Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 103.102
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202407281/1/A2

Bij besluit van 7 juli 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellant A] en [appellant B] om overname van hun schuld bij [persoon] van € 7.500,00 afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant A] en [appellant B] zijn erkend gedupeerden van de toeslagenaffaire. Zij hebben de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om overname van een schuld van € 7.500,00 bij [persoon]. De minister heeft aan de afwijzing van de aanvraag ten grondslag gelegd dat de schuld bij [persoon] niet opeisbaar is geworden voor 1 juni 2021, als bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wht. Daarnaast is de notariële akte, waarin die schuld is vastgelegd, niet verleden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021. De schuld aan [persoon] voldoet dus ook niet aan het vereiste, gesteld in artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat, hoewel de schuld volgens de notariële akte niet voor 1 juni 2021 opeisbaar was, de Wht niet uitsluit dat een eerder ontstane schuld, mits bewezen, onder die regeling kan vallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:231
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407281/1/A2

202407635/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit. Op 25 december 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2010 tot 2012 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet binnen het bereik van de speciale voorziening valt, omdat hij zich pas op 25 december 2022 met een verzoek tot overbrenging heeft gemeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:202
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407635/1/V6

202407637/1/V6

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit. Op 2 december 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2008 tot 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De minister heeft niet beoordeeld of [appellant] daadwerkelijk als bewaker van ASG heeft gewerkt voor de Nederlandse krijgsmacht. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. Zij heeft daarbij overwogen dat [appellant] niet binnen het bereik van de speciale voorziening valt, omdat hij zich pas op 2 december 2022 met een verzoek tot overbrenging heeft gemeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:195
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407637/1/V6

202407738/1/A2

Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellante] om haar private geldschuld over te nemen afgewezen. [appellante] is een erkende gedupeerde van de toeslagenaffaire. De minister heeft geweigerd haar schuld bij de Rabobank over te nemen, omdat de schuld na 31 mei 2021 is ontstaan en opeisbaar is geworden. De schuld komt daarom volgens de minister op grond van artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet hersteloperatie toeslagen niet voor vergoeding in aanmerking. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank het beroep van [appellante] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep te laat is ingesteld. [appellante] betoogt de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verschoonbaar is. Volgens haar moet de bestuursrechter het burgerperspectief als uitgangspunt nemen en mag meer burgerresponsiviteit van de rechtbank verwacht worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:194
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407738/1/A2

202500564/1/V6

Bij besluit van 13 november 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aanvraag van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht afgewezen. [appellant] is een 63-jarige vrouw uit Marokko. Zij heeft wegens haar medische en psychische problematiek om ontheffing van de inburgeringsplicht gevraagd. [appellant] heeft psychische klachten, waardoor zij beperkt is in haar persoonlijk en sociaal functioneren. Ook heeft zij rug- en maagklachten. Verder is zij analfabeet. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zij door haar medische problematiek blijvend niet in staat is om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Hierbij wijst zij erop dat uit de verklaring van haar psycholoog van 21 mei 2024 volgt dat zij al jarenlang klachten heeft en dat sprake is van cognitieve achteruitgang. Ook heeft de minister volgens [appellant] ten onrechte de verklaring van haar psycholoog van 22 oktober 2024 niet voorgelegd aan Argonaut. Verder heeft de medisch deskundige alleen dossieronderzoek verricht en [appellant] niet gezien of gesproken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:205
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500564/1/V6

202500886/1/A2

Bij besluit van 26 juni 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellant] om overname van een schuld bij Tinka B.V. van € 2.004,21 afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Hij heeft verzocht om overname van zijn private schuld bij Tinka B.V. van € 2.004,21. De overname van deze schuld is afgewezen, omdat niet is gebleken dat deze schuld opeisbaar was vóór 1 juni 2021. Ook is niet gebleken van opeisbare betalingsachterstanden. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht de aanvraag van [appellant] om overname van de schuld bij Tinka B.V. heeft afgewezen, omdat de schuld niet opeisbaar was vóór 1 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:230
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500886/1/A2

202500929/1/A2

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk aan [appellanten] een tegemoetkoming in planschade van € 3.300,- toegekend. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie] te Cuijk. Op 23 december 2021 heeft [appellant] een tegemoetkoming in planschade aangevraagd. Volgens [appellant] heeft het op 11 juni 2018 vastgestelde en op 4 augustus 2018 in werking getreden bestemmingsplan Cuijk Centrum, Kop Molenstraat, tot waardevermindering van het pand geleid, omdat het bestemmingsplan op de gronden ten westen daarvan een appartementengebouw toestaat. Het meest nabijgelegen deel mag 13,5 m hoog worden en het deel verder westelijk gelegen 16,5 m. Onder het daaraan voorafgaande bestemmingsplan Cuijk Centrum hadden deze gronden de bestemming Detailhandel-1 en de verder westelijk gelegen gronden de bestemming Verkeer. Al deze gronden hadden daarnaast ook de bestemming Waarde-archeologie 3. De rechtbank is van oordeel dat het college voor de waardering van het pand mocht uitgaan van het taxatierapport. Het pand - in de staat waarin het toen verkeerde - ontleende zijn hoogste waarde aan bedrijfsmatig gebruik op de begane grond en een zelfstandige bovenwoning zonder dakterras.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:196
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500929/1/A2

202500938/1/A2

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond de urgentieverklaring van [appellante], die verleend was op sociale gronden, stopgezet. Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de SUWR aan [appellante] een urgentieverklaring verleend op grond van artikel 5.4, eerste lid, van Bijlage 1 van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020. Dit betreft een urgentieverklaring die wordt verleend in het geval dat iemand als gevolg van bedreiging, ernstig psychisch of fysiek geweld niet meer in de huidige woonruimte kan blijven wonen. Aanleiding voor de aanvraag was een incident met haar buurman. Na het verkrijgen van een urgentieverklaring begint in de regio Rotterdam fase 1. Dit is de zogeheten ‘zelf-zoek-periode’ die drie maanden duurt. Op grond van artikel 2.4, eerste lid, aanhef en onder a, van Bijlage 1 van de huisvestingsverordening is het bestuursorgaan bevoegd om de urgentieverklaring in te trekken als de houder van de urgentieverklaring na afloop van de eerste fase niet ten minste twaalf keer heeft gereageerd op woningen die voldoen aan het zoekprofiel in de urgentieverklaring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:185
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500938/1/A2

202501774/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard per 15 maart 2023. [appellant] is op 22 september 2021 door de politie aangehouden in zijn voertuig. De bij [appellant] afgenomen speekseltest gaf een indicatie van invloed van onder meer GHB. De politie heeft dat medegedeeld aan het CBR. Het CBR heeft vervolgens een onderzoek naar de geschiktheid van [appellant] opgelegd. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Dat een tweede onderzoek heeft plaatsgevonden betekent volgens de rechtbank niet dat daarmee de resultaten en conclusies van het eerste onderzoek zijn komen te vervallen. [appellant] heeft verder geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht op grond waarvan moet worden getwijfeld aan de inhoud van het tweede rapport. Het CBR mocht de rapporten ten grondslag leggen aan zijn besluitvorming. [appellant] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de rapporten niet waarheidsgetrouw zijn en hij niet langer dan vijf minuten met een psychiater heeft gepraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:188
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202501774/1/A2

202505496/1/A2

Bij beslissing van 22 mei 2025 heeft de examencommissie van Erasmus School of Social and Bahavioural Sciences het verzoek van [appellante] om een vrijstelling of alternatief voor de statistiekvakken van de master Psychology, Specialisation Educational Psychology: Learning and Performance afgewezen. Bij beslissing van 2 september 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 gestart met de master. In het programma van de master zijn twee statistiekvakken opgenomen: Applied Multivariate Data Analysis (5 ECTS) en Applied Multivariate Data Analysis using SPSS (2 ECTS). [appellante] heeft dyscalculie. Op 18 februari 2025 heeft zij daarom een verzoek ingediend bij de examencommissie om een vrijstelling of ander alternatief voor de statistiekvakken van de master. Het CBE heeft de beslissing van de examencommissie in stand gelaten. Volgens het CBE heeft de examencommissie het verzoek in redelijkheid mogen afwijzen. Het CBE heeft daarbij onder meer betrokken dat [appellante] voor beide statistiekvakken nog geen enkele tentamenkans heeft benut.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:187
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505496/1/A2
vorige pagina1...193194195...10.311volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon