Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 103.308
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404441/1/R1

Bij besluit van 14 maart 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat vastgesteld dat het experiment als bedoeld in voorschrift 7 van de aan RWE verleende watervergunning van 20 september 2022 niet geslaagd is. RWE heeft op eigen initiatief, en voordat het besluit om de vergunning te verlenen was genomen, onderzoek gedaan naar de sterfte van zalmsmolts als gevolg van de WKC. In het rapport "Monitoring smoltmigratie bij WKC Linne, voorjaar 2021 en 2022" (hierna het vissterfteonderzoek 2021 - 2022), opgesteld door VisAdvies, zijn de resultaten van dat onderzoek neergelegd. Op dit rapport baseert RWE de conclusie dat sprake is van een geslaagd experiment als bedoeld in voorschrift 7, tweede lid, van de vergunning. De minister heeft in het besluit van 14 maart 2023 gesteld dat de sterfteproef uit 2022, waarop het vissterfteonderzoek 2021 - 2022 is gebaseerd, om diverse redenen niet representatief was. Hij heeft het experiment daarom niet als geslaagd aangemerkt. De minister heeft zich in zijn beslissing op het bezwaar mede gebaseerd op een op zijn verzoek uitgebracht advies van ATKB, gedateerd 16 maart 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4807
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202404441/1/R1

202406076/1/A2

Bij uitspraak van 23 augustus 2024 heeft de rechtbank het verzoek van het volkstuincomplex om het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk te veroordelen tot vergoeding van schade afgewezen. In geschil is of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het volkstuincomplex geen recht heeft op een schadevergoeding. Het volkstuincomplex heeft de rechtbank verzocht het college op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb te veroordelen tot vergoeding van de schade die zij als gevolg van het stilleggen van de graafwerkzaamheden zou hebben geleden. De schade bestaat onder andere uit herstelkosten van de PVC-riolering die in de afgegraven grond is geplaatst, kosten voor aan- en afvoer van materialen en hypotheekkosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4800
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202406076/1/A2

202406795/1/R4

Bij besluit van 11 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 2 september 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 187,00, voor rekening van [appellante] komen. Bij besluit van 2 oktober 2024 heeft het college het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4809
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202406795/1/R4

202407172/1/V6

Bij besluit van 30 januari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 30.000,00 wegens zes overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingenen één overtreding van artikel 15a van de Wav. [appellante] is een groothandel in groente en fruit. Op 10 februari 2022 hebben opsporingsambtenaren van de Nationale Politie onderzoek gedaan bij een nevenvestiging van [appellante] in [plaats]. Op 5 april 2022 hebben inspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie nader onderzoek gedaan bij dezelfde nevenvestiging. De inspecteurs hebben op 22 september 2022 op ambtseed een boeterapport opgemaakt. Daarin constateerden zij dat [appellante] de Wav heeft overtreden door zes betrokkenen werkzaamheden te laten verrichten zonder dat [appellante] over tewerkstellingsvergunningen beschikte of de betrokkenen in het bezit waren van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. Deze werkzaamheden bestonden uit het sorteren, stapelen en vervoeren van goederen. Ook constateerden zij dat [appellante] voor een andere betrokkene niet heeft voldaan aan de vordering op grond van artikel 15a van de Wav.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4801
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202407172/1/V6

202407465/1/V6

Bij besluit van 5 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellante] heeft de staatssecretaris op 16 december 2022 verzocht om haar het Nederlanderschap te verlenen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat ernstige vermoedens bestaan dat [appellante] een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat de politierechter haar op 20 september 2021 heeft veroordeeld tot twee dagen gevangenisstraf en twintig uren taakstraf subsidiair tien dagen hechtenis, wegens wederspannigheid als bedoeld in artikel 181, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. De rehabilitatietermijn van vijf jaar, als bedoeld in de Handleiding RWN, paragraaf 5 van het beleid voor artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN, was ten tijde van het besluit van 7 december 2023 nog niet verstreken. Volgens de staatssecretaris doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die maken dat hij in afwijking van het beleid in de Handleiding RWN het Nederlanderschap aan [appellante] zou moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4818
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202407465/1/V6

202500480/1/V6

Bij besluit van 9 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] heeft de Angolese nationaliteit. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat er een ernstig vermoeden bestaat dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat uit zijn justitiële documentatie volgt dat [appellant] door de politierechter van de rechtbank Oost-Brabant op 2 februari 2023 is veroordeeld voor identiteitsfraude gepleegd op 21 augustus 2021. Hij heeft daarvoor een taakstraf van 80 uren gekregen, die hij op 16 mei 2023 heeft voltooid. Daarnaast heeft hij een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaar gekregen. [appellant] betoogt in zijn eerste hogerberoepsgrond dat de staatssecretaris het door hem overgelegde reclasseringsadvies van 16 september 2022 onvoldoende kenbaar heeft betrokken bij de belangenafweging in het besluit van 15 juni 2023 en dat de rechtbank dat niet heeft onderkend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4813
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202500480/1/V6

202501402/1/A2

Bij beslissing van 26 juli 2023 heeft de toelatingscommissie namens de decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde aan [appellant] laten weten dat hij is toegelaten tot het schakelprogramma Actuariële Wetenschappen voor het studiejaar 2023-2024. Na zijn toelating is [appellant] in september 2023 met het schakelprogramma gestart. Na enkele weken de opleiding te hebben gevolgd, is hij tot de conclusie gekomen dat hij niet beschikte over het benodigde niveau aan voorkennis voor deze opleiding. Op 18 september 2023 heeft hij daarom besloten om zijn deelname hieraan te beëindigen. [appellant] heeft nog gevraagd of hij andere vakken buiten het schakelprogramma om kon volgen, maar dat was niet mogelijk. Ook kon zijn collegegeld niet gerestitueerd worden. Hij heeft zich uiteindelijk formeel per 1 maart 2024 voor de opleiding laten uitschrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4817
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501402/1/A2

202501855/1/A2

Bij beslissing van 30 augustus 2024 heeft de examencommissie Bouwkunde van de Technische Universiteit Eindhoven aan [appellant] een negatief bindend studievoortgangsbesluit gegeven. Bij beslissing van 20 januari 2025 heeft het college van beroep voor de examens het hiertegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] is in 2022-2023 begonnen met de premaster Bouwkunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Gedurende dit studiejaar is het hem niet gelukt de volledige premaster af te ronden. Bij beslissing van 18 september 2023 heeft de examencommissie hem uitstel verleend voor het behalen van de premaster op voorwaarde dat hij het volgende studiejaar het vak Calculus succesvol afrondt. Aan het einde van het studiejaar 2023-2024 had [appellant] het vak Calculus nog niet behaald. De examencommissie heeft hem het negatief bindend studievoortgangsbesluit gegeven. Dit betekent dat hij met de premaster moest stoppen en ook met de master, waarmee hij in 2023-2024 al was begonnen en waarvoor hij inmiddels 65 ECTS heeft behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4820
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501855/1/A2

202502414/1/R4

Bij besluit van 20 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op die dag spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 20 november 2024 is aangetroffen naast restafvalcontainer nummer 71448 aan de Vrieschgroenstraat in Zaandam. Niet in geschil is dat [appellant] de huisvuilzak daar heeft geplaatst. [appellant] betoogt dat het college de kosten van de verwijdering van de huisvuilzak niet redelijkerwijze bij hem in rekening heeft kunnen brengen. Hij wijst er op dat de afvalcontainer in kwestie vol of defect was en dat dat vaak zo is, volgens hem omdat de afvalcontainers worden gebruikt door de plaatselijke horecabedrijven. Hij heeft foto’s overgelegd, waarop te zien is dat er op verschillende tijdstippen veel huisvuil buiten de afvalcontainers ligt. Hij stelt dat het college hiervan op de hoogte is en in het verleden heeft toegezegd andere afvalcontainers te plaatsen, maar dat dat nooit is gebeurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4810
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202502414/1/R4

202504574/2/R4

Het college heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Klimaat en Groene Groei van 10 juli 2025, waarbij het door hem gemaakte bezwaar tegen het besluit van 11 december 2024, waarin de minister heeft ingestemd met het verzoek van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. tot verlenging van de productie uit gasveld Pieterzijl-Oost tot en met 2030, ongegrond is verklaard. Het college heeft op 12 augustus 2025 een pro forma beroepschrift ingediend. Hij heeft de gronden van zijn beroepschrift niet vermeld. Bij aangetekend verzonden brief van 13 augustus 2025 is het college gewezen op dit verzuim en is hij tot en met 10 september 2025 in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen. Hierbij is vermeld dat wanneer het college van deze gelegenheid geen gebruik maakt, hij ervan moet uitgaan dat niet-ontvankelijkverklaring zal volgen en dat zijn zaak dan niet inhoudelijk wordt behandeld. Het college heeft het verzuim niet tijdig hersteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4998
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202504574/2/R4
vorige pagina1...349350351...10.331volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon