Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.678
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202306121/1/A3

Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming (thans: de staatssecretaris voor Rechtsbescherming) een verzoek van [wederpartij] om inzage in haar persoonsgegevens gedeeltelijk toegewezen. In 2019 heeft het Verwey-Jonker Instituut (hierna: VJI) in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna: het ministerie) onderzoek gedaan naar het binnenlandse adoptieproces van 1956 tot en met 1984 (hierna: het onderzoek). In het kader van het onderzoek werd het Aanmeldpunt afstand en adoptie (hierna: het Aanmeldpunt) opgericht. Het Aanmeldpunt was bedoeld om afstandsmoeders en -vaders, geadopteerden, adoptieouders en hulpverleners die hun verhaal wilden doen, te werven voor het onderzoek. Van de gesprekken met mensen die zich hadden aangemeld voor deelname aan het onderzoek zijn aanmeldverslagen opgemaakt door de instantie Fiom. Fiom heeft de aanmeldverslagen niet alleen verstuurd naar het VJI, maar ook naar het ministerie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3260
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202306121/1/A3

202306441/1/V1

Op 3 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem. Appellant heeft de Britse nationaliteit. De minister heeft hem op 3 november 2022 gesignaleerd in het SIS voor de duur van twee jaren. Volgens de minister van Asiel en Migratie zijn er concrete aanwijzingen dat de komst van appellant naar Nederland een gevaar vormt voor de openbare orde en de openbare rust. De minister heeft dat standpunt gebaseerd op het informatierapport van 31 oktober 2022 van de Dienst Regionale Informatie Organisatie van de politie Amsterdam. In dat rapport staat het volgende: ‘Op 6 december 2022 zal er in Amsterdam een demonstratie worden gehouden door ‘Samen voor Nederland’. Bij deze demonstratie is [appellant] door de organisatie uitgenodigd om te komen spreken. Deze uitnodiging leidde tot verontwaardiging bij onder andere Joodse organisaties en linkse groeperingen. Bij de gemeente Amsterdam zijn er drie kennisgevingen ingediend voor tegendemonstraties. Om de demonstratie in goede banen te leiden is er bij de Politie Eenheid Amsterdam een Groot Bijzonder Optreden (GBO) opgestart.’

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3254
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Verwijzingsuitspraak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306441/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202306441/1/V1

202306521/1/R2

Bij besluit van 24 november 2021 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de Bruine Bank aangewezen als een als Natura 2000-gebied aan te duiden speciale beschermingszone ter uitvoering van artikel 4, eerste en tweede lid, van de Vogelrichtlijn. De Bruine Bank is een zeegebied, dat ligt aan de westrand van het Nederlands Continentaal Plat ter hoogte van IJmuiden. De Bruine Bank is het leefgebied van verschillende vogelsoorten en functioneert als foerageer-, rui- en rustgebied van verschillende trekvogels. In de winter is het een belangrijk foerageergebied en in het najaar een belangrijk migratiegebied. De vraag die de Vogelbescherming en de staatssecretaris verdeeld houdt en die in deze uitspraak centraal staat, is of de staatssecretaris op grond van de Vogelrichtlijn alle vogels moet aanwijzen die in significante/meer dan verwaarloosbare aantallen voorkomen in een gebied of dat hij mag vasthouden aan zijn beleid waarbij de aanwijzing van een gebied voor ‘overige kwalificerende soorten’ afhankelijk is van de relatieve aanwezigheid van vogelsoorten in het Natura 2000-gebied ten opzichte van de Nederlandse of internationale biogeografische populatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3212
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • uitspraakin de zaak202306521/1/R2

202307056/1/A3

Bij besluit van 29 juni 2021 heeft de korpschef van politie (hierna: de korpschef) het verzoek van [appellant] tot inzage en verstrekking van politiegegevens deels toegewezen en deels afgewezen. [appellant] heeft op 23 mei 2017 kennis kunnen nemen van zijn politiegegevens. Bij een eerder besluit van 11 februari 2020 heeft de korpschef beslist op een verzoek van [appellant] van 9 juni 2019 als bedoeld in artikel 25 van de Wet politiegegevens om kennis te nemen van de door de politie over hem verwerkte politiegegevens. Dit besluit staat in rechte vast. Op 8 april 2021 heeft [appellant] de korpschef opnieuw verzocht om inzage en informatie op grond van de Wpg. Dit keer had [appellant] nadrukkelijk verzocht om de politiegegevens die de eenheid Rotterdam in het kader van haar politieonderzoek over hem heeft verwerkt. De korpschef heeft op dit verzoek beslist door te verwijzen naar het besluit van 11 februari 2020. De korpschef wijst erop dat het verzoek alleen kan zien op gegevens die na de laatste kennisneming door [appellant] op 23 mei 2017 zijn verwerkt of waarvan kennisneming eerder geweigerd is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3251
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202307056/1/A3

202307091/1/A3

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brunssum aan [appellant A] een last onder bestuursdwang opgelegd. Daarbij heeft het college bepaald dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening van [appellant A] komen. De last onder bestuursdwang is opgelegd wegens het stallen van caravans op een terrein aan de Emmaweg (bij de telefoonmast) in Brunssum. Dat is volgens het college in strijd met artikel 5:6, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Brunssum. In het besluit van 30 maart 2021 heeft het college de grondslag van de last onder bestuursdwang uitgebreid met overtreding van de beheersverordening "Woongebied 2e herziening". De last houdt in dat de overtreding van de APV vóór 1 november 2020 wordt beëindigd. Als gevolg van de uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank van 30 oktober 2020 en 16 november 2020 moest de last uiterlijk op 24 november 2020 zijn uitgevoerd. Omdat volgens het college niet aan de last was voldaan, heeft het college op 1 december 2020 bestuursdwang toegepast door twee op het perceel aanwezige caravans weg te slepen en op te slaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3252
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307091/1/A3

202307494/1/R3

Bij besluit van 15 september 2021 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor een tijdelijke woonunit, luifel en berging tot 1 januari 2023 op het perceel [locatie] in Zweeloo. Op 5 september 2013 is aan[partij] van rechtswege omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning met garage en paardenstal op het perceel. Deze omgevingsvergunning is bij uitspraak van de Afdeling van 4 november 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3377) onherroepelijk geworden. Op 14 juni 2021 heeft [partij] gevraagd om een verlenging van de looptijd van de omgevingsvergunningen met één jaar, omdat de bouw van de woning is vertraagd. Het perceel van [partij] grenst aan het perceel van [appellant]. [appellant] stelt door de woonunit te worden beperkt in zijn bedrijfsbelangen, omdat de woonunit binnen een afstand van 50 m van de mestplaats op zijn perceel staat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3211
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307494/1/R3

202401182/1/A3

Bij besluit van 26 juli 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming een verzoek van [partij], geboren op [geboortedatum] 1998, (hierna: [voornaam]) om zijn geslachtsnaam te wijzigen in [achternaam], toegewezen. [voornaam] heeft de minister verzocht om zijn geslachtsnaam te wijzigen van [appellant] in [achternaam]. De minister heeft vastgesteld dat uit de gegevens in de basisregistratie personen blijkt dat het huwelijk tussen de vader, [appellant], en de moeder, [naam moeder], van [voornaam] op 4 november 2008 is ontbonden. Ook is gebleken dat [voornaam] tijdens zijn minderjarigheid enige tijd is verzorgd en opgevoed door zijn moeder. Met het besluit van 26 juli 2022 heeft de minister het verzoek daarom, na een belangenafweging te hebben gemaakt, toegewezen. Met het besluit van 30 november 2022 heeft de minister zijn standpunt gehandhaafd, omdat het besluit volgens de minister niet onzorgvuldig tot stand is gekomen. Ook zijn de bedenkingen van [appellant] geen reden om het verzoek af te wijzen. Bij verzoeken om wijziging van de geslachtsnaam spelen problemen als ruzie, geen of slechte communicatie en/of verstandhouding geen rol, aldus de minister. [appellant] is het daarmee niet eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3233
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401182/1/A3

202401186/1/A3

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming een verzoek van [partij], om de geslachtsnaam van het toen nog minderjarige kind [kind], geboren op [geboortedatum] 2004, (hierna: [kind]) te wijzigen van [naam appellant] in [naam ex-partner], toegewezen. [naam ex-partner] heeft bij de minister een aanvraag ingediend om de geslachtsnaam van [kind] te wijzigen van [appellant] in [naam ex-partner]. [kind] heeft schriftelijk ingestemd met het verzoek en is, ondanks de bedenkingen van [appellant], daarbij gebleven. De minister heeft vastgesteld dat uit de gegevens in de basisregistratie personen blijkt dat het huwelijk tussen de vader, [appellant], en de moeder, [naam ex-partner], van [kind] op 4 november 2008 is ontbonden. Ook is gebleken dat [naam ex-partner] [kind] een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek heeft verzorgd en opgevoed. Met het besluit van 26 juli 2022 heeft de minister het verzoek daarom, na een belangenafweging te hebben gemaakt, toegewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3235
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401186/1/A3

202401334/1/A2

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd een private schuld van [appellant A] over te nemen. Bij uitspraak van 24 januari 2024 heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. In deze uitspraak zal de Afdeling eerst ingaan op de vraag of de rechtbank een onderzoek ter zitting achterwege heeft mogen laten op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Vervolgens zal de Afdeling ingaan op de vraag of de minister het bezwaar van [appellanten] niet-ontvankelijk heeft mogen verklaren wegens overschrijding van de termijn voor het maken van bezwaar. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb, het onderzoek ter zitting achterwege heeft gelaten. Zij betogen dat zij anders dan de rechtbank heeft aangenomen hebben verklaard dat zij gebruik willen maken van het recht op zitting te worden gehoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3244
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401334/1/A2

202401560/1/A2

[appellant] heeft de Dienst Toeslagen verzocht om herbeoordeling van zijn recht op kinderopvangtoeslag. Bij besluit van 7 februari 2022 heeft de Dienst Toeslagen dat verzoek afgewezen. [appellant] heeft zich bij de Dienst Toeslagen gemeld als ouder van wie ten onrechte de kinderopvangtoeslag is stopgezet en teruggevorderd. De Dienst Toeslagen heeft beslist dat [appellant] geen compensatie krijgt. Volgens de Dienst Toeslagen is er geen aanvraag van kinderopvangtoeslag van [appellant] bij haar bekend. Ook is niet gebleken dat aan [appellant] kinderopvangtoeslag is uitbetaald of van hem is teruggevorderd. Daarom is volgens de Dienst Toeslagen niet gebleken dat er bij [appellant] in de beoordeling van kinderopvangtoeslag fouten zijn gemaakt. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Zij heeft, kort samengevat, geoordeeld dat de Dienst Toeslagen zich op basis van zorgvuldig onderzoek terecht op het standpunt heeft gesteld dat [appellant] geen aanvrager van kinderopvangtoeslag is geweest en niet in aanmerking komt voor compensatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3256
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401560/1/A2

202402157/1/A2

Bij besluit van 10 maart 2022 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] voor een uitkering uit het schadefonds afgewezen. In de nacht van vrijdag 8 oktober 2021 op zaterdag 9 oktober 2021 is [appellant] in het Vondelpark bestolen van zijn elektrische fiets en telefoon. Daarbij is hij met een scherp voorwerp gestoken in zijn handen en arm. Vrijwel direct daarna heeft hij aangifte gedaan bij de politie. Op 19 november 2021 heeft [appellant] een aanvraag voor een uitkering ingediend bij de commissie. Deze aanvraag is op 10 maart 2022 afgewezen, omdat het lichamelijke letsel niet kan worden aangemerkt als ernstig. De ernst van de psychische klachten heeft de commissie niet kunnen beoordelen, omdat [appellant] daarvoor niet in behandeling is. Vervolgens heeft de commissie beoordeeld of het - zonder beoordeling van medische informatie - ernstig psychisch letsel op basis van het geweldsmisdrijf kan vooronderstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3236
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202402157/1/A2

202403153/1/V6

Bij besluit van 30 november 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 17 september 2021 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij in 2008 heeft gewerkt als tolk voor [persoon], voormalig commandant van Afghan Security Guard voor Kamp Holland in Uruzgan, Afghanistan. [appellant] stelt dat hij in die hoedanigheid gedurende vijf maanden heeft samengewerkt met de Nederlandse overheid, omdat hij heeft getolkt tussen de Nederlandse militairen en ASG. De minister heeft het verzoek afgewezen. [appellant] heeft tijdens de evacuatiefase namelijk geen oproep gekregen naar aanleiding van de motie Belhaj (Kamerstukken II 2020/21, 27 925, nr. 788). Ook behoort [appellant] niet tot een van de twee groepen waarvoor het kabinet bij brief van 11 oktober 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; hierna: de Kamerbrief) een speciale voorziening in het leven heeft geroepen, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3217
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403153/1/V6

202403177/1/R2

Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda geweigerd handhavend op te treden tegen het gebruik van een bosperceel als mountainbikeparcours in het Cadettenkamp in Teteringen, gemeente Tilburg. [wederpartij] is eigenaar van een bosperceel in het Cadettenkamp in Teteringen. Over zijn perceel loopt een deel van een mountainbikeparcours. Het parcours heeft een totale lengte van ongeveer 35 km en loopt over het grondgebied van de gemeenten Breda en Oosterhout. Op 14 februari 2023 heeft [wederpartij] het college verzocht om handhavend op te treden tegen het gebruik van zijn bosperceel en dat van omliggende bospercelen als mountainbikeparcours. Volgens [wederpartij] is het parcours in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Noordoost", op grond waarvan op de percelen de bestemming "Natuur" rust. Extensief recreatief medegebruik is op de percelen toegestaan. Volgens [wederpartij] is er geen sprake van extensief recreatief medegebruik.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3218
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403177/1/R2

202403319/1/R2

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de raad van de gemeente Meierijstad het bestemmingsplan "Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de planologische basis voor de bouw van 241 woningen in het gebied tussen Plein, Langstraat en Venushoek in Schijndel. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] wonen aan de Langstraat en Spoorlaan, in de directe nabijheid van het plangebied. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefomgeving, door onder meer overlast van het extra verkeer. De raad heeft volgens hen onvoldoende rekening gehouden met de belangen van omwonenden. Ruimte voor Ruimte C.V. is de initiatiefnemer van de planontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3231
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403319/1/R2

202403333/1/V6

Bij besluit van 24 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [wederpartij] om hem het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [wederpartij], zijn vrouw en oudste dochter komen uit Mongolië. Zijn jongste dochter is in Nederland geboren. Het gezin is in het bezit van verblijfsvergunningen regulier op grond van de Definitieve regeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen. Op 3 december 2020 heeft [wederpartij] samen met zijn vrouw en meerderjarige dochter naturalisatieverzoeken ingediend, waarbij hij ook heeft verzocht om medenaturalisatie van zijn destijds minderjarige dochter. De staatssecretaris heeft de naturalisatieverzoeken van zijn vrouw en oudste dochter ingewilligd, maar het verzoek van [wederpartij] zelf en van zijn jongste dochter afgewezen. De staatssecretaris heeft aan de afwijzing van het verzoek van [wederpartij] ten grondslag gelegd dat hij zijn nationaliteit niet heeft aangetoond, omdat hij geen geldig paspoort heeft overgelegd. Hiermee heeft [wederpartij] niet voldaan aan de documenteis die geldt voor de verlening van het Nederlanderschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3267
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202403333/1/V6

202403466/1/A2

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om een toevoeging van [appellant A] namens [appellant B] afgewezen. [appellant B] en haar partner hadden een geschil met het college van burgemeesters en wethouders van Amsterdam, waarbij hen samen een bestuurlijke boete was opgelegd. Het daartegen gemaakte bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat was ingediend. [appellant A] heeft hen bijgestaan in de hoger beroepsprocedure, waarvoor hij twee toevoegingen heeft aangevraagd bij de raad. De raad heeft de toevoeging voor de partner ingewilligd en de aanvraag om een toevoeging voor [appellant B] afgewezen. [appellant A] en [appellant B] zijn van mening dat deze afwijzing onterecht is en dat de raad ook aan [appellant B] een toevoeging had moeten verlenen. De raad heeft op grond van artikel 28, aanhef en onder b, en artikel 32 van de Wet op de rechtsbijstand, de aanvraag voor een toevoeging voor [appellant B] afgewezen. Volgens de raad heeft [appellant B] hetzelfde rechtsbelang als haar partner en vallen de werkzaamheden van [appellant A] onder het bereik van de toevoeging die is verleend aan de partner van [appellant B].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3247
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202403466/1/A2

202403762/1/R3

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de raad van de gemeente Nissewaard het bestemmingsplan "Gemeenlandsedijk Noord Abbenbroek" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de noordzijde van de bebouwde kom van Abbenbroek. Abacus Civiel B.V. wil daar 46 woningen bouwen. Omdat op grond van de beheersverordening "Gemeenlandsedijk Noord 23, 25 en 31 te Abbenbroek" geen woningbouw is toegestaan, heeft de raad het bestemmingsplan vastgesteld. [appellant A] en [appellant B] wonen naast het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan en hebben daarom beroep ingesteld. [appellant A] en [appellant B] hebben in hun nadere stuk van 16 april 2025 aangevoerd dat de raad had moeten kiezen voor een alternatieve inrichting van het plangebied en dat in het plan ten onrechte niet is geborgd dat de huizen worden voorzien van een zadeldak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3215
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202403762/1/R3

202404210/1/A3

Bij besluit van 13 april 2023 heeft de burgemeester van Delft de woning aan het [locatie] in Delft voor drie maanden gesloten. [appellant] huurde de woning aan het [locatie] in Delft van Stichting Woonbron. Hij stond ook op dit adres ingeschreven, net als zijn zoon [naam zoon 1]. In een bestuurlijke rapportage van de politie van 29 januari 2023 staat dat op 26 januari 2023 drie personen - waaronder de vriendin van de zoon van [appellant] - staande zijn gehouden omdat zij drugs en daaraan gerelateerde goederen bij zich hadden op het moment dat zij de woning verlieten terwijl zij die spullen niet bij zich hadden toen zij de woning betraden. Zo was een man in het bezit van een doos met daarin meerdere blokken cannabis/hasj (bruto 2.967,3 g) met daarop roodgroengekleurde stickers waarop stond ‘Cherry Breeze’ en ‘Rolls Royce’. Een tweede man droeg een bigshopper met daarin roodgroengekleurde stickers met daarop de tekst ‘Cherry Breeze’. Ook bleek deze man € 1.058,55 aan contant geld op zak te hebben. De vriendin van de zoon van [appellant] verliet de woning met een bigshopper waarin meer dan de toegestane gebruikershoeveelheid henneptoppen zaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2924
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202404210/1/A3

202404436/1/R4

Bij besluit van 7 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 14 mei 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 14 mei 2024 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Van Ruysbroekstraat 171 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar zij stelt dat zij niet degene is geweest die hem naast de ORAC heeft gezet. Zij voert aan dat zij de doos naar haar weten op een daarvoor bestemde ophaaldag in maart 2024 bij haar in de straat heeft aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3242
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202404436/1/R4

202405370/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Hulst het bestemmingsplan "Absdaalseweg 19, Zoetevaart 8 Hulst" vastgesteld. [appellant] woont aan de [locatie] in Hulst. Een deel van het plangebied bevindt zich aan de overkant van de Zoetevaart. Lafoma Projectontwikkeling wil op deze locatie woningen bouwen en heeft om dat mogelijk te maken een aanvraag ingediend voor het wijzigen van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voorziet daarin. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan erin om de supermarkt die nu op die locatie is gevestigd, te verplaatsen naar een locatie aan de Absdaalseweg. Die laatste locatie vormt het andere deel van het plangebied. appellant] maakt zich zorgen over de mogelijkheid dat tegenover zijn woning een gebouw van 15 m hoog mag worden gebouwd. Ook vindt hij dat hij onvoldoende is betrokken bij de besluitvorming. [appellant] maakt zich zorgen over de mogelijkheid dat tegenover zijn woning een gebouw van 15 m hoog mag worden gebouwd. Ook vindt hij dat hij onvoldoende is betrokken bij de besluitvorming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3216
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202405370/1/R1

202405626/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer het bestemmingsplan "Vijfhuizen d’Yserinckweg 1" vastgesteld. Op het perceel aan de d’Yserinckweg 1 in Vijfhuizen staat een hoofdgebouw met uitbouw. Op de begane grond bevindt zich een vestiging van detailhandel en daarboven bevindt zich een woning. Dos Hombres is initiatiefnemer van de bouw van een appartementencomplex met zes woningen op het perceel d’Yserinckweg 1 in Vijfhuizen. Het bestemmingsplan voorziet in die ontwikkeling. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan in parkeerplekken. Het huidige hoofdgebouw blijft staan, maar de detailhandel op de begane grond maakt plaats voor een woning. [appellant] woont naast het voorziene appartementencomplex op het perceel aan [locatie]. Hij is het niet eens met het besluit, omdat hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat als gevolg van de voorziene ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3214
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405626/1/R1

202407336/1/V2

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkene heeft de Jemenitische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2003. Hij is geboren en opgegroeid in Saoedi-Arabië, waar hij tot 2022 legaal heeft gewoond, omdat zijn vader daar een verblijfsvergunning had. Hij heeft nooit in Jemen verbleven. Betrokkene heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zijn vader zijn destijds minderjarige zus heeft uitgehuwelijkt aan een familielid in Jemen en dat zij samen naar Europa zijn gevlucht om dit huwelijk te voorkomen. Bij terugkeer naar Jemen vreest hij door zijn vader en familie te worden vermoord en hij stelt niet naar Jemen te kunnen wegens de algemene humanitaire omstandigheden en oorlogssituatie daar. Verder vreest hij gedwongen te worden gerekruteerd door de Houthi-rebellen, die de macht hebben in het gebied waar zijn familie woont en dat hij gevangengezet wordt, omdat hij als verrader of spion wordt gezien vanwege zijn verblijf in Saoedi-Arabië.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3154
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407336/1/V2

202407906/1/V2

Bij besluit van 26 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft de Jemenitische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2006. Hij komt uit Aden en hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij vreest voor de oorlog, bombardementen en rekrutering in Jemen. Ook zijn vader is bedreigd wegens zijn werk in het onderwijs. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen. Volgens haar heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege individuele omstandigheden een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van ernstige schade wegens het willekeurige geweld in Jemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3153
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407906/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202407906/1/V2

202500607/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2024 heeft een examinator het eindwerkstuk Rechtsgeleerdheid (hierna: het eindwerkstuk) van [appellant] met het cijfer 4,5 beoordeeld. [appellant] was in studiejaar 2023-2024 student bij de bacheloropleiding rechtsgeleerdheid. Naar aanleiding van een minnelijke schikking met de examencommissie mocht [appellant] een aangepast traject volgen om zijn eindwerkstuk voor deze opleiding te schrijven. Het traject had tot doel dat hij alsnog in dat studiejaar zijn eindwerkstuk zou afronden. Aan dit traject heeft de examencommissie voorwaarden verbonden, die [appellant] met het aanvaarden van de minnelijke schikking heeft geaccepteerd. Als voorwaarde is onder meer gesteld dat [appellant] een nieuw onderzoeksvoorstel mocht schrijven, met als deadline 20 mei 2024. Bij goedkeuring mocht hij zijn eindwerkstuk schrijven, waarvoor 15 augustus 2024 als deadline gold. De presentatie zou dan in de laatste week van augustus plaatsvinden. Verder staat in het schikkingsvoorstel dat [persoon] als begeleider zou fungeren en de tweede beoordelaar door de universiteit zou worden gekozen. In de minnelijke schikking is verder uitdrukkelijk vermeld dat van bovengenoemde data niet kon worden afgeweken om een afronding voor 1 september 2024 te kunnen realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3250
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500607/1/A2

202501086/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2024 heeft de BSA-commissie UvA Economie en Bedrijfskunde, namens het instellingsbestuur, aan [appellant] een bindend negatief studieadvies uitgebracht. Bij beslissing van 14 januari 2025 heeft het college van beroep voor de examens het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] is in het studiejaar 2023-2024 gestart met de bacheloropleiding Business Administration. Aan het eind van het eerste studiejaar heeft hij 42 van de 60 EC behaald. Niet in geschil is dat hij daarmee niet aan de eis van 48 EC voor een positief advies voldeed. Het CBE heeft het administratief beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] te laat was met het indienen ervan en hij geen goede reden hiervoor heeft gegeven. [appellant] betoogt dat de examencommissie zijn e-mailbericht van 18 september 2024 had moeten opvatten als een administratief beroep gericht tegen het afgegeven BNSA.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3248
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501086/1/A2

202501575/1/A2

Bij beslissing van 3 september 2024 is aan [appellant] het cijfer 5,5 toegekend voor tentamendeel 2 van de cursus Inleiding privaatrecht. [appellant] heeft bij de Open Universiteit de cursus ‘Inleiding privaatrecht’ gevolgd. Voor deze cursus geldt dat per 1 september 2023 de lesstof niet meer wordt getoetst in één tentamen, maar dat de lesstof is opgesplitst en wordt getoetst over meerdere tentamens. Dit wordt binnen de OU ‘just-in-time’-toetsen genoemd. De tentaminering van de cursus bestaat daarom per 1 september 2023 uit het afleggen van twee digitaal individueel tentamens (DIT) en een bijzondere verplichting in de vorm van een opdracht. De twee deeltentamens tellen samen mee voor 80% van het eindcijfer voor de cursus. De bijzondere verplichting telt mee voor 20% van het eindcijfer. Deeltentamen 1 bestaat uit alleen meerkeuzevragen. Deeltentamen 2 bestaat uit meerkeuzevragen en een open vraag. In geschil is de wijze waarop vorm is gegeven aan deeltentamen 2 en de beoordeling daarvan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3249
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501575/1/A2

202501645/1/A2

Bij beslissing van 25 augustus 2024 heeft de examinator van de masteropleiding Communicatie- en Informatiewetenschappen (track Digital Humanities) van de faculteit der letteren van de Rijksuniversiteit Groningen de masterscriptie van [appellante] met het cijfer 5,1 beoordeeld. [appellante] heeft voor de masteropleiding Communicatie- en Informatiewetenschappen een masterscriptie ingeleverd, die met een onvoldoende is beoordeeld. De herkansing is ook met een onvoldoende beoordeeld. Tegen de vaststelling van het cijfer van de herkansing heeft [appellante] administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens van de Rijksuniversiteit Groningen, waarna een schikkingsgesprek heeft plaatsgevonden. De uitkomst van dat gesprek was dat de scriptie wordt beoordeeld door een nieuwe beoordelaar. Deze beoordelaar heeft de scriptie vervolgens met het cijfer 4,3 beoordeeld. De beoordelaar heeft twee van de drie onderdelen opnieuw beoordeeld, te weten ‘Content’ en ‘Rapportage’. [appellante] heeft op de zitting bij het CBE aangegeven dat het door haar ingestelde administratief beroep zich nog enkel richt tegen deze derde/laatste beoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3243
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501645/1/A2

202501969/1/A2

Bij beslissing van 28 augustus 2024 heeft de HU Immigration Unit, namens het College van Bestuur van de Hogeschool Utrecht, aan [appellant] meegedeeld dat hij is afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst en dat zijn verzoek om herinschrijving per 1 september 2024 is afgewezen. [appellant] is een internationale student. Hij is in 2022-2023 begonnen met de bacheloropleiding International Business aan de Hogeschool Utrecht. De Hogeschool Utrecht is een erkende referent als bedoeld in artikel 2c van de Vreemdelingwet 2000, die de mogelijkheid heeft om via een vereenvoudigde procedure de benodigde documenten voor haar studenten aan te vragen. Middels die procedure heeft [appellant] een verblijfsvergunning voor het doel ‘studie’ gekregen. Om zijn verblijfsvergunning te behouden moet [appellant] in het kader van de Wet modern migratiebeleid voldoen aan de jaarlijkse studievoortgangsnorm, zoals uitgewerkt in de artikelen 3.87a en 3.91b van het Vreemdelingenbesluit 2000, artikel 1 van de Regeling normering studievoortgang vanwege verblijfsvergunningen in verband met studie en de artikelen 6.5 en 6.6 van de Gedragscode internationale student hoger onderwijs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3240
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501969/1/A2

202502045/1/A2

Bij beslissing van 19 juli 2024 is aan [appellant] medegedeeld dat zij voor de tweede gelegenheid behorend bij het vak GLB: Conflict of Laws het eindcijfer 4,5 heeft behaald. Het in het procesverloop genoemde vak heeft twee tentamengelegenheden. De eerste gelegenheid bestaat uit een paper dat voor 30% meetelt voor het eindcijfer en een schriftelijk tentamen dat voor 70% meetelt voor het eindcijfer van het vak. De tweede gelegenheid bestaat alleen uit een schriftelijk tentamen. Deze telt voor 100% mee voor het eindcijfer voor het vak. De tweede gelegenheid van het vak vond plaats op 10 juli 2024. De normering van het schriftelijk tentamen van de eerste gelegenheid van het vak is aangepast, waardoor de cijfers van de eerste gelegenheid zijn verhoogd met één punt voor alle deelnemende studenten. De cijfers van de tweede gelegenheid zijn niet aangepast. [appellant] heeft voor de tweede gelegenheid van het vak het eindcijfer 4,5 behaald. Zij heeft hiertegen administratief beroep ingesteld. Het CBE heeft dit beroep ongegrond verklaard en daarbij, kort gezegd, geoordeeld dat de vaststelling van het cijfer op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Hiertegen heeft [appellant] beroep ingesteld bij de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3239
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502045/1/A2

202502189/1/A2

Bij beslissing van 4 september 2024 heeft de directeur van de Dienst Student- en Onderwijszaken, namens het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam, het verzoek van [appellant] om het instellingstarief voor de master Geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam te verlagen ter hoogte van het wettelijk tarief, afgewezen. [appellant] heeft de bachelor en master Tandheelkunde afgerond aan de VU. In studiejaar 2023-2024 heeft hij de pre-master Geneeskunde aan de VU afgerond, waarna hij in september 2024 is begonnen aan de master Geneeskunde; ook aan de VU. Hij beoogt daarmee specialist te worden in mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie. [appellant] heeft het CvB verzocht het instellingstarief voor de master Geneeskunde aan de VU te verlagen naar het wettelijk tarief. Hij beoogt namelijk hetzelfde doel en voldoet aan dezelfde criteria als de studenten met een medische achtergrond die het zij-instroomprogramma tandheelkunde volgen aan de VU; voor die studenten is het verlaagde instellingstarief van toepassing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3238
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502189/1/A2

202502777/1/A2

Bij beslissing van 4 december 2024 hebben de examinatoren van de masteropleiding Rechtsgeleerdheid de herkansing van [appellant] van zijn masterthesis beoordeeld met een 5,1. Bij beslissing van 3 april 2025 heeft het college van beroep voor de examens van Tilburg University het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard [appellant] staat sinds september 2020 ingeschreven voor de masteropleiding Rechtsgeleerdheid. Om zijn opleiding af te kunnen ronden moet hij alleen nog het vak Masterthesis Strafrecht behalen. Hij heeft op 4 november 2024 een 5,2 behaald voor de eerste gelegenheid van de masterthesis. Hij heeft na de herkansingsfase een nieuwe versie van zijn masterthesis ingeleverd. Voor deze herkansing heeft hij op 4 december 2024 een 5,1 behaald. [appellant] heeft hiertegen administratief beroep ingesteld. Het CBE heeft dit beroep ongegrond verklaard en daarbij, kort gezegd, geoordeeld dat de vaststelling van het cijfer op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Hiertegen heeft [appellant] beroep ingesteld bij de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3237
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502777/1/A2

202503181/1/A2

Bij uitspraak van 28 mei 2025, in zaak nr. 202501533/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:2440, heeft de Afdeling het beroep van [verzoekster] tegen het besluit van 23 januari 2025 ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt: "De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3213
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202503181/1/A2

202303412/1/V3

Bij besluit van 21 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3195
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202303412/1/V3

202407503/1/V3

Bij besluit van 11 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 12 december 2024 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de maatregel door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van 12 december 2024 bevolen en schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3182
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407503/1/V3

202502410/2/R3

Bij besluit van 20 februari 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Lumière" vastgesteld. Verder heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor onder meer de bouw van 263 woningen en een hotel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3303
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202502410/2/R3

202503491/2/R4

Bij besluit van 27 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd om een perceelafscheiding, twee overkappingen, een poort met gesloten hekwerk en twee poeren op het perceel [locatie] in Arnhem te verwijderen en verwijderd te houden. [verzoeker] is eigenaar van het landgoed [landgoed] gelegen aan de [locatie] in Arnhem. Naar aanleiding van een klacht van omwonenden heeft een toezichthouder van de Omgevingsdienst Regio Arnhem op 12 mei 2023 een controle verricht op het perceel van [verzoeker]. Tijdens die controle heeft de toezichthouder geconstateerd dat op het perceel van [verzoeker] een aantal bouwwerken zonder omgevingsvergunning zijn gebouwd. Het gaat om een perceelafscheiding in de vorm van planken, twee overkappingen, een poort met gesloten hekwerk aan de zijde van de Kemperbergerweg en twee poeren aan de zijde van de Menthenbergseweg. Bij besluit van 27 december 2023 heeft het college [verzoeker] gelast om de overtredingen te beëindigen en beëindigd te houden door de bouwwerken te verwijderen en verwijderd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3157
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503491/2/R4

202503583/2/V2

Bij besluit van 10 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3283
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503583/2/V2

202503672/2/V2

Bij besluit van 19 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3282
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503672/2/V2

BRS.25.000303

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3161
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000303

202300730/2/R3

Bij brief, ingekomen op 23 juni 2025 heeft de Stichting verzocht om wraking van staatsraad mr. C.H. Bangma als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202300730/1/R3. De Stichting heeft aan haar verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraad zich bij de behandeling van haar zaak op de zitting vooringenomen en partijdig heeft gedragen. Zij voert aan dat de staatsraad op voorhand een voorkeur voor het gemeentelijk standpunt heeft gegeven. Volgens de Stichting zei de staatsraad op de zitting weliswaar dat hij onafhankelijk was, maar, in het kader van het verwachtingspatroon, ook dat hij meeging in het oordeel van de rechtbank Noord-Nederland en de gemeente dat de in de zaak aan de orde zijnde werkzaamheden zonder omgevingsvergunning konden worden uitgevoerd. Volgens de Stichting is de staatsraad vervolgens op al haar argumenten niet ingegaan en heeft die niet besproken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3194
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Wraking
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300730/2/R3

202305739/1/V1 en 202305739/2/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3199
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305739/1/V1 en 202305739/2/V1

202400281/1/V1

Bij besluit van 16 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 12 juni 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3168
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400281/1/V1

202400373/1/V3

Bij besluit van 22 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3175
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400373/1/V3

202402159/1/V3

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat betrokkene geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft betrokkene ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2023 te verlaten. De staatssecretaris heeft dit besluit op 13 februari 2024 ingetrokken. Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris vastgesteld dat betrokkene met ingang van 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en heeft zij betrokkene opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3178
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402159/1/V3

202402161/1/V3

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat betrokkene geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft betrokkene ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2023 te verlaten. De staatssecretaris heeft dit besluit op 6 februari 2024 ingetrokken. Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris vastgesteld dat betrokkene met ingang van 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en heeft zij betrokkene opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3179
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402161/1/V3

202403972/1/V2

Bij besluit van 22 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N.C. Blomjous, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3180
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403972/1/V2

202500553/1/V2

Bij besluit van 16 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.J.M. Nijholt, advocaat in Emmen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3181
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500553/1/V2

202502707/2/R3

Bij besluit van 25 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Smallingerland het bestemmingsplan "Drachten - Tussendiepen Vaartzijde" gewijzigd vastgesteld. Deze zaak gaat over het bestemmingsplan "Drachten - Tussendiepen Vaartzijde". Dit bestemmingsplan maakt op een aantal bestaande bedrijfspercelen aan het Tussendiepen (oneven nummers) in Drachten de realisatie van bedrijfswoningen, schiphuizen, scheepshellingen en insteekhavens met ligplaatsen mogelijk. De bedrijfspercelen grenzen aan de achterzijden aan de Drachtster Feart. Een deel van de Drachtster Feart maakt eveneens deel uit van het plangebied. [verzoeker] en anderen wonen aan de [locatie 1] tot en met [locatie 2] in Drachten. De achterzijden van hun percelen grenzen aan de Drachtster Feart. Zij zijn het niet eens met het bestemmingsplan en hebben daarom beroep ingesteld. Ze hebben daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Zij willen zo onomkeerbare gevolgen voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3172
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202502707/2/R3

202503381/1/V2 en 202503381/2/V2

Bij besluit van 17 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3176
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503381/1/V2 en 202503381/2/V2

202503559/1/V3 en 202503559/2/V3

Bij besluit van 25 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 17 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. van Werven, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3169
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503559/1/V3 en 202503559/2/V3

202503659/2/V1

Bij besluit van 26 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3177
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503659/2/V1

BRS.25.000478

Bij besluit van 29 maart 2025 heeft een ambtenaar van de Koninklijke Marechaussee appellant opgedragen om zich op te houden in de internationale lounge op de luchthaven Schiphol.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3156
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000478

BRS.25.000566

Bij besluiten van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkenen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3158
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000566

BRS.25.000630

Bij besluit van 14 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3160
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000630

BRS.25.000776

Bij besluit van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3152
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000776

202305715/1/V1

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3166
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202305715/1/V1

202306246/4/R1

Bij besluit van 11 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [verzoekers] om handhavend op te treden tegen de dak op- en aanbouw op de [locatie A] in Zaandam afgewezen. [verzoekers] wonen aan de [locatie B] in Zaandam. Zij hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen het perceel aan de [locatie A] in Zaandam. Het college heeft dat verzoek afgewezen en het bezwaar tegen het besluit tot afwijzing ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [verzoekers] vervolgens gegrond verklaard vanwege het verkeerd opvatten van het verzoek door het college. Het college is opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. [verzoekers] hebben vervolgens hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. [verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die strekt tot schorsing het besluit 19 mei 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6453
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306246/4/R1

202501657/1/V3

Bij besluit van 4 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3163
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501657/1/V3

202502648/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 11 april 2025 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister vóór 1 april 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt en dat de minister aan appellanten een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag dat zij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3167
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502648/1/V1

202503416/1/V1

Bij besluit van 10 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 15 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Appellant is in de gelegenheid gesteld om zich nader uit te laten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3165
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503416/1/V1

202503560/2/V2

Bij besluit van 18 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3164
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503560/2/V2

BRS.25.000797

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3077
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000797

202500437/1/V3.

Bij besluit van 12 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3148
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500437/1/V3.

202502356/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3082
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502356/1/V1

202503099/2/V2

Bij besluit van 21 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 22 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3151
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503099/2/V2

202503484/1/V2 en 202503484/2/V2

Bij besluiten van 8 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. M.E. Muller, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3147
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503484/1/V2 en 202503484/2/V2

202503584/2/R1

Het college heeft op 26 maart 2024 het projectplan "Dijk- en oeververbetering Willeskop Zuid GHIJ" vastgesteld. Dit plan voorziet in het opknappen van oevers aan de zuidzijde van de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (hierna: GHIJ), omdat niet overal aan de veiligheidsnorm wordt voldaan. [verzoeksters] zijn gevestigd op het perceel [locatie] in [plaats]. Dit perceel ligt aan de GHIJ. Zij exploiteren een bedrijf in bouwmaterialen en gebruiken het kanaal voor de aan- en afvoer van bouwmaterialen. [verzoeksters] verzoeken om schorsing van het projectplan om verdere uitvoering van de oeververbeteringsmaatregelen, ter hoogte van hun perceel, tegen te houden. Zij willen met hun verzoek onomkeerbare gevolgen voorkomen. Zij stellen dat als gevolg van het vervangen van betonnen beschoeiing door houten beschoeiing, zoals in het projectplan voorzien, geen laad- en losactiviteiten meer kunnen plaatsvinden. Daarmee staat volgens verzoeksters de continuïteit van hun bedrijf op het spel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3302
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503584/2/R1

202503626/1/V2 en 202503626/2/V2

Bij besluit van 29 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 19 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.L.M. Janssen, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3150
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503626/1/V2 en 202503626/2/V2

202503668/1/V2

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 19 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R.J. Schenkman, advocaat in Amstelveen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3149
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503668/1/V2

BRS.25.000261

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3075
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000261

BRS.25.000564

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3079
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000564

BRS.25.000801

Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3073
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000801

202401673/2/A3

Tegen de uitspraak van de rechtbank heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3037
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202401673/2/A3

202405318/1/V3

Bij besluit van 2 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 6 november 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3171
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405318/1/V3

202408052/1/V3

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3081
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202408052/1/V3

202500890/1/V3

Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3070
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500890/1/V3

202501343/1/V3

Bij besluit van 1 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij mondelinge uitspraak van 25 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3146
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501343/1/V3

202501529/1/V3

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3083
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501529/1/V3

202501918/1/V1

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3080
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501918/1/V1

BRS.25.000569

Bij besluit van 22 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3027
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000569

BRS.25.000713

Bij besluit van 7 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3061
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000713

BRS.25.000722

Bij besluit van 1 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3042
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000722

BRS.25.000742

Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 7 november 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3044
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000742

BRS.25.000763

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3052
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000763

202107906/2/V6

Bij verwijzingsuitspraak van 15 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:975, heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de gestelde vragen over de uitleg van artikel 34 van de Kwalificatierichtlijn. De Afdeling heeft daarbij de behandeling van het hoger beroep geschorst tot het Hof uitspraak zal hebben gedaan en iedere verdere behandeling aangehouden. Deze uitspraak gaat over artikel 34 van de Kwalificatierichtlijn. Deze bepaling verplicht lidstaten om personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratieprogramma’s te bieden of te zorgen voor de omstandigheden waaronder de toegang tot dergelijke programma’s gewaarborgd is. In deze uitspraak wordt de vraag beantwoord of het Nederlandse inburgeringsstelsel in overeenstemming is met artikel 34 van de Kwalificatierichtlijn. Het gaat daarbij specifiek om de verplichting voor asielstatushouders om een inburgeringsexamen te behalen, op straffe van een boete, waarbij zij de kosten voor de integratieprogramma’s in beginsel zelf moeten betalen als zij niet op tijd voor dit examen slagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3087
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202107906/2/V6
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202107906/2/V6

202202169/1/R3

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Midden-Groningen het bestemmingsplan "Buitengebied Midden-Groningen" gewijzigd vastgesteld. Het plan is een actualiserend en consoliderend bestemmingsplan voor het buitengebied van de gemeente Midden-Groningen. De bestaande situatie, met de huidige gebruiks- en bouwmogelijkheden, vormt daarbij het uitgangspunt. De aanleiding voor het plan is dat er in het plangebied verschillende bestemmingsplannen gelden, die in uiteenlopende jaren door de gemeenteraden van voormalige gemeenten zijn vastgesteld. [appellant sub 1] en anderen zijn eigenaren van het perceel aan de [locatie] in Harkstede. Zij zijn het niet eens met de begrenzing van het bestemmingsplan "Buitengebied Midden-Groningen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3100
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202202169/1/R3

202202333/1/R2

Bij besluit van 7 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Woensdrecht geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het dichtmaken van een bestaande binnentrap waardoor er drie zelfstandige woningen worden gecreëerd op het perceel [locatie 1] te Putte. [appellante] heeft een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend. Zij wil graag, door de binnentrap van de woning op het perceel dicht te maken, van een grote woning op het perceel twee woningen maken. Op het perceel is aan de achterzijde al een mantelzorgwoning aanwezig, zodat op het perceel dan drie zelfstandige woningen aanwezig zullen zijn. Uit de aanvraag volgt verder dat zij verzoekt om drie aparte huisnummers, namelijk [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4]. [appellante] woont op het perceel [locatie 5] in [woonplaats]. Zij is eigenaar van de woning op het perceel en gebruikt de woning voor verhuur. Zij is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3101
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202333/1/R2

202203873/1/R4

Bij besluit van 12 juli 2018 heeft het college aan Schiphol Nederland B.V. een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een tijdelijke grondopslagvoorziening op de locatie Haarlemmermeer, sectie AK, nr. 3016, voor een periode tot 1 januari 2024. Schiphol heeft op 20 december 2017 een aanvraag ingediend voor het realiseren en in gebruik nemen van een definitieve tijdelijke opslagvoorziening. De DTOP was bedoeld voor het tijdelijk opslaan van maximaal 200.000 m3 grond die vrijkwam bij bouw- en aanlegwerkzaamheden op het terrein van de inrichting van Schiphol. Van deze grond is vastgesteld dat die verontreinigd kan zijn met perfluoroctaansulfonzuur (PFOS), een brandvertragend middel dat in hoge concentraties schadelijk kan zijn voor de volksgezondheid. Schiphol had eerder al verschillende tijdelijke opslagvoorzieningen voor deze grond binnen haar inrichting gerealiseerd en daar ook al eerder vergunningen voor gekregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3103
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203873/1/R4

202205318/1/R1

Bij besluit van 15 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal [appellant] lasten onder dwangsom opgelegd wegens diverse overtredingen in verband met geconstateerde opslag van niet-agrarische goederen en afvalstoffen op het perceel [locatie] in Altforst, de mogelijke aanwezigheid van asbest in en op het dak van het bedrijfsgebouw en een gerealiseerde trap in de woning op het perceel (last onder dwangsom 1). Bij verschillende controles op het perceel heeft een toezichthouder van de gemeente, tevens asbestdeskundige, geconstateerd dat het dak met asbestverdachte golfplaten van een van de bedrijfsgebouwen ernstig beschadigd was en dat ook verspreid over het perceel en in dit bijgebouw afgebroken stukken asbestverdachte golfplaten aanwezig waren. Gelet op het gevaar voor de gezondheid door de aanwezigheid van de asbest heeft het college [appellant] gelast om een asbestinventarisatieonderzoek te laten uitvoeren door een hiervoor gecertificeerd bedrijf en dit onderzoeksrapport ter beoordeling bij het college in te dienen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3104
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205318/1/R1

202205503/1/R3

Bij besluit van 25 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle aan [vergunninghouder A] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een opbouw om een appartement te realiseren en om de eerste en tweede verdieping te renoveren tot twee appartementen, op de percelen aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Zwolle. Bij besluit van 25 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle aan [vergunninghouder B] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een opbouw om een appartement te realiseren en om de eerste en tweede verdieping te renoveren tot twee appartementen, op de percelen aan de [locatie 4], [locatie 5] en [locatie 6] in Zwolle. [vergunninghouder A] en [vergunninghouder B] hebben op respectievelijk 15 maart 2021 en 16 maart 2021 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van de panden. De bouwplannen voorzien in het toevoegen van een derde etage (vierde bouwlaag) aan de panden. [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de goot- en bouwhoogte in de verbeelding bij het bestemmingsplan onverbindend moet worden verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3102
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205503/1/R3

202206987/1/R3

Bij besluit van 10 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer aan de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs Geldermalsen een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de bestaande pastorie en het bouwen van nieuwbouw aansluitend op de bestaande pastorie en de bestaande kerk op het perceel Zwolseweg 96 in Deventer, het maken van een uitweg aan de Kerkstraat en het kappen van zeven bomen op het perceel. De Stichting heeft de voormalige Heilig Hartkerk op het perceel gekocht om hierin een school voor kleinschalig middelbaar onderwijs te realiseren. De Stichting wil de bestaande parochie op het perceel verbouwen en aansluitend op de parochie en de kerk nieuwbouw realiseren. In de pastorie komen zeven leslokalen en in de nieuwbouw komen vijf leslokalen. De school had in de bestaande situatie 230 leerlingen in de onderbouw. Het aantal leerlingen kan na uitbreiding van de school stijgen tot 390 leerlingen in de onderbouw en bovenbouw. Omwonenden zijn het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3086
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206987/1/R3

202207039/1/R1

Bij besluit van 20 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest [appellante sub 1] onder oplegging van bestuursdwang gelast om de woning op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te verwijderen en verwijderd te houden. Op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] (hierna samen: het perceel) stonden twee gebouwen bij een hoofdgebouw op het perceel [locatie 3]. De twee gebouwen zijn in 2004 verbouwd en samengevoegd tot één gebouw dat vervolgens in gebruik is genomen als woning (hierna: de woning). [appellante sub 1] had een recht van opstal en haar echtgenoot [gemachtigde] het bloot-eigendom van het perceel. Op het perceel rust volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Landelijk gebied" de bestemming "Wonen". [appellante sub 1] en [appellante sub 2] kunnen zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank, waarin zij heeft geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van een overtreding en er geen bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan het college van handhaving had moeten afzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3088
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207039/1/R1

202207141/1/R3

Bij besluiten van 24 maart 2022 en 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe respectievelijk aan Hanustaete en Komen zowel een last onder dwangsom als een preventieve last onder dwangsom opgelegd vanwege het verblijf van arbeidsmigranten op het "Vakantiepark Oranje". Hanustaete en Komen zijn eigenaren van het perceel aan Oranje 8 in Midden-Drenthe. Op dit perceel is "Vakantiepark Oranje" gevestigd. Op het perceel waarop het vakantiepark zich bevindt, rust op grond van het bestemmingsplan "Oranje" de bestemming "Recreatie" en de functieaanduiding "verblijfsrecreatie". Een aantal recreatiewoningen op het park wordt door Hanustaete en Komen verhuurd ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. De arbeidsmigranten werken voor "Unie-Pool Personeel B.V." en voeren hun werkzaamheden elders uit. Bij handhavingsbesluiten aan Hanustaete en Komen heeft het college een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd handelen met het bestemmingsplan, omdat de arbeidsmigranten niet op het park verblijven in het kader van verblijfsrecreatie maar ten behoeve van hun werk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3124
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207141/1/R3

202207386/1/R2

Bij besluit van 27 september 2022 heeft de raad van de gemeente Eersel het bestemmingplan "Buitengebied 2017, Reparatieplan 2022" vastgesteld. Met het reparatieplan is beoogd een omissie te repareren in de eerder vastgestelde bestemmingsplannen "Buitengebied 2017", vastgesteld op 3 juli 2018, en "Buitengebied 2017, eerste herziening" vastgesteld op 29 januari 2019. In deze twee bestemmingsplannen ontbreekt in de bestemmingsomschrijving van agrarische bestemmingen in het lid voor nevenactiviteiten een verwijzing naar de afwijkingsmogelijkheden. Het reparatieplan wijzigt in de twee onderliggende bestemmingsplannen deze bepalingen, zodat er wel een verwijzing naar de afwijkingsmogelijkheden is opgenomen. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] komen op tegen dit reparatieplan. [appellant sub 1] en anderen verzetten zich tegen de mogelijkheid die het reparatieplan biedt om een minicamping op te richten op [locatie], het perceel van [partij]. Volgens [appellant sub 2] had het reparatieplan een passende bestemming moeten toekennen aan zijn bedrijfsperceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3085
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207386/1/R2

202301565/1/R3

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Parkhaven" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Parkhaven" maakt de bouw van 650 woningen mogelijk in acht woontorens aan weerszijden van de Euromast inclusief ondergrondse parkeergarages. De bouwhoogte van de woontorens varieert van maximaal 26 m tot maximaal 70 m. Ook biedt het bestemmingsplan de mogelijkheid voor onder meer horeca, leisure, kantoren, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen. Zowel ondernemers in en nabij het plangebied, stichtingen als ook natuurlijke personen en een bewonersorganisatie hebben beroep ingesteld tegen het plan. Zij vrezen onder meer dat het plan de exploitatiemogelijkheden en bereikbaarheid van hun bedrijven in de Parkhaven zal aantasten, zal leiden tot verkeers- en parkeerhinder en tot een aantasting van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in en nabij het plangebied. In het bijzonder is daarbij gewezen op verschillende rijksmonumenten in en nabij het plangebied, zoals de Euromast en Het Park.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3076
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202301565/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202301565/1/R3

202302162/1/R3

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ten behoeve van het bestemmingsplan "Parkhaven" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. De zaak gaat over het besluit hogere waarden dat het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft genomen om de realisering van 650 woningen in acht woongebouwen aan weerszijden van de Euromast mogelijk te maken, waarin het bestemmingsplan voorziet. Tegen het bestemmingsplan hebben appellanten evenals een aantal andere partijen beroep ingesteld. Om de woningen mogelijk te maken heeft het college hogere waarden vastgesteld vanwege industrie en wegverkeer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3135
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202302162/1/R3

202303103/1/R4

Bij besluit van 19 juli 2021 heeft het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden geweigerd handhavend op te treden tegen het onttrekken van grondwater op het perceel [locatie 1] in Bosch en Duin. [partij] woont op het perceel. [appellant] is eigenaar van het naastgelegen perceel, de [locatie 2] in Bosch en Duin. Volgens [appellant] veroorzaakt het onttrekken van grondwater door [partij] schade aan de gebouwen op zijn perceel en is het de oorzaak van zetting en de grondverzakking. Hij heeft daarom om handhaving van de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018 verzocht. [appellant] betoogt dat de rechtbank een onafhankelijke deskundige had moeten benoemen. Hij voert aan dat dit noodzakelijk was, omdat uit de verrichte technische onderzoeken volgt dat sprake is van een causaal verband tussen de door hem geleden schade en de grondwateronttrekking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3098
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303103/1/R4

202304258/1/R4

Bij besluit van 11 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Lingewaard het bestemmingsplan "Tweede herziening Park Lingezegen" vastgesteld. Het plangebied beslaat een groot deel van het buitengebied rondom Bemmel. Naast het herstel van enkele omissies in het voorgaande bestemmingsplan en correcties als gevolg van een eerdere uitspraak van de Afdeling, is in dit geval van belang dat het plan tevens voorziet in de wijziging van de bestemming "Natuur" naar "Wonen" voor twee percelen ter hoogte van de [locatie 1] en [locatie 2] en [locatie 3] in Bemmel, die grenzen aan de natuurplas Plakse Wei. [appellanten] wonen ook aan deze natuurplas en richten zich in beroep tegen deze bestemmingswijziging. [appellanten] betogen dat een milieueffectrapport had moeten worden gemaakt voor het plan, omdat op gronden grenzend aan het plangebied sprake zou zijn van bodemverontreiniging. Volgen hen is ten onrechte niet door middel van een MER onderzocht of mogelijk giftige stoffen kunnen uitspoelen in het water van de Plakse Wei, wat tot negatieve milieugevolgen kan leiden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3089
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202304258/1/R4

202304277/1/R1

Bij uitspraak van 14 december 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU7985, heeft de Afdeling het beroep van onder andere [verzoeker A] en [verzoeker C] tegen het besluit tot goedkeuring door het college van gedeputeerde staten van Flevoland van het bestemmingsplan "Recreatieterrein Horsterwold 2003" ongegrond verklaard. Dit bestemmingsplan was op 25 maart 2004 vastgesteld door de raad van de gemeente Zeewolde. [verzoeker A] en [verzoeker C] hebben de Afdeling verzocht om die uitspraak te herzien. [verzoeker A] en [verzoeker C], eigenaren van de kavels [locatie 1] respectievelijk [locatie 2] op het recreatieterrein Horsterwold, verzoeken de Afdeling de uitspraak van 14 december 2005 te herzien. Zij stellen dat uit onlangs aan hen bekend geworden stukken is gebleken dat de gemeente Zeewolde willens en wetens het bestemmingsplan heeft ingezet om eerder tussen [verzoeker A] en [verzoeker C] gemaakte afspraken met de projectontwikkelaar inhoudelijk in te perken en naar haar hand te zetten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3105
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Herziening
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202304277/1/R1

202305099/1/R1

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van de woning op het perceel [locatie] te Uithoorn te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] is eigenaar van de woning op het perceel. Op 5 november 2021 en 11 maart 2022 heeft een toezichthouder van de gemeente Uithoorn geconstateerd dat in de woning verschillende mensen verblijven die niet tot het huishouden van [appellant] behoren. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat een overtreding zich heeft voorgedaan. [appellant] is er volgens de rechtbank namelijk niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat de kamerverhuur op grond van het in artikel 25.2 van de planregels van het bestemmingsplan opgenomen gebruiksovergangsrecht is toegestaan. Volgens de rechtbank heeft het college zich in de beslissing op bezwaar terecht op het standpunt gesteld dat handhaving niet zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen, dat het daarvan had moeten afzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3106
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202305099/1/R1
vorige pagina1...404142...1.237volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon