Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 116.500
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404376/1/R2

Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een sporthal voor 8 padelbanen met horeca, fysiotherapie en kantoorruimtes aan de [locatie] in Tilburg. [appellante] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van 8 binnenbanen voor het spelen van padel, inclusief horeca, fysiotherapie en kantoorruimtes. Het college heeft bij besluit van 17 maart 2022 met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1o en 2o, van de Wabo de gevraagde omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wabo verleend voor de activiteiten bouwen en gebruiken van gronden in strijd met de bestemmingsplannen "Stadsrand Dalem - Reeshofweide 2013" en "Stadsrand Dalem - Reeshofweide 2013, 1e wijziging". [partij I] en anderen, [partij A] en anderen, [partij Q] en anderen, [partij O] en [partij P], en [partij R] en [partij S] wonen allen vlakbij de ontwikkellocatie in de wijk Dalem en vrezen onder meer voor parkeeroverlast als gevolg van het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1922
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404376/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202404376/1/R2

202404638/1/R1

De gemeenteraad van Echt-Susteren moet binnen 26 weken gebreken in het bestemmingsplan ‘Swaantjes- en Zandweg’ herstellen. Het bestemmingsplan maakt een zogenoemd ‘Livar Experience Centre’ mogelijk in Maria Hoop. Dit is een concept rondom het Limburgse kloostervarken, oftewel Livar-varken, bestaande uit varkenshouderijactiviteiten, gecombineerd met een bezoekerscentrum, een vleesatelier en een slachterij. Maar de gemeenteraad heeft naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak onvoldoende inzichtelijk gemaakt welke maatregelen hij uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk vindt om de overdracht van infectieziekten op mens en dier tot een aanvaardbaar niveau te beperken en in hoeverre het treffen van die maatregelen is gewaarborgd in het bestemmingsplan. Hiermee heeft de gemeenteraad onvoldoende gemotiveerd dat het bestemmingsplan getuigt van een goede ruimtelijke ordening, aldus de hoogste bestuursrechter. Een varkenshouderij op een kleine driehonderd meter afstand van de locatie waar het ‘Livar Experience Centre’ moet komen, had de zaak aangespannen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Volgens haar wordt het risico op dierziektes door het bestemmingsplan vergroot en vreest zij voor de gevolgen daarvan voor haar varkenshouderij. De gemeenteraad vindt dat de komst van het experience center in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, omdat maatregelen genomen kunnen worden om de overdracht van infectieziekten op mens en dier tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De gemeenteraad heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt welke gevolgen bezoekers van het experience center hebben voor het risico dat een besmetting met een dierziekte plaatsvindt, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. “De gemeenteraad heeft immers niet inzichtelijk gemaakt welke maatregelen nodig zijn om besmettingen met dierziektes te voorkomen. Het is daarom ook onduidelijk of er in het licht van het risico op besmettingen met dierziektes een veilige hoeveelheid bezoekers is, en als dit zo is, of de hoeveelheid bezoekers die de gemeenteraad voor ogen heeft, ook als veilig te beschouwen is. Of de gemeenteraad in het bijzonder een maatregel had moeten treffen voor een maximum aantal bezoekers van het experience center kan nog niet worden beoordeeld. Als de gemeenteraad het ‘Livar Experience Centre’ alsnog mogelijk wil maken, zal hij het bestemmingsplan binnen 26 weken beter moeten motiveren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1952
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202404638/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202404638/1/R1

202404954/1/V6

[appellante] stelt afkomstig te zijn uit de Democratische Republiek Congo (DRC) en geboren te zijn op [geboortedatum] 1988. Zij heeft de minister van Justitie en Veiligheid op 23 november 2020 verzocht om haar het Nederlanderschap te verlenen. Ter onderbouwing van haar identiteit en nationaliteit heeft zij een Congolees paspoort overgelegd dat is afgegeven op 11 februari 2014. Bureau Documenten heeft het paspoort onderzocht en geconcludeerd dat het echt is. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellante]. Hij heeft deze twijfel gebaseerd op een rapport taalanalyse en een nader rapport van Bureau Land en Taal (nu: Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT)). Uit deze rapporten volgt dat [appellante] niet eenduidig is te herleiden tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen de DRC en waarschijnlijk is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Rwanda. Volgens de minister heeft [appellante] de twijfel aan haar identiteit en nationaliteit niet weggenomen met het overleggen van het paspoort, omdat hij niet kan vaststellen of voorafgaand aan de afgifte daarvan een deugdelijk identificatieproces heeft plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1936
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202404954/1/V6

202405585/1/R2

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Maashorst het bestemmingsplan [locatie] vastgesteld. [appellant] woont aan de [locatie] in Uden in een voormalige agrarische bedrijfswoning. Naast de woning van [appellant] staat de cultuurhistorisch waardevolle boerderij van [partij]. [partij] wil de boerderij restaureren en verbouwen tot woonhuis. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Partiële herziening buitengebied 2017" rustte op beide percelen een woonbestemming en mocht er niet meer dan één woning per bestemmingsvlak aanwezig zijn. De voormalige agrarische bedrijfswoning en de boerderij liggen in hetzelfde bestemmingsvlak. Op initiatief van [partij] heeft de raad het bestemmingsplan [locatie] vastgesteld, dat ter plaatse van de boerderij een extra woning op het bestemmingsvlak toestaat en voorziet in het behoud en herstel van de karakteristieke bebouwing. In dit plan is de aanduiding "voormalige agrarische bedrijfsbebouwing", die op het gehele bestemmingsvlak lag, niet meer opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1950
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202405585/1/R2

202406018/1/R1

Bij besluit van 25 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder, voor zover hier van belang, geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het oprichten van een schuilstal op het perceel B1763, ter hoogte van het perceel [locatie] in Huisduinen. [partij] is eigenaar van het perceel B1763 en gebruikt het perceel voor zijn paarden. Op het perceel B1763 staat een stenen schuur met daarin acht afsluitbare paardenboxen. Het college heeft bij besluit van 25 april 2023, voor zover hier van belang, geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het oprichten van een schuilstal voor die paarden op het perceel B1763 ter hoogte van het perceel [locatie] in Huisduinen. [appellant] heeft van de eigenaar van het perceel toestemming gekregen om de aanvraag in te dienen en een schuilstal te realiseren. De schuilstal is volgens het college in strijd met het bestemmingsplan, omdat het niet gaat om een gebouw ten behoeve van een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Evenmin is de aanduiding "agrarisch" aan het perceel toegekend, zodat gelet op artikel 3.1, onder c, stallen of bebouwing ten behoeve van opslag niet zijn toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1928
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406018/1/R1

202406728/1/A3

Bij besluit van 12 oktober 2023 is de burgemeester van Rotterdam overgegaan tot invordering van een dwangsom van € 2.500,00. [wederpartij] exploiteert een inrichting voor avondhoreca. Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft de burgemeester aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd inhoudende dat als zij nogmaals de sluitingstijden van de APV overtreedt, zij € 2.500,00 moet betalen. In dit besluit staat dat er een politiecontrole heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een melding van geluidsoverlast vanuit de inrichting, dat er tien personen op het terras aanwezig waren en dat (ook) toen door de beheerder is verklaard dat het collega’s waren. Tegen dit besluit is [wederpartij] niet opgekomen, zodat dit besluit in rechte vaststaat. Op dinsdag 22 augustus 2023 hebben politieagenten geconstateerd dat om 02.12 uur zeven personen op het terras van [wederpartij] aanwezig waren en dat op tafel meerdere wijnflessen en glazen gevuld met wijn stonden. De burgemeester betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij de last niet mocht invorderen, omdat [wederpartij] de sluitingstijd niet zou hebben overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1929
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202406728/1/A3

202406858/1/R3

Bij besluit van 17 september 2024 heeft de raad van de gemeente Hoeksche Waard het bestemmingsplan "Dr. Bossersstraat 11 en Strijensedijk 22 's-Gravendeel" (het bestemmingsplan) vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om op twee locaties woningbouw te realiseren. Het gaat om 11 woningen, waarvan 8 goedkope huur- of koopwoningen en 3 middeldure koopwoningen, aan de Strijensedijk 22 in ’s-Gravendeel en om 20 sociale huurwoningen aan de Dr. Bossersstraat 11 in ’s-Gravendeel. Aan de Strijensedijk 22 staat nu (nog) een woning met grote schuur. Aan de Dr. Bossersstraat 11 staat het voormalig partycentrum Concordia. [appellant A] en [appellant B] betogen dat het plan leidt tot een onaanvaardbare parkeerdruk bij hun woning. Zij voeren aan dat bij het parkeeronderzoek, waarbij cijfers uit 2022 zijn gebruikt, niet van de juiste data is uitgegaan. Zo wordt een onjuist aantal bestaande parkeerplekken aan de Strijensedijk meegenomen en is de huidige parkeersituatie veranderd ten opzichte van 2022. Verder heeft de raad de door hen aangedragen alternatieven, waaronder het privatiseren van de bestaande parkeerplaatsen voor de [locatie 2] tot en met [locatie 3], het realiseren van een ondergrondse parkeergarage onder de te bouwen woningen aan de Strijensedijk, het opofferen van de bestaande groenstrook voor schuine parkeerplaatsen en het uitbreiden van de bestaande parkeerplaatsen voor de [locatie 4], niet onderzocht en is slechts ongemotiveerd gesteld dat deze alternatieven onwenselijk of financieel niet haalbaar zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1954
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406858/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202406858/1/R3

202406991/1/A2

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] om overname van haar private schulden afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). Het overnemen van private schulden werd namens de Belastingdienst/Toeslagen en wordt nu namens de minister uitgevoerd door de uitvoeringsorganisatie Sociale Banken Nederland (SBN). [appellante] is een erkend gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft SBN in het kader van de hersteloperatie toeslagen verzocht om overname van haar private schulden. Het gaat onder meer om een schuld van € 124.922,27 die zij is aangegaan bij [bedrijf].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1927
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406991/1/A2

202500535/1/R1

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de raad van de gemeente Sluis het bestemmingsplan "Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1956
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202500535/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202500535/1/R1

202501363/1/A2

Bij besluit van 15 november 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten tot invordering van de door [appellante] verbeurde dwangsom van € 45.125,00. Deze uitspraak gaat over het besluit van de minister tot invordering van verbeurde dwangsommen en opeising van onverschuldigde betalingen van [appellante] op grond van de Wet normering topinkomens (WNT). Aan zowel het invorderingbesluit als het opeisingsbesluit ligt een last onder dwangsom van 26 januari 2022 ten grondslag. In die last onder dwangsom is, kort gezegd, een overtreding van de WNT vastgesteld, welke overtreding binnen de gestelde begunstigingstermijn door [appellante] moest worden beëindigd. De rechtbank heeft overwogen dat een belanghebbende in de procedure tegen de invorderingsbeschikking in beginsel niet met succes gronden naar voren kan brengen die hij tegen de last onder dwangsom of bestuursdwang naar voren heeft gebracht of had kunnen brengen. Dit kan slechts in uitzonderlijke gevallen. De rechtbank heeft overwogen dat zij deze rechtspraak ook toepast ten aanzien van de twee beschikkingen tot opeisen van onverschuldigde betalingen, aangezien deze beschikkingen gelet op artikel 5.5, eerste lid, van de WNT direct samenhangen met de lasten onder dwangsom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1941
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501363/1/A2
vorige pagina1...456...11.650volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon