Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.756
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202305535/2/R1

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Roerdalen het bestemmingsplan "Kleinschalig zorghuis Hoogstraat 11 te Montfort" vastgesteld. Het plan voorziet in de kern van Montfort in de mogelijkheid aan de Hoogstraat een kleinschalig zorghuis te realiseren, met zestien zorgwoningen en één dienstwoning. In het in 2023 vastgestelde plan was in artikel 1.94 van de planregels de volgende begripsbepaling van "zorgwoning" opgenomen: "een woning of wooneenheid waar een huishouden langdurig verblijft of woont, waarbij er sprake is van zelfstandige bewoning, met het oogmerk daar geïndiceerde zorg en ondersteuning te ontvangen, en welke zorg door minimaal één van de bewoners ook daadwerkelijk wordt afgenomen". In de tussenuitspraak is overwogen dat er met name discussie bestaat over de vraag of de in artikel 1.94 van de planregels opgenomen definitie van het begrip "zorgwoning" wel voldoende is toegesneden op de beoogde doelgroep van het woongebouw, en de daarbij behorende parkeervraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3109
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202305535/2/R1

202305690/1/A2

Bij besluit van 22 januari 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aan [appellant] verleende toevoeging ingetrokken. Bij besluit van 8 oktober 2013 heeft de raad aan [appellant] een toevoeging verleend voor rechtsbijstand door een advocaat ter zake van een verbintenisrechtelijk geschil. Na een aantal overnames is de toevoeging bij besluit van 6 december 2016 op naam van [advocaat] gesteld. Op 17 december 2019 heeft [advocaat] namens [appellant] de raad verzocht om de toevoeging met terugwerkende kracht in te trekken, omdat er tussen hen een geschil was ontstaan over het betalen van facturen. [appellant] heeft er volgens [advocaat] vanwege het verwachte eindresultaat voor gekozen de destijds openstaande uren en toekomstige uren te voldoen op basis van haar uurtarief. Uit het besluit van 26 juni 2020 volgt dat de raad zich op het standpunt stelt dat de toevoeging ten onrechte is ingetrokken, omdat [appellant] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen toestemming heeft gegeven aan [advocaat] om de toevoeging in te trekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3137
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202305690/1/A2

202305765/1/A2

Bij besluit van 22 januari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [persoon] verleende toevoeging ingetrokken. Bij besluit van 8 oktober 2013 heeft de raad aan [persoon] een toevoeging verleend voor rechtsbijstand door een advocaat ter zake van een verbintenisrechtelijk geschil. Na een aantal overnames is de toevoeging bij besluit van 6 december 2016 op naam van [appellant] gesteld. Op 17 december 2019 heeft [appellant] namens [persoon] de raad verzocht om de toevoeging met terugwerkende kracht in te trekken, omdat er tussen hen een geschil was ontstaan over het betalen van facturen. [persoon] heeft er volgens [appellant] vanwege het verwachte eindresultaat voor gekozen de destijds openstaande uren en toekomstige uren te voldoen op basis van haar uurtarief.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3133
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202305765/1/A2

202305845/1/A3

Bij besluit van 30 november 2022 heeft de burgemeester van Almere aan [appellant] een huisverbod opgelegd als bedoeld in de Wet tijdelijk huisverbod voor de periode van tien dagen, tot 10 december 2022. Op het moment dat het huisverbod werd opgelegd woonde [appellant] samen met [persoon] en hun twee meerderjarige kinderen in een woning in Almere. [appellant] en [persoon] zijn in 2019 gescheiden waarbij het gebruiksrecht van de woning aan [persoon] is toegewezen. Ondanks de toewijzing van de woning aan [persoon] weigerde [appellant] de woning te verlaten en is hij in de woning blijven wonen. Naar aanleiding van een zorgmelding bij Veilig Thuis Flevoland is er een onderzoek gestart naar de gezinssituatie. De burgemeester heeft in de uitkomsten aanleiding gezien om aan [appellant] het tijdelijke huisverbod op te leggen. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester aan hem een tijdelijk huisverbod op kon leggen en dat hij dit verbod ook mocht verlengen. [appellant] voert daartoe aan dat het opleggen van een tijdelijk huisverbod als doel heeft om een adempauze in te lassen voor partijen om afspraken te maken en maatregelen te nemen die de dreiging van huiselijk geweld kunnen wegnemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3114
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202305845/1/A3

202305974/1/A3

Bij besluit van 23 mei 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming een verzoek van [verzoeker] om de geslachtsnaam van het minderjarige kind [naam], geboren op 31 januari 2015, te wijzigen van [achternaam appellant] in [achternaam verzoeker], ingewilligd. De minister heeft vastgesteld dat [verzoeker] onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek een aaneengesloten periode van vijf jaren heeft verzorgd en opgevoed en dat uit de gegevens in de basisregistratie personen blijkt dat [verzoeker] en [kind] nooit op hetzelfde adres ingeschreven hebben gestaan als [appellant]. Met het besluit van 23 mei 2022 heeft de minister het verzoek daarom, na een belangenafweging te hebben gemaakt, ingewilligd. Met het besluit van 12 oktober 2022 heeft de minister zijn standpunt gehandhaafd. [appellant] is het daarmee niet eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3108
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202305974/1/A3

202306017/1/R1

Bij besluit van 20 april 2021 is het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam overgegaan tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen met een totale hoogte van € 1.000,00. Bij twee afzonderlijke brieven van 4 februari 2020, gericht aan [appellant] en aan de stichting We Run The City ter attentie van [appellant], is [appellant] gelast af te zien van het, in strijd met artikel 17, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening van de gemeente Amsterdam, (laten) bezorgen van ongeadresseerd reclamedrukwerk op adressen waarvan de bewoner of gebruiker niet (door middel van een sticker) kenbaar heeft gemaakt dergelijke reclamepost te willen ontvangen, onder oplegging van een dwangsom van € 500,00 per overtreding met een maximum van € 5000,00. Daarbij geldt elke bezorging van ongeadresseerd drukwerk op adressen zonder Ja/Ja- of Ja-sticker als afzonderlijke overtreding. Een toezichthouder van de gemeente heeft op 28 januari 2021 en 5 februari 2021 geconstateerd dat er ongeadresseerd reclamedrukwerk afkomstig van [appellant] is bezorgd op adressen zonder Ja/Ja- of Ja-sticker.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3125
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306017/1/R1

202306685/1/R1

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beemster aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning op het perceel [locatie 1] in Westbeemster. Aan de Westdijk in Westbeemster staat een twee-onder-een-kapwoning die de vorm heeft van een stolpboerderij. [partij] woont op het perceel aan de [locatie 2] in de ene helft van de twee-onder-een-kapwoning. [appellant] woont in de andere helft op het perceel aan de [locatie 3]. De percelen zijn elk ongeveer 2.500 m2. Voor de bouw van de twee-onder-een-kapwoning heeft het college in 2008 een bouwvergunning met een vrijstelling van het toen geldende bestemmingsplan verleend. De woning is in 2009 gebouwd. Daarvoor stond elders op het perceel, dat thans van [partij] is, een woning. Die is voorafgaand aan de bouw van de twee-onder-een-kapwoning gesloopt. [appellant] is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning voor de bouw van de woning op het perceel van [partij]. Hij kan zich daarom niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank, waarin zijn beroep ongegrond is verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3090
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306685/1/R1

202306686/1/R3

Bij besluit van 29 juni 2021 heeft het college aan maatschap een omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met de beheersverordening Overige Dorpen 2014 plaatsen van een stelling met daarin twee silo's voor het perceel [locatie 1] te Oldeberkoop. [appellant A] en anderen zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning voor de silo’s op het agrarische perceel gelegen aan de [locatie 1]. [appellant C] en [appellant D] wonen naast het perceel waarop de silo’s geplaatst zijn aan de [locatie 2]. [appellant A] en [appellant [appellant B] wonen er tegenover aan de [locatie 3]. [appellant A] en anderen vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3091
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306686/1/R3

202307182/1/R3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een dakopbouw op de woning op het adres [locatie] te Annen. Het college heeft bij besluit van 16 april 2020 een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van een dakopbouw op en aan de woning op het adres [locatie] in Annen. Deze is bij besluit van 17 augustus 2022, na een vernietiging door de rechtbank, met verbetering van de motivering, in stand gelaten. De woning waarop de dakopbouw is gerealiseerd is een twee-onder-een-kapwoning met de woning van [appellant]. [appellant] kan zich niet met de omgevingsvergunning verenigen, omdat de dakopbouw volgens hem in strijd is met redelijke eisen van welstand en er sprake is van overbouw. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de dakopbouw in strijd is met redelijke eisen van welstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3095
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307182/1/R3

202307319/1/A2

Bij besluit van 8 oktober 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellante] compensatie toe te kennen in het kader van de hersteloperatie toeslagen. Deze uitspraak gaat over compensatie in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De compensatieregeling in de Wet hersteloperatie toeslagen is bedoeld voor gedupeerden van zowel institutionele vooringenomenheid als hardheid van het stelsel. [appellante] heeft op 31 januari 2020 verzocht om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2013 en 2014. Bij besluit van 8 oktober 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd om aan [appellante] compensatie toe te kennen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen terecht heeft geweigerd om [appellante] compensatie toe te kennen. Over het toeslagjaar 2014 heeft de Dienst Toeslagen kinderopvangtoeslag teruggevorderd omdat [appellante] de kinderopvangtoeslag had stopgezet en minder opvanguren heeft afgenomen dan waarop het voorschot kinderopvangtoeslag was berekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3141
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202307319/1/A2
vorige pagina1...418419420...12.376volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon