Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.417
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.25.001388

Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5807
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001388

BRS.25.001608 en BRS.25.001609

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene bevolen onmiddellijk naar het grondgebied van Portugal terug te keren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5828
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bewaring
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001608 en BRS.25.001609

BRS.25.001636

Bij besluit van 30 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5798
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001636

BRS.25.001734

Bij besluit van 4 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5801
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001734

BRS.25.002110

Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5800
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002110

202306135/1/V1

Bij besluit van 1 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 17 mei 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 1 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. A.M.J.M. Louwerse, advocaat in Purmerend, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5810
Datum uitspraak
1 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306135/1/V1

202407770/1/V1

Bij besluit van 14 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van 6 september 2023, waarvan hij de motivering heeft aangevuld op 8 december 2023, heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 21 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5809
Datum uitspraak
1 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407770/1/V1

202505255/1/R3 en 202505255/2/R3

Bij besluit van 28 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Teylingen [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de bewoning van de woning [locatie] in Voorhout door meerdere huishoudens te beëindigen en beëindigd te houden, en de splitsing van die woning ongedaan te maken. [appellant] is eigenaar van de woning op het perceel [locatie] in Voorhout. Naar aanleiding van een verzoek van omwonenden om handhavend op te treden tegen de bewoning van de woning door meerdere huishoudens, heeft een toezichthouder van de gemeente op 11 december 2023 een controle uitgevoerd in de woning. Bij die controle heeft de toezichthouder geconstateerd dat de woning in twee woningen gesplitst is en dat de woning door meerdere huishoudens bewoond wordt. Volgens het college is sprake van een overtreding, omdat de woning zonder de daarvoor benodigde omgevingsvergunning gesplitst is en het op grond van het bestemmingsplan "Voorhout-Oost" niet is toegestaan dat meerdere huishoudens in één woning wonen. Het college heeft een legalisatieonderzoek verricht en is niet bereid om mee te werken aan legalisatie. Om de overtredingen te beëindigen heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen sprake is van concreet zicht op legalisatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5796
Datum uitspraak
1 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505255/1/R3 en 202505255/2/R3

BRS.25.001967

Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5803
Datum uitspraak
1 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001967

BRS.25.001992

Bij besluit van 26 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5804
Datum uitspraak
1 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001992

202501191/1/V3

Bij besluit van 29 januari 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5795
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501191/1/V3

202501954/2/R2

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Vught het bestemmingsplan "Crematorium Zorgpark Voorburg" gewijzigd vastgesteld. Het plan is vastgesteld op verzoek van [partij] en maakt de ontwikkeling van een uitvaartcentrum met crematorium mogelijk op de locatie Eikenven aan de [locatie] in Vught. Pelgrimshof is voornemens om een uitvaartcentrum met crematorium te realiseren op landgoed De Denneboom in Schijndel. [partij] en Pelgrimshof zijn werkzaam in hetzelfde marktsegment en (deels) hetzelfde verzorgingsgebied. Volgens Pelgrimshof is het plan vastgesteld in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, omdat de behoefte aan de ontwikkeling van een uitvaartcentrum met crematorium in het plangebied ontbreekt. Bij besluit van 3 september 2025 is aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een crematorium in het plangebied. Daartegen is door Pelgrimshof bezwaar gemaakt. Pelgrimshof heeft de voorzieningenrechter verzocht om het besluit van 6 februari 2025 te schorsen hangende het beroep, omdat Pelgrimshof wil voorkomen dat op het bezwaar moet worden beslist met inachtneming van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5791
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202501954/2/R2

202502972/1/R4 en 202502972/2/R4

Bij twee afzonderlijke besluiten van 11 december 2023 heeft het college aan Hagepoortplein en Neocura een last onder dwangsom opgelegd wegens het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het voormalig bankgebouw aan het Hagepoortplein 5 in Zutphen voor het huisvesten van mensen met een GGZ-achtergrond. Hagepoortplein is eigenaar van het tot zorgwoningen verbouwde bankgebouw aan het Hagepoortplein 5 in Zutphen. Op 31 juli 2019 is aan Hagepoortplein een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing tot zorgwoningen en het gebruik als zodanig. Neocura huurt het gebouw sinds 1 juni 2023 en gebruikt het voor de huisvesting van volwassenen vanaf ongeveer 45 jaar met een GGZ-achtergrond, waarbij ook somatische problemen op de voorgrond zijn gekomen en sprake is van een zorgvraag. Aan de dwangsom heeft het college ten grondslag gelegd dat de omgevingsvergunning van 31 juli 2019 dit gebruik niet toestaat, omdat die vergunning is gevraagd en verleend voor de huisvesting van een andere doelgroep, namelijk mensen met dementiële syndromen, overwegend ouderen van 65 jaar en ouder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5794
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502972/1/R4 en 202502972/2/R4

202503419/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5797
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503419/1/V1

BRS.25.000946

Betrokkenen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om betrokkene 1 een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5787
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000946

BRS.25.001679

Bij besluit van 31 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5786
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001679

BRS.25.001822

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de minister een aanvraag om betrokkene een faciliterend visum te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5720
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001822

BRS.25.001876

Bij besluit van 27 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5779
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001876

BRS.25.001888

Bij besluit van 28 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5778
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001888

BRS.25.001900

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5719
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001900

BRS.25.001922

Bij besluit van 9 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5785
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001922

202401894/1/A2

[appellante] heeft op 10 september 2021 een aanvraag gedaan om een tegemoetkoming in de kosten van de zwemlessen van haar kinderen, als bedoeld in de Verordening Meedoen Ridderkerk 2021. Bij besluit van 13 september 2021, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 14 oktober 2021, heeft het college de aanvraag afgewezen. Het college heeft erop gewezen dat [appellante] in de aanvraag heeft opgenomen dat haar kinderen zwemlessen volgen bij een zwembad in Barendrecht. Een voorwaarde van de tegemoetkoming is dat de zwemlessen worden gevolgd in een aangewezen zwembad in Ridderkerk. Het college ziet geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen, mede omdat [appellante] de kosten van de zwemlessen ook kan declareren op basis van het kindpakket van de Verordening. [appellante] voert in hoger beroep aan dat de gemeenteraad de toelichting van de Verordening niet heeft vastgesteld, omdat die toelichting niet apart is ondertekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5949
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401894/1/A2

202400269/1/V3

Bij besluit van 22 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene 1 om hem een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen of een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen, afgewezen en ambtshalve geweigerd de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5723
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400269/1/V3

202406292/1/V1

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. F. Zeven, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 19 september 2024 in zaak nr. NL24.24875. De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5788
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406292/1/V1

202501530/1/V3

Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5724
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202501530/1/V3

202504320/2/R4

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Staphors aan Woonstichting Vechthorst een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 17 woningen aan onder meer de Bokslootweg en op de locatie Rouveen, sectie AN, nr. 701 en om daarbij af te wijken van de regels van het omgevingsplan. [verzoeker] exploiteert een kalveren- en schapenhouderij op ruim 600 m ten zuiden van de woningbouwlocatie. Haar dichtstbij gelegen veestal ligt op ongeveer 610 m van de woningbouwlocatie. Het bouwvlak van de veehouderij biedt ruimte om nog 6 m dichter bij de thans vergunde woningen te bouwen. [verzoeker] vreest dat de realisatie van de woningen haar agrarische bedrijfsvoering en toekomstige uitbreiding daarvan zal belemmeren. Het geschil dat partijen in hoger beroep verdeeld houdt gaat in de kern over de vraag of de rechtbank terecht tot de conclusie is gekomen dat het college voldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de vergunde woningen en dat de bedrijfsvoering van [verzoeker] niet onevenredig wordt beperkt door de woningbouw die wordt mogelijk gemaakt met de vergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5790
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202504320/2/R4

202504417/2/V2

Bij besluiten van 3 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5799
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504417/2/V2

202505294/1/R4 en 202505294/2/R4

Bij besluit van 2 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd met het omgevingsplan verkameren van de woning aan de [locatie] in Nijmegen. [verzoeker] is huurder van de woning aan de [locatie] en verhuurt daarin op zijn beurt vijf onzelfstandige woonruimtes. [verzoeker] stelt dat hij artikel 4.1 van het facetbestemmingsplan niet overtreedt, omdat de kamergewijze bewoning al vanaf 2016, ruim voor de peildatum van 7 oktober 2021, plaatsvond. Hij betoogt dat de rechtbank en het college er ten onrechte van uitgaan dat het aan hem is om aannemelijk te maken dat de woning al op die peildatum was verkamerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5789
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505294/1/R4 en 202505294/2/R4

BRS.25.001080

Bij besluit van 19 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5708
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001080

BRS.25.001218

Bij besluit van 4 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5707
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001218

BRS.25.001594

Bij besluit van 20 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5650
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001594

BRS.25.001744 en BRS.25.001877

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5715
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001744 en BRS.25.001877

BRS.25.001775

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5700
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001775

BRS.25.001856

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5710
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001856

BRS.25.001918

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5712
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001918

202406542/1/A2

Bij besluit van 24 februari 2023 heeft Sociale Banken Nederland namens de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellant] om een geldschuld over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen afgewezen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een schuld van € 7.678,49 bij ABN Amro. De minister heeft de schuld niet overgenomen. De schuld is een doorlopend krediet bij een bank en komt op grond van artikel 4.1, tweede lid en vierde lid en onder b, van de Wet hersteloperatie toeslagen alleen voor overname in aanmerking als die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar is geworden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021. Daarvan is volgens de minister geen sprake.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5915
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406542/1/A2

202504080/1/V2

Bij besluit van 28 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5725
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504080/1/V2

202504414/1/V2

Bij besluit van 3 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5726
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504414/1/V2

202505458/2/A3

Bij besluit van 12 maart 2025 heeft de burgemeester van Eindhoven de aan [verzoeker] verleende vergunningen op grond van de Alcoholwet en de Wet op de kansspelen ingetrokken. verzoeker] is eigenaar en leidinggevende van café [naam café] op het adres [locatie] in Eindhoven. [verzoeker] heeft een vergunning op grond van de Alcoholwet voor het uitoefenen van dit horecabedrijf en een aanwezigheidsvergunning op grond van de Wet op de kansspelen voor het aanwezig hebben van twee speelautomaten in het horecabedrijf. Vanwege informatie in de bestuurlijke rapportage van 9 januari 2025 die de burgemeester van de politie heeft ontvangen, is de burgemeester tot het oordeel gekomen dat [verzoeker] niet langer voldoet aan het vereiste dat een leidinggevende niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn. De burgemeester heeft daarom de alcoholwetvergunning en de aanwezigheidsvergunning van [verzoeker] ingetrokken. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester de vergunningen heeft mogen intrekken. [verzoeker] is het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5718
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202505458/2/A3

202505480/2/A3

Bij besluit van 8 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oirschot aan [verzoekster] een overzicht van haar persoonsgegevens verstrekt. [verzoekster] heeft op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming een verzoek ingediend bij het college om inzage in alle gegevens die op haar betrekking hebben. Het college heeft het verzoek van [verzoekster] opgevat als een verzoek om inzage zoals bedoeld in artikel 15 van de AVG en aan [verzoekster] twee overzichten verstrekt van alle correspondentie waarin haar persoonsgegevens zijn verwerkt. In totaal gaat het om 391 (post)stukken. [verzoekster] stelt dat het overzicht niet volledig is en wil met haar verzoek bereiken dat zij binnen vier weken alsnog inzage verkrijgt in al haar persoonsgegevens, inclusief registraties daarvan bij ketenpartners. Het geschil in hoger beroep gaat over de vraag of het college aan [verzoekster] volledige inzage heeft verleend in haar persoonsgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5689
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202505480/2/A3

BRS.25.000826

Bij besluit van 18 juni 2025 heeft de minister van Asiel en MIgratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5675
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000826

BRS.25.001700

Bij besluit van 28 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5676
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001700

BRS.25.001804 en BRS.25.001805

Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5680
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001804 en BRS.25.001805

BRS.25.001844 en BRS.25.001978

Bij besluit van 27 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5780
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001844 en BRS.25.001978

BRS.25.001851

Bij besluiten van 18 november 2022 en 7 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5686
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001851

BRS.25.001871 en BRS.25.001874

Bij besluit van 22 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5777
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001871 en BRS.25.001874

BRS.25.002114

Bij besluit van 19 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5714
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002114

202106470/1/A3

Bij drie afzonderlijke besluiten van 18 juli 2018, heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op grond van artikel 27 van de Arbeidsomstandighedenwet aan Shell eisen gesteld tot naleving van artikel 7, zesde lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015. Shell exploiteert een inrichting waar diverse chemische producten worden geproduceerd. In de periode van 1 november 2016 tot en met 17 november 2016 hebben arbeidsinspecteurs van de Inspectie SZW een inspectie uitgevoerd bij Shell Nederland Raffinaderij B.V. op de Vondelingenplaat bij Pernis. De inspectie is uitgevoerd in het kader van artikel 13 van het Brzo. De inspecteurs hebben tijdens hun onderzoek de door Shell getroffen maatregelen tegen het overvullen van de verticale cilindrische opslagtanks voor bovengrondse opslag van brandbare en/of toxische vloeistoffen besproken. Het ging de inspecteurs niet alleen om alle tanks op de locatie Vondelingenplaat, maar ook om alle tanks op de locatie Europoort. Aan de hand van een overzichtslijst "PGS29: Overview of tanks Shell Pernis/Europoort (versie september 2016)" is vastgesteld dat op de locatie Vondelingenplaat tanks van Shell Nederland Raffinaderij B.V. én tanks van Shell Nederland Chemie B.V. niet aan de "Richtlijn voor bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks - Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 29" (hierna: PGS 29:2016) voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5735
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202106470/1/A3

202203236/1/R3

Bij brief van 30 juni 2017 heeft [appellante] het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht om handhavend op te treden in verband met de in haar woning geïnstalleerde warmteterugwinning balansventilatie installatie en vanwege de geluidhinder vanuit de gemeenschappelijke ruimten onder haar woning aan de [locatie] in Rotterdam. [appellante] is eigenaar van het appartement aan de [locatie] in Rotterdam. Dit appartement maakt onderdeel uit van een appartementencomplex aan de Bergsingel in Rotterdam en is gelegen op de eerste verdieping boven de gemeenschappelijke ruimten. Het college heeft bij besluit van 20 oktober 2004 aan [bedrijf] een bouwvergunning (tegenwoordig: omgevingsvergunning) verleend voor de bouw van dit appartementencomplex bestaande uit 139 woningen, een wijkzorgvoorziening en een parkeergarage. Deze zaak gaat over het verzoek van [appellante] aan het college om handhavend op te treden, omdat volgens haar het appartementencomplex, waaronder haar woning, niet volledig overeenkomstig de verleende bouwvergunning is gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5759
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203236/1/R3

202206534/1/R2

Bij besluit van 19 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van het hotel/restaurant en het wijzigen van de erfafscheiding op het perceel [locatie 1] te Woudrichem. [partij] heeft het perceel in 2019 aangekocht, met als doel het eerder op het perceel aanwezige hotel nieuw leven in te blazen. Daartoe heeft hij op 19 april 2021 de door hem aangevraagde omgevingsvergunning gekregen. De bouwwerkzaamheden bestaan uit het uitbreiden van het hotel door het vervangen van een bestaande aanbouw aan de achterzijde van het gebouw door een serre met een grotere oppervlakte. Deze serre is buiten het bouwvlak voorzien. Verder wordt een tuinmuur gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5727
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206534/1/R2

202207124/1/R4

Bij besluit van 25 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan een rechtsvoorganger van NRG PALLAS B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een nucleaire reactor en bijbehorende bouwwerken aan de Westerduinweg 3 in Petten, gemeente Schagen. NRG PALLAS wil een multifunctionele nucleaire reactor realiseren op het terrein van de bestaande Onderzoekslocatie Petten voor de productie van medische isotopen, industriële isotopen en het uitvoeren van nucleair technologisch onderzoek. De Pallas-reactor dient ter vervanging van de huidige Hoge Flux Reactor in Petten, die in 2025 65 jaar operationeel is en tegen het einde van zijn economische levensduur loopt. De raad van de gemeente Schagen heeft op 15 december 2020 de gemeentelijke coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing verklaard op onder meer omgevingsvergunningen voor de Pallas-reactor. Het besluit van 25 oktober 2022 betreft een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5740
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207124/1/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202207124/1/R4

202207166/1/R4

Bij besluit van 18 juni 2018 hebben de burgemeester van Utrecht en het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen de geluidsoverlast die zij ondervindt van bezoekers van TivoliVredenburg in Utrecht afgewezen. Tivoli is een muziekgebouw in het centrum van Utrecht met zes podia en twee horecagelegenheden, namelijk grand café Het Gegeven Paard en restaurant Danel. [appellante] woont nabij Tivoli en ervaart geluidsoverlast van bezoekers van Tivoli. Daarom heeft zij een verzoek om handhaving ingediend. De burgemeester en het college hebben dat verzoek bij het besluit van 18 juni 2018 afgewezen. De burgemeester en het college hebben het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar bij het besluit van 14 november 2018 ongegrond verklaard. [appellante] betoogt dat de burgemeester en het college zich ten onrechte op het standpunt hebben gesteld dat geen sprake is van onaanvaardbare geluidshinder. Volgens [appellante] hebben de burgemeester en het college hun standpunt dat piekgeluiden in de nacht van 70 dB(A) aanvaardbaar zijn in een hoogstedelijke omgeving niet onderbouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5756
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202207166/1/R4

202300361/1/A3

Bij besluit van 23 juni 2020 heeft de minister van Justitie en Veiligheid met ingang van 1 juli 2020 de inschrijvingen van [appellant sub 1] in het Register beëdigde tolken en vertalers doorgehaald en bepaald dat [appellant sub 1] tot en met 1 juli 2025 geen nieuw verzoek tot inschrijving als tolk en/of vertaler in het Rbtv kan indienen. Op 31 oktober 2019 respectievelijk 22 november 2019 ontving Bureau Wet beëdigde tolken en vertalers een tweetal klachten, van Tolk- en Vertaalcentrum Nederland en van de Raad voor Rechtsbijstand, over [appellant sub 1]. In de klachten werd beschreven dat [appellant sub 1] onbevoegd gebruik heeft gemaakt van het klantaccount van de Raad om niet-bestaande tolkopdrachten aan te maken. Deze niet-bestaande tolkopdrachten accepteerde hij in zijn eigen tolkaccount, om deze vervolgens binnen vier uur voor aanvang van de betreffende tolkopdracht te annuleren met het klantaccount.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5736
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300361/1/A3

202300410/1/R4

Bij besluit van 24 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [appellant A] en [appellante B] gelast om het gebruik van de recreatiewoning op het adres [locatie] in Lunteren voor permanente bewoning binnen twaalf maanden te beëindigen en beëindigd te houden. Als zij dat niet doen, moeten zij een dwangsom betalen van € 20.000,- ineens. appellant A] en [appellante B] zijn de eigenaars van de recreatiewoning aan de [locatie] in Lunteren, die zij sinds 2009 permanent bewonen. Het college heeft een last onder dwangsom opgelegd, omdat permanente bewoning van recreatiewoningen in strijd is met het bestemmingsplan. [appellant A] en [appellante B] zijn het daar niet mee eens. Volgens hen is er sprake van een bijzonder geval en had het college moeten afzien van handhaving. De rechtbank heeft in de financiële en medische situatie van [appellant A] en [appellante B], hun gebrek aan zelfredzaamheid, de krapte op de woningmarkt en de omstandigheid dat het elf jaar heeft geduurd voordat het college is overgegaan tot handhaving in dit geval aanleiding gezien om te oordelen dat het college van handhavend optreden had moeten afzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5744
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300410/1/R4

202300892/1/R2

Bij besluit van 15 december 2022 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het bestemmingsplan "Waalwijk, Sint-Clemenskerk" vastgesteld. De Sint-Clemenskerk in Waalwijk, een rijksmonument, is sinds 2019 niet meer als zodanig in gebruik. Het plan maakt de bouw van in totaal maximaal 83 wooneenheden mogelijk in en rond de kerk, waarvan maximaal 46 zorgwoningen en maximaal 37 woningen. Het plangebied ligt in de woonwijk Baardwijk, tussen de Loeffstraat, een scoutingterrein aan die straat, de Pastoor van der Zijlestraat en de waterloop langs het Sint Clemenspad in Waalwijk. De kerk en het kerkplein maken deel uit van het plangebied. De initiatiefnemer is eigenaar van de gronden van de kerk en van het kerkplein. Hij wil voor de realisatie van de appartementen en zorgwoningen de kerk inpandig verbouwen, de pastorie slopen voor vervangende nieuwbouw, en twee nieuwe woongebouwen rond de tuin van de kerk bouwen, namelijk "De Refter" met appartementen, en het "Kapittelhuis" met zorgwoningen. [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] wonen aan de Loeffstraat. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat door het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5760
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300892/1/R2

202301590/1/A3

Bij besluit van 28 juli 2020 heeft de burgemeester van Ermelo een vergunning aan [partij] verleend voor de exploitatie van [restaurant] aan de [locatie] in Ermelo. De burgemeester heeft op 28 juli 2020 op grond van artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Ermelo 2020 een exploitatievergunning aan [partij] verleend voor het exploiteren van [restaurant] aan de [locatie] in Ermelo. [appellante A] en [appellant B] hebben daar bezwaar tegen gemaakt. De burgemeester heeft dat bezwaar in zijn besluit van 18 januari 2021 gegrond verklaard en de exploitatievergunning ingetrokken. Met dat besluit heeft hij tevens een nieuwe exploitatievergunning verleend. Daartegen zijn [appellante A] en [appellant B]opgekomen. De rechtbank heeft het door hen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellante A] en [appellant B] betogen dat de burgemeester de exploitatievergunning had moeten weigeren wegens strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank heeft dat volgens hen niet onderkend. [restaurant] heeft een terras en op grond van het bestemmingsplan "De Driehoek 2016" is dat ter plaatse niet toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5580
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202301590/1/A3

202301620/1/A3

Bij besluit van 30 maart 2021 heeft de Kansspelautoriteit aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 500.000,- opgelegd wegens overtreding van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de kansspelen. [appellante] is de exploitant van de website [naam.com] en heeft daarop zonder vergunning online kansspelen aangeboden op, in elk geval mede, de Nederlandse markt. Dit is in strijd met artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wok. In een besluit van 30 maart 2021 heeft de Ksa aan [appellante] daarom een boete van € 500.000,- opgelegd. Bij de vaststelling van de boete heeft de Ksa de Boetebeleidsregels aanbieden kansspelen online zonder vergunning uit 2019 gevolgd. Het boetebesluit is gebaseerd op het boeterapport van 30 november 2020. Volgens de Ksa volgt hieruit dat het aanbod van [appellante] (mede) op Nederland was gericht, in ieder geval in de periode van 9 januari 2020 tot en met 9 september 2020. In het algemeen belang van informatievoorziening en transparantie heeft de Ksa het boetebesluit op 30 maart 2021 openbaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5728
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202301620/1/A3

202302109/1/A3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het College van procureurs-generaal de verzoeken van [appellanten] om inzage in hen betreffende verwerkte strafvorderlijke gegevens afgewezen. [appellanten] hebben het College bij brieven van 4 februari 2020 verzocht om inzage in hen betreffende strafvorderlijke gegevens die het Openbaar Ministerie in bezit heeft en heeft verwerkt. Zij willen controleren of de persoonsgegevens juist zijn en correct zijn verwerkt. De verzoeken zijn getoetst aan artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en artikel 39i van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Het College heeft de documenten waarin de persoonsgegevens van [appellanten] staan ter inzage gegeven en ook verstrekt. Alle overige informatie is onleesbaar gemaakt, omdat dit geen persoonsgegevens van [appellanten] zelf zijn. De rechtbank heeft geoordeeld dat het College voldoende inzicht in de context van de verwerkte strafvorderlijke gegevens heeft gegeven. Het College hanteert niet een onjuiste of te enge uitleg van het begrip ‘persoonsgegevens’. De rechtbank is tot dit oordeel gekomen mede na kennisname van de ongelakte versie van de documenten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5739
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202302109/1/A3

202302553/1/A3

Bij besluit van 28 juli 2020 heeft de burgemeester een vergunning aan [partij] verleend voor de exploitatie van [bedrijf] aan de [locatie] in Ermelo. De burgemeester heeft op 28 juli 2020 op grond van artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Ermelo 2020 een exploitatievergunning aan [partij] verleend voor het exploiteren van [bedrijf] aan de [locatie] in Ermelo. [appellante A] en [appellant B] hebben daar bezwaar tegen gemaakt. De burgemeester heeft dat bezwaar in zijn besluit van 18 januari 2021 gegrond verklaard en de exploitatievergunning ingetrokken. Met dat besluit heeft hij tevens een nieuwe exploitatievergunning verleend. Daartegen zijn [appellante A] en [appellant B] opgekomen. De rechtbank heeft het door hen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellante A] en [appellant B] betogen dat de burgemeester de exploitatievergunning had moeten weigeren wegens strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank heeft dat volgens hen niet onderkend. [bedrijf] heeft een terras en op grond van het bestemmingsplan "De Driehoek 2016" is dat ter plaatse niet toegestaan. In de bestemmingsomschrijving staat namelijk niet dat de grond tevens bestemd is voor een terras.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5737
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202302553/1/A3

202302800/1/R3

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de op grond van de Ontgrondingenwet aan Zand- en Grintmaatschappij DOS B.V. verleende vergunning voor het ontgronden van de Bemmelse Waard gewijzigd. Bij besluit van 12 oktober 2016 heeft het college aan DOS een vergunning verleend voor het ontgronden van de Bemmelse Waard, gelegen in de gemeente Lingewaard. Bij besluit van 29 april 2019 heeft het college deze vergunning gewijzigd. Deze wijziging had betrekking op de noordwesthoek van het ontgrondingsgebied. Op 3 maart 2022 heeft DOS opnieuw een aanvraag tot wijziging van de ontgrondingenvergunning ingediend. De aangevraagde wijziging houdt in, voor zover hier van belang, dat de bestaande ooibossen ten noorden van de plassen met elkaar worden verbonden en dat twee agrarische percelen worden omgevormd van agrarisch gebruik naar natuurbegrazingsbeheer. Bij besluit van 30 maart 2023 heeft het college de verleende ontgrondingenvergunning overeenkomstig de aanvraag gewijzigd. [appellanten] wonen aan de [locatie] in Bemmel en zijn het niet eens met het besluit. Zij vrezen door dit besluit vanuit hun woning het zicht op de stuwwal aan de overkant van de Waal te verliezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5761
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202302800/1/R3

202303057/1/A2

Bij besluit van 1 augustus 2022 heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs het verzoek van de besturen van de stichting PCBO Apeldoorn en de stichting Veluwse Onderwijsgroep om aanvullende bekostiging bij bijzondere omstandigheden afgewezen. Met ingang van 1 augustus 2022 heeft stichting Leerplein055 de onder haar bevoegd gezag ressorterende basisschool De Reiziger opgeheven, omdat de Inspectie van het Onderwijs de school het predicaat zeer zwak heeft gegeven en het leerlingenaantal van de stichting onder de gemiddelde schoolgrootte was gekomen waardoor zij een school moest sluiten. De Reiziger was tot de opheffing gehuisvest in een multifunctioneel gebouw in Apeldoorn Zuid. In dit gebouw zijn ook twee andere basisscholen gehuisvest, namelijk Het Kompas van de stichting PCBO Apeldoorn en Sebastiaan van de stichting Veluwse Onderwijsgroep. Het Kompas heeft 17 leerlingen overgenomen van de opgeheven school en Sebastiaan 18 leerlingen. Op 20 mei 2022, vooruitlopend op de opheffing van De Reiziger, heeft de directeur bedrijfsvoering van de stichting Veluwse Onderwijsgroep namens de besturen van beide stichtingen op grond van artikel 120 van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO) een aanvraag ingediend voor het toekennen van aanvullende bekostiging bij bijzondere omstandigheden voor in totaal € 541.907,00, waarvan € 200.706,00 voor Het Kompas en € 341.201,00 voor Sebastiaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5768
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202303057/1/A2

202303359/1/R1

Bij besluit van 14 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het omzetten van een vluchtweg naar een balkon met terrasafscheiding op het perceel [locatie 1]-[locatie 2] in Alkmaar. Op 30 november 2016 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor een bovenwoning op de eerste verdieping op het perceel. Voor de bovenwoning is toen ook een vluchtweg op de eerste verdieping met op- en afgang en met afscheiding vergund. [vergunninghouder] heeft op 28 juli 2020 een vergunning aangevraagd voor het deels wijzigen van de vluchtweg naar balkon met erfafscheiding. Het college heeft bij besluit op bezwaar van 2 maart 2022 de gevraagde vergunning verleend. De rechtbank heeft dit besluit in stand gelaten. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het balkon met op- en afgang in strijd is met het bestemmingsplan "Alkmaar Zuid". [appellant] voert aan dat het balkon het deel van het bouwvlak dat een bouwhoogte van 12 m mogelijk maakt, overschrijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5757
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303359/1/R1

202304294/1/R1

Bij besluit van 5 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van de eerste verdieping van een bedrijfsgebouw aan de [locatie] in Hoofddorp (hierna: het perceel) tot twee appartementen. [appellant] wil een deel van de eerste verdieping van het bestaande bedrijfsgebouw op het perceel verbouwen om zelfstandige bewoning mogelijk te maken. Dit is in strijd met de hier op grond van het bestemmingsplan "Hoofddorp Noord" geldende bestemming "Gemengd - 1". Eerder heeft [appellant] het college verzocht om een omgevingsvergunning om in afwijking van het bestemmingsplan op de eerste verdieping één appartement te realiseren. Het college heeft die omgevingsvergunning geweigerd. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college aan de weigering om omgevingsvergunning te verlenen niet ten grondslag had mogen leggen dat de gevraagde appartementen de in dit gebied toegestane bedrijfsactiviteiten in de bedrijfscategorieën 1, 2 en 3.1 kunnen belemmeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5758
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304294/1/R1

202304947/1/R2

Bij besluit van 14 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van een 250 m lange golfbreker aan de Lithoijense Dijk te Lithoijen. Bij besluit van 24 januari 2022 heeft het college het onder andere door [belanghebbenden] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, de verleende omgevingsvergunning herroepen en deze alsnog geweigerd. Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft het college [appellante] onder het opleggen van een dwangsom van € 5.000,00 per week tot een maximum van € 30.000,00 gelast om binnen twee maanden na de verzenddatum een op het perceel gebouwde aanlegsteiger te verwijderen en verwijderd te houden. [belanghebbenden] wonen op het adres [locatie A] in Lithoijen. Hun woning ligt aan de dijk van de rivier de Maas, vlakbij de in een dode arm van de Maas gelegen jachthaven. In april 2021 heeft [appellante] in het water nabij de jachthaven, in het verlengde van een bestaande aanlegsteiger, een drijvend bouwwerk gerealiseerd met een lengte van ongeveer 250 m. Dit bouwwerk is door middel van palen bevestigd aan de bodem en ligt op de locatie met de gemeentelijke kadastrale aanduiding Lith, sectie H, nummer 537. Over de gehele lengte van het bouwwerk zijn kikkers aangebracht, bedoeld om boten aan te kunnen leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5769
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304947/1/R2

202305237/1/A3

Bij besluit van 27 november 2020 hebben de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Justitie en Veiligheid de aanvraag van Project C tot aanwijzing als teler op het Lochtsepad 13 in Etten-Leur afgewezen. Het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen is een uitwerking van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen, die als doel heeft de productie, levering en verkoop van hennep of hasjiesj te reguleren in deelnemende gemeenten door telers aan te wijzen. In de tien deelnemende gemeenten mochten tien aangewezen telers de hennep of hasjiesj telen. Zij konden hiervoor een aanvraag indienen van 1 juli 2020 tot en met 28 juli 2020. Project C heeft op 28 juli 2020 een aanvraag ingediend om als teler te worden aangewezen als bedoeld in het Besluit. In het Besluit staat dat de aanvrager een ondernemingsplan moet indienen en dat de ministers de burgemeester van de betreffende gemeente om een advies vragen. De burgemeester van Etten-Leur heeft een negatief advies uitgebracht op 11 september 2020 en het advies nader toegelicht op 13 oktober 2020. De ministers hebben de afwijzing van de aanvraag van Project C gebaseerd op dit negatief advies en hun standpunt in het besluit op bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5730
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202305237/1/A3

202305639/1/R2

Bij besluit van 15 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda aan [appellant sub 1] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van twee recreatiewoningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Teteringen. [appellant sub 1] wil op de percelen twee recreatiewoningen bouwen. Hij heeft hiervoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Op de percelen hebben in het verleden recreatiewoningen gestaan. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Ten tijde van de aanvraag was op de percelen het bestemmingsplan "Buitengebied Teteringen" van toepassing. Op grond van het plan geldt voor de percelen de bestemming "Recreatiewoningen". Rondom de percelen geldt gedeeltelijk de bestemming "Bosgebied" en gedeeltelijk de bestemming "Verkeersdoeleinden". Het bouwen van recreatiewoningen binnen de bestemming "Bosgebied" is niet toegestaan. Milieuvereniging Oosterhout en anderen kunnen zich niet met de verleende omgevingsvergunning verenigen, omdat zij onder meer vrezen dat het bosgebied rondom de recreatiewoningen wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5766
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305639/1/R2

202306021/1/R3

Bij besluit van 29 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het pand aan de [locatie] in Zwolle tot vijf appartementen. [appellant] is eigenaar van een fietsenwinkel, maar wil daarmee stoppen. In het pand wil hij appartementen maken. Daarom heeft hij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het intern-verbouwen van het pand tot vijf appartementen. Het college heeft deze vergunning eerst verleend, maar na bezwaar van [partij] alsnog geweigerd. Volgens het college werd bij nader inzien met het bouwplan niet voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De rechtbank heeft in haar tussenuitspraak geoordeeld dat [partij] belanghebbende is bij het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen. In haar einduitspraak heeft de rechtbank vervolgens geoordeeld dat het college uiteindelijk goed heeft gemotiveerd dat het bouwplan voorziet in onvoldoende parkeergelegenheid en dat er niet voldoende parkeervergunningen beschikbaar zijn om het tekort aan parkeerplaatsen op te lossen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5743
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306021/1/R3

202306916/1/R1

Bij besluit van 29 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet [appellant A] onder oplegging van een dwangsom gelast om binnen 18 maanden na dagtekening van dat besluit de bewoning van het pand [locatie 1] in Nunspeet te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant A] is eigenaar van het perceel [locatie 1] in Nunspeet. Op het perceel staat een vrijstaand gebouw met een oppervlakte van ongeveer 50 m2. Dit perceel maakte voorheen deel uit van het perceel [locatie 2] in Nunspeet, waarop een woning staat. Beide percelen vallen onder het bestemmingsplan "Spoorzone" (hierna: het bestemmingsplan) en hebben, evenals de daarop gelegen bebouwing, de enkelbestemming "Wonen". De percelen liggen binnen hetzelfde bestemmingsvlak. [appellant A] laat zijn meerderjarige kinderen [persoon A] en [persoon B] in het pand wonen. [appellant A] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het gebruik van zijn pand voor wonen niet in strijd is met de in artikel 15.4.1, aanhef en onder e, van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5767
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306916/1/R1

202307838/1/R3

Bij besluit van 6 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een winkel op de begane grond met vijf appartementen op de eerste en tweede verdieping op het perceel [locatie] in Burgum. Het bouwplan voorziet in de nieuwbouw van een winkel op de begane grond met vijf appartementen op de eerste en tweede verdieping op het perceel. Het bouwplan past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Burgum 2016", op grond waarvan op het perceel de bestemmingen "Centrum" en "Waarde-Archeologie" rusten. Het college heeft voor de realisering van het bouwplan een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [appellant] en anderen verzetten zich tegen de verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5755
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307838/1/R3

202307875/1/R2

Bij besluit van 21 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maashorst het wijzigingsplan "Oudedijk 2c Odiliapeel" vastgesteld. Het wijzigingsplan heeft betrekking op de gronden gelegen naast het perceel aan de Oudedijk 4 in Odiliapeel. Het wijzigingsplan voorziet in de omzetting van de op het perceel rustende bestemmingen "Agrarisch" en "Groen" in de bestemming "Bedrijf". Verder voorziet het wijzigingsplan in een aanduiding "opslag" en in een bouwvlak. Het college heeft gebruikgemaakt van de wijzigingsbevoegdheid van artikel 14.1 van de planregels van het bestemmingsplan "Gebied Oudedijk, Odiliapeel". Initiatiefnemer [partij] is eigenaar van het perceel en is van plan op een deel van het perceel een bedrijfshal voor opslagdoeleinden ten behoeve van zijn auto- en veilingbedrijf te realiseren. Buizerd is eigenaar van het tankstation aan de Oudedijk 6 in Odiliapeel en verkoopt ook LPG en beschikt over een LPG-vulpunt. Buizerd is het niet eens met het wijzigingsplan, met name omdat zij vreest dat het wijzigingsplan leidt tot een beperking van haar bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5733
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307875/1/R2

202307921/1/A2

Bij besluit van 23 mei 2022 heeft de Dienst Wegverkeer een aanvraag van [wederpartij] om inschrijving van een voertuig in het kentekenregister van de RDW en tenaamstelling van dit voertuig op zijn naam afgewezen. [wederpartij] heeft op 20 januari 2022 in Duitsland voor € 18.000,00 een voertuig gekocht. Achteraf is gebleken dat hij is opgelicht en in het bezit is gekomen van een gestolen voertuig, waarvan een Duits autoverhuurbedrijf de eigenaar is, en dat hij bij de aankoop een vals kentekenbewijs heeft gekregen. Het originele kentekenbewijs is eerder afgegeven in Duitsland. [wederpartij] heeft op 12 mei 2022 een aanvraag ingediend bij de RDW voor inschrijving en tenaamstelling van het voertuig in het kentekenregister van de RDW.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5770
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202307921/1/A2

202307979/1/A2

Bij besluit van 19 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom de aanvraag van de erfgoedorganisaties om het hoofdgebouw en het zusterhuis aan het Sint Catharinaplein 25 aan te wijzen als gemeentelijk monument afgewezen. Stichting Tante Louise is eigenaar van het terrein met bebouwing van het voormalige verzorgingstehuis St. Catharinacomplex, gelegen aan het Sint Catharinaplein 25 in Bergen op Zoom. Zij is een zorgaanbieder en heeft het complex verworven met het voornemen om daar een nieuw zorgcentrum voor verpleeghuiszorg, huisvesting voor senioren en een parkeerkelder te realiseren. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Bergen op Zoom heeft, na navraag van de erfgoedorganisaties, geadviseerd om de panden, die op die locatie zijn gelegen, aan te wijzen als gemeentelijk monument. Bij brief van 26 april 2019 heeft Stichting Tante Louise haar zienswijze gegeven op het voornemen van het college om de panden aan te wijzen als gemeentelijk monument.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5745
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202307979/1/A2

202400096/1/R1

Bij besluit van 14 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten het wijzigingsplan "De Bloesemgaard fase 2 Margraten" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de realisatie van 40 grondgebonden woningen ten noorden van de kern Margraten, waaronder starterswoningen, half-vrijstaande woningen, levensloopbestendige woningen en bouwkavels voor vrijstaande woningen. De locatie is onderdeel van een grotere woningbouwontwikkeling. Een deel van de woningbouw is al gerealiseerd en een deel van de gronden is in afwachting van de ontwikkeling waarin het wijzigingsplan voorziet. Het college heeft gebruikgemaakt van zijn wijzigingsbevoegdheid, die is opgenomen in het bestemmingsplan "Woningbouw Heiligerweg". [appellant sub 1] is eigenaar van het perceel nr. 808. [appellant sub 2] woont aan de [locatie] op ongeveer 115 meter afstand van het zuidelijke deel van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5773
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202400096/1/R1

202400473/1/R1

Bij besluit van 30 november 2023 heeft de raad van de gemeente Ouder-Amstel het bestemmingsplan "Duivendrechtsevaart Zuid" vastgesteld. Bij uitspraak van 10 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1834, heeft de Afdeling het besluit van de raad van 27 januari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Duivendrechtsevaart" vernietigd. Het plan voorziet in een planologische regeling voor de Duivendrechtsevaart inclusief de kade ten zuiden van de A10, ter hoogte van de Spaklerweg, Joan Muyskenweg en de Van der Madeweg. De ligplaatsen van de zes woonboten binnen het plangebied aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] en de [locatie 4], [locatie 5] en [locatie 6] krijgen met het plan de bestemming "Water- Voorlopig". Deze bestemming hadden die gronden ook onder het vernietigde plan. Dit is een voorlopige bestemming die op grond van artikel 6.4, onder a, van de planregels voor vijf jaar na inwerkingtreding van het plan geldt. Het voornemen is deze woonboten na het verstrijken van die vijf jaar te verplaatsen naar de kade langs de Pieter Braaijweg. [appellant sub 2A], [appellant sub 2B] en [appellant sub 2C] zijn eigenaren van woonboten aan respectievelijk de [locatie 3], [locatie 1] en [locatie 2], waar zij ook wonen. Zij zijn het er niet mee eens dat de ligplaatsen van hun woonboten een voorlopige bestemming hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5763
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202400473/1/R1

202400609/1/A2

Bij e-mailbericht van 8 mei 2023 heeft de stichting Tijdelijk Noodfonds Energie [appellant] medegedeeld dat hij geen verzoek om een tegemoetkoming uit het Noodfonds Energie meer kan indienen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat niet is voldaan aan het financiële en inhoudelijke vereiste. Wat het financiële vereiste betreft, voert hij aan dat de financiële inbreng van derden, die vijftig procent bedraagt, onder zware druk van de overheid is bijgedragen. Wat het inhoudelijke vereiste betreft, stelt hij dat de stichting door de overheid is opgericht, wijst hij op de statuten van de stichting en stelt hij dat de koers van de stichting wordt bepaald door twee zwaargewichten uit de Nederlandse politiek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5746
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400609/1/A2

202400633/1/A3

Bij besluit van 21 oktober 2022 heeft de raad op verzoek van [appellante] op grond van de Wet open overheid documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. De raad heeft met een besluit van 11 februari 2020 tien documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Dit is inmiddels de Woo geworden. [appellante] heeft de raad op 5 september 2022 verzocht om op grond van de Woo opnieuw deze tien documenten openbaar te maken. Zij heeft er daarbij op gewezen dat delen van deze documenten eerder buiten de reikwijdte van het verzoek vielen en daarom niet openbaar zijn gemaakt. Daarnaast is de desbetreffende informatie inmiddels vijf jaar oud en is de Woo in werking getreden, waardoor een ander regime geldt en minder snel een beroep op de uitzonderingsgrond van de persoonlijke beleidsopvatting gedaan kan worden. Daarom verzoekt [appellante] om de documenten alsnog integraal openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5734
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400633/1/A3

202400650/1/A2

Bij besluit van 26 februari 2020 heeft het college zowel aan [appellant A] als aan [appellant B] een boete opgelegd van € 6.000,00 voor het omzetten of omgezet houden van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimtes. [appellant A] en [appellant B] zijn sinds 1997 beiden eigenaar van de woning aan de [locatie] (hierna: de woning). Zij verhuren de woning kamersgewijs. Sinds 2000 is er regelmatig contact geweest tussen [appellant A] en [appellant B] en toezichthouders. Hierbij is aangegeven dat [appellant A] en [appellant B] een omzettingsvergunning nodig hebben om kamersgewijs te mogen verhuren. Op 17 oktober 2019 hebben toezichthouders de woning opnieuw bezocht. Van het bezoek is een rapport van bevindingen opgesteld. De toezichthouders troffen een bewoner aan, [persoon A], die verklaarde dat er vier personen op het adres wonen. Vroeger betaalde hij zijn huur aan [appellant B], maar op diens verzoek maakt hij nu de huur over aan één van de andere bewoners, genaamd [persoon B].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5771
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202400650/1/A2

202400691/1/R3

Bij besluit van 6 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland aan Twins Investments B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een bedrijfsverzamelgebouw aan de Lorentzstraat 15BUI tot en met 15BU5 en de Nobelstraat 15BU6 tot en met 15BU26 in ‘s-Gravenzande. Het hoger beroep van [appellante] beperkt zich, zoals ook ter zitting is vastgesteld, tot de vraag of de rechtbank tot het oordeel kon komen dat het college mocht uitgaan van het bepaalde in artikel 4, zesde lid, onder a, van de Parkeernormering gemeente Westland. [appellante] betoogt, dat de parkeerbehoefte moet worden bepaald op basis van de representatieve maximale invulling volgens artikel 4, zesde lid, onder b, van Parkeernormering gemeente Westland. De rechtbank oordeelt dat op basis van de aanvraag en de in bezwaarfase overgelegde stukken voldoende duidelijk was welke dominante functies zich naar verwachting zouden vestigen in het bedrijfsverzamelgebouw en aansluiting mocht worden gezocht bij de daarbij behorende parkeernormen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5754
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400691/1/R3

202400841/1/R3

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Terbregseveld Warmoeziersstraat" vastgesteld. Het plan is vastgesteld naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:573. Het plan heeft betrekking op percelen in het Terbregseveld, grenzend aan de Warmoeziersstraat in Rotterdam. Op de percelen bevinden zich een (voormalig) kassencomplex en een volkstuinencomplex. Het plan kent aan deze percelen onder meer de bestemming "Wonen" toe. Dit maakt de bouw van zeven woningen mogelijk. De Bewonersorganisatie vereniging Terbregge’s Belang vreest tijdens de bouw van de woningen problemen in de wijk door het bouwverkeer. Kade Consult is eigenaar van een deel van de percelen. De vereniging betoogt dat het plan zonder aparte bouwweg onuitvoerbaar is. Volgens haar had de raad een aparte bouwweg daarom in het plan moeten opnemen. Zij voert aan dat een gedeelte van de al aanwezige toegangsweg dient als waterkering, waardoor het Hoogheemraadschap mogelijk beperkingen zal stellen aan het gebruik van de weg, dat de bestaande wegen te smal zijn en dat de kwaliteit van de wegen slecht is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5764
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202400841/1/R3

202400899/1/R1

Bij besluit van 20 december 2023 heeft de raad van de gemeente Heerlen het bestemmingsplan "Woningsplitsing en kamerbewoning" vastgesteld. Met het parapluplan wordt voor het gehele grondgebied van de gemeente Heerlen, met uitzondering van de gronden, waarop een beheersverordening van toepassing is, voorzien in een verbod op kamerbewoning en woningsplitsing. In artikel 6 van de planregels is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Met toepassing van dat artikel kan van het verbod op kamerbewoning en woningsplitsing worden afgeweken. Aanleiding voor het parapluplan is de wens van de raad om meer grip te krijgen op de mate van woningsplitsing en/of -omzetting en kamerverhuur binnen het gehele grondgebied van de gemeente, zodat in de verschillende wijken een goed woon- en leefklimaat kan worden geboden. Brixx is vastgoedontwikkelaar en eigenaar van woningen in Heerlen en heeft beroep ingesteld tegen het parapluplan, omdat zij vreest daardoor in haar bedrijfsvoering te worden beperkt. Volgens Brixx is het parapluplan in strijd met regionaal en provinciaal beleid. Verder heeft Brixx gronden gericht tegen artikel 6 van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5762
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202400899/1/R1

202401741/1/R3

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de raad van de gemeente Barendrecht het bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" vastgesteld. Met het plan wil de raad een herontwikkeling van De Stationstuinen mogelijk maken van (voornamelijk) een bedrijventerrein naar een gemengd programma van wonen, werken, onderwijs, bedrijvigheid en voorzieningen. Voor De Stationstuinen als geheel wordt uitgegaan van maximaal 517.000 m² bruto vloeroppervlak. Ten minste 67.500 m2 bvo wordt gereserveerd voor voorzieningen en werken. De resterende 449.500 m2 bvo wordt benut voor zo’n 3.500 woningen, een uitbreiding van werken en voorzieningen en de parkeeroplossing voor het hele programma. Verder is het de bedoeling dat het gebied voornamelijk autoluw wordt. Het gebied zal gericht zijn op langzaam verkeer en het gebruik van OV, waarbij voorrang wordt gegeven aan fietsers en voetgangers. Aan de randen van het gebied zijn mobilityhubs voorzien, waarin openbare gemeenschappelijke parkeervoorzieningen zullen worden aangelegd en ook deelmobiliteit in de vorm van deelauto’s, -scooters en -fietsen beschikbaar zal zijn. De herontwikkeling van het totale gebied zal gefaseerd verlopen. Naar verwachting zal de volledige ontwikkeling van De Stationstuinen ruim 10 jaar duren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5747
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401741/1/R3

202401761/1/A2

Bij brief van 24 juni 2023 heeft de minister van Financiën [wederpartij] medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een financiële vergoeding wegens een onrechtmatige registratie in de Fraude Signalering Voorziening. Deze zaak gaat over de vraag of de zogenoemde afsluitende brief Fraude Signalering Voorziening een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De minister heeft [wederpartij] op 14 juni 2023 per brief laten weten dat haar persoonsgegevens in de FSV stonden. Vervolgens heeft de minister op 24 juni 2023 de afsluitende brief aan [wederpartij] verzonden. Volgens die brief komt zij niet in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming, omdat haar FSV-registratie geen gevolgen heeft gehad bij de Belastingdienst, haar gegevens niet zijn gedeeld met andere organisaties en het niet gaat om bijzondere persoonsgegevens. Het daartegen gemaakte bezwaar is op 10 augustus 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de minister is de afsluitende brief enkel informatief van aard en dus geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Tegen de afsluitende brief kan daarom geen bezwaar worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5742
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202401761/1/A2

202402585/3/R2

Bij tussenuitspraak van 5 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:430, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Tilburg opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 11 maart 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Noordhoek 2010, 1e herziening (Elzenhof 139)", te herstellen. Het plan waarover de Afdeling tussenuitspraak heeft gedaan maakt een functieverandering van de voormalige Ursulinekapel en kapeltuin mogelijk, waarbij de woonbestemming wordt omgezet naar de bestemming "Maatschappelijk". Het is de bedoeling dat er samen met de bestaande basisschool "De Elzen" een Integraal Kindcentrum mogelijk wordt gemaakt. De kapel zal worden gebruikt als buitenschoolse opvangruimte en voor onderwijsondersteunende ruimten. De bij de kapel behorende afgesloten tuin zal worden gebruikt door 24 kinderen van de kinderdagopvang in de leeftijdscategorie van nul tot vier jaar. Wijkraad Noordhoek en anderen betogen dat het aanvullend akoestisch onderzoek uitgaat van onjuiste uitgangspunten en dat het onderzoek onvolkomenheden bevat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5753
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402585/3/R2

202402808/1/R1

Bij besluit van 13 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Weert het bestemmingsplan "Buitengebied 2011, 2e herziening" vastgesteld. Het plan voorziet erin op een aantal locaties in Weert waar geen sprake meer is van een intensieve veehouderij de functieaanduiding "intensieve veehouderij" te schrappen, waardoor het gebruik als intensieve veehouderij daar planologisch niet meer is toegestaan. Het plan brengt verder een aantal wijzigingen aan in de begripsbepalingen. Verder is in het plan een aparte functieaanduiding toegevoegd voor geitenhouderijen. Daarnaast is met het plan ook de mogelijkheid opgenomen om aanvullend maximaal 90 slaapplaatsen bovenop de 90 al bestaande slaapplaatsen in de vorm van bed & breakfast, plattelandskamers en plattelandsappartementen toe te laten in een aantal afwijkingsbevoegdheden. Voor het overige brengt het plan geen wijzigingen aan ten opzichte van de bestemmingsplannen "Buitengebied 2011" en "Buitengebied 2011, 1e herziening". Het bepaalde in die plannen blijft, behoudens de wijzigingen waarin dit plan voorziet, onverkort van kracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5752
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202402808/1/R1

202403074/1/R3

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de raad van de gemeente Hoogeveenhet bestemmingsplan "BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad West, 2018" vastgesteld. Het plan voorziet in 29 woningen op en rondom twee voormalige zandwinningsplassen ten westen van Hoogeveen. Het gaat om 16 waterwoningen op de westelijke plas, 2 kangoeroewoningen aan de westelijke oever van die plas, en 11 grondgebonden woningen ten oosten van de oostelijke plas. Voor het overige gebied rondom de plassen is er een bestemmingsplan in voorbereiding: "Buitengebied Noord, deelplan Nijstad Vakantiepark", dat 124 recreatiewoningen en een hotel mogelijk maakt. Dat plan ligt in deze zaak niet ter beoordeling voor. [appellant] is eigenaar van een boerderij, gelegen ten noorden van de westelijke plas, aan de grens van het plangebied. Hij gebruikt de boerderij persoonlijk als recreatiewoning en verhuurt deze af en toe. Hij is het niet eens met het plan. Hij vindt onder andere dat de raad voor verwarring zorgt door de ontwikkeling van het gebied rondom de plassen in meerdere bestemmingsplannen op te splitsen en dat er geen behoefte is aan deze woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5738
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202403074/1/R3

202403511/1/A2

Bij besluit van 26 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Someren een aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Op 17 mei 2021 heeft [appellante] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade die zij, in de vorm van waardevermindering van het gebouw en de grond van het perceel, heeft geleden door de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 29 juni 2017 vastgestelde bestemmingsplan Kerkstraat 30 in Someren. Volgens [appellante] heeft dat plan geleid tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van het gebouw, omdat het, anders dan onder het daarvoor geldende bestemmingsplan Someren-Dorp 2013 (hierna: het bestemmingsplan 2013), niet meer is toegestaan om een groot deel van de eerste verdieping van het gebouw te gebruiken voor detailhandel. Ook zijn de gebruiksmogelijkheden van de grond achter het gebouw beperkt met het bestemmingsplan 2017.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5772
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403511/1/A2

202403676/1/A3

Bij brief van 29 juli 2023 heeft de minister van Financiën [appellant] medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming wegens een registratie in de Fraude Signalering Voorziening. Bij brief van 2 juni 2021 heeft de minister [appellant] op de hoogte gesteld dat zijn persoonsgegevens zijn geregistreerd in de FSV, en medegedeeld dat een onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen van die registratie voor hem. Bij brief van 29 juli 2023 heeft de minister [appellant] ingelicht dat uit dat onderzoek is gebleken dat de FSV-registratie voor hem geen gevolgen heeft gehad en dat hij daarom niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming. Tegen de brief van 29 juli 2023 heeft [appellant] bezwaar gemaakt. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de brief geen besluit is waartegen bezwaar en beroep open staat, en daarom het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de brief van 29 juli 2023 geen besluit is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5765
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403676/1/A3

202404465/1/R4

Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Barneveld het bestemmingsplan "Barneveld-Centrum 2022" vastgesteld. Met het plan worden verschillende bestemmings- en wijzigingsplannen herzien die golden voor het centrum van Barneveld en de omliggende wijk Gelreweg/Juliaplein. [appellant] is eigenaar van de percelen aan de [locatie 1] en [locatie 2]. De Langstraat is een winkelstraat in de historische kern van Barneveld. De bebouwing op de percelen biedt ruimte aan twee winkels en drie woningen. Bezien vanuit de Langstraat is die bebouwing gesitueerd aan de voorzijde van de percelen. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van het plan gold ter plaatse van de percelen het bestemmingsplan "Barneveld-Centrum" (hierna: het vorige plan). Op grond van het vorige plan rustte op de percelen de bestemming "Centrum". Die bestemming rust op grond van het plan alleen nog op de voorzijde van de percelen, nabij de Langstraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5751
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404465/1/R4

202406697/1/A2

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de raad voor rechtsbijstand aan [wederpartij] voor de door hem verleende rechtsbijstand op de toevoeging met kenmerk 2FO5380 een vergoeding van € 1293,62 vastgesteld. [wederpartij] heeft rechtsbijstand verleend aan [rechtzoekende] in twee zaken over haar bijstandsuitkering. De raad heeft voor deze rechtsbijstand toevoegingen verleend met kenmerken 2FO5380 en 2FO5552 (de toevoegingen). [wederpartij] heeft twee aanvragen ingediend om vergoeding te krijgen voor de door hem verleende rechtsbijstand op de toevoegingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5729
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202406697/1/A2

202406715/1/R3

Bij besluit van 11 december 2023 heeft de raad van de gemeente Dantumadiel het "Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente Dantumadiel" vastgesteld. Het bestemmingsplan is een zogenaamd paraplubestemmingsplan en geldt voor het grondgebied van de gemeente Dantumadiel. Het plan maakt de realisatie van ten hoogste twee windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf via een vergunningenstelstel (binnenplanse afwijking) onder voorwaarden mogelijk. Het gaat om windturbines met een maximale ashoogte van 15 m. [appellante] woont aan de [locatie A] in De Falom. Haar perceel grenst aan het perceel [locatie B] in de Falom. Dit betreft een bouwperceel voor een agrarisch bedrijf. Ook op dit perceel maakt het bestemmingsplan de realisatie van twee windturbines mogelijk. [appellante] heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan, voor zover dit plan op het perceel één tot twee windturbines mogelijk maakt. Zij vreest aantasting van haar woon- en leefklimaat door het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5732
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202406715/1/R3

202406793/1/R4

Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een dakopbouw op een woning op het perceel [locatie 1] in Hilversum. [vergunninghouder] woont op het perceel. Hij wil een dakopbouw bouwen op de achterkant van zijn woning. De goothoogte van de dakopbouw is in strijd met het bestemmingsplan "Bosdrift". Op grond van artikel 19.2.1, onder c, van de planregels is een maximale goothoogte van 6 m toegestaan en de dakopbouw heeft een goothoogte van 8.46 m. Het college heeft voor de afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wabo en artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5750
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406793/1/R4

202406938/1/A2

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om een toevoeging voor het verlenen van gesubsidieerde rechtsbijstand aan [appellant] afgewezen. Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een asielaanvraag van [appellant] niet in behandeling genomen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [appellant] heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. [appellant] heeft op 30 november 2022 bezwaar aangetekend tegen zijn feitelijke overdracht aan Polen op 22 december 2022. Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de overdracht is geannuleerd. De rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 28 juni 2023 (zaak nr. NL23.3375) het beroep van [appellant] tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar gegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet bevoegd was een beslissing op het bezwaar te nemen, omdat de grondslag daarvoor ontbrak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5749
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202406938/1/A2

202407241/1/A2

Bij besluit van 7 juni 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om een toevoeging voor het verlenen van gesubsidieerde rechtsbijstand aan [appellant] afgewezen. Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een asielaanvraag van [appellant] niet in behandeling genomen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van deze aanvraag (hierna: het overdrachtsbesluit). [appellant] heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank en een voorlopige voorziening gevraagd aan de voorzieningenrechter. Op 18 maart 2023 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een toevoeging voor het instellen van beroep bij de rechtbank tegen een besluit op bezwaar van de staatssecretaris van 5 januari 2023. Bij dit besluit is het bezwaar tegen de geplande feitelijke overdracht van [appellant] aan Polen op 22 december 2022 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de overdracht is geannuleerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5748
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202407241/1/A2

202500600/1/A2

Bij besluit van 18 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Op 24 oktober 2023 heeft [appellant] een aanvraag om een urgentieverklaring ingediend. Daarbij heeft hij toegelicht dat zijn broer onlangs een zelfmoordpoging heeft gedaan en aan psychische problemen lijdt. Er is constant ruzie tussen hen en ook zijn gezondheid lijdt eronder. Hij voelt zich hierdoor niet meer veilig thuis. [appellant] is naar Nederland gevlucht. Op zijn verzoek heeft het COA in samenwerking met de gemeente Bergen voor hem en zijn broer die al onzelfstandig woonde in deze gemeente, voor een woning gezorgd. Zij huren sinds 11 januari 2021 samen een driekamerappartement aan de [locatie] in Bergen. Volgens het college verkeert hij niet in een zodanige noodsituatie dat verhuizen op zeer korte termijn noodzakelijk is. Bovendien heeft hij niet aangetoond dat hij zijn woning moet verlaten vanwege medische en/of sociale problematiek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5741
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500600/1/A2

202502122/1/A2

Bij besluit van 16 augustus 2023 heeft de burgemeester van Velsen aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd voor het zonder vergunning exploiteren van een seksinrichting. [appellant] woont op de [locatie] in IJmuiden. De burgemeester heeft aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd voor het zonder vergunning exploiteren van een seksinrichting in deze woning. [appellant] is het hier niet mee eens. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester de last onder dwangsom mocht opleggen. De binnentreding van de opsporingsambtenaren was niet onrechtmatig. [appellant] heeft niet betwist dat de sekswerkers die op dat moment de woning bewoonden toestemming hebben gegeven voor de binnentreding. [appellant] is als hoofdbewoner verantwoordelijk voor het gebruik van zijn woning als seksinrichting. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de opsporingsambtenaren niet bevoegd waren tot het binnentreden van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5731
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502122/1/A2

202303055/1/V3

Betrokkene heeft op 1 april 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5693
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303055/1/V3

202306033/1/V1

Bij besluit van 1 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5692
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306033/1/V1

202403316/1/V1

Bij besluit van 19 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5691
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403316/1/V1

202407395/1/V2

Bij besluit van 8 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5690
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407395/1/V2

BRS.24.000375

Bij besluit van 9 oktober 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 22 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5663
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000375
vorige pagina1...252627...1.245volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon