties had moeten verbinden aan de omstandigheid dat de rechtbank niet binnen veertien dagen na ontvangst van het beroepschrift een zitting heeft gehouden (artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3367
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Herziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503120/1/V3

202503122/1/V3

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van de minister gegrond verklaard. Verzoeker wil herziening van deze uitspraak. Hij voert aan dat de Afdeling heeft geoordeeld dat zijn beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel als eerste beroep in de zin van artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 moet worden aangemerkt, en dat zij daarom consequenties had moeten verbinden aan de omstandigheid dat de rechtbank niet binnen veertien dagen na ontvangst van het beroepschrift een zitting heeft gehouden (artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3360
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Herziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503122/1/V3

202503124/1/V3

De Afdeling heeft het hoger beroep van de minister gegrond verklaard. Verzoeker wil herziening van deze uitspraak. Hij voert aan dat de Afdeling heeft geoordeeld dat zijn beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel als eerste beroep in de zin van artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 moet worden aangemerkt, en dat zij daarom consequenties had moeten verbinden aan de omstandigheid dat de rechtbank niet binnen veertien dagen na ontvangst van het beroepschrift een zitting heeft gehouden (artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3368
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Herziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503124/1/V3

202503126/1/V3

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van de minister gegrond verklaard. Verzoekster wil herziening van deze uitspraak. Zij voert aan dat de Afdeling heeft geoordeeld dat haar beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel als eerste beroep in de zin van artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 moet worden aangemerkt, en dat zij daarom consequenties had moeten verbinden aan de omstandigheid dat de rechtbank niet binnen veertien dagen na ontvangst van het beroepschrift een zitting heeft gehouden (artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3369
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Herziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503126/1/V3

202503450/1/V3

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 17 juni 2025 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de maatregel door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Jankie, advocaat in Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3377
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503450/1/V3

202503613/1/V3

Bij besluit van 8 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 19 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E. Schoneveld, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3376
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503613/1/V3

202503737/1/V3 en 202503737/2/V3

Bij besluit van 9 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3355
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503737/1/V3 en 202503737/2/V3

202503987/1/V3

Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3356
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503987/1/V3

202504057/1/V3

Bij besluit van 3 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3354
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504057/1/V3

BRS.25.000401

Bij besluit van 29 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3341
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000401

BRS.25.000443

Bij besluit van 25 februari 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3340
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000443

BRS.25.000543

Bij besluit van 15 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft gehad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3325
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000543

BRS.25.000582

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3342
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000582

BRS.25.000794

Bij besluit van 25 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3352
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000794

BRS.25.000795

Bij besluit van 21 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene en haar minderjarige kinderen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3338
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000795

202103510/1/A2 en 202500629/1/A2

Bij besluit van 18 september 2019 heeft het college aan Stichting Faunabeheereenheid Flevoland voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2023 een ontheffing verleend als bedoeld in artikel 3.17 van de Wet natuurbescherming voor het doden van edelherten met een geweer en gebruikmaking van een demper in de Oostvaardersplassen en de gebieden daaromheen. De Oostvaarderplassen is aangewezen als Natura 2000-gebied voor verschillende vogelsoorten. Het bestaat uit een kerngebied met een moerasdeel grenzend aan het Markermeer en een graslanddeel (hierna: het grazige deel). Daaromheen liggen de beboste gebieden het Oostvaardersbos, Kotterbos, Oostvaardersveld en Hollandse Hout. Het kerngebied bestaat uit 3.600 ha moerasgebied en 1.880 ha graslandgebied. In 2017 heeft de provincie Flevoland de verantwoordelijkheid voor het beheer van de Oostvaardersplassen overgenomen van het Rijk. Stamina betoogt primair dat de rechtbank niet heeft onderkend dat op de edelherten in de Oostvaardersplassen de Wet dieren en niet de Wnb van toepassing is. Zij voert daartoe aan dat voor het onderscheid tussen gehouden en niet-gehouden dieren een doorslaggevend vereiste is of de oppervlakte van het leefgebied meer of minder dan 5.000 ha bedraagt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3439
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202103510/1/A2 en 202500629/1/A2

202103612/1/A2

Bij een eerste besluit van 18 september 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Flevoland aan Stichting Faunabeheereenheid Flevoland een ontheffing verleend als bedoeld in artikel 3.17 van de Wet natuurbescherming voor het doden van edelherten met een geweer en gebruikmaking van een demper in de Oostvaardersplassen en de gebieden daaromheen. Bij het besluit van 18 september 2019, zoals gehandhaafd bij het besluit van 27 mei 2020, heeft het college aan Stichting Faunabeheereenheid Flevoland een ontheffing verleend op grond van artikel 3.17 van de Wnb voor het doden van edelherten met een geweer en gebruikmaking van een demper in de Oostvaardersplassen en de gebieden daaromheen voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2023, tot een doelstand van 500 dieren. Het afschot is toegestaan in de periode van 1 september tot 15 maart en er mag geen afschot plaatsvinden in de bronsttijd van het edelhert. Staatsbosbeheer voert als eigenaar en beheerder van de Oostvaardersplassen de ontheffing uit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3427
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202103612/1/A2

202103967/1/R2

Bij besluiten van 23 juni 2017 gericht aan Recreatiepark Fort Oranje BV en Divine Investment Limited heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert onder meer: - de gebruiksvergunning voor de inrichting recreatiepark Fort Oranje ingetrokken; - het terrein van het recreatiepark en de daarop gelegen woningen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Woningwet per 23 juni 2017 om 15.00 uur gesloten voor de duur van één jaar; - het beheer van het terrein van het recreatiepark en de daarop gelegen woningen op grond van artikel 13b, tweede lid, van de Woningwet gedurende één jaar na 23 juni 2017 om 15.00 uur overgenomen. Volgens het college is er sprake van falend beheer door Fort Oranje BV. Volgens het college is het recreatiepark vervallen en verloederd. Divine en [appellant sub II.A] en anderen betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat overtredingen per kavel dienen te worden vastgesteld en dat het college het recreatiepark ten onrechte in zijn geheel als één terrein in de zin van artikel 17, eerste lid, van de Woningwet heeft beschouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3414
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Milieu - Overige
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202103967/1/R2

202107683/1/A3 e.a.

Deze uitspraak heeft betrekking op zestien hogerberoepszaken en één herzieningszaak waarin [appellant] appellant respectievelijk verzoeker is. De onderscheidenlijke hoger beroepen en het verzoek zijn op verschillende momenten ingediend. Het gaat in de hoger beroepen om uitspraken van verschillende rechtbanken in geschillen met verschillende bestuursorganen en over diverse onderwerpen. In twee zaken - met nrs. 202303556/1/A3 en 202407346/1/A3 - gaat het om uitspraken van de rechtbank Rotterdam waarbij 25 respectievelijk 32 verzetten ongegrond zijn verklaard. Voor het verdere procesverloop in de zaken wordt verwezen naar de aangevallen uitspraken en de uitspraak van de Afdeling waarvan herziening wordt verzocht. [appellant] voert al twintig jaar buitengewoon veel procedures tegen diverse bestuursorganen en instanties, bij burgerlijke rechters en bij bestuursrechters, over allerlei kwesties en besluiten en over het niet tijdig nemen van besluiten, veelal, maar zeker niet uitsluitend, over of naar aanleiding van informatieverzoeken. Het gaat in totaal inmiddels om vele honderden procedures.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3447
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Herziening
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202107683/1/A3 e.a.

202200545/1/R2

Bij besluit van 5 september 2017 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht aan [partij] op grond van artikel 3.8, eerste lid, in samenhang gelezen met artikel 3.10, tweede lid, van de Wet natuurbescherming een ontheffing van het verbod van artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wnb verleend voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantings- en rustplaatsen van de das. De ontheffing is verleend ten behoeve van de bouw van een theehuis en de aanleg van een parkeerplaats en een dierenbegraafplaats op de hoek van de Vuurse Steeg en de Embranchementsweg op het [landgoed]. [partij] is de eigenaar van [landgoed]. Hij wil op het landgoed een theehuis met parkeergelegenheid en een dierenbegraafplaats realiseren, om zo financiële middelen te genereren voor het beheer en het onderhoud van het landgoed. Omdat in de directe omgeving van de locatie de das is aangetroffen, heeft [partij] bij het college een ontheffing aangevraagd. Het college heeft de gevraagde ontheffing op 5 september 2017 verleend. Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat het aannemelijk is dat de locatie essentieel foerageergebied is voor de das en dat als gevolg van de ontwikkeling 0,33 ha van dit foerageergebied verloren zal gaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3413
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202200545/1/R2

202201272/1/R2

Bij besluit van 15 december 2020 heeft het college aan Porcus B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en milieu, ten behoeve van de bouw van een loods en een nieuwe stal, met een uitbreiding van het aantal vleesvarkens naar 8.616 aan de Rooije Hoefsedijk 41 in Gemert. Porcus B.V. heeft de bestaande varkensfokkerij op het perceel gekocht om daar een nieuwe varkenshouderij te starten. Deze locatie ligt op een afstand van 750 m van de dorpskern van Gemert. Porcus B.V. wil het bedrijf wijzigen en uitbreiden. In totaal wil Porcus B.V. 3.840 gespeende biggen en 4.776 vleesvarkens gaan houden. Daartoe wil zij op het perceel een nieuwe vleesvarkensstal en een nieuwe loods bouwen. Alle bestaande stallen op het perceel, met uitzondering van stal 10, zullen worden gesloopt. De stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de vergunning mocht verlenen met toepassing van artikel 4.3.3 van de planregels. Dat is volgens de stichting in strijd met artikel 4.2.2, aanhef en onder a, van de planregels, dat vereist dat de bestaande oppervlakte dierenverblijf niet wordt uitgebreid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3438
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202201272/1/R2

202201416/1/R2

Bij besluit van 13 december 2021 heeft de raad van de gemeente Vaals het bestemmingsplan "Herziening Buitengebied 2013" vastgesteld. Het bestemmingplan herziet het eerder vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied 2013". De raad heeft geconstateerd dat het eerdere bestemmingsplan enkele omissies bevat en dat de verbeelding en de regels op een aantal punten niet goed op elkaar aansluiten. Daarnaast wil de raad nieuwe ontwikkelingen en initiatieven vastleggen in het bestemmingsplan. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] kunnen zich niet vinden in het bestemmingsplan. Het beroep van [appellant sub 1] richt zich tot de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt rondom zijn woning op [locatie 1] in Lemiers. Volgens hem had het bestemmingsplan een vijfde burgerwoning mogelijk moeten maken op zijn perceel. Ook maakt het bestemmingsplan volgens hem ten onrechte een recreatiewoning mogelijk op [locatie 2], het perceel van [belanghebbende].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3436
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202201416/1/R2

202203188/1/R2

Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Herinrichting Uitkijkpunt Huls" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de herinrichting van het Hulsveld mogelijk. Er worden een uitkijkpunt en een horecagelegenheid met parkeervoorziening mogelijk gemaakt op een nu grotendeels onbebouwd veld. In het uitkijkpunt en de horecagelegenheid wordt de sarcofaag van Simpelveld geïntegreerd. Aan de zuidelijke kant van het plangebied wordt het terrein heringericht met een slingerpad en een aantal picknick- en/of zitplekken. [appellanten] wonen aan de overkant van het plangebied en komen op tegen dit bestemmingsplan. Zij vrezen vooral dat de horecabestemming die het bestemmingsplan heeft toegekend aan een deel van de gronden, zal leiden tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3412
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202203188/1/R2

202204035/1/R2

Bij besluit van 23 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard [partij] drie lasten onder dwangsom opgelegd naar aanleiding van overtredingen op het perceel aan de [locatie] in Valkenswaard. [partij] woont op het perceel en hij houdt en kweekt op het perceel papegaai- en parkietachtigen. Naar aanleiding van verzoeken van omwonenden heeft het college besloten om over te gaan tot handhavend optreden. Volgens het college is het houden van 100 tot 150 papegaai- en parkietachtigen op het perceel in strijd met de daarop rustende woonbestemming. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn buren van [partij] en ondervinden geluidsoverlast van de parkieten en papegaaien. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het houden van ongeveer 100 papegaai- en parkietachtigen niet kan worden beschouwd als een louter hobbymatige activiteit en in strijd is met de aan het perceel gegeven woonbestemming. Het college was dus bevoegd om handhavend op te treden tegen het houden van papegaai- en parkietachtigen, voor zover die activiteit niet in overeenstemming is met de woonbestemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3383
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204035/1/R2

202204505/1/R3

Bij besluit van 25 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Haaksbergen het bestemmingsplan "Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedestraat 76" vastgesteld. Ten oosten van de kern van Haaksbergen, op de rand tussen de bebouwde kom en het buitengebied, bevinden zich aan de Enschedesestraat 76 een tankstation en verschillende bedrijfshallen. Ook bevindt zich hier een bedrijfswoning (Enschedesestraat 76). Ten noordoosten van de bedrijfshallen staan daarnaast twee reguliere woningen (Enschedesestraat 84 en 86). Omdat het tankstation en de bedrijfshallen geen toekomstperspectief hebben op deze locatie en omdat de bebouwing mede daardoor in slechte staat is, is de eigenaar van de gronden van plan de locatie te herontwikkelen voor woningbouw. De raad heeft het plan vastgesteld om dit initiatief mogelijk te maken. Het plan staat de bouw van 20 nieuwe woningen toe, de drie bestaande woningen in het plangebied (Enschedesestraat 76, 84 en 86) blijven behouden. Het gaat om 15 woningen tussen de Enschedesestraat en de Oude Enschedeseweg (noordelijk plandeel) en 5 woningen ten zuiden van de Oude Enschedeseweg (zuidelijk plandeel).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3388
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202204505/1/R3

202204629/1/R2

Bij besluit van 16 juli 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg aan [bedrijf] een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend voor de wijziging van de exploitatie van een pluimvee- en varkenshouderij met mestverwerking aan de [locatie in Leunen. [bedrijf] exploiteert een pluimvee- en varkenshouderij aan de [locatie] in Leunen. Voor de exploitatie van het bedrijf is op 17 november 2016 een natuurvergunning verleend voor 2.260 vleesvarkens, 119.998 legkippen en 80.000 ton mestverwerking met een gecombineerde luchtwasser met een verwijderingsrendement van 85%. De aanvraag heeft betrekking op het houden van 2.260 vleesvarkens, 109.801 legkippen en 80.000 ton mestverwerking met een chemisch luchtwassysteem met een rendement van 95%. Ten opzichte van de natuurvergunning van 17 november 2016 wijzigt het aantal te houden legkippen en de verdeling van de legkippen over de twee stallen. Verder wordt een ander luchtwassysteem bij de mestverwerkingsinstallatie toegepast. De stalsystemen voor de varkensstal en legkippenstallen wijzigen niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3389
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202204629/1/R2

202205294/1/A3

Bij besluit van 1 maart 2021 heeft de raad van bestuur van de kansspelautoriteit aan [appellante] een definitieve aanslag kansspelheffing voor het jaar 2020 opgelegd. [appellante] is onderdeel van het concern JHV gaming B.V. en exploiteert speelautomaten binnen het concern. Zij is eigenaar van de speelautomaten en geeft deze in gebruik aan exploitanten van gokhallen die dochterondernemingen zijn van het concern. De raad heeft de aanslag kansspelheffing 2020 voor [appellante] vastgesteld op € 664.244. De heffing is een bestemmingsheffing als bedoeld in artikel 33e van de Wet op de kansspelen. Bij de berekening van de heffing is de raad op grond van artikel 33e, tweede lid, aanhef en onder b, uitgegaan van het aantal spelersplaatsen van speelautomaten, gedurende het kalenderjaar. Daarbij gaat het volgens de raad, gelet op artikel 3 van de Uitvoeringsregeling kansspelheffing (hierna: Uitvoeringsregeling), om een forfaitaire vaststelling op basis van het aantal speelautomaten dat in eigendom is van de exploitant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3390
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205294/1/A3

202205964/1/R1

Bij besluit van 15 september 2020 heeft het dagelijks bestuur van waterschap Hunze en Aa's aan Contitank een watervergunning verleend voor het uitbreiden van een steiger en het aanbrengen van meerpalen in de zonering van de primaire waterkering van het Zeehavenkanaal nabij de Melasseweg te Farmsum. Het dagelijks bestuur heeft aan Contitank een watervergunning verleend voor het uitbreiden van een steiger en het aanbrengen van meerpalen in de zonering van de primaire waterkering van het Zeehavenkanaal nabij de Melasseweg in Farmsum. Contitank is een bedrijf aan de zeehaven van Delfzijl. Contitank voorziet in de opslag en het transport van dierlijke en plantaardige oliën en vetten. Voor haar bedrijfsvoering ontvangt Contitank grote zeeschepen aan een zeesteiger. Deze steiger is omstreeks 1967 gebouwd en ligt in het water van de zeehaven. In 1993 is het platform van de steiger vernieuwd. Sinds de bouw van de steiger zijn de schepen die de zeehaven van Delfzijl aandoen in tonnage toegenomen. Inmiddels is de situatie ontstaan dat de schepen te groot zijn geworden in verhouding tot de afmeervoorzieningen van Contitank. Daarom stelt Contitank genoodzaakt te zijn de steiger aan te passen, zodat schepen daaraan veilig kunnen afmeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3430
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202205964/1/R1

202206091/1/R4

Bij besluit van 31 augustus 2021 heeft het college van burgermeesters en wethouders van Houten een omgevingsvergunning verleend aan [appellant] voor het realiseren van een schuur op het perceel [locatie] in Houten. [appellant] wil in de op het perceel aanwezige perenboomgaard een schuur realiseren met een gebruiksoppervlakte van 485 m2. De schuur dient ter vervanging van twee aan elkaar gebouwde schuren en een romneyloods, elders op het perceel. [appellant] wil de schuur gebruiken voor opslag en onderhoud ten behoeve van de perenboomgaard, voor opslag bij de woning en voor het hobbymatig opslaan van oldtimers en auto-onderdelen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat bij het college twijfel had moeten ontstaan over de omvang en aard van de opslagactiviteiten die hij in de schuur zou gaan verrichten. [appellant] voert aan dat de hoeveelheid aanwezige auto-onderdelen en het feit dat het grootste deel van de schuur zal worden gebruikt voor opslag en stalling van oldtimers en auto-onderdelen, geen omstandigheden zijn op grond waarvan het college nader onderzoek had moeten verrichten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3426
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206091/1/R4

202206483/1/R4

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Oost Gelre het bestemmingsplan "Corsolocaties Lichtenvoorde" vastgesteld. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom ten noorden van de kern Lichtenvoorde. Het plangebied bestaat uit de percelen met de kadastrale aanduiding sectie N, nummers 1905 en 1907. Het bestemmingsplan voorziet in een wijziging van de bestemming, waardoor de mogelijkheid ontstaat om één of meer dan één gebouw te realiseren waarin bloemencorsowagens kunnen worden opgebouwd. Tussen partijen is niet is geschil dat het bloemencorso een belangrijk cultureel evenement is in Lichtenvoorde. In Lichtenvoorde zijn achttien corsogroepen actief die corsowagens opbouwen. Omdat zeven corsogroepen op zoek zijn naar huisvesting wil de raad met het plan huisvesting voor zeven corsogroepen mogelijk maken in het plangebied. De gronden met de bestemming "Maatschappelijk" zijn bestemd als bloemencorso opbouwlocatie en vormen tevens het bouwvlak. In het bouwvlak geldt een maximum bebouwingspercentage van 30% en een maximum bouwhoogte van 9 meter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3387
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202206483/1/R4

202206861/1/A3

Bij uitspraak van 14 november 2018, in zaak 201800743/1/A3 (ECLI:NL:RVS:2018:3729) heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 18 december 2017 in zaak nr. 16/3562 ongegrond verklaard en een verzoek om schadevergoeding afgewezen. Op 12 april 2016 heeft [verzoekster] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur een verzoek om informatie ingediend. Met dat verzoek heeft [verzoekster] het college verzocht alle correspondentie tussen de gemeente Helmond en TOG Nederland Zuid B.V. aan haar te verstrekken, voor zover die nog niet aan haar is verstrekt. Verder heeft zij daarbij verzocht haar de planschadeovereenkomst te verstrekken die de gemeente met Stichting Elkerliek Ziekenhuis heeft gesloten in verband met de komst van een parkeergarage bij het Elkerliek ziekenhuis in Helmond. Het college heeft dit verzoek met het besluit van 2 mei 2016 afgewezen en daarbij meegedeeld dat een mail van 12 november 2015 de enige correspondentie is met TOG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3271
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Herziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206861/1/A3

202206862/1/A3

Bij uitspraak van 29 januari 2020, in zaak 201902224/1/A3 (ECLI:NL:RVS:2020:305) heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 7 maart 2019 in zaak nr. 18/1675 ongegrond verklaard. Op 14 mei 2018 heeft [verzoekster] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur een verzoek om informatie ingediend. Met dat verzoek heeft [verzoekster] onder meer om de volgende informatie verzocht: Opdrachtbrief aan TOG conform artikel 5 Procedureregeling planschadevergoeding 2006 gemeente Helmond; Schriftelijke melding van TOG juridische adviseurs inzake termijnoverschrijding conform artikel 7.2 Procedureregeling planschadevergoeding 2006 gemeente Helmond; Schriftelijke mededeling van verlenging c.q. verzoek tot verlenen uitstel conform artikel 7.4 Procedureregeling planschadevergoeding 2006 gemeente Helmond; Schriftelijk akkoord van uw College aan TOG juridische adviseur(s) voor verlenen uitstel; Bijbehorende communicatie bij het toezenden aan TOG van: mijn aanvraag, mijn privégegevens, bestemmingsplannen, vrijstellingsbesluit, en andere relevante documenten; Bijbehorende communicatie bij hetgeen uw College heeft aangegeven, bevestigd c.q. verzocht aan TOG Juridische adviseur(s).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3272
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Herziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206862/1/A3

202207146/1/A3

Bij brief van 29 november 2021 heeft [appellante] verzocht om herziening van de uitspraak van 13 augustus 2021 van de rechtbank Oost-Brabant, zaaknummer 19/2587. [appellante] heeft op 14 november 2018 een informatieverzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ingediend bij het college. In haar verzoek heeft [appellante] om de volgende informatie verzocht: a. de besluiten van het college op de brieven van 22 september 2005 en 14 oktober 2005 van omwonenden aan het Elkerliek ziekenhuis en de notulen van de raadsvergadering waarin deze brieven zijn besproken; b. het besluit over de planschadeovereenkomst en de notulen van de raadsvergadering waarin deze overeenkomst is besproken en het besluit is genomen; c. informatie over de uitbreiding van de personeelskantine van het Elkerliek ziekenhuis; d. de raamovereenkomst met TOG Nederland Zuid B.V. (hierna: TOG) óf de feitelijke opdrachtbrief aan TOG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3411
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Herziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202207146/1/A3

202300819/1/R2

Bij besluit van 19 december 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)" vastgesteld. Het plangebied omvat het perceel aan de Vierbundersweg 64 in Tilburg. [partij] exploiteert daar een agrarisch bedrijf. In het plan is het bestemmingsvlak "Agrarisch - Agrarisch bedrijf" met de functieaanduiding "intensieve veehouderij" vergroot om de reeds legaal tot stand gekomen bestaande situatie van het agrarisch bedrijf in overeenstemming te brengen met de planologische situatie en om een uitbreiding van het agrarisch bedrijf planologisch mogelijk te maken. Verder is het bouwvlak vergroot van 0,8 ha tot iets minder dan 1,5 ha. [appellant] is omwonende en is het niet eens met het plan. Volgens hem is er geen noodzaak voor een uitbreiding met onder meer een nieuwe stal en een tweede mestsilo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3385
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300819/1/R2

202301332/1/R1

Bij besluit van 10 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzoek van [appellant] tot het vaststellen van maatwerkvoorschriften voor ijssalon BitterKoud afgewezen. [appellant] woont in Den Haag aan de [locatie]. In hetzelfde pand, op de begane grond en onder de woning, bevindt zich ijssalon BitterKoud. Die ijssalon wordt geëxploiteerd door [partij A]. Het pand is eigendom van [partij B] en [partij C]. [appellant] ervoer overlast van de ijssalon. Daarom heeft hij het college verzocht om maatwerkvoorschriften vast te stellen op grond van het Activiteitenbesluit. Het college heeft dit geweigerd en die weigering in stand gelaten bij het besluit van 13 januari 2021. De rechtbank heeft dat besluit vernietigd, omdat het college naar haar oordeel niet (deugdelijk) heeft gemotiveerd waarom de door [appellant] gestelde geur- en trillinghinder geen aanleiding geeft tot het stellen van een maatwerkvoorschrift. Maar de rechtbank heeft de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten, omdat de nadere toelichting die het college tijdens de zitting van de rechtbank heeft gegeven, hiervoor naar het oordeel van de rechtbank alsnog een toereikende motivering biedt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3429
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202301332/1/R1

202302070/1/R3

De maatschap heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekend maken van een volgens haar van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor het omzetten van het agrarische bedrijf van een loonbedrijf met schapenhouderij in een geitenhouderij/melkerij in combinatie met een loonbedrijf. De maatschap heeft plannen om haar agrarische bedrijf om te zetten van een loonbedrijf met schapenhouderij in een geitenhouderij/melkerij in combinatie met een loonbedrijf. Hierover heeft op 19 februari 2020 een gesprek met twee ambtenaren plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3419
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302070/1/R3

202302224/1/R1

Bij besluit van 18 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen ijssalon Bitterkoud afgewezen. [appellant] woont in Den Haag aan de [locatie]. In hetzelfde pand, op de begane grond en onder de woning, bevindt zich ijssalon BitterKoud. Die ijssalon wordt geëxploiteerd door [partij A]. Het pand is eigendom van [partij B] en [partij C]. [appellant] ervoer onder meer geluidsoverlast van het parkeerplaatsterras van de ijssalon dat tijdelijk langs de noordzijde van het pand was geplaatst. Daarom heeft hij een handhavingsverzoek ingediend bij het college. Het college heeft bij besluit van 18 mei 2022 afgezien van handhaving, omdat de ijssalon volgens het college een type A-inrichting was in de zin van het Activiteitenbesluit. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit laatste niet deugdelijk was gemotiveerd en dat het college een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van haar uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3428
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302224/1/R1

202302234/1/A3

Bij besluit van 14 februari 2021 heeft de burgemeester van Ouder-Amstel een vergunning verleend voor de exploitatie van de horeca-inrichting "Bar Bodega Don Camillo" aan de Dorpsstraat 9 in Ouderkerk aan de Amstel. [appellant] woont tegenover bar Bodega en stelt overlast te ondervinden van het komen en gaan van bezoekers van de bar in de nachtelijke uren en van het buiten roken van bezoekers. De vergunning strekt tot verlenging van de exploitatievergunning die in 2015 is verleend. In de exploitatievergunning van 14 februari 2021 zijn openingstijden opgenomen van maandag tot en met zondag van 09.00 uur tot 04.00 uur. Het hoger beroep richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat de exploitatie van bar Bodega niet in strijd is met het Bestemmingsplan Ouderkerk aan de Amstel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3418
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302234/1/A3

202303031/1/R4

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor een dakkapel op de woning op het perceel [locatie] in Hilversum. [appellante] is eigenaresse van de woning op het perceel en wil op het achtergeveldakvlak van de woning een tweede dakkapel realiseren boven een bestaande dakkapel. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Beschermde gezichten Hilversum Zuid en Oost". Op het perceel rust de dubbelbestemming "Waarde - Beschermd gezicht". Het college heeft geweigerd op grond van artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo een omgevingsvergunning te verlenen, omdat het bouwplan in strijd is met artikel 2.2.1. van de planregels. Met het plaatsen van de dakkapel zal het dakaanzicht van de woning namelijk worden gewijzigd, terwijl dit op grond van artikel 2.2.1. van de planregels niet is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3417
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303031/1/R4

202303269/1/R1

Bij besluiten van 13 april 2021 heeft het college an burgemeester en wethouders van Tholen de verzoeken van [appellante A] en [appellante B] om handhavend op te treden tegen het gebruik van het pand aan [locatie A] in Poortvliet afgewezen. Het pand aan [locatie A] in Poortvliet wordt verhuurd aan arbeidsmigranten. Op het perceel waarop dit pand staat, rust op grond van het bestemmingsplan "Kommen gemeente Tholen" de bestemming "Wonen-Vrijstaand". [appellante A] en [appellante B] wonen in de nabijgelegen panden aan [locatie B] en [locatie C] in Poortvliet en ervaren overlast van de arbeidsmigranten. Zij vinden dat het college daartegen moet optreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3434
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303269/1/R1

202303937/1/R1

Bij besluit van 24 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om voor 1 mei 2022 het bedrijfsmatige gebruik van het pand aan de [locatie] in Alkmaar te beëindigen en beëindigd te houden. [appellante] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Alkmaar. De begane grond van het pand op dat perceel verhuurde zij sinds 31 augustus 2021 aan [bedrijf], die daar een uitzendbureau exploiteerde. Boven de begane grond bevinden zich twee verdiepingen die werden verhuurd als woning. Op het perceel geldt op grond van het bestemmingsplan "Alkmaar Zuid-West" de bestemming "Wonen". Vast staat dat [bedrijf] op het perceel geen aan-huis-verbonden bedrijf uitoefende als bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de regels van het bestemmingsplan en dat het bedrijfsmatige gebruik van de begane grond in strijd was met het bestemmingsplan. Het college heeft meldingen van overlast ontvangen over het bedrijfsmatige gebruik van het pand. Ook heeft het college aangegeven een verzoek ontvangen te hebben om handhavend op te treden tegen het bedrijfsmatige gebruik.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3391
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303937/1/R1

202304834/1/R1

Bij besluit van 20 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen onder meer de locatie aan de Olmendreef ter hoogte van de kruising met de Olmentuin aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse afvalcontainer. Bij het bestreden besluit is onder meer de locatie aan de Olmendreef aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse container voor restafval (hierna: ORAC). Deze ORAC is volgens het college bedoeld voor de inwoners van de wijk "Olmentuin". [appellant], die aan de [locatie] woont, is het niet eens met de aangewezen locatie, omdat de afvalcontainer op een stuk grond wordt geplaatst waarvan hij voor 1/34e deel mandelig eigenaar is. Het college betoogt dat [appellant] geen belanghebbende is. [appellant] is lid van de Beheervereniging Olmentuin te Steenbergen, die op grond van artikel 6 van onderdeel e van de akte van mandeligheid is opgericht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3393
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202304834/1/R1

202304876/1/A2

Bij besluit van 15 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel de aanvraag van [appellante] om nadeelcompensatie afgewezen. [appellante] exploiteert een benzinestation aan de [locatie] in Capelle aan den IJssel. Vanwege de aanleg van twee rotondes op de Burgemeester van Dijklaan is een gedeelte van deze weg afgesloten geweest van september 2021 tot en met juni 2022. Dit heeft er volgens [appellante] toe geleid dat zij in deze periode veel minder klanten heeft gehad waardoor zij schade heeft geleden. De aanvraag van 3 februari 2022 is door het college aangemerkt als een verzoek om nadeelcompensatie voor de maanden september tot en met december 2021. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat de door [appellante] gestelde schade behoort tot het normaal maatschappelijk risico. Door de gemeente zijn er omleidingsroutes ingesteld en andere flankerende maatregelen getroffen om het bedrijf van [appellante] bereikbaar te houden, waaronder ook een tijdelijke weg vanaf de hoofdweg naar het benzinestation.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3405
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304876/1/A2

202304978/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer verschillende locaties aangewezen voor de plaatsing van containers voor de verzameling van plastic, blik en drinkpakken, van oud papier en karton, van groente, fruit, tuinafval en etensresten, van restafval en van glas. Voor de wijk Toolenburg-Oost heeft het college onder meer locatie 02-01, aan de Caro van Eycksingel, aangewezen voor de plaatsing van een container voor restafval en voor GFT-E. Het college is van plan om op de aangewezen locatie een afvalcontainer te plaatsen voor GFT-E en een container voor restafval. Op de aangewezen locatie kon voorheen alleen restafval ingeleverd worden. VvE De Eyck is het daar niet mee eens, omdat de bewoners van appartementengebouw ‘De Eyck’ hun afval dat niet in een van de twee containers ingeleverd kan worden, ergens anders moeten inleveren. Daarvoor moeten de bewoners meer dan 230 meter lopen. Volgens VvE De Eyck had het college de aangewezen locatie daarom moeten uitbreiden met containers voor andere soorten afval.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3394
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202304978/1/R1

202305026/1/R2

Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau aan Parc de Kievit Onroerend Goed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van tien recreatiewoningen op het recreatiepark Parc de Kievit in Baarle-Nassau. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van tien recreatiewoningen op Parc de Kievit op de plek van de voormalige camping. [appellant] en anderen zijn eigenaar van een recreatiewoning op Parc de Kievit en kunnen zich niet verenigen met de bouw van de tien recreatiewoningen. Zij menen dat het op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan maximumaantal toegestane objecten op het park wordt overschreden en dit gevolgen heeft voor de leefbaarheid en de goede ruimtelijke ordening van het park. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar van [appellant] en anderen terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Alleen de bewoners van perceel [locatie 1] op Parc de Kievit zijn belanghebbenden. Volgens de rechtbank is onvoldoende vast komen te staan dat de voormalige camping is aan te merken als een collectieve voorziening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3384
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305026/1/R2

202305399/1/A2

Bij besluit van 4 augustus 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Flevoland het verzoek van Stamina om handhavend op te treden tegen Staatsbosbeheer vanwege het vangen van konikpaarden in de Oostvaardersplassen om deze elders te laten doden, afgewezen. Staatsbosbeheer is de eigenaar en de beheerder van het Natura 2000-gebied de Oostvaardersplassen. Staatsbosbeheer voert populatiebeheer uit op de konikpaarden in het gebied. Daartoe is een deel van de Oostvaardersplassen in gebruik als vangweide. De vangweide is een omheind grasland van ca. 55 ha. Zo nu en dan wordt een hek in de omheining geopend, waarna de konikpaarden de vangweide kunnen betreden. Naderhand wordt het hek weer gesloten, zodat de konikpaarden niet meer kunnen terugkeren naar de andere delen van het gebied. Binnen de vangweide bevindt zich een omheinde vangkraal. De vangkraal bestaat uit compartimenten die met hekken afsluitbaar zijn. De konikpaarden worden met voer naar de vangkraal gelokt. De op deze wijze gevangen konikpaarden worden door Staatsbosbeheer naar andere natuurgebieden verplaatst of, als dat niet mogelijk is, geslacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3425
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202305399/1/A2

202305865/1/A2

Apotheek Heythuysen heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verzocht om handhavend op te treden tegen de Huisartsengroepspraktijk Stramproy-EII, de huisartsen [huisarts A] en [huisarts B] en de apotheek APPO Heythuysen (voorheen: DoktersApotheek Heythuysen) wegens overtredingen van de Geneesmiddelenwet en het Besluit Gmw. APPO heeft apotheekservicepunten (hierna: uitdeelposten) in, onder meer, de praktijken van de Huisartsengroepspraktijk Stramproy-Ell en van de huisartsen [huisarts A] en [huisarts B]. Volgens Apotheek Heythuysen zijn in die uitdeelposten in strijd met artikel 61, eerste lid, van de Gmw ongeëtiketteerde geneesmiddelen (geneesmiddelen zonder sticker met patiëntgegevens) op voorraad aanwezig die door de huisartsen ter hand worden gesteld aan patiënten. Verder is de samenwerking tussen APPO en beide huisartsenpraktijken, waarbij de huisartsenpraktijken een financiële vergoeding van APPO krijgen, volgens Apotheek Heythuysen in strijd met artikel 11 van het Besluit Gmw. Apotheek Heythuysen heeft de minister daarom in september 2020 verzocht om handhavend tegen APPO en de twee huisartsenpraktijken op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3397
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305865/1/A2

202306082/1/R1

Bij besluit van 5 september 2023 heeft het college het definitief plaatsingsplan "ondergrondse restafvalcontainers Bloemenbuurt-Oost (buurt 51), Segbroek, Den Haag" vastgesteld. Daarbij zijn onder meer de locaties 51-12 en 51-15A aangewezen voor de plaatsing van een of meer ondergrondse restafvalcontainers. In het plaatsingsplan is onder meer de locatie 51-12 ter hoogte van de Larixstraat 38-54 aangewezen voor de plaatsing van twee ORAC’s. De Larixstraat ligt tussen de Segbroeklaan en de Hanenburglaan. De locatie voor de ORAC’s ligt nabij de kruising met de Segbroeklaan. [appellant sub 1] en anderen wonen aan de Larixstraat 38-54. Zij vinden locatie 51-12 om verschillende redenen, waaronder de verkeersveiligheid, ongeschikt voor de plaatsing van ORAC’s. De ORAC’s zijn inmiddels geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3437
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306082/1/R1

202306153/1/R2

Bij besluit van 10 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss [appellant] en anderen een last onder dwangsom opgelegd naar aanleiding van het zonder omgevingsvergunning verbouwen van de woning aan de [locatie] in Oss tot vier wooneenheden en het in strijd met het bestemmingsplan (laten) gebruiken van dit pand of delen daarvan. [appellant] en anderen zijn eigenaren van het pand op het perceel. Een toezichthouder van de gemeente Oss heeft op 2 februari 2021 geconstateerd dat het pand zonder daarvoor vereiste omgevingsvergunning en in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Ruwaard Oss 2010" werd verbouwd tot vier wooneenheden. Het college is vervolgens overgegaan tot handhavend optreden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat er sprake is van een overtreding van het bestemmingsplan, zodat het college bevoegd was om daartegen handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3386
Datum uitspraak
23 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306153/1/R2
vorige pagina1...464748...1.246volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon