Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.756
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202306521/1/R2

Bij besluit van 24 november 2021 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de Bruine Bank aangewezen als een als Natura 2000-gebied aan te duiden speciale beschermingszone ter uitvoering van artikel 4, eerste en tweede lid, van de Vogelrichtlijn. De Bruine Bank is een zeegebied, dat ligt aan de westrand van het Nederlands Continentaal Plat ter hoogte van IJmuiden. De Bruine Bank is het leefgebied van verschillende vogelsoorten en functioneert als foerageer-, rui- en rustgebied van verschillende trekvogels. In de winter is het een belangrijk foerageergebied en in het najaar een belangrijk migratiegebied. De vraag die de Vogelbescherming en de staatssecretaris verdeeld houdt en die in deze uitspraak centraal staat, is of de staatssecretaris op grond van de Vogelrichtlijn alle vogels moet aanwijzen die in significante/meer dan verwaarloosbare aantallen voorkomen in een gebied of dat hij mag vasthouden aan zijn beleid waarbij de aanwijzing van een gebied voor ‘overige kwalificerende soorten’ afhankelijk is van de relatieve aanwezigheid van vogelsoorten in het Natura 2000-gebied ten opzichte van de Nederlandse of internationale biogeografische populatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3212
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • uitspraakin de zaak202306521/1/R2

202307056/1/A3

Bij besluit van 29 juni 2021 heeft de korpschef van politie (hierna: de korpschef) het verzoek van [appellant] tot inzage en verstrekking van politiegegevens deels toegewezen en deels afgewezen. [appellant] heeft op 23 mei 2017 kennis kunnen nemen van zijn politiegegevens. Bij een eerder besluit van 11 februari 2020 heeft de korpschef beslist op een verzoek van [appellant] van 9 juni 2019 als bedoeld in artikel 25 van de Wet politiegegevens om kennis te nemen van de door de politie over hem verwerkte politiegegevens. Dit besluit staat in rechte vast. Op 8 april 2021 heeft [appellant] de korpschef opnieuw verzocht om inzage en informatie op grond van de Wpg. Dit keer had [appellant] nadrukkelijk verzocht om de politiegegevens die de eenheid Rotterdam in het kader van haar politieonderzoek over hem heeft verwerkt. De korpschef heeft op dit verzoek beslist door te verwijzen naar het besluit van 11 februari 2020. De korpschef wijst erop dat het verzoek alleen kan zien op gegevens die na de laatste kennisneming door [appellant] op 23 mei 2017 zijn verwerkt of waarvan kennisneming eerder geweigerd is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3251
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202307056/1/A3

202307091/1/A3

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brunssum aan [appellant A] een last onder bestuursdwang opgelegd. Daarbij heeft het college bepaald dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening van [appellant A] komen. De last onder bestuursdwang is opgelegd wegens het stallen van caravans op een terrein aan de Emmaweg (bij de telefoonmast) in Brunssum. Dat is volgens het college in strijd met artikel 5:6, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Brunssum. In het besluit van 30 maart 2021 heeft het college de grondslag van de last onder bestuursdwang uitgebreid met overtreding van de beheersverordening "Woongebied 2e herziening". De last houdt in dat de overtreding van de APV vóór 1 november 2020 wordt beëindigd. Als gevolg van de uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank van 30 oktober 2020 en 16 november 2020 moest de last uiterlijk op 24 november 2020 zijn uitgevoerd. Omdat volgens het college niet aan de last was voldaan, heeft het college op 1 december 2020 bestuursdwang toegepast door twee op het perceel aanwezige caravans weg te slepen en op te slaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3252
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307091/1/A3

202307494/1/R3

Bij besluit van 15 september 2021 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor een tijdelijke woonunit, luifel en berging tot 1 januari 2023 op het perceel [locatie] in Zweeloo. Op 5 september 2013 is aan[partij] van rechtswege omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning met garage en paardenstal op het perceel. Deze omgevingsvergunning is bij uitspraak van de Afdeling van 4 november 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3377) onherroepelijk geworden. Op 14 juni 2021 heeft [partij] gevraagd om een verlenging van de looptijd van de omgevingsvergunningen met één jaar, omdat de bouw van de woning is vertraagd. Het perceel van [partij] grenst aan het perceel van [appellant]. [appellant] stelt door de woonunit te worden beperkt in zijn bedrijfsbelangen, omdat de woonunit binnen een afstand van 50 m van de mestplaats op zijn perceel staat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3211
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307494/1/R3

202401182/1/A3

Bij besluit van 26 juli 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming een verzoek van [partij], geboren op [geboortedatum] 1998, (hierna: [voornaam]) om zijn geslachtsnaam te wijzigen in [achternaam], toegewezen. [voornaam] heeft de minister verzocht om zijn geslachtsnaam te wijzigen van [appellant] in [achternaam]. De minister heeft vastgesteld dat uit de gegevens in de basisregistratie personen blijkt dat het huwelijk tussen de vader, [appellant], en de moeder, [naam moeder], van [voornaam] op 4 november 2008 is ontbonden. Ook is gebleken dat [voornaam] tijdens zijn minderjarigheid enige tijd is verzorgd en opgevoed door zijn moeder. Met het besluit van 26 juli 2022 heeft de minister het verzoek daarom, na een belangenafweging te hebben gemaakt, toegewezen. Met het besluit van 30 november 2022 heeft de minister zijn standpunt gehandhaafd, omdat het besluit volgens de minister niet onzorgvuldig tot stand is gekomen. Ook zijn de bedenkingen van [appellant] geen reden om het verzoek af te wijzen. Bij verzoeken om wijziging van de geslachtsnaam spelen problemen als ruzie, geen of slechte communicatie en/of verstandhouding geen rol, aldus de minister. [appellant] is het daarmee niet eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3233
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401182/1/A3

202401186/1/A3

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming een verzoek van [partij], om de geslachtsnaam van het toen nog minderjarige kind [kind], geboren op [geboortedatum] 2004, (hierna: [kind]) te wijzigen van [naam appellant] in [naam ex-partner], toegewezen. [naam ex-partner] heeft bij de minister een aanvraag ingediend om de geslachtsnaam van [kind] te wijzigen van [appellant] in [naam ex-partner]. [kind] heeft schriftelijk ingestemd met het verzoek en is, ondanks de bedenkingen van [appellant], daarbij gebleven. De minister heeft vastgesteld dat uit de gegevens in de basisregistratie personen blijkt dat het huwelijk tussen de vader, [appellant], en de moeder, [naam ex-partner], van [kind] op 4 november 2008 is ontbonden. Ook is gebleken dat [naam ex-partner] [kind] een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek heeft verzorgd en opgevoed. Met het besluit van 26 juli 2022 heeft de minister het verzoek daarom, na een belangenafweging te hebben gemaakt, toegewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3235
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401186/1/A3

202401334/1/A2

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd een private schuld van [appellant A] over te nemen. Bij uitspraak van 24 januari 2024 heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. In deze uitspraak zal de Afdeling eerst ingaan op de vraag of de rechtbank een onderzoek ter zitting achterwege heeft mogen laten op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Vervolgens zal de Afdeling ingaan op de vraag of de minister het bezwaar van [appellanten] niet-ontvankelijk heeft mogen verklaren wegens overschrijding van de termijn voor het maken van bezwaar. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb, het onderzoek ter zitting achterwege heeft gelaten. Zij betogen dat zij anders dan de rechtbank heeft aangenomen hebben verklaard dat zij gebruik willen maken van het recht op zitting te worden gehoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3244
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401334/1/A2

202401560/1/A2

[appellant] heeft de Dienst Toeslagen verzocht om herbeoordeling van zijn recht op kinderopvangtoeslag. Bij besluit van 7 februari 2022 heeft de Dienst Toeslagen dat verzoek afgewezen. [appellant] heeft zich bij de Dienst Toeslagen gemeld als ouder van wie ten onrechte de kinderopvangtoeslag is stopgezet en teruggevorderd. De Dienst Toeslagen heeft beslist dat [appellant] geen compensatie krijgt. Volgens de Dienst Toeslagen is er geen aanvraag van kinderopvangtoeslag van [appellant] bij haar bekend. Ook is niet gebleken dat aan [appellant] kinderopvangtoeslag is uitbetaald of van hem is teruggevorderd. Daarom is volgens de Dienst Toeslagen niet gebleken dat er bij [appellant] in de beoordeling van kinderopvangtoeslag fouten zijn gemaakt. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Zij heeft, kort samengevat, geoordeeld dat de Dienst Toeslagen zich op basis van zorgvuldig onderzoek terecht op het standpunt heeft gesteld dat [appellant] geen aanvrager van kinderopvangtoeslag is geweest en niet in aanmerking komt voor compensatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3256
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401560/1/A2

202402157/1/A2

Bij besluit van 10 maart 2022 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] voor een uitkering uit het schadefonds afgewezen. In de nacht van vrijdag 8 oktober 2021 op zaterdag 9 oktober 2021 is [appellant] in het Vondelpark bestolen van zijn elektrische fiets en telefoon. Daarbij is hij met een scherp voorwerp gestoken in zijn handen en arm. Vrijwel direct daarna heeft hij aangifte gedaan bij de politie. Op 19 november 2021 heeft [appellant] een aanvraag voor een uitkering ingediend bij de commissie. Deze aanvraag is op 10 maart 2022 afgewezen, omdat het lichamelijke letsel niet kan worden aangemerkt als ernstig. De ernst van de psychische klachten heeft de commissie niet kunnen beoordelen, omdat [appellant] daarvoor niet in behandeling is. Vervolgens heeft de commissie beoordeeld of het - zonder beoordeling van medische informatie - ernstig psychisch letsel op basis van het geweldsmisdrijf kan vooronderstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3236
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202402157/1/A2

202403153/1/V6

Bij besluit van 30 november 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 17 september 2021 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij in 2008 heeft gewerkt als tolk voor [persoon], voormalig commandant van Afghan Security Guard voor Kamp Holland in Uruzgan, Afghanistan. [appellant] stelt dat hij in die hoedanigheid gedurende vijf maanden heeft samengewerkt met de Nederlandse overheid, omdat hij heeft getolkt tussen de Nederlandse militairen en ASG. De minister heeft het verzoek afgewezen. [appellant] heeft tijdens de evacuatiefase namelijk geen oproep gekregen naar aanleiding van de motie Belhaj (Kamerstukken II 2020/21, 27 925, nr. 788). Ook behoort [appellant] niet tot een van de twee groepen waarvoor het kabinet bij brief van 11 oktober 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; hierna: de Kamerbrief) een speciale voorziening in het leven heeft geroepen, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3217
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403153/1/V6
vorige pagina1...408409410...12.376volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon