Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 104.698
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202505653/1/A3

Bij besluit van 6 maart 2024, op schrift gesteld op 12 maart 2024, heeft de burgemeester van Utrecht besloten om het pand aan de [locatie] per direct, te weten 6 maart 2024, en gedurende zes maanden in zijn geheel te sluiten. [appellante] huurde de woning aan de [locatie] in Utrecht. Op 5 maart 2024 is een inspecteur binnengetreden in deze woning, vanwege een melding van de politie dat hier een hennepkwekerij was aangetroffen. De inspecteur heeft geconstateerd dat er drie verschillende kweekruimtes voor hennep waren en dat er op een gevaarlijke manier stroom werd gestolen. De politie heeft in de woning 115 hennepplanten aangetroffen. De burgemeester heeft daarop op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a van de Opiumwet de woning van [appellante] gesloten voor de duur van zes maanden. [appellante] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. De burgemeester heeft dit bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk is, vanwege het ontbreken van procesbelang, en heeft het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat [appellante] haar schade onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4428
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202505653/1/A3

202505671/1/A3

Bij besluit van 24 mei 2025 heeft de burgemeester van Rotterdam een huisverbod opgelegd aan [appellant]. [appellant] heeft een relatie met [persoon]. Volgens een proces-verbaal van bevindingen van 22 mei 2025 kregen verbalisanten die nacht een melding van huiselijk geweld. Ter plaatse zagen verbalisanten dat [persoon] onder het bloed zat. Zij verklaarde dat zij in elkaar geslagen was. Zij verklaarde dat dit letsel was aangebracht door [appellant]. Na dit incident tussen [appellant] en [persoon] heeft de burgemeester op grond van artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod opgelegd aan [appellant] voor de duur van tien dagen, te weten van 24 mei 2025 tot 3 juni 2025. Het huisverbod is gebaseerd op een door de hulpofficier van justitie opgesteld Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4426
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202505671/1/A3

202505838/1/A3

Bij besluit van 30 april 2024 heeft de burgemeester van Leeuwarden aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Volgens een bestuurlijke rapportage van de politie heeft [appellant] gehandeld in drugs op straat. De burgemeester heeft hierop aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om te voorkomen dat hij nogmaals handelt in strijd met artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden. Volgens dit artikel is het verboden je op de openbare weg te begeven met de kennelijke bedoeling om in verdovende middelen te handelen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester op basis van de bestuurlijke rapportage terecht heeft geconcludeerd dat aannemelijk is dat [appellant] artikel 2:74 van de APV heeft overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4425
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505838/1/A3

202600747/1/A2

Bij beslissing van 21 november 2025 heeft de directeur Fontys Sociale Studies het verzoek van [appellant] om schadevergoeding als gevolg van onrechtmatige beslissingen afgewezen. Bij beslissing van 12 februari 2026 heeft het college van bestuur van Fontys Hogeschool het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het verzoek opnieuw afgewezen. [appellant] volgt sinds het studiejaar 2015-2016 een lerarenopleiding Godsdienst aan de Fontys Hogeschool. Hij stelt zich op het standpunt dat hij studievertraging heeft opgelopen als gevolg van onrechtmatige beslissingen van de examencommissie. Hij wil dat het CvB de studievertraging vergoedt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4424
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600747/1/A2

202601039/1/A2

Bij beslissing van 10 oktober 2025 heeft de examencommissie van het Instituut Associate Degrees het door [appellant] ingeleverde werk voor de toets Assessment BIM-Modelleur, onderdeel van de cursus VT2 BIM2-modelleur, wegens plagiaat ongeldig verklaard en hem uitgesloten van deelname aan toetsen tot en met 31 januari 2026. [appellant] is deeltijdstudent bij de associate degree-opleiding Bouwmanagement aan de Hogeschool Utrecht. In het studiejaar 2024-2025 volgde hij de cursus VT2 BIM2-modelleur. Dit vak is onderdeel van zijn afstudeertraject. Onderdeel van dit vak was een stage bij een stagebedrijf. Aan het eind van die stage moest [appellant] een building information modeling model (BIM-model) inleveren met daarbij behorende tekeningen. Op 7 juli 2025 heeft de examinator bij de examencommissie melding gemaakt van een vermoeden van een onregelmatigheid in het door [appellant] ingeleverde werk. De examencommissie heeft het werk ongeldig verklaard en [appellant] uitgesloten van deelname aan toetsen gedurende twee blokken. Tijdens die periode mag hij wel deelnemen aan het onderwijs dat wordt gegeven. Het CBE heeft in administratief beroep die beslissing in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4399
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601039/1/A2

202601093/1/A2

Bij beslissing van 13 januari 2026 heeft de afdelingsmanager, namens het college, het verzoek van [appellant] tot toelating tot de beroepsopleidende leerweg (BOL-leerweg) facilitair medewerker niveau 2 afgewezen. Bij beslissing van 12 maart 2026 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] heeft verzocht om toelating tot de BOL-leerweg facilitair medewerker niveau 2. Dat verzoek is bij het besluit van 13 januari 2026 afgewezen, omdat de rest van de groep studenten die start met deze BOL-opleiding een zeer kwetsbare doelgroep is van voornamelijk jonge vrouwen, en ook omdat [appellant] baat heeft bij meer begeleiding om een opleiding op mbo-niveau 2 te kunnen afronden. De afdelingsmanager acht de beroepsbegeleidende leerweg (BBL-leerweg) via een leertraject van MBO voor Professionals ( ‘De Tussenvoorziening’) daarom passender. In dit traject werken mensen die gespecialiseerd zijn in het begeleiden van volwassenen in de opleiding en het vinden van een passende plek op de arbeidsmarkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4398
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601093/1/A2

202601536/1/A2

Bij beslissing van 23 maart 2026 heeft de examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid een verzoek van [appellant] om tentamen- en onderwijsvoorzieningen in verband met een functiebeperking gedeeltelijk toegewezen en voor het overige afgewezen. Bij beslissing van 23 april 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt de masteropleiding Rechtsgeleerdheid. De beslissing van 23 maart 2026 houdt in dat [appellant] voorafgaand aan onderwijsbijeenkomsten slides ontvangt, voor zover dergelijke slides daadwerkelijk worden gebruikt, en dat hij daarnaast extra tijd krijgt voor presentaties en andere mondelinge toetsmomenten. Het CBE heeft het administratief beroep versneld behandeld en de examencommissie daarom toestemming gegeven om geen verweerschrift in te dienen. Het CBE heeft aan de beslissing van 23 april 2026 ten grondslag gelegd dat van examinatoren niet kan worden verlangd dat zij speciaal voor [appellant], voorafgaand aan onderwijsmomenten, docentvoorbereiding en (casus)uitwerkingen of daarmee vergelijkbare stukken, indien die niet bestaan, maken en verstrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4411
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601536/1/A2

202505248/1/V2

Bij besluit van 26 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 19 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. F. Aziz Maleki-Khodajoo, advocaat in Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4367
Datum uitspraak
28 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505248/1/V2

BRS.26.002783

Bij besluit van 19 juli 2023 en heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4345
Datum uitspraak
28 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002783

BRS.26.003180

Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4244
Datum uitspraak
28 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003180
vorige pagina1...414243...10.470volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon