Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 103.308
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202402138/1/A2

Bij besluit van 8 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de panden aan de Weteringschans 26, 28 en 28a in Amsterdam aangewezen als gemeentelijk monument. Peper & Zout Beheer B.V. is de eigenaar van de panden, bekend als Peper en Zout. Het college heeft deze panden aangewezen als gemeentelijk monument. Dit is gedaan naar aanleiding van een aanvraag van Erfgoedvereniging Heemschut en na een positief advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Het college heeft daarbij gebruik gemaakt van de selectiecriteria in de Handleiding voor de aanwijzing van zaken en terreinen als gemeentelijk monument en gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. Tussen partijen is niet in geschil dat de panden voldoen aan deze selectiecriteria. In beroep bij de rechtbank ging het om de vraag of de Handleiding de juiste wettelijke grondslag biedt voor het bepalen van criteria voor de aanwijzing van gemeentelijke monumenten, of het advies van de CRK, dat gebaseerd is op de Handleiding, voldoende basis biedt voor het besluit en of de mate van bescherming die het college met de aanwijzing van de panden beoogt te bereiken, ook met een minder vergaande maatregel kan worden bereikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5309
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202402138/1/A2

202402190/1/A2

Bij besluit van 5 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de aanvraag van [belanghebbende] om een vergunning voor kamerbewoning voor maximaal elf personen op het adres [locatie A] in Rotterdam afgewezen. [belanghebbende] is de eigenaar van de woning aan de [locatie A] en heeft op 26 juli 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal elf personen. Het college heeft de vergunningaanvraag afgewezen omdat niet wordt voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening als neergelegd in artikel 3.2.5 van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. [belanghebbende] heeft in bezwaar aangevoerd dat het college ten onrechte haar aanvraag heeft afgewezen. Het college heeft de afwijzing van de vergunningaanvraag bij besluit van 31 mei 2021 gehandhaafd. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt als neergelegd in artikel 3.2.5, aanhef en onder b, van de Verordening 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5352
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402190/1/A2

202402566/1/A2

Bij besluit van 22 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellant sub II] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen op het adres [locatie A] in Rotterdam. [appellant sub II] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] en heeft in juni 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen. [appellant sub III] woont op het adres [locatie B] in Rotterdam en heeft in bezwaar onder meer aangevoerd dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op de buurt en daarmee niet voldoet aan de vereisten voor vergunningverlening uit de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Het college heeft aan het besluit van 16 februari 2021 ten grondslag gelegd dat wordt voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening als neergelegd in artikel 3.2.5 van de Verordening 2019. Het betreft namelijk kamerbewoning door studenten, de kamerbewoning heeft naar het oordeel van het college een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt en in de woonruimte is ten minste 18 m2 gebruiksoppervlak gemiddeld per persoon aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5351
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402566/1/A2

202402623/1/A2

Bij besluit van 25 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [belanghebbende] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal zes personen op het adres [locatie A] in Rotterdam. [belanghebbende] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] en heeft op 22 mei 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal zes personen. Het college heeft de vergunning verleend. [appellante] woont op het adres [locatie B] in Rotterdam en heeft in bezwaar onder meer aangevoerd dat de kamerbewoning door studenten geen positieve invloed heeft op de buurt en daarmee niet voldoet aan de vereisten voor vergunningverlening uit de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Het college heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat wordt voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening als neergelegd in artikel 3.2.5 van de Verordening 2019. Het betreft namelijk kamerbewoning door studenten, de kamerbewoning heeft naar het oordeel van het college een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt en in de woonruimte is ten minste 18 m2 gebruiksoppervlak gemiddeld per persoon aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5355
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402623/1/A2

202402630/1/A2

Bij besluit van 11 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [belanghebbende] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen op het adres [locatie A] in Rotterdam. [belanghebbende] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] en heeft op 6 mei 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen. Het college heeft de vergunning verleend. [appellant sub II] woont op het adres [locatie B] in Rotterdam en heeft in bezwaar onder meer aangevoerd dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op de buurt en daarmee niet voldoet aan de vereisten voor vergunningverlening uit de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Het college heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat wordt voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening als neergelegd in artikel 3.2.5 van de Verordening 2019. Het betreft namelijk kamerbewoning door studenten, de kamerbewoning heeft naar het oordeel van het college een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt en in de woonruimte is ten minste 18 m2 gebruiksoppervlak gemiddeld per persoon aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5356
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402630/1/A2

202402636/1/A2

Bij besluit van 29 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [belanghebbende] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen op het adres [locatie A] in Rotterdam. [belanghebbende] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] en heeft op 2 juni 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen. Het college heeft de vergunning verleend. [appellant sub II] woont op het adres [locatie B] in Rotterdam en heeft in bezwaar onder meer aangevoerd dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op de buurt en daarmee niet voldoet aan de vereisten voor vergunningverlening uit de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Het college heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat wordt voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening als neergelegd in artikel 3.2.5 van de Verordening 2019. Het betreft namelijk kamerbewoning door studenten, de kamerbewoning heeft naar het oordeel van het college een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt en in de woonruimte is ten minste 18 m2 gebruiksoppervlak gemiddeld per persoon aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5354
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Provinciale verordening
  • uitspraakin de zaak202402636/1/A2

202404356/1/V6

Bij besluit van 17 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [appellante] stelt afkomstig te zijn uit Burundi en geboren te zijn op [geboortedatum] 1990. Zij is in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij haar echtgenoot. [appellante] heeft het verzoek op 6 januari 2020 ingediend. Ter staving van haar identiteit en nationaliteit heeft zij een gelegaliseerde geboorteakte en een Burundese identiteitskaart, alsmede een Burundees paspoort dat is afgegeven op 13 mei 2016 en geldig was tot 13 mei 2021, overgelegd. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellante] haar identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond. Hieraan heeft de staatssecretaris ten grondslag gelegd dat uit een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 27 mei 2021 volgt dat de door [appellante] overgelegde Burundese identiteitskaart met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5321
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202404356/1/V6

202404453/1/A2

Bij besluit van 25 april 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de subsidie van de stichting vastgesteld op € 448.298,- en € 62.455,- aan te veel uitbetaalde voorschotten van haar teruggevorderd. Bij besluit van 15 augustus 2019 heeft de minister aan de stichting op grond van de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014-2020 een subsidie ten bedrage van € 638.442,- verleend voor het theaterproject ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ (hierna: het project). De totale kosten van het project waren door de stichting begroot op € 851.227,- en aan de stichting is een voorschot van € 510.753,- betaald. Naar aanleiding van het verzoek van de stichting om de subsidie definitief vast te stellen heeft de minister een financiële controle uitgevoerd. De bevindingen hiervan zijn neergelegd in een verslag van bevindingen van 20 april 2022. Aan de hand van het verslag heeft de minister bij besluit van 25 april 2022 de subsidie van de stichting vastgesteld op € 448.298,- en € 62.455,- aan te veel uitbetaalde voorschotten van haar teruggevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5324
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202404453/1/A2

202405391/1/A3

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de minister voor Medische Zorg aan [appellant] een boete van € 3.000,00 opgelegd. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft geconstateerd dat [appellant] in de periode van 28 oktober tot en met 1 november 2021 zeven keer het geneesmiddel ivermectine off-label heeft voorgeschreven voor de behandeling van patiënten met COVID-19. Het off-label voorschrijven van een geneesmiddel houdt in dat dit geneesmiddel wordt voorgeschreven buiten de door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen geregistreerde indicaties. De minister heeft zich naar aanleiding van het boeterapport van 14 juni 2022 van de Inspectie op het standpunt gesteld dat [appellant] artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet zeven keer heeft overtreden. De minister heeft daarom aan [appellant] een boete van € 3.000,00 opgelegd. [appellant] heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat artikel 68, eerste lid, van de Gnw voldoende duidelijk is. De tekst van deze bepaling verbiedt een arts niet om af te wijken van protocollen of standaarden die het off-label gebruik afraden. Dat volgt ook niet uit de totstandkomingsgeschiedenis ervan. De rechtbank heeft ten onrechte zonder nadere motivering anders geoordeeld dan in haar eerdere uitspraak en in uitspraken van andere rechtbanken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5349
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202405391/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202405391/1/A3

202405725/1/A2

Bij besluiten van 22 juli 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd om private schulden van [appellante] over te nemen. In deze zaak gaat het om een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister verzocht om overname van haar schulden bij Pidpa en de Beobank. De minister heeft de afwijzing van deze aanvraag in bezwaar gehandhaafd. Hij heeft de schulden niet overgenomen, omdat deze niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5318
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405725/1/A2
vorige pagina1...309310311...10.331volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon