Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.865
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202306013/1/R3

Bij besluit van 19 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waddinxveen de Stichting onder oplegging van een dwangsom gelast om de bewoning van de bedrijfswoning aan de [locatie A] in Waddinxveen, voor zover deze bestaat uit de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op het legaal gebruik van het gebouw of terrein, niet noodzakelijk is, beëindigd te houden. De Stichting is eigenaar van het bedrijfspand aan de [locatie A] in Waddinxveen. In 2012 heeft het college aan [persoon A], destijds h.o.d.n. [naam bedrijf], een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van de bedrijfswoning. Volgens het college is uit een controle op 19 februari 2019 gebleken dat de bedrijfswoning niet werd bewoond door personen die waren verbonden aan het hier gevestigde bedrijf ([naam bedrijf]) en die niet tezamen één huishouden vormden. Volgens het college heeft de Stichting de last niet nageleefd. Het heeft daarom besloten tot invordering van de aan de last verbonden dwangsom en heeft een nieuwe, gelijkluidende last opgelegd. De Stichting is het niet eens met de opgelegde lasten en de invordering van de dwangsom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5480
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306013/1/R3

202306074/1/R1

Bij besluit van 18 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Medemblik aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van onder meer een berging op zijn perceel aan de [locatie A] in Wognum. [appellant] woont naast [belanghebbende] op het perceel [locatie B] en is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning voor de berging. Hij vreest voor aantasting van zijn woongenot. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning heeft mogen verlenen. Daarover voert hij aan dat de berging in strijd met het gemeentelijke beleid is, omdat op grond daarvan zijn toestemming vereist is en hij die niet heeft gegeven voor een berging tegen de erfgrens. Hij vindt dat door de berging een rommelig beeld ontstaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5479
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306074/1/R1

202306139/1/R3

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Noordenveld het bestemmingsplan "Norg-De Tip" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan gaat over een deel van het gebied "De Tip". De Tip is een clustering van ruimtelijk aaneengesloten solitaire recreatiewoningen ten noorden van Norg, met uitzondering van de Norgerberg. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat de 18 recreatiewoningen in het plangebied permanent mogen worden bewoond. Daarbij worden nieuwe bouwmogelijkheden geboden. Aan de gronden in het plangebied is de bestemming "Bos" toegekend. Per woonperceel is een aanduidingsvlak ofwel gebruikersvlak "wonen" toegekend, waarbinnen een woning, bijbehorende bouwwerken en erfinrichting zijn toegestaan. Verder gaat het bestemmingsplan over een weiland ten zuiden van de Postmaatseweg waar natuurcompensatie is voorzien teneinde de met het bestemmingsplan beoogde ontwikkeling mogelijk te kunnen maken. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Norg. Dit is in het plangebied. Hij is het er niet mee eens dat zijn perceel, aangeduid als D1706, buiten het plangebied is gelaten. Daardoor is de op dat perceel staande overkapping met schutting niet mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5500
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202306139/1/R3

202306207/1/R2

Bij besluit van 1 juni 2021 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de tijdelijke uitbreiding van 36 naar 64 kindplaatsen van kinderdagverblijf "De Dierenvriendjes" op het perceel [locatie 1] in Nistelrode. Op het perceel is een melkveehouderij gevestigd. Bij besluit van 24 mei 2017 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een agrarisch kinderdagverblijf voor maximaal 36 kinderen in een van de bestaande opstallen op het perceel. De nu voorliggende omgevingsvergunning gaat over de uitbreiding van het kinderdagverblijf naar 64 kindplaatsen voor de duur van vijf jaar. [appellanten] woont op het perceel [locatie 2] naast het kinderdagverblijf en verzet zich tegen de vergunde uitbreiding. Hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5477
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202306207/1/R2

202306561/1/A3

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd om de aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellante] is geboren op [geboortedatum] 1981 in Amsterdam. Bij geboorte verkreeg zij de Turkse nationaliteit. Sinds 23 april 1996 heeft zij de Nederlandse en de Turkse nationaliteit. Op 1 mei 2002 is [appellante] verhuisd naar Turkije. Op 20 april 2009 is aan haar voor het laatst een Nederlands paspoort verstrekt. Op 11 mei 2022 heeft [appellante] een aanvraag voor een Nederlands paspoort ingediend. De minister heeft geweigerd om deze aanvraag in behandeling te nemen. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat [appellante] ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap het Nederlanderschap niet meer bezit. Volgens de minister heeft zij het Nederlanderschap op 20 april 2019 van rechtswege verloren omdat zij zowel de Nederlandse als de Turkse nationaliteit had, zij op dat moment gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Turkije en van stuiting van deze termijn op grond van artikel 15, vierde lid, van de RWN geen sprake is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5370
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202306561/1/A3

202306562/1/A3

Bij besluit van 14 september 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de aanvraag van de ouders van [appellante] namens haar voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. Op 15 augustus 2022 hebben haar ouders voor haar een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Turkije. De minister heeft geweigerd deze aanvraag in behandeling te nemen. Daarbij heeft hij zich op het standpunt gesteld dat [appellante] op 14 december 2012 het Nederlanderschap heeft verloren. Haar vader heeft namelijk op deze dag afstand gedaan van het Nederlanderschap, wat automatisch het verlies van het Nederlanderschap van zijn minderjarige kinderen met zich brengt. Dit volgt uit de artikelen 15, eerste lid, aanhef en onder b, en 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Ook heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat hij geen Unierechtelijke evenredigheidstoets kan uitvoeren bij paspoortaanvragen die zijn ingediend na 1 april 2022. Volgens de minister moeten de ouders van [appellante] hiervoor ten behoeve van [appellante] een optieverklaring afleggen in de zin van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder p, van de RWN.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5464
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202306562/1/A3

202306709/1/A3

Bij besluit van 22 juli 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd om de aanvraag van [appellant A] en [appellant B] voor een Nederlands paspoort voor hun zoon in behandeling te nemen. De minister heeft geweigerd om deze aanvraag in behandeling te nemen omdat [appellant C] niet meer in bezit zou zijn van het Nederlanderschap. Volgens de minister is het Nederlanderschap van [appellant C] op 20 april 2019 van rechtswege verloren gegaan omdat zijn moeder, [appellant A], op die datum het Nederlanderschap van rechtswege heeft verloren. Dit volgt uit de artikelen 15, eerste lid, aanhef en onder c, en 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De minister wijst er op dat de wijziging van de termijn van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de RWN van tien naar dertien jaar die op 1 april 2022 in werking is getreden niet met terugwerkende kracht is ingevoerd en niet geldt voor personen die voordien het Nederlanderschap al zijn verloren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5465
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202306709/1/A3

202306881/1/A3

Op 28 juli 2021 heeft [appellant], op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming en eventuele andere relevante (internationale) wetgeving en verdragen, de minister verzocht om hem een afschrift te sturen van al zijn persoonsgegevens die aanwezig zijn bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bij besluit van 25 augustus 2021 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant] een overzicht van zijn persoonsgegevens verstrekt. Op 28 juli 2021 heeft [appellant], op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming en eventuele andere relevante (internationale) wetgeving en verdragen, de minister verzocht om hem een afschrift te sturen van al zijn persoonsgegevens die aanwezig zijn bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Met het besluit van 25 augustus 2021 heeft de minister aan [appellant] een overzicht verstrekt van de persoonsgegevens die over [appellant] zijn verwerkt. In dat overzicht zijn de categorieën van de persoonsgegevens, een kopie van de verwerkte persoonsgegevens en de herkomst daarvan, weergegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5463
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202306881/1/A3

202306965/1/R3

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerkwartier het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan aanleggen van een sloot, afgewezen. [appellant] woont op het perceel [locatie], kadastraal bekend als Leek, sectie C, nummer 2676. [partij] is eigenaar van het perceel daarnaast en heeft omstreeks 2007 op de grens van de percelen Leek, sectie C, nummers 2676 en 2675, nabij [locatie] in Midwolde, een sloot gegraven. [appellant] heeft op 26 december 2021 een verzoek ingediend bij het college om handhavend op te treden tegen het graven van een sloot zonder de vereiste omgevingsvergunning. Volgens [appellant] is de sloot eveneens gegraven in strijd met het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied Leek 2010". [appellant] geeft daarbij in haar handhavingsverzoek aan dat het gaat om de sloot tussen de percelen 2676 en 2675 waarvan het midden van die sloot de erfgrens tussen beide percelen is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5425
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306965/1/R3

202307529/1/A2

Bij besluit van 24 april 2018 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel € 18.528,-, vermeerderd met wettelijke rente, aan nadeelcompensatie toegekend aan [appellant]. [appellant] exploiteert een agrarische onderneming aan de [locatie A] in Oisterwijk. De Rosep ontspringt in het Moergestelse Broek, tussen het Wilhelminakanaal en de A58, en stroomt van daaruit in noordoostelijke richting en mondt uit in de benedenloop van de Essche stroom. De Rosep loopt tussen een aantal percelen waarvan [appellant] eigenaar is of die hij pacht. De rechtbank concludeert in de uitspraak van 26 maart 2020 dat het dagelijks bestuur de adviezen van de SAOZ niet aan het besluit van 9 juli 2019 ten grondslag mocht leggen. Ten onrechte is volstaan met een vergelijking van de opbrengsten in 2014 en 2015 en die in 2016.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5484
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202307529/1/A2
vorige pagina1...322323324...12.487volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon