Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.629
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202300186/1/R3

Bij besluit van 13 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland aan M III een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de ontwikkeling van 25 appartementen naast het perceel Kerklaan 63 in Wateringen (hierna: het perceel). M III wil de voormalige bedrijfsbebouwing en woning op het perceel slopen en daar een appartementencomplex voor 25 woningen bouwen met een hoogte van ongeveer 15,5 m. M III heeft op 30 december 2019 een aanvraag ingediend voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de ontwikkeling van 25 appartementen op het perceel. Met de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan Kern Wateringen. De beoogde ontwikkeling is voorzien op gronden met de bestemmingen "Bedrijf", "Tuin" en "Wonen" en met de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie-2" en "Waarde - Karakteristiek". In het besluit tot verlenen van de omgevingsvergunning is overwogen dat de beoogde ontwikkeling in strijd is met de gebruiksregels die gelden voor de gronden met de bestemming "Bedrijf" en "Tuin" en dat de ontwikkeling past binnen de gebruiksregels van de bestemming "Wonen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2062
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202300186/1/R3

202300281/1/R4

Bij besluit van 29 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een schoorsteen aan de [locatie] in Utrecht buiten behandeling gelaten. Calor wil een schoorsteen bouwen op een bestaand pand. Daarvoor heeft zij een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. Het college heeft deze aanvraag buiten behandeling gelaten, omdat de bij de aanvraag verstrekte gegevens en stukken onvoldoende waren voor de beoordeling ervan. Calor heeft volgens het college niet volledig voldaan aan de uitnodiging van het college om haar aanvraag aan te vullen. Calor is het daar niet mee eens. In deze uitspraak zal de Afdeling beoordelen of de rechtbank terecht de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand heeft gelaten. Calor betoogt dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van het college dat de Bibob-informatie (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) niet volledig was bij haar beoordeling heeft betrokken, omdat dat standpunt alleen aan het besluit op bezwaar ten grondslag ligt en niet aan het besluit op de aanvraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2050
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300281/1/R4

202300666/1/R4

Bij besluit van 1 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn Algéra onder oplegging van een dwangsom van € 100.000,- per week, met een maximum van € 600.000,-, gelast het gebruik van het perceel Papegaaiweg 35, in Wenum Wiesel in strijd met het bestemmingsplan te beëindigen en beëindigd te houden. Sinds 2015 exploiteert Algéra op het perceel een transportbedrijf met op- en overslag. Volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Wenum Wiesel en buitengebied" is een dergelijk bedrijf op het perceel niet toegestaan. Bij besluit van 9 november 2020 heeft het college aan Algéra een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van gronden of bouwwerken op het perceel in strijd met het bestemmingsplan. Algéra is bij vonnis van de rechtbank Gelderland van 29 oktober 2024 per die datum failliet verklaard. In dit geval is sprake van een rechtsvordering die de boedel raakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2089
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300666/1/R4

202300692/1/A2

Bij besluit van 6 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant sub 1] om een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie 1] in onzelfstandige woonruimte voor vier personen afgewezen. Bij besluit van 10 mei 2021 heeft het college de aanvraag van [appellant sub 1] om een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie 2] in onzelfstandige woonruimte voor vier personen afgewezen. [appellant sub 1] is eigenaar van de panden aan de [locatie 1] en de [locatie 2] te Den Haag. Hij heeft voor beide woningen een vergunning aangevraagd om de woning om te zetten in onzelfstandige woonruimte voor vier personen. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, zoals deze gold van 24 december 2020 tot en met 31 mei 2021, versie 3, en van toepassing was ten tijde van de besluiten van 6 april 2021 en 10 mei 2021, mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet zonder vergunning van het college worden omgezet in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2056
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300692/1/A2

202302590/1/R1

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de raad van de gemeente Zaanstad het bestemmingsplan "Hofwijk Noord fase 1" vastgesteld. Met het bestemmingsplan wordt de transformatie van het Kan Palen-terrein en directe omgeving naar een nieuwe woon- en werkomgeving mogelijk gemaakt. In het project Hofwijk Noord fase 1 zullen als ontwikkeling binnen de transformatie van dit westelijke deel van de Kogerveldwijk ongeveer 750 woningen worden gebouwd. Het wordt een mix van sociale huur, betaalbare koop, middeldure huur en vrije sector woningen. Ook komt er ruimte voor commercieel vastgoed en maatschappelijke functies. Het plangebied wordt begrensd door de spoorlijn Zaandam-Enkhuizen en het station Zaandam Kogerveld aan de noordzijde, de Hofwijk aan de zuidzijde, de Zaan aan de westzijde en de bestaande woonblokken met daarachter de Heijermansstraat aan de oostzijde. Fase 2 van de ontwikkeling betreft twee gebiedsdelen aan de west- en oostzijde van het Kan Palen-terrein en fase 3 betreft twee ten noorden daarvan in de spoorzone gelegen gebiedsdelen. De Witte Olifant en anderen vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellant sub 2] verwacht een verslechtering van de ontsluitingssituatie van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2052
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202302590/1/R1

202303046/1/R1

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam Zuid besloten tot opheffing, wijziging en aanwijzing van afvalinzamellocaties in de Prinses Irenebuurt in Amsterdam, waaronder aanwijzing van de locatie nabij de Beethovenstraat 123. [appellant] en anderen wonen aan de Cornelis Dopperkade of in de omgeving daarvan. Zij kunnen zich niet verenigen met het besluit voor zover dat ziet op de locatie met het nummer 1077JA-123 nabij de Beethovenstraat 123. Die locatie ligt nabij de Cornelis Dopperkade en is aangewezen voor twee ondergrondse containers voor restafval, een ondergrondse container voor oud papier en karton, een ondergrondse container voor glas en een bovengrondse container voor groente-, fruit- en tuinafval. In deze procedure gaat het om de aanwijzing van een locatie voor afvalcontainers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2087
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202303046/1/R1

202303050/1/A3

Bij brief gedateerd op 1 november 2021 hebben [appellant] en anderen bezwaar gemaakt tegen het carbidschieten in hun woonwijken op 31 december 2021. Bij brief gedateerd op 1 november 2021 hebben [appellant] en anderen bezwaar gemaakt tegen het carbidschieten dat volgens de algemene plaatselijke verordening op 31 december 2021 onder voorwaarden is toegestaan en mits daarvan melding bij het college wordt gedaan, omdat zij daarvan overlast ervaren. Met het besluit van 1 maart 2022 heeft het college het bezwaar van [appellant] en anderen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat hun bezwaar is gericht tegen artikel 2:40 van de algemene plaatselijke verordening gemeente Emmen 2021. Dit is een algemeen verbindend voorschrift en daartegen kan volgens het college geen bezwaar worden gemaakt. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het bezwaar op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hij voert daartoe aan dat het meldingenstelsel van artikel 2:40 van de APV ervoor zorgt dat hem rechtsbescherming wordt ontzegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2058
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303050/1/A3

202303819/1/A3

Bij besluit van 13 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rheden aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. [appellante] is eigenaar van het pand aan de [locatie 1]-[locatie 2] in Rheden. Zij heeft de gronden naast het pand, gelegen aan de kant van de Schoolweg, die juridisch haar eigendom zijn, afgezet met acht groene olievaten die met kettingen aan elkaar verbonden zijn, met daarop bordjes "eigen terrein". Het college heeft bij het besluit van 13 december 2021 aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd, omdat de aangebrachte afzetting de vrije toegankelijkheid van de openbare weg belemmert. Dit levert een schending op van artikel 14, eerste lid, van de Wegenwet en artikel 2:10A, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden. Bij het besluit van 2 augustus 2022 heeft het college de last onder dwangsom gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college bevoegd was de last onder dwangsom op te leggen en heeft de besluitvorming van het college in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2070
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303819/1/A3

202303850/1/R3

Bij besluit van 20 april 2023 heeft de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel het bestemmingsplan "Werf aan den IJssel" vastgesteld. Het plangebied bevindt zich ten noordwesten van het centrum van Krimpen aan den IJssel en wordt begrensd door de rivier de Hollandsche IJssel aan de noordzijde en de IJsseldijk aan de zuidzijde. Het plan voorziet in de transformatie van de voormalige scheepswerf "Werf van Duyvendijk" naar een locatie voor woningbouw. In het noordoosten van het plangebied wordt de bouw van een appartementengebouw met 52 appartementen en bijbehorende parkeergarage mogelijk gemaakt. Het plan voorziet daarbij in verschillende bouwhoogtes met een maximum van 23 m, aflopend in hoogte van noord naar zuid. Aan de overzijde van de rivier de Hollandsche IJssel ligt de Dorpsstraat in Capelle aan den IJssel. [appellant] en anderen zijn eigenaren en bewoners van de woningen die zijn gelegen aan de [locatie 1], [locatie 2], [locatie 3], [locatie 4], [locatie 5], [locatie 6] en [locatie 7], en keren zich tegen de voorziene ontwikkelingen. Hun woningen liggen op een afstand van ten minste 100 m tot het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2061
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202303850/1/R3

202304734/1/R3

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Westerkwartier het bestemmingsplan "[locatie 1] te Leek" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt op het perceel [locatie 1] in Leek de realisatie van een vrijstaande woning en een horecabedrijf met daarboven drie appartementen mogelijk. [appellante] woont aan de overzijde van het Leekster Hoofddiep op het perceel [locatie 2] op een afstand van ongeveer 50 m van het plangebied en kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan. Zij vreest dat zij overlast zal ervaren door de realisatie van het horecabedrijf en het terras dat het bestemmingsplan daarbij toestaat. [appellante] betoogt dat het akoestisch onderzoek dat de raad voor het bestemmingsplan heeft laten uitvoeren op onjuiste uitgangspunten gebaseerd is. Hiertoe voert zij aan dat het akoestisch onderzoek niet uitgaat van de maximale planologische mogelijkheden, omdat slechts rekening is gehouden met een snackbar die dagelijks van 10:00 uur tot 21:00 uur geopend is. Volgens [appellante] is het op basis van de planregels echter ook mogelijk dat er een andersoortige horecagelegenheid dan een snackbar komt die tot een later tijdstip open blijft, omdat in de planregels niet is geregeld tot welk tijdstip het horecabedrijf open mag zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2066
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202304734/1/R3

202306432/1/R1

Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft het dagelijks bestuur van Avri de locatie Daver, nabij nummer 46 in Kerk-Avezaath aangewezen als inzamellocatie voor incontinentiemateriaal en luiers en voor glas en textiel. Het dagelijks bestuur wil op de aangewezen locatie drie containers plaatsen. Het gaat om één semi-ondergrondse container voor de inzameling van incontinentiemateriaal en luiers, en twee ondergrondse containers voor glas en textiel. De stichting is eigenaar van Dorpshuis De Avezathen aan de Daver 46. Het dorpshuis staat in de directe nabijheid van de aangewezen locatie. De stichting vreest voor een verkeersonveilige situatie, nadelige gevolgen voor de hygiëne, geurhinder en een aantasting van het aanzicht van het dorpshuis. Volgens de stichting zijn er alternatieve locaties die geschikter zijn dan de aangewezen locatie. [appellant sub 2] woont op ongeveer 500 m van de aangewezen locatie. De locatie is ook bedoeld voor de inzameling van zijn afval. [appellant sub 2] is het niet eens met de plaatsing van de containers op de aangewezen locatie. Hij vindt dat er geschiktere alternatieve locaties zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2091
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306432/1/R1

202306435/1/A3

Bij besluit van 29 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht het indelingsplan voor het pleinterras Onze Lieve Vrouweplein vastgesteld. [appellante] exploiteert een horecalokaliteit aan het Onze Lieve Vrouweplein. De aanvraag van [appellante] om te worden geplaatst op het indelingsplan van het pleinterras aan het Onze Lieve Vrouweplein is bij besluit van 19 mei 2020 toegewezen. Op grond van de Terrasverordening krijgen de aanmelders de gelegenheid om gezamenlijk tot een voorstel te komen voor een indelingsplan met de verdeling van het aantal beschikbare vierkante meter van het pleinterras. Het is niet gelukt om tot een gezamenlijk voorstel te komen dat door alle aanmelders ondertekend is. Daarop heeft het college zelf een indelingsplan voor het Onze Lieve Vrouweplein vastgesteld. Daarbij is het totale beschikbare terras in gelijke delen verdeeld over de zes toegelaten horecaexploitanten. [appellante] komt op tegen het vastgestelde indelingsplan, omdat [appellante] hierdoor beschikt over minder vierkante meters pleinterras dan voorgaande jaren en omdat het terras niet meer voor de gevel van de horecalokaliteit is gesitueerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2071
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202306435/1/A3

202306438/1/A3

Bij besluit van 2 december 2020 heeft de burgemeester van Maastricht aan [appellante] een terrasvergunning verleend overeenkomstig het door het college vastgestelde indelingsplan voor het pleinterras Onze Lieve Vrouweplein. [appellante] exploiteert een horecalokaliteit aan het Onze Lieve Vrouweplein. De aanvraag van [appellante] om te worden geplaatst op het indelingsplan van het pleinterras aan het Onze Lieve Vrouweplein is bij besluit van 19 mei 2020 toegewezen. Op grond van de Terrasverordening krijgen de aanmelders de gelegenheid om gezamenlijk tot een voorstel te komen voor een indelingsplan met de verdeling van het aantal beschikbare vierkante meter van het pleinterras. Het is niet gelukt om tot een gezamenlijk voorstel te komen dat door alle aanmelders ondertekend is. Daarop heeft het college zelf een indelingsplan voor het Onze Lieve Vrouweplein vastgesteld. Daarbij is het totale beschikbare terras in gelijke delen verdeeld over de zes toegelaten horecaexploitanten. [appellante] komt op tegen het vastgestelde indelingsplan, omdat [appellante] hierdoor beschikt over minder vierkante meters pleinterras dan voorgaande jaren en omdat het terras niet meer voor de gevel van de horecalokaliteit is gesitueerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2074
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202306438/1/A3

202307010/1/V2

Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld. Appellant komt uit Soedan. Hij is vanuit Oekraïne naar Nederland gekomen en heeft hier tijdelijke bescherming verkregen op grond van de Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. Om deze tijdelijke bescherming te kunnen krijgen heeft hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ondertekend. Omdat de minister van Asiel en Migratie ervan uitging dat het recht op tijdelijke bescherming op 4 september 2023 zou eindigen, is zij in de loop van 2023 gestart met de behandeling van die asielaanvraag. In dat kader heeft zij aan betrokkene een vragenformulier gestuurd met daarin onder meer de vraag of hij zijn asielprocedure wil doorzetten. Nadat een antwoord, na herhaaldelijk vragen, uitbleef, heeft de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2073
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307010/1/V2

202307084/1/R1

Bij besluit van 14 september 2023 heeft de raad van de gemeente West Maas en Waal het bestemmingsplan "Lavendelstraat ongenummerd, Boven-Leeuwen" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van twee vrijstaande woningen aan de westzijde van de Lavendelstraat in Boven-Leeuwen. [appellant] is eigenaar van een ten noorden daarvan gelegen woonperceel met paardenweide. Hij kan zich niet verenigen met het plan. [appellant] stelt dat het plan onvoldoende waarborgen biedt om wateroverlast op zijn perceel te voorkomen. Zijn perceel ligt lager dan het plangebied en omdat het plangebied zal worden opgehoogd, komt zijn perceel als het ware in een badkuip te liggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2065
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202307084/1/R1

202307092/1/V2

Bij besluit van 9 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkene is van Palestijnse afkomst en is staatloos. Zij komt uit de Westelijke Jordaanoever en is geregistreerd als vluchteling bij de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA). Tot haar vertrek uit het UNRWA-werkgebied heeft zij bescherming van deze organisatie genoten. De minister van Asiel en Migratie heeft een eerdere asielaanvraag van betrokkene afgewezen, omdat zij vrijwillig het UNRWA-werkgebied heeft verlaten zonder dat is gebleken dat de bescherming of bijstand van de UNRWA op dat tijdstip was opgehouden. Daarom was betrokkene volgens de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag, en daarmee artikel 12, eerste lid, aanhef en onder a, van de Kwalificatierichtlijn, uitgesloten van de werking van het Vluchtelingenverdrag. Dat afwijzende besluit is in rechte onaantastbaar geworden. Betrokkene heeft in haar opvolgende asielaanvraag gewezen op verschillende bronnen waaruit volgens haar blijkt dat de UNRWA niet meer in staat is de levensstandaard te bieden die strookt met haar opdracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2075
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307092/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202307092/1/V2

202307238/1/R2

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Land van Cuijk het bestemmingsplan "[locatie]" vastgesteld. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie] in Sambeek en zijn initiatiefnemers van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voorziet onder meer in een wijziging van de bestemming "Agrarisch-Paardenhouderij" naar "Maatschappelijk-Kinderdagverblijf" en maakt opslag als nevenactiviteit mogelijk. Ook heeft de raad van de gemeente Land van Cuijk een overgangsrechtelijke bepaling voor het gebruik van gronden opgenomen voor het parkeren van één transportmiddel van het grondverzetbedrijf van de inwonende zoon van [appellant A] en [appellant B], [persoon] [appellant A]. [appellant A] en [appellant B] zijn het alleen niet eens met de inhoud van deze overgangsrechtelijke bepaling. Op de zitting hebben [appellant A] en [appellant B] bevestigd dat hun beroep specifiek is gericht tegen de inhoud van de overgangsrechtelijke bepaling in artikel 14.2, onder e, van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2048
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307238/1/R2

202307317/1/V2

Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld. Betrokkene heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Op het moment dat de Russische strijdkrachten op 24 februari 2022 begonnen met een grootschalige invasie van Oekraïne, was betrokkene in Oekraïne in het bezit van een tijdelijke verblijfsvergunning voor studie. Hij is vanuit Oekraïne naar Nederland gekomen en heeft hier tijdelijke bescherming verkregen op grond van de Richtlijn 2001/55/EG (Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. Om deze tijdelijke bescherming te kunnen krijgen, heeft hij een formulier model M35-H, een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ondertekend. Omdat de minister aanvankelijk ervan uitging dat de tijdelijke bescherming van betrokkene per 4 september 2023 zou eindigen, is zij in de loop van 2023 gestart met de behandeling van die asielaanvraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1999
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307317/1/V2

202400089/1/A2

Bij besluit van 9 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland aan [appellant] een tegemoetkoming in planschade van € 5.500,00 toegekend. [appellant] is sinds 19 augustus 2016 mede-eigenaar van de woning aan de [locatie] in De Bult. Bij brief van 29 juli 2021 heeft [appellant] het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland verzocht om tegemoetkoming in planschade die hij, in de vorm van waardevermindering van de woning, heeft geleden door de inwerkingtreding op 21 april 2021 van het bij raadsbesluit van 19 januari 2021 vastgestelde bestemmingsplan De Bult - Onderduikersweg 2. Volgens [appellant] zijn met het nieuwe bestemmingsplan de bouw- en gebruiksmogelijkheden op het perceel aan de Onderduikersweg 2 in De Bult (hierna: het plangebied) verruimd, waardoor de scouting zich daar kan vestigen. In een advies van 10 november 2021 heeft de SAOZ geconstateerd dat vóór de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan voor het plangebied de Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 gold.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2083
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400089/1/A2

202400528/1/A2

Bij besluit van 11 februari 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd een private schuld van [appellante] over te nemen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om overname van een aantal schulden. Eén van deze schulden was een schuld van € 35.669,18 aan haar zwager, [persoon]. Deze schuld komt voort uit twee overeenkomsten van geldlening. De eerste overeenkomst is van 26 oktober 2018, waarbij € 20.000,00 is geleend. Op 15 oktober 2020 is een nieuwe overeenkomst aangegaan, waarin een aanvullend bedrag is geleend. De minister heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat de schuld niet is vastgelegd in een notariële akte. Verder blijkt uit de schriftelijke overeenkomst wel dat afspraken zijn gemaakt over vervroegde opeising van de hoofdsom, maar er zijn geen stukken aangeleverd waaruit blijkt dat [appellante] in gebreke is gesteld door [persoon]. De minister acht de afwijzing van het verzoek niet onevenredig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2055
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400528/1/A2

202400587/1/R3

Bij besluit van 20 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist aan McDonald's Nederland B.V. een omgevingsvergunning verleend voor, voor zover van belang, het herinrichten van het terrein, het vervangen van de terreinobjecten en het aanleggen van een fietspad op het perceel Amersfoortseweg 24 te Huis ter Heide). McDonald's exploiteert sinds 1987 het restaurant op het perceel. Zij wilde onder meer het parkeerterrein anders inrichten, een tweede McDrive-lane realiseren en het bestaande terras uitbreiden met 50 m². Het college heeft daarvoor op 20 mei 2016 een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Wabo verleend. Het heeft daarbij toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wabo. [appellant sub 2] is tegen de verlening van de omgevingsvergunning opgekomen. Hij woont in de directe omgeving van het perceel en vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2059
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400587/1/R3

202401047/1/V2

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld. Betrokkene komt uit Nigeria. Hij is vanuit Oekraïne naar Nederland gekomen en heeft hier tijdelijke bescherming verkregen op grond van de Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. Om deze tijdelijke bescherming te kunnen krijgen heeft hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ondertekend. Omdat de minister van Asiel en Migratie ervan uitging dat het recht op tijdelijke bescherming op 4 september 2023 zou eindigen, is zij in de loop van 2023 gestart met de behandeling van die asielaanvraag. In dat kader heeft zij aan betrokkene een vragenformulier gestuurd met daarin onder meer de vraag of hij zijn asielprocedure wil doorzetten. Nadat een antwoord, na herhaaldelijk vragen, uitbleef, heeft de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2072
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401047/1/V2

202401383/1/A2

Bij besluit van 25 april 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd een private schuld van [appellante] over te nemen. Deze uitspraak gaat over compensatie voor afgeloste private schulden in het kader van de hersteloperatie toeslagen. Deze regeling is onderdeel van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. De Dienst Toeslagen heeft in de periode 2010-2015 kinderopvangtoeslag teruggevorderd van [appellante] en haar verzoek om een persoonlijke betalingsregeling geweigerd. De Dienst Toeslagen wilde ook niet meewerken aan een vrijwillig schuldhulpverleningstraject, en het verzoek om toelating tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen is afgewezen. [appellante] heeft daardoor jarenlang financieel klem gezeten en zij heeft alles moeten doen om niet uit huis gezet te worden. [appellante] heeft daarom onder meer sieraden verpand bij het Pandhuis van de Gemeentelijke Kredietbank Den Haag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2069
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401383/1/A2

202401996/1/A2

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, mag de minister voor Rechtsbescherming als beoordelingsmaatstaf hanteren dat de betrouwbaarheid en integriteit van beveiligingsmedewerkers boven iedere twijfel verheven moeten zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2143
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202401996/1/A2

202402560/1/R1

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein het locatieplan voor Eiteren (PV45) vastgesteld. Bij het besluit is de locatie tegenover [locatie 1] aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] wonen op onderscheidenlijk [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Zij zijn het niet eens met het besluit. Volgens hen is een ORAC op de locatie niet nodig en zijn er geschiktere locaties. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] betogen dat de noodzaak voor een ORAC op de locatie ontbreekt. Zij verwijzen naar het beleid dat is neergelegd in de "Aanwijzingsprocedure ondergrondse restafvalcontainers". Daarin staat volgens hen dat alleen woningen met een perceel dat kleiner is dan 130 m² toegang moeten krijgen tot een ORAC. Volgens hen wijkt het college van dat beleid af, omdat de ORAC op de aangewezen locatie is bedoeld voor woningen met een perceel dat groter is dan 130 m².

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2084
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202402560/1/R1

202402688/1/A2

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert een aanvraag van [appellante] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. Bij brief van 18 augustus 2020 heeft [appellante] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade die zij, in de vorm van waardevermindering van de onroerende zaken, heeft geleden door de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 24 augustus 2015 vastgestelde Reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied Zundert en alle daaropvolgende planologische maatregelen, waaronder het bij raadsbesluit van 11 juli 2017 vastgestelde Aanpassingsplan reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied Zundert. Volgens [appellante] heeft het reparatieplan geleid tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van de percelen en hebben zowel het reparatieplan als het aanpassingsplan geleid tot een verruiming van de gebruiksmogelijkheden van de percelen aan de Gelderdonksestraat 3, 5 en 7 in Rijsbergen (hierna: de buurpercelen), waardoor zij eveneens schade heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2092
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202402688/1/A2

202402756/1/R4

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel zijn beslissing om op 29 september 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Ouder-Amstel 2021 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Bij besluit van dezelfde datum heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 120,00, voor rekening van [appellant] komen. Bij bezwaarschrift van 6 januari 2024 heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen de besluiten van het college van 13 oktober 2023. Het college van burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel heeft dit bezwaarschrift op 9 januari 2024 ontvangen. Bij besluit van 29 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel zich op het standpunt gesteld dat het bezwaar niet-ontvankelijk is, omdat het bezwaarschrift niet binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend en er volgens het college geen aanleiding is om de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar te achten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2054
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202402756/1/R4

202402989/1/V6

Bij besluit van 2 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [wederpartij] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [wederpartij] is geboren op [geboortedatum] 1971 en heeft de Somalische nationaliteit. Hij heeft een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De staatssecretaris heeft het naturalisatieverzoek afgewezen. Volgens hem kan [wederpartij] niet als voldoende ingeburgerd worden beschouwd in de zin van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Volgens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wijst [wederpartij] de democratische rechtsorde af. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] gegrond verklaard, omdat het besluit van 4 oktober 2021 volgens haar in strijd is met het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank heeft overwogen dat het individueel ambtsbericht en het nadere onderzoek het standpunt van de staatssecretaris niet kunnen dragen. Volgens de rechtbank kan niet met zekerheid worden gesteld dat de eigenaren van de inbeslaggenomen apparaten een link hebben met IS.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2057
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202402989/1/V6

202403121/2/R4

[appellante] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van de gemeente Epe van 27 maart 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Eekterveld IV". De raad heeft een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2044
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202403121/2/R4

202403157/1/R1

Bij besluit van 16 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen het "spreidingsplan locaties afvalinzamelvoorzieningen Paauwenburg-omgekeerd inzamelen" vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie aan de Abraham Kuyperstraat ter hoogte van de Abraham Kuyperstraat 23 aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. Bij het besluit zijn 33 locaties in de wijk Paauwenburg in Vlissingen aangewezen als locatie voor de plaatsing van een boven- of ondergrondse afvalcontainer. Onder meer de locatie aan Abraham Kuyperstraat ter hoogte van de Abraham Kuyperstraat 23 is aangewezen voor de plaatsing van een ORAC. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] en [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2]. Zij zijn het niet eens met de plaatsing van een container op de bestreden locatie. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat een ORAC op de bestreden locatie niet nodig is, omdat er al drie locaties in de nabijheid zijn. Als de bestreden locatie vervalt, wordt volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] nog steeds voldaan aan de loopafstanden in de randvoorwaarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2082
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202403157/1/R1

202403209/1/A2

Bij besluit van 23 september 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen (nu: de Dienst Toeslagen) het verzoek van [appellant] om herziening van het besluit van 2 juli 2021 tot afwijzing van zijn aanvragen om kindgebonden budget voor de jaren 2019 en 2021, afgewezen. [appellant] en zijn ex-partner hebben co-ouderschap over hun twee kinderen. De kinderen blijven om de week bij [appellant]. [appellant] krijgt van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB) de helft van de kinderbijslag uitbetaald via de lopende aanvraag van zijn ex-partner. Niet in geschil is dat de ex-partner de rechthebbende voor de kinderbijslag is en kindgebonden budget ontvangt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2045
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403209/1/A2

202403323/1/A2

Bij besluit van 20 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht één parkeervak in de Aelbert Cuyplaan in Hendrik-Ido-Ambacht aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen en een daarnaast gelegen tweede parkeervak aangewezen dat in de toekomst mogelijk kan worden ingericht als parkeervak voor het opladen van elektrische voertuigen. CityCharging - een zogenaamde Charge Point Operator - heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht verzocht om een verkeersbesluit te nemen, inhoudende dat twee parkeervakken worden aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen nabij Aelbert Cuyplaan 90 in Hendrik-Ido-Ambacht, zodat zij een oplaadpaal met twee oplaadpunten kan plaatsen. De rechtbank heeft overwogen dat het college in overeenstemming met de beleidsregels de behoefte aan de oplaadpaal heeft aangetoond en de locatie van het parkeervak heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2081
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403323/1/A2

202403526/1/A2

Bij besluit van 25 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rozendaal aan [appellante sub 1] een tegemoetkoming in planschade van € 2.000,00 toegekend. Op 21 december 2021 heeft [appellante sub 1] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade die zij, in de vorm van waardevermindering van de woning, heeft geleden door de inwerkingtreding op 24 april 2017 van het op 31 januari 2017 vastgestelde bestemmingsplan Dorpsschool Rozendaal (hierna: het nieuwe bestemmingsplan). Volgens [appellante sub 1] is het op grond van het nieuwe bestemmingsplan toegestaan om in een gebied in de nabijheid van de woning een schoolcomplex te realiseren en verdwijnt hierdoor de landelijke sfeer van de stille groene omgeving. In een advies van 4 april 2022 heeft Langhout geconstateerd dat het plangebied op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan Kom 2008 de bestemmingen ‘Agrarisch gebied met landschappelijke waarden’, ‘Groen’ en ‘Verblijfsgebied’ had.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2080
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403526/1/A2

202403616/1/R4

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de raad van de gemeente Harderwijk het bestemmingsplan "Stadsweiden - Randmeer" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk het woonzorgcentrum Randmeer en de appartementsgebouwen daaromheen in Harderwijk te herontwikkelen. Beoogd is de sloop van het hoofdgebouw Randmeer en het appartementsgebouw aan de oostzijde van het plangebied, met samen 101 wooneenheden. De te slopen gebouwen worden vervangen door twee appartementsgebouwen met in totaal 156 wooneenheden. Verder wordt het appartementsgebouw aan de zuidwestzijde van het plangebied met 40 wooneenheden gerenoveerd. [appellante] is eigenaar van een appartement in een gebouw naast het plangebied. Zij vreest met name dat het plan zal leiden tot forse parkeeroverlast bij onder meer haar appartement. Zij wijst er daarbij op dat niet is gegarandeerd dat de nieuwe appartementen zullen worden bewoond door de doelgroep die de raad en de ontwikkelaar, Stichting Habion, voor ogen hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2068
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403616/1/R4

202404275/1/A2

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen (nu: de Dienst Toeslagen) het verzoek van [appellant] om herziening van de (definitieve) berekening van de zorgtoeslag tussen 2016 en 2021 afgewezen. De Dienst Toeslagen heeft in de besluiten uitgelegd dat bij de berekening van de zorgtoeslag moet worden betrokken dat [appellant], gelet op artikel 5a, eerste lid en onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 3, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, een toeslagpartner heeft. Daarbij heeft de Dienst Toeslagen erop gewezen dat het toeslagpartnerschap pas wordt beëindigd nadat [appellant] een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed heeft ingediend bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2047
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404275/1/A2

202404842/1/R3

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland naar aanleiding van de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 17 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12188 en ECLI:NL:RBDHA:2022:12192, opnieuw een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan verleend voor het oprichten van 25 appartementen op het perceel Kerklaan naast 63 te Wateringen. [partij] wil de voormalige bedrijfsbebouwing en woning op het perceel slopen en daar een appartementencomplex voor 25 woningen bouwen met een hoogte van ongeveer 15,5 m. Op 30 december 2019 heeft [partij] een aanvraag om een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan ingediend voor het oprichten van 25 appartementen op het perceel. Op 13 april 2022 is de aangevraagde omgevingsvergunning verleend. Tegen dit besluit is door omwonenden van het perceel beroep bij de rechtbank Den Haag ingesteld. In de uitspraken van 17 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12188 en ECLI:NL:RBDHA:2022:12192, zijn de afzonderlijke beroepen gegrond verklaard en is het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2053
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404842/1/R3

202404852/1/V3

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2093
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404852/1/V3

202405041/1/A2

Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het verzoek van [appellant] om herziening van het besluit tot oplegging van een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer afgewezen. Het CBR heeft op 4 april 2022, besloten dat [appellant] een cursus over verantwoord rijgedrag, een EMG, moet volgen. De reden hiervoor is dat geconstateerd is dat hij 110 kilometer per uur reed op een weg waar niet harder dan 50 kilometer per uur mag worden gereden. [appellant] heeft deze cursus in februari 2023 met goed gevolg afgerond. [appellant] heeft op 28 augustus 2023 verzocht om herziening van dit besluit omdat de strafzaak over de snelheidsovertreding op 31 mei 2023 geseponeerd is door het Openbaar Ministerie wegens te weinig bewijs. Per e-mail van 14 december 2023 heeft het OM toegelicht dat de strafbeschikking geseponeerd is omdat de meetafstand bij de snelheidsmeting ontbreekt. Volgens [appellant] zijn dit nieuwe feiten en veranderde omstandigheden die maken dat het besluit van 4 april 2022 moet worden herzien. Het CBR heeft dit verzoek om herziening afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2079
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202405041/1/A2

202405335/1/R4

Bij besluit van 2 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 12 februari 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos met oud papier die op 12 februari 2024 is aangetroffen naast een papiercontainer ter hoogte van de Willem Silviusstraat 16 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat haar partner de doos samen met drie andere dozen op de juiste manier in de papiercontainer heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2051
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202405335/1/R4

202405389/1/A2

Bij besluit van 1 september 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen (nu: de Dienst Toeslagen) de huurtoeslag van [appellante] voor het jaar 2022 definitief vastgesteld op € 1.954,00. Daarnaast is het teveel betaalde voorschot van € 1.083,00 teruggevorderd. [appellante] heeft in 2022 een voorschot op de huurtoeslag ontvangen. Dit voorschot is berekend op basis van een rekenhuur van € 510,21. Na een procedure bij de huurcommissie is de huur met ingang van 1 juli 2022 verlaagd naar € 307,11. [appellante] heeft dit niet bij de Dienst Toeslagen gemeld. Dit heeft geleid tot het besluit van 1 september 2023, dat is gehandhaafd bij besluit van 3 november 2023. De Dienst Toeslagen heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de door [appellante] aangevoerde bijzondere omstandigheden geen reden geven om de terugvordering geheel of gedeeltelijk te matigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2046
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405389/1/A2

202406129/1/A2

Niet in geschil is dat er een hennepkwekerij is aangetroffen in de woning die [appellant] huurde, dat hij daar stond ingeschreven en dat het energiecontract van de woning op zijn naam stond. Er is geen bewijs voor zijn stelling dat hij de woning onderverhuurde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2145
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202406129/1/A2

202406258/1/A2

De politie heeft ruim binnen de uiterlijke termijn, als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 een mededeling als bedoeld in artikel 130 van de Wegenverkeerswet 1994 gedaan aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2144
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202406258/1/A2

202406482/1/R4

Bij besluit van 3 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest het wijzigingsplan "Kerkstraat 56-58" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de mogelijkheid om maximaal twintig appartementen te realiseren op het perceel aan de Kerkstraat 56-58 in Soest waar nu nog een meubelzaak is gevestigd. [appellant A] woont aan de [locatie 1] in Soest op ongeveer 30 m afstand van het wijzigingsplangebied. [appellant B] woont aan de [locatie 2] op ongeveer 45 m afstand van het wijzigingsplangebied. De Bunte is de initiatiefnemer van het wijzigingsplan. Op grond van het bestemmingsplan "Soest Midden en Zuid" gelden in het wijzigingsplangebied de bestemming "Gemengd" en de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 6". Met het wijzigingsplan wordt die bestemming omgezet naar de bestemmingen "Wonen" en "Tuin". Hiervoor heeft het college gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 34.9 van de regels van het bestemmingsplan. [appellanten] zijn het niet eens met het wijzigingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1980
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202406482/1/R4

202408013/1/R1

Bij besluit van 6 november 2024 heeft de raad van de gemeente Gooise Meren het bestemmingsplan "Het Nieuwe Raadhuis Bussum" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van een gebouw met 14 appartementen mogelijk op het perceel aan de Landstraat 78 in Bussum. Dit gebouw komt in de plaats van Café 't Raedthuys. Het voornemen is daar 10 sociale huurwoningen en 4 duurdere koopwoningen te bouwen. FH Raedthuys B.V. is de initiatiefnemer van de ontwikkeling. [appellant] en anderen wonen in de directe omgeving van het plangebied. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat door de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2067
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202408013/1/R1

202408080/1/A2

De buitengewoon opsporingsambtenaar heeft in het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal vermeld dat er op 20 september 2023 een parkeerverbod gold en dat de auto van [appellant] in de weg stond van de geplande werkzaamheden voor de bekabeling van laadpalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2141
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202408080/1/A2

202500588/1/R3

Bij besluit van 23 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Emmen aan Boxkoning B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van 44 bedrijfsunits aan de Waanderweg 176 in Emmen. Boxkoning B.V. wil 44 bedrijfsunits realiseren aan de Waanderweg 176 in Emmen. Hiervoor heeft het college bij besluit van 23 december 2021 een omgevingsvergunning verleend. [appellant] woont aan de Waanderweg en is het niet eens met deze vergunning. Bij besluit van 20 december 2022 heeft het college zijn bezwaar ongegrond verklaard. Vervolgens is hij in beroep gegaan bij de rechtbank. De rechtbank heeft in haar tussenuitspraak van 2 juli 2024 geoordeeld dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat het bouwplan in voldoende parkeergelegenheid voorzag en er geen sprake was van strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Parapluplan parkeernormen gemeente Emmen". De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld om dit gebrek te herstellen. Bij besluit van 9 september 2024 heeft het college gebruik gemaakt van deze gelegenheid door het besluit van 20 december 2020 in te trekken en het bezwaar van [appellant] opnieuw, op basis van een nadere onderbouwing wat betreft de gekozen parkeernorm, af te wijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1997
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202500588/1/R3

202301725/1/V3

Bij besluit van 2 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2014
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301725/1/V3

202406193/1/V1

Bij besluit van 29 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2015
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406193/1/V1

202406649/1/V3

Bij besluit van 23 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2028
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406649/1/V3

202501085/1/V1

Bij besluit van 17 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2016
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501085/1/V1

202501746/1/V1

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2017
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501746/1/V1

202501749/1/V1

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2018
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501749/1/V1

202501750/1/V1

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2019
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501750/1/V1

202501925/2/V2

Bij besluiten van 7 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2007
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501925/2/V2

202502154/1/V1

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2022
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502154/1/V1

202502166/1/V3 en 202502166/2/V3

Bij besluit van 9 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2005
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502166/1/V3 en 202502166/2/V3

202502430/2/V3

Bij besluit van 18 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2021
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502430/2/V3

BRS.25.000435 en BRS.25.000498

Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2008
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000435 en BRS.25.000498

202404295/1/V2

Bij besluit van 25 juli 2023, gewijzigd bij besluit van 29 mei 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2002
Datum uitspraak
2 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404295/1/V2

202501827/1/V3

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2003
Datum uitspraak
2 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501827/1/V3

202502435/1/V3 en 202502435/2/V3

Bij besluit van 4 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2013
Datum uitspraak
2 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502435/1/V3 en 202502435/2/V3

202305937/3/A3

[verzoekster] heeft bij e-mail verzocht om wraking van staatsraden mr. N. Verheij, mr. G.O. Veldhuizen en mr. M. den Heyer als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202305937/1/A3. [verzoekster] heeft aan haar verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat, als gevolg van de door de staatsraden genomen procedurele beslissingen en de gang van zaken op de zitting van 19 maart 2025, de staatsraden bij haar de indruk hebben gewekt vooringenomen te zijn. Zij betoogt dat zij niet al haar argumenten naar voren kon brengen en dat de staatsraden onvoldoende hebben gedaan om haar gebrek aan professionele rechtsbijstand te compenseren. Over het gedrag van de staatsraden op zitting betoogt zij dat zij suggestieve vragen stelden, dat zij werd onderbroken en dat de voorzitter geërgerd en ongeïnteresseerd reageerde op de bijdragen van haar en haar partner. Ook hebben de staatsraden volgens [verzoekster] de zaak onvolledig behandeld, hebben zij belangrijk bewijsmateriaal genegeerd en hebben zij gebruik gemaakt van bewijs dat al formeel was ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2001
Datum uitspraak
2 mei 2025
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305937/3/A3

202304184/2/R2

Bij besluit van 29 oktober 2018 heeft Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena een omgevingsvergunning verleend voor de uitbreiding van een bestaande fysiotherapiepraktijk aan de [locatie 1] in Dussen. [partij sub 2] exploiteert aan de [locatie 2] in Dussen een fysiotherapiepraktijk op de begane grond van een appartementengebouw. Hij heeft een aanvraag ingediend om de fysiotherapiepraktijk uit te breiden naar de naastgelegen ruimte aan de [locatie 1]. Bij het besluit van 29 oktober 2018, gehandhaafd bij het besluit van 30 december 2020, heeft het college omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan gebruiken van deze ruimte als fysiotherapiepraktijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1992
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304184/2/R2

202306171/1/V3

Bij besluit van 6 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1981
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306171/1/V3

202406820/1/V3

Bij besluit van 26 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1983
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406820/1/V3

202406854/1/V1

Bij besluit van 12 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1984
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406854/1/V1

202407921/1/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de Minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1985
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407921/1/V3

202407921/3/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1986
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407921/3/V3

202500560/2/R4

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de raad van de gemeente Zaltbommel het bestemmingsplan "Kerkwijk, Walderhof" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van maximaal 85 woningen aan de zuidkant van het dorp Kerkwijk. De gronden in het plangebied zijn agrarisch in gebruik en in het vorige bestemmingsplan was het mogelijk om 5 hectare aan kassen te bouwen op deze locatie. [verzoekster sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] exploiteren allen een agrarisch bedrijf in de buurt van het plangebied, te weten respectievelijk een freesiakwekerij, een varkenshouderij en een champignonkwekerij. Zij vrezen - kort samengevat - dat het plan zal leiden tot beperking van hun bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden en verzoeken om schorsing van het gehele plan. De raad heeft meegedeeld dat een besluit als bedoeld in artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht in voorbereiding is, waarmee het plan op enkele onderdelen zal worden aangepast om tegemoet te komen aan een aantal bezwaren die door [verzoekster sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] naar voren zijn gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1897
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202500560/2/R4

202501170/1/V3

Bij besluit van 17 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen als kennelijk ongegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1982
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501170/1/V3

202501280/1/V3

Bij besluit van 3 mei 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1987
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501280/1/V3

202501561/2/A3

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 13 februari 2025 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-­Holland. De staatssecretaris heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [wederpartij] heeft van 1 mei 2024 tot 15 januari 2025 gewerkt bij de Rijks Justitiële Jeugdinrichting Den Hey-Acker in Breda als ‘begeleider speciale zorgdoelgroepen’ in de functie van inrichtingswerker. [wederpartij] heeft op 9 juni 2024 de vereiste Verklaring Omtrent het Gedrag politiegegevens (VOG P) aangevraagd voor deze functie. De staatssecretaris heeft de aanvraag van [wederpartij] afgewezen, omdat aan hem bij strafbeschikking van 14 augustus 2024 een taakstraf is opgelegd vanwege gebruik van een vals geschrift, gepleegd op 2 juli 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2011
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202501561/2/A3

202501788/2/V1

Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1988
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501788/2/V1

202502024/1/V3 en 202502024/2/V3

Bij besluit van 18 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2012
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502024/1/V3 en 202502024/2/V3

202502173/2/V2

Bij besluit van 11 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1989
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502173/2/V2

202502365/1/V3 en 202502365/2/V3

Bij besluit van 10 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1990
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502365/1/V3 en 202502365/2/V3

BRS.25.000414

Bij besluiten van 15 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1899
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000414

202300825/4/R2

Bij brief, ingekomen op 22 april 2025, heeft [verzoekster] verzocht om wraking van staatsraden mr. J.J.W.P. van Gastel, mr. N. Verheij en mr. C.H. Bangma. Zij waren voorzitter onderscheidenlijk leden van de wrakingskamer belast met de behandeling van een eerder wrakingsverzoek van [verzoekster] met zaak nummer 202300825/2/R2. Bij beslissing van 2 april 2025 heeft de eerste wrakingskamer het verzoek van [verzoekster] om wraking van staatsraad D.A. Verburg belast met de behandeling van de zaak nr. 202300825/1/R2, afgewezen. De beslissing is op die dag openbaar gemaakt en aan [verzoekster] toegezonden. Bij brief van 20 april 2025 heeft [verzoekster] de voorzitter en de leden van de eerste wrakingskamer gewraakt. Dit verzoek om wraking is dus ingediend nadat die kamer heeft beslist op het eerste wrakingsverzoek en de beslissing openbaar is gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1993
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Wraking
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300825/4/R2

202102034/1/V2

Bij besluit van 10 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1904
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202102034/1/V2

202404625/1/V1

Bij besluit van 2 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1905
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404625/1/V1

202407879/2/R3

Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oldambt aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het woonhuis aan de [locatie] te Winschoten te beëindigen en beëindigd te houden door het aantal zelfstandige wooneenheden in het pand terug te brengen naar één woning. Het college heeft meerdere keren een last onder dwangsom opgelegd aan [verzoeker], omdat hij zijn woning op het perceel heeft opgedeeld in zes zelfstandige wooneenheden en deze heeft laten bewonen door derden. Het meest recente besluit is genomen naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank van 1 november 2024 en dateert van 4 december 2024. [verzoeker] is het niet eens met de last die bij dit besluit aan hem is opgelegd. De bij het besluit van 4 december 2024 aan [verzoeker] opgelegde last luidt dat de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo gestaakt moet worden en gestaakt moet blijven. Hij moet het aantal woningen in het hoofdgebouw op het perceel terugbrengen naar één.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1906
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407879/2/R3

202501412/1/V3

Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1907
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501412/1/V3

202501781/1/V3

Bij besluit van 10 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1908
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501781/1/V3

202501920/1/V2

Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1912
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501920/1/V2

202501976/2/V3

Bij besluit van 21 april 2023 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1910
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501976/2/V3

202502008/1/V2

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van appellant om opheffing van zijn ongewenstverklaring afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1911
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502008/1/V2

202502099/1/V3

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 8 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Jankie, advocaat in Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1888
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502099/1/V3

202502102/1/V3

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 8 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Jankie, advocaat in Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1889
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502102/1/V3

202502142/2/V1

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1909
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502142/2/V1

202502390/2/A2

[verzoekster] heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Amsterdam van 24 april 2025, waarbij haar administratief beroep tegen de afwijzing door de examencommissie van het verzoek om ontheffing van de ingangseis van de stage ongegrond is verklaard. Tevens heeft zij verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het beroep en de voorlopige voorziening op 8 mei 2025 op een zitting worden behandeld. In wat is aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat in de periode tot aan de behandeling op de zitting sprake zal zijn van onomkeerbare gevolgen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1991
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502390/2/A2

202502489/2/V2

Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2000
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502489/2/V2

BRS.25.000161 en BRS.25.000162

Bij besluiten van 6 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van appellanten om hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1894
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000161 en BRS.25.000162

202006510/1/R3

Bij besluit van 17 november 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het tracébesluit "A27/A12 Ring Utrecht 2020" vastgesteld. Het project A27/A12 Ring Utrecht maakt een verbreding mogelijk van de A27 tussen de aansluiting Houten en de aansluiting Bilthoven, een verbreding van de A28 tussen de aansluiting Waterlinieweg en de Vollenhoventunnel en een verbreding van de parallelrijbanen van de A12 tussen knooppunt Oudenrijn en knooppunt Lunetten. In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling de beroepen gericht tegen de besluiten van de minister tot vaststelling van de tracébesluiten 2020 en 2022. Het tracébesluit 2022 wijzigt het tracébesluit 2020 op onderdelen. De reden daarvoor is dat aan het tracébesluit 2020 een passende beoordeling ten grondslag ligt die is gebaseerd op een 5 km-rekengrens in de stikstofberekeningen. Een dergelijke rekengrens geeft, gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling, geen volledig beeld van de gevolgen van het tracébesluit voor de betrokken Natura 2000-gebieden. Om die reden heeft de minister nieuwe stikstofberekeningen laten uitvoeren waarbij is uitgegaan van een 25 km-rekengrens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1971
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Tracé en wegverbreding
  • uitspraakin de zaak202006510/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202006510/1/R3

202105857/1/A3

Bij besluit van 2 december 2019 heeft de burgemeester van Heerlen de aan [appellant] verleende ‘horeca-exploitatievergunning coffeeshop’ gewijzigd. [appellant] heeft sinds 22 september 2008 een ‘horeca-exploitatievergunning coffeeshop’ voor onbepaalde tijd voor een coffeeshop, [naam], aan de [locatie] te Heerlen. In deze vergunning is onder meer opgenomen dat [appellant] vanuit de coffeeshop eetwaren en alcoholvrije dranken mag verstrekken en dat er een handelsvoorraad softdrugs van 500 gram aanwezig mag zijn. Op grond van het Softdrugsbeleid gemeente Heerlen 2002 waren in de gemeente Heerlen maximaal drie (thans twee) coffeeshops toegestaan. Naar aanleiding van een vrijgekomen ‘horeca-exploitatievergunning coffeeshop’ en de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, over de verdeling van schaarse rechten, heeft de burgemeester besloten om de wijze van afgeven van de geïmpliceerde gedoogverklaringen te veranderen om andere gegadigden in de gelegenheid te stellen om mee te dingen naar een schaarse geïmpliceerde gedoogverklaring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1925
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202105857/1/A3

202107208/1/R2

Bij besluit van 23 september 2021 heeft de raad van de gemeente Noord-Beveland het verzoek van de vereniging en anderen om het op 24 augustus 2017 vastgestelde bestemmingsplan "Windturbinepark Noord-Beveland" en het op 24 oktober 2019 vastgestelde "Bestemmingsplan Windpark Jacobahaven" in te trekken of gewijzigd vast te stellen, afgewezen. Het windturbinepark Noord-Beveland is een windpark dat bestaat uit vier windturbines. Windpark Noord Beveland B.V. is de exploitant van het windpark. De windturbines staan aan de Krommeweg 4 in Kamperland, in de Jacoba Rippolder op Noord-Beveland. De windturbines hebben volgens het bestemmingsplan "Windturbinepark Noord-Beveland" een ashoogte van maximaal 94 m, een rotordiameter van ten hoogste 117 m, een tiphoogte van maximaal 150 m en een gezamenlijk opgesteld vermogen van minder dan 15 MW.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1953
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202107208/1/R2

202201104/1/A3

Bij besluit van 13 april 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het verzoek van DPA om dispensatie van de algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst Uitzendkrachten 2017-2019 afgewezen. Bij besluit van 13 april 2018 heeft de minister het verzoek van DPA om dispensatie van de algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche 2018-2019 afgewezen. In hoger beroep liggen aan de Afdeling bestuursrechtspraak de besluiten ter beoordeling voor waarbij de minister heeft geweigerd om DPA dispensatie te verlenen van algemeenverbindendverklaringen van bepalingen uit de ABU-cao 2017-2019, de ABU-cao 2020-2021 en de SFU-cao 2018-2019. De rechtbank heeft het beroep van DPA en LBV tegen de weigering om dispensatie te verlenen van de ABU-cao 2017-2019 niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen tegen de weigering om dispensatie te verlenen van de ABU-cao 2020-2021 en de SFU-cao gegrond verklaard. DPA en LBV betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zij procesbelang hebben bij hun beroep over de ABU-cao 2017-2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1974
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202201104/1/A3

202201997/1/A3

Bij besluit van 26 maart 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aan Stamcelbank Nederland B.V. verleende erkenning als orgaanbank ingetrokken. Deze uitspraak gaat over de intrekking van de aan Stamcelbank Nederland B.V. verleende erkenning. Ouders van pasgeboren kinderen konden bij Stamcelbank terecht om stamcellen uit navelstrengbloed te bewaren. Navelstrengbloed is bloed dat bij de bevalling is vrijgekomen. Stamcelbank is een private navelstrengbloedbank die stamcellen uit navelstrengbloed bewaart voor autogene toepassing, dus voor toepassing op de donor zelf. Het bewaren gebeurt vanuit de gedachte dat de stamcellen in de toekomst kunnen worden gebruikt voor levensreddende toepassingen. Volgens het inspectierapport zijn bij Stamcelbank drie kritische tekortkomingen en vijftien belangrijke tekortkomingen geconstateerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1969
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202201997/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201997/1/A3

202202668/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten dat de publicatieversie van een toezichtrapport over Stamcelbank openbaar wordt gemaakt. De minister heeft aan Stamcelbank, voor het laatst op 7 november 2019, een erkenning als orgaanbank op grond van de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal (Wvkl) verleend. Stamcelbank staat als orgaanbank onder toezicht van de minister, welk toezicht feitelijk wordt uitgevoerd door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: de Inspectie). Op 22 september 2020 heeft de Inspectie een bezoek gebracht aan Stamcelbank. Op 30 november 2020 heeft de Inspectie een brief naar Stamcelbank gestuurd met als bijlage een conceptrapport over de geconstateerde bevindingen tijdens dat bezoek. In deze brief heeft de Inspectie aan Stamcelbank verzocht om te reageren op eventuele feitelijke onjuistheden in het conceptrapport. Bij brief van 15 januari 2021 heeft Stamcelbank dat gedaan. Daarbij heeft Stamcelbank ook een reactie gegeven op het inhoudelijk oordeel van de Inspectie in dat conceptrapport. Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de minister besloten om de publicatieversie van het toezichtrapport (hierna: het toezichtrapport) op de website van de Inspectie openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1970
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202202668/1/A3

202203269/1/A3

Bij brief van 24 juli 2019 heeft de burgemeester van Doetinchem een reactie gegeven op een door [appellant] ingediend ‘Meldingsformulier selectie/gunning coffeeshop’. Bij besluit van 14 januari 2020 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 5 april 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellant] wil een exploitatievergunning en een gedoogverklaring voor de exploitatie van een coffeeshop. Volgens de ‘Uitvoeringsnota drugsbeleid gemeente Doetinchem 2016’ voert de burgemeester het beleid dat maximaal aan twee coffeeshops een exploitatievergunning en gedoogverklaring wordt afgegeven. Aanmelden daarvoor moet door middel van het indienen van een meldingsformulier. Alleen meldingsformulieren die tijdig zijn ontvangen en op de in de Uitvoeringsnota voorgeschreven wijze zijn ingediend, worden getoetst aan de voorwaarden voor deelname aan de loting. Als er meer dan één gegadigde aan deze voorwaarden voldoet zal er een loting plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1959
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203269/1/A3

202204163/1/R4

Bij besluit van 13 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een appartementencomplex met horecafunctie op het perceel [locatie] in Zevenaar. Het bouwplan maakt de oprichting mogelijk van een appartementencomplex met zeven appartementen en een horecafunctie op de begane grond op het perceel aan het [locatie] in Zevenaar. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Centrum Zevenaar", op grond waarvan op het perceel de bestemming "Maatschappelijk" rust. Om het bouwplan toch mogelijk te maken, heeft het college een omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [appellant] en anderen wonen naast en in de buurt van het perceel. Zij verzetten zich tegen de verleende omgevingsvergunning, omdat zij vrezen voor een onevenredige aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1929
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204163/1/R4
vorige pagina1...404142...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon