Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.046
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.001888

Bij besluit van 7 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2384
Datum uitspraak
28 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001888

BRS.26.002074

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2393
Datum uitspraak
28 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002074

BRS.26.002081

Bij besluit van 23 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2385
Datum uitspraak
28 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002081

202600968/2/R2

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss zowel [verzoekster A] als [verzoeker B] onder oplegging van dwangsommen gelast om gestelde overtredingen op de percelen aan de [locatie] in Lith te beëindigen en beëindigd te houden door, onder meer, de bedrijfswoning met aangebouwd bijgebouw in overeenstemming te brengen met de vergunde situatie (last 1), te stoppen met het (laten) huisvesten van meer dan twee arbeidsmigranten in de bedrijfswoning met aangebouwd bijgebouw (last 5) en het aantal slaapplaatsen in de bedrijfswoning met aangebouwd bijgebouw terug te brengen naar het aantal in de vergunde situatie of, indien sprake is van meerdere woningen, naar het aantal gezinsleden plus twee personen (last 6). Met dit verzoek willen zij voorkomen dat volgens het college verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Ook willen zij voorkomen dat nieuwe dwangsommen worden verbeurd en door het college worden ingevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2352
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202600968/2/R2

BRS.25.000799

Bij besluiten van 13 november 2024 heeft de minister aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2245
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000799

BRS.25.002468

Bij besluit van 15 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2241
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002468

BRS.25.002627

Bij besluit van 22 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2331
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002627

BRS.26.000739

Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2325
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000739

BRS.26.001281 en BRS.26.001282

Bij besluit van 6 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2249
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001281 en BRS.26.001282

BRS.26.001329 en BRS.26.001332

Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (terugkeerbesluit). Bij besluit van diezelfde datum heeft de minister hem in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2233
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001329 en BRS.26.001332

BRS.26.001438 en BRS.26.001440

Bij besluit van 13 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2025 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2321
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001438 en BRS.26.001440

BRS.26.001573 en BRS.26.001574

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2322
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001573 en BRS.26.001574

BRS.26.001584

Bij besluit van 16 maart 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2248
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001584

BRS.26.001665 en BRS.26.001666

Bij besluit van 30 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2320
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001665 en BRS.26.001666

BRS.26.001703

Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2328
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001703

BRS.26.001729 en BRS.26.001730

Bij besluit van 10 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2190
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001729 en BRS.26.001730

BRS.26.001770

Bij besluit van 4 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2323
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001770

BRS.26.001835

Bij besluit van 5 december 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd om verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2307
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001835

BRS.26.001928

Bij besluit van 14 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2359
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001928

BRS.26.001963

Bij besluit van 13 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2344
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001963

BRS.26.002036

Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2360
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002036

202503400/2/A3

Bij uitspraak van 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1319 heeft de Afdeling, voor zover relevant, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen over het verzoek van [appellant] om inzage in persoonsgegevens van hem zijn en zoon. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat tegen het te nemen nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Het gaat om de (ongeschoonde) e-mailwisselingen van 2 juni 2025, 12 mei 2025, 10 juni 2025 en 6 november 2025, die zijn opgenomen onder B15 tot en met B18 van de ‘Inventarislijst B-stukken’ van de minister. In de e-mails is door behandelende ambtenaren verzocht om, naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2025, een nieuwe zoekslag naar persoonsgegevens uit te voeren en is daarop gereageerd door de betrokken ambtenaren. De persoonsgegevens van meerdere ambtenaren in (de geschoonde versie van) deze e-mails zijn gelakt, waaronder namen, contactgegevens en handtekeningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2236
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202503400/2/A3

202405138/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2343
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405138/1/V1

BRS.25.000698

Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2228
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000698

BRS.25.000863

Bij besluit van 3 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2227
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000863

BRS.25.001054

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2220
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001054

BRS.26.000123

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2223
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000123

BRS.26.000124

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2224
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000124

BRS.26.000125

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2225
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000125

BRS.26.000174

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2214
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000174

BRS.26.000677 en BRS.26.000678

Bij besluit van 11 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 maart 2024 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2222
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000677 en BRS.26.000678

BRS.26.000963

Bij besluit van 11 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2201
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000963

BRS.26.000970 en BRS.26.000971

Bij besluit van 10 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2218
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000970 en BRS.26.000971

BRS.26.001040

Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2226
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001040

BRS.26.001066 en BRS.26.001067

Bij besluit van 3 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2221
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001066 en BRS.26.001067

BRS.26.001337

Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2204
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001337

BRS.26.001456

Bij besluit van 7 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2212
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001456

BRS.26.001476

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2240
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001476

BRS.26.001511

Bij besluit van 8 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2232
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001511

BRS.26.001556 en BRS.26.001557

Bij besluit van 9 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2211
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001556 en BRS.26.001557

BRS.26.001586

Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2231
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001586

BRS.26.001624

Bij besluit van 13 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2209
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001624

BRS.26.001696 en BRS.26.001697

Bij besluit van 12 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2342
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001696 en BRS.26.001697

BRS.26.001919

Bij besluit van 16 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2349
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001919

202506207/2/R3

Bij besluit van 17 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland aan Lache Vastgoed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een appartementencomplex met winkels en commercieruimten, op het perceel Herenstraat 23A tot en met 23Z, 25 en Liesveld 6A tot en met 6E in Wateringen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2246
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202506207/2/R3

202600348/3/A3

[appellante] heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal mogen nemen. Zij wil niet dat het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kennisneemt van haar medische gegevens. Volgens haar kan het college zich zonder kennis van die gegevens in voldoende mate verweren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2338
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202600348/3/A3

202407199/1/V2

Bij besluit van 4 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2242
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407199/1/V2

202500761/1/V2

Bij besluit van 10 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2243
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500761/1/V2

BRS.25.002400

Bij besluit van 7 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2189
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002400

BRS.26.000084

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2199
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000084

BRS.26.000114

Bij besluit van 13 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van appellant om opheffing van zijn ongewenstverklaring afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2185
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000114

BRS.26.000631

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2177
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000631

BRS.26.000890 en BRS.26.000891

Bij besluit van 16 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij brief van 3 november 2025 heeft de minister appellant in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2187
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000890 en BRS.26.000891

BRS.26.001249

Bij besluit van 14 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2192
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001249

BRS.26.001412 en BRS.26.001794

Bij besluit van 14 februari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd appellant ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2235
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001412 en BRS.26.001794

BRS.26.001521

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2208
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001521

BRS.26.001583

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2191
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001583

BRS.26.001627

Bij besluit van 21 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2202
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001627

BRS.26.001659

Bij besluit van 24 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2186
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001659

202101773/1/A3

Bij besluiten van 5 februari 2010, 2 september 2010, 10 september 2010, 17 september 2010, 13 oktober 2010, 3 mei 2016 en 1 juli 2016 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan Jaczon Visserijmaatschappij Delta B.V., Jaczon Kotter Visserij Maatschappij B.V., Jaczon Visserij Maatschappij VI B.V., [vennootschap], [firma], [visserijbedrijf A], [visserijbedrijf B], [visserijbedrijf C], [visserijbedrijf D], [visserijbedrijf E], VOF Zeevisserijbedrijf Go 37, en [visserijbedrijf F] (appellanten groep 1), toestemming verleend voor het uitoefenen van de pulskorvisserij. De toestemming geldt voor onbepaalde tijd. Deze zaak gaat over vissers die een vergunning hadden voor pulsvisserij. Pulsvisserij is het vissen met een boomkor, een sleepnet, waarbij door elektroden die de vis opschrikken met stroomstootjes - pulsen - wordt gevist. Nederland is altijd een voorstander van pulsvisserij geweest. Andere landen binnen de Europese Unie hebben zich daartegen verzet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2035
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202101773/1/A3

202101777/1/A3

Bij besluiten van 4 april 2014 en 3 maart 2015 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan [appellante A], [visserijbedrijf B], Jaczon Visserij Maatschappij Bravo b.v. en [visserijbedrijf C], toestemming verleend voor het uitoefenen van de pulsvisserij voor een periode van vijf jaar. Deze zaak gaat, evenals de zaken met zaaknummers 202101773/1/A3, 202106657/1/A3 en 202106660/1/A3 over vissers die een vergunning hadden voor pulsvisserij. Pulsvisserij is het vissen met een boomkor, een sleepnet, waarbij door elektroden die de vis opschrikken met stroomstootjes -pulsen- wordt gevist. Nederland is altijd een voorstander van pulsvisserij geweest. Andere landen binnen de Europese Unie hebben zich daartegen verzet. Appellanten in de zaken die de Afdeling gevoegd heeft behandeld op zitting hadden allen een vergunning voor pulsvisserij. Zij kunnen in drie groepen worden verdeeld. Groep 1 bestaat uit bedrijven met een vergunning voor het vissen met pulsen voor onbepaalde tijd. Groep 2 had een vergunning voor bepaalde tijd, die werd verleend met het oog op meerjarig onderzoek naar de effecten van pulsvisserij. Groep 3 had een vergunning voor vijf jaar ten behoeve van een onderzoek naar de zogenoemde aanlandplicht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2036
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202101777/1/A3

202105725/2/R3

Bij tussenuitspraak van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:888, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van de gemeente Smallingerland van 24 januari 2023, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Drachten - Hotel Lavendelheide 4" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. De raad heeft bij besluit van 6 juli 2021 het bestemmingsplan Drachten - Hotel Lavendelheide 4" vastgesteld (het bestemmingsplan). [appellant] heeft tegen dat besluit beroep ingesteld. De raad heeft vervolgens bij besluit van 24 januari 2023 het bestemmingsplan opnieuw en gewijzigd vastgesteld (het reparatieplan). In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 17 overwogen dat de raad erkent dat het reparatieplan is vastgesteld vanwege verschillende gebreken in het bestemmingsplan. De raad heeft erkend dat het behoud van de groenzone onvoldoende in het plan was geborgd en dat onvoldoende onderzocht was, wat de gevolgen van het plan waren voor de geluidsbelasting op de woningen aan de Ureterpvallaat. Het plan is daarom in strijd met artikel 3:2 van de Awb vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2298
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202105725/2/R3

202106657/1/A3

Bij besluiten van 28 maart 2019 (de primaire besluiten I) heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de aan [appellante], [visserijbedrijf A], [visserijbedrijf B], [visserijbedrijf C], Visserijbedrijf Adriaantje UK 2 B.V., Zeevisserijbedrijf UK 19 B.V., Zeevisserijbedrijf Sursum Corda B.V., [visserijbedrijf D], Zeevisserij Noorderlicht B.V., [visserijbedrijf E], Rederij Delta B.V., [visserijbedrijf F], [visserijbedrijf G], [visserijbedrijf H], [visserijbedrijf J], V.O.F. Zeevisserijbedrijf Cornelia en [visserijbedrijf K] verleende toestemming voor pulskorvissen verlengd tot 1 juni 2019. Deze zaak gaat, evenals de zaken met zaaknummers 202101773/1/A3, 202101777/1/A3 en 202106660/1/A3, over vissers die een vergunning hadden voor pulsvisserij. Pulsvisserij is het vissen met een boomkor, een sleepnet, waarbij door elektroden die de vis opschrikken met stroomstootjes -pulsen- wordt gevist. Nederland is altijd een voorstander van pulsvisserij geweest. Andere landen binnen de Europese Unie hebben zich daartegen verzet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2037
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202106657/1/A3

202106660/1/A3

Bij besluiten van 3 mei 2019 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de aan [appellant B], [appellant C], [appellant D], [appellant E], [appellant F], [appellant G], [appellant H], [appellant I], [appellant J], [appellant K], [appellant L], [appellant M], [appellant N], [appellant O], [appellant P] en [appellant Q] (appellanten groep 2) verleende toestemming voor pulskorvissen ingetrokken per 1 januari 2020. Deze zaak gaat, evenals de zaken met zaaknummers 202101773/1/A3, 202101777/1/A3 en 202106657/1/A3, over vissers die een vergunning hadden voor pulsvisserij. Pulsvisserij is het vissen met een boomkor, een sleepnet, waarbij door elektroden die de vis opschrikken met stroomstootjes -pulsen- wordt gevist. Nederland is altijd een voorstander van pulsvisserij geweest. Andere landen binnen de Europese Unie hebben zich daartegen verzet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2038
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202106660/1/A3

202107288/1/R2

Bij besluit van 25 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam aan Sedum Extra B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een loods en aanleggen van een uitrit, en een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning met een bijgebouw en aanleggen van een uitrit. Sedum Extra teelt op ongeveer 35 ha van haar gronden sedumvegetatiematten op een substraat van potgrond en kokosvezel, met daaronder een geperforeerd folie dat op de ondergrond wordt aangebracht. Tevens teelt het bedrijf op ongeveer 1 ha sedum in trays, kunststofbakken met daarin een voedingsbodem. De sedummatten en de trays worden verkocht voor toepassing als dakbedekking. Ongeveer 85% van de omzet van Sedum Extra wordt behaald uit de verkoop van de sedummatten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2295
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202107288/1/R2

202203401/1/A3

Bij brief van 23 december 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan FNV medegedeeld dat zij niet wordt toegelaten als belanghebbende in een eventuele bestuurlijke boeteprocedure die kan volgen op het boeterapport over de transportonderneming. FNV komt op voor de belangen van haar leden. Om die reden heeft zij de arbeidsomstandigheden en arbeidstijden van vrachtwagenchauffeurs onderzocht. Uit dat onderzoek is naar voren gekomen dat de regels over de rusttijden niet altijd worden gevolgd. Zo brengen chauffeurs onder meer de weekeinden in de cabine van hun voertuigen door. De resultaten van dit onderzoek heeft FNV neergelegd in de notitie [bedrijf] en aangeboden aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De ILT heeft de resultaten meegenomen in haar eigen onderzoek en geconcludeerd dat de transportonderneming boetes moet krijgen. FNV wil betrokken zijn bij de totstandkoming van het besluit tot boeteoplegging en bezwaar kunnen maken tegen de opgelegde boetes. De minister en de rechtbank vinden echter dat dat niet kan. In dit hoger beroep gaat het onder meer om de vraag of FNV belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb bij het besluit van de minister om aan de transportonderneming een bestuurlijke boete op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2294
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Uitspraak na conclusie
  • Uitspraak van de grote kamer
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202203401/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203401/1/A3

202204665/1/A3

Bij besluit van 16 juli 2020 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de voorschriften verbonden aan de pulstoestemming van [appellante sub 1] voor [vissersvaartuig] gewijzigd. Deze zaak en een aantal andere zaken die op dezelfde dag op zitting zijn behandeld, gaan over vissers die een vergunning hadden voor pulsvisserij. Pulsvisserij is het vissen met een boomkor, een sleepnet, waarbij door elektroden die de vis opschrikken met stroomstootjes - pulsen - wordt gevist. Nederland is altijd een voorstander van pulsvisserij geweest. Andere landen binnen de Europese Unie hebben zich daartegen verzet. De appellanten in de zaken hadden allen een vergunning voor pulsvisserij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2040
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202204665/1/A3

202206524/1/R4

Bij besluit van 22 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard voor een periode van 20 jaar aan Windpark Caprice B.V. (de initiatiefnemer) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van twee windturbines op het terrein van steenfabriek Caprice aan de Scherpekamp 3 in Angeren (de locatie). De besluiten maken de realisatie van "Windpark Caprice" (de ontwikkeling) mogelijk. De ontwikkeling bestaat uit twee windturbines met bijbehorende voorzieningen. De windturbines hebben een ashoogte van minimaal 130 en maximaal 160 meter, een rotordiameter van minimaal 130 en maximaal 170 meter, een tiphoogte van minimaal 195 en maximaal 240 meter en een vermogen van in totaal maximaal 14 MW (de windturbines).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2289
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202206524/1/R4

202206879/1/A3

Bij besluit van 3 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens in de periode van 1 januari 2012 tot en met 1 oktober 2019 gedeeltelijk ingewilligd. [appellant] heeft tot 1 juli 2011 gewerkt bij de gemeente Rotterdam. Hij is ontslagen nadat er verdenkingen waren dat [appellant] fraudeerde. Daarover zijn meerdere procedures gevoerd bij de strafrechter en de burgerlijke rechter. [appellant] wil weten welke persoonsgegevens van hem door de gemeente zijn verwerkt in de periode van deze procedures. Het college heeft [appellant] in totaal vier overzichten van zijn persoonsgegevens gegeven. [appellant] zegt dat hij met die overzichten niet kan controleren of zijn persoonsgegevens correct worden verwerkt en dat er meer persoonsgegevens moeten zijn. Bovendien zijn er volgens [appellant] meer verwerkingen van zijn persoonsgegevens geweest dan op de overzichten staan onder meer door uitwisseling van de verslagen van de regio-overleggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2278
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202206879/1/A3

202207084/1/R2

Bij besluit van 21 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Roosendaal het bestemmingsplan "Buitengebied Wouw 2020" vastgesteld. De raad wil met de vaststelling van het bestemmingsplan bestaande waarden en belangen in het plangebied vastleggen en gewenste ontwikkelingen mogelijk maken binnen de regels en op grond van de uitgangspunten die gelden voor onder meer de kwaliteit van het landschap, de natuur en cultuurhistorie. Het plangebied ligt in het westen van de gemeente Roosendaal. In deze uitspraak gaat het over de beroepen van onder meer inwoners en bedrijven in het plangebied die het niet eens zijn met de inhoud van het bestemmingsplan. [appellant sub 3] is het niet eens met de gebiedsbegrenzing en toegekende bestemming voor zijn perceel. Ook Landgoed Wouwse Plantage is het niet eens met de toegekende bestemming voor een van haar percelen. De minister en TenneT zijn het niet eens met het bestemmingsplan, omdat de raad volgens hen geen rekening heeft gehouden met een rijksinpassingsplan die een hoogspanningsverbinding mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2265
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207084/1/R2

202300973/1/R2

Bij besluit van 10 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam aan Sedum Extra een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd met het bestemmingsplan telen van sedum in trays dan wel containers op een perceel ten zuiden van de Kwaalburg 13 in Alphen. Op percelen gelegen achter Kwaalburg 13 in Alphen wordt sedum geteeld door het bedrijf Sedum Extra. Een deel van die percelen heeft de bestemming "Agrarisch". Hier wordt sedum geteeld, onder meer in kunststof trays of containers die op worteldoek staan. Het college heeft op 10 mei 2021, naar aanleiding van een handhavingsverzoek van De Groene Koepel, aan Sedum Extra een last onder dwangsom opgelegd wegens het ter plekke in strijd met het bestemmingsplan telen van sedum in trays dan wel containers. Bij het besluit van 21 december 2021 heeft het college het door Sedum Extra daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2299
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300973/1/R2

202302765/1/R4

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Hattem het bestemmingsplan "De Bongerd, Hattem" vastgesteld. Het plan maakt de herontwikkeling van de woonzorglocatie "De Bongerd" in Hattem mogelijk. Op het perceel staan in de huidige situatie drie aan elkaar gekoppelde gebouwen: een zorggebouw, een gebouw met aanleunwoningen en een gebouw met huurwoningen. In die gebouwen zijn in totaal 96 wooneenheden aanwezig, waarvan 78 zorgwoningen en 18 aanleunwoningen. De herontwikkeling van het gehele complex is noodzakelijk omdat de gebouwen verouderd zijn. De bestaande bebouwing wordt daarom gesloopt en in de plaats daarvan voorziet het plan in drie afzonderlijke gebouwen met in totaal 129 wooneenheden. Die gebouwen zijn in de plantoelichting aangeduid als gebouw A, gebouw B en gebouw C. De bedoeling is dat in gebouw A 63 zorgwoningen, in gebouw B 30 sociale huurwoningen en 11 vrije sector woningen en in gebouw C 25 vrije sector woningen worden gerealiseerd. [appellant sub 2] woont ten westen van het plangebied, aan de [locatie A] in Hattem. Hij vreest dat zijn woon- en leefklimaat door de herontwikkeling verslechtert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2300
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202302765/1/R4

202303667/1/A3

Bij besluit van 7 januari 2023 heeft de burgemeester van Maassluis aan [appellant] een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen, tot 17 januari 2023. [appellant] woont samen met [persoon] aan de [locatie] in Maassluis. De burgemeester heeft aan [appellant] op grond van artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen na een incident dat op 7 januari 2023 heeft plaatsgevonden. De burgemeester heeft het besluit tot oplegging van het hui verbod gebaseerd op een door de politie opgesteld Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG). De burgemeester heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep. De burgemeester wijst erop dat het huisverbod al lang geleden is geëindigd en dat [appellant] heeft nagelaten om hangende het beroep bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2290
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202303667/1/A3

202303970/1/R4

Bij besluit van 18 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Druten geweigerd aan Chint een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een zonnepark op het perceel Oude Weisestraat ongenummerd te Afferden (het zonnepark Oude Weide). Chint heeft op 19 mei 2021 bij het college een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor realisering van het zonnepark Oude Weide. Het zonnepark Oude Weide is volgens de ruimtelijke onderbouwing van 19 mei 2021 voorzien tussen de Oude Weisestraat aan de noordkant en de provinciale Maas- en Waalweg (N322) aan de zuidkant, in het buitengebied van Druten. Het projectgebied heeft een oppervlakte van 10,4 ha. De oppervlakte van het zonnepark Oude Weide bedraagt ongeveer 8 ha. Het zonnepark kan circa 4.500 huishoudens van energie voorzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2261
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303970/1/R4

202305241/1/A3

Bij besluit van 14 juni 2021 (besluit 1) heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan [appellanten] een last onder dwangsom opgelegd. Voor de achtergrond van deze zaak verwijst de Afdeling naar de uitspraak van vandaag tussen [appellanten] en de minister, ECLI:NL:RVS:2026:2040. In die zaak gaat het om het besluit van de minister van 16 juli 2020. Daarin heeft de minister aan de vergunning van [appellanten] om tot en met 30 juni 2021 te pulsvissen een nader voorschrift verbonden. Dit nadere voorschrift legt de perioden vast waarin [appellanten] met het oog op de uitvoering van de zogenoemde 5%-regeling, zoals neergelegd in bijlage V, Deel D, punt 2, aanhef en onder a, van Verordening 2019/1241, niet mocht pulsvissen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2039
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305241/1/A3

202306622/1/A3

De Kansspelautoriteit mocht Holland Casino een dwangsom opleggen, omdat zij door het plaatsen van hyperlinks op de kansspelinterface van haar website reclame maakte voor activiteiten in haar fysieke vestigingen. Dat mag niet op grond van de Wet op de Kansspelen en het Besluit kansspelen op afstand. Holland Casino heeft een vergunning voor het aanbieden van kansspelen in haar fysieke vestigingen. Sinds oktober 2021 heeft zij ook een vergunning voor het aanbieden van online kansspelen. Deze biedt zij aan op de kansspelinterface van haar website. Op deze kansspelinterface zijn navigatieknoppen, ofwel hyperlinks, geplaatst met de tekst ‘vestigingen’ en ‘restaurants’. Deze leiden de consument naar de website van de fysieke vestigingen en restaurants van Holland Casino, waarop informatie te vinden is over activiteiten en acties aldaar. Holland Casino vindt dat de navigatieknoppen niet zijn aan te merken als ‘werving- en reclameactiviteiten’ en dat ze de wet niet heeft overtreden. Volgens haar is het enige doel van de neutrale navigatieknoppen om bezoekers van de kansspelinterface zonder aanprijzing de weg te wijzen naar informatie over haar vestigingen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt de Kansspelautoriteit in het gelijk. Naar haar oordeel moeten de hyperlinks die doorverwijzen naar de fysieke vestigingen van casino’s worden gezien als “het maken van reclame voor andere vergunde kansspelen dan kansspelen op grond van de vergunning kansspelen op afstand.” Hoewel volgens Holland Casino geen sprake is van hyperlinks, maar van navigatieknoppen, is het gevolg gelijk. Namelijk dat de consument door erop de klikken naar de pagina met de vestigingen van Holland Casino wordt geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2287
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306622/1/A3

202307809/1/R3

Bij besluit van 19 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van burgemeester en wethouders aan [appellant sub 2] een omgevingsvergunning verleend voor het gedurende een periode van tien jaar in strijd met bestemmingsplan gebruiken van de gronden of bouwwerken op het perceel [locatie] in Zoetermeer voor de exploitatie van een fietsenwinkel. [appellant sub 2] is eigenaar van het winkelpand op het perceel [locatie] in Zoetermeer (het winkelpand). Het winkelpand ligt in het Woonhart, een winkelcentrum met voornamelijk detailhandel in de woninginrichtingsbranche, keukens en sanitair. [appellant sub 2] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om in strijd met het bestemmingsplan "Stadscentrum/Dorpsstraat" voor een periode van tien jaar de exploitatie van een fietsenwinkel van Fietsvoordeelshop mogelijk te maken op het perceel. Het bestemmingsplan kent aan de gronden van het perceel [locatie] de bestemming "Gemengd - 4" toe. Op gronden met die bestemming is wel detailhandel toegestaan, maar alleen in de wooninrichtingsbranche, keukens en sanitair. Een fietsenwinkel is hier niet toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2292
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202307809/1/R3

202400552/1/R3

Bij besluit van 20 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Terschelling aan Waddenparels 2 B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 12 recreatiewoningen en een vrijstaande berging op de percelen plaatselijk bekend als de locatie ‘Westerkeijn’ aan de Tijs Smitweg in Landerum (de percelen). Op 20 mei 2022 heeft het college een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo verleend aan Waddenparels voor de bouw van twaalf recreatiewoningen en een vrijstaande berging op de percelen. Veldzicht is eigenaar van een naastgelegen perceel en exploiteert in de omgeving een camping. Zij vreest dat de komst van de recreatiewoningen negatieve gevolgen zal hebben voor de door haar gewenste uitbreiding van de camping op haar perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2291
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400552/1/R3

202401070/1/R3

Bij besluit van 7 juli 2022 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een woning met carport, het oprichten van een berging, het kappen van twee bomen en het aanleggen van een uitrit op het perceel [locatie 1] in Leutingewolde (het perceel). Op 7 juli 2022 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor onder meer het in strijd met het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2] in Leutingewolde" oprichten van een woning op het perceel. Op 16 januari 2023 heeft het college die omgevingsvergunning op verzoek van [partij] gewijzigd, waarmee is beoogd het bouwplan in overeenstemming te brengen met het bestemmingsplan. Daartoe worden de arkenelen vervangen door dakkappelen, zodat de maximale goothoogte niet langer wordt overschreden. [appellanten] wonen naast het perceel op [locatie 3] en kunnen zich niet met de verleende omgevingsvergunning verenigen. De rechtbank heeft het beroep van [appellant A] tegen het besluit over de omgevingsvergunning gegrond verklaard. [appellanten] kunnen zich in een deel van de uitspraak niet vinden en hebben daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2262
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401070/1/R3

202401360/1/A3

Bij besluit van 13 juli 2020 heeft de burgemeester van Best het bedrijfspand aan de [locatie] in Best gesloten voor de duur van zes maanden. [appellant] huurde het bedrijfspand aan de Nijverheidsweg en exploiteerde vandaaruit twee bedrijven. Op 23 juni 2020 heeft de politie met gemeentelijke toezichthouders een bestuurlijke controle uitgevoerd in het pand. In de daarvan opgemaakte bestuurlijke rapportage van 1 juli 2020 staat dat in een afgesloten ruimte in het bedrijfspand onder meer een kweektent met daarin een hennepdrogerij en henneptoppen met een nettogewicht van 2,7 kg zijn aangetroffen, die op het politiebureau positief getest zijn. [appellant] vindt de sluiting onterecht. Volgens hem is de aangetroffen hennep enkel bedoeld voor olie voor eigen gebruik. Hij gebruikt daarvoor de hennepsoort Carma die anders dan andere soorten een laag THC-gehalte heeft. De henneptoppen zijn bedoeld voor de productie van CBD-olie ter bestrijding van zijn pijnklachten. De burgemeester was daarom helemaal niet bevoegd tot sluiting van het pand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2286
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202401360/1/A3

202402353/1/A3

Bij besluit van 11 augustus 2022 (het noodbevel) heeft de burgemeester van Valkenswaard bevolen de woning aan [locatie 1] in Valkenswaard en de daarbij behorende gebouwen met onmiddellijke ingang fysiek en zichtbaar te sluiten en gesloten te houden. [appellante] is eigenaar van de woning aan [locatie 1] in Valkenswaard. Op dit adres stonden [appellante], [partij] en hun zoon ingeschreven. Op 7 juli 2022 werd de auto van [appellante] in brand gestoken ter hoogte van [locatie 2] in Valkenswaard. Op 23 juli 2022 werd de auto die in gebruik was door [partij] in brand gestoken. Naar aanleiding van deze incidenten heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgesteld. Uit de bestuurlijke rapportage van 10 augustus 2022 volgt dat uit eind juli 2022 verkregen informatie kan worden afgeleid dat [partij] al enige tijd door criminelen werd afgeperst. Verder heeft [partij] verklaard dat hij niet weet wie verantwoordelijk is voor beide brandstichtingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2268
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202402353/1/A3

202402833/1/A3

Bij besluit van 7 februari 2022 heeft de burgemeester van Eindhoven een aanvraag van [appellant] voor het verkrijgen van een exploitatievergunning voor horecagelegenheid ‘Sweet Sense B.V.’ afgewezen. [appellant] is bestuurder en enig aandeelhouder van Sweet Sense B.V. Hij heeft op 21 juni 2021 een aanvraag ingediend voor het verkrijgen van een exploitatievergunning voor horecagelegenheid ‘Sweet Sense B.V.’, gevestigd aan de Kruisstraat 175 in Eindhoven. De burgemeester heeft het Landelijk Bureau Bibob (LBB) gevraagd een onderzoek in te stellen naar de bij Sweet Sense betrokken personen en ondernemingen. De burgemeester heeft de exploitatievergunning op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) geweigerd, omdat er ernstig gevaar bestaat dat de gevraagde vergunning mede gebruikt zal worden om strafbare feiten te plegen. De burgemeester heeft het daartegen door Sweet Sense gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2033
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402833/1/A3

202402838/1/A3

Bij besluit van 16 februari 2022 heeft de burgemeester van Eindhoven aan Sweet Sense een last onder dwangsom opgelegd. Sweet Sense B.V. exploiteert een horecabedrijf aan de Kruisstraat 175 in Eindhoven. [persoon] beschikte voor de horeca-activiteiten van dit bedrijf over een exploitatievergunning. De burgemeester heeft deze exploitatievergunning op 11 november 2021 ingetrokken. Tegen deze intrekking zijn geen rechtsmiddelen ingesteld. Op 22 juni 2021 heeft [appellant], bestuurder en enig aandeelhouder van Sweet Sense B.V., een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning voor het horecabedrijf. Die aanvraag heeft de burgemeester afgewezen. Het door Sweet Sense daartegen gemaakte bezwaar heeft de burgemeester ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit op bezwaar gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. Tegen deze uitspraak heeft Sweet Sense hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2288
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402838/1/A3

202403046/1/R2

Bij besluit van 9 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maashorst een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning aan de [locatie] in Uden geweigerd. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Uden. Hij heeft bij het college een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning. Het college heeft de omgevingsvergunning geweigerd op grond van artikel 2.20 van de Wabo in samenhang met artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Volgens het college mocht de omgevingsvergunning geweigerd worden, omdat feiten en omstandigheden er op wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden, dat voor verkrijging en behoud van de aangevraagde vergunning een strafbaar feit is gepleegd, namelijk valsheid in geschrifte. Daarnaast bestaat volgens het college een ernstig gevaar dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, en om strafbare feiten te plegen. [appellant] is het niet eens met de weigering van de omgevingsvergunning, onder meer omdat er volgens hem geen aanleiding was om een integriteitsonderzoek te doen op grond van de Wet Bibob en de Beleidslijn voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 2013 (de beleidslijn).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2269
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403046/1/R2

202403327/3/R3

Bij tussenuitspraak van 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4537, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Dantumadiel opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 26 maart 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Damwâld - Woningen Camstrastrjitte" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 5.4 overwogen dat het besluit van 26 maart 2024 niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid, omdat niet kon worden vastgesteld of op de zienswijze van [appellant sub 1] was gereageerd. Onder 7.2 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling verder overwogen dat, omdat de raad de op de gronden van het plangebied gevestigde erfdienstbaarheid niet heeft betrokken bij de voorbereiding op het plan, het plan ook om die reden niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2271
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202403327/3/R3

202403823/1/A3

Bij besluit van 7 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen de aan Vishandel JP verleende standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd omgezet naar een standplaatsvergunning voor bepaalde tijd. Vishandel JP exploiteert een viskraam aan de Sint Petersburgweg op het bedrijventerrein Driebond te Groningen. Hij beschikte hiervoor vanaf 13 maart 2014 over een standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de permanente standplaatsvergunning van Vishandel JP heeft mogen omzetten in een vergunning voor bepaalde tijd. Daarbij heeft het college zich naar haar oordeel terecht op het standpunt gesteld dat er sprake is van een schaarse vergunning. Daarvan is sprake als er slechts één of een beperkt aantal vergunningen kan worden verleend, terwijl er meer (potentiële) gegadigden voor de vergunning kunnen zijn. Vishandel JP vindt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er sprake is van een schaarse vergunning. Er geldt volgens hem geen expliciet of impliciet plafond voor standplaatsvergunningen op de betreffende locatie en ook anderszins is er geen sprake van schaarste.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2305
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403823/1/A3

202404009/1/A3

Bij besluit van 7 juni 2024 heeft de burgemeester van Rotterdam aan [appellant] een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen. [appellant] heeft een relatie met [persoon] en verblijft regelmatig in haar woning aan de [locatie] in Rotterdam. Volgens processen-verbaal van bevindingen heeft de politie op 7 juni 2024 een melding gekregen van iemand met wie [persoon] aan het videobellen was. De melder vertelde dat er sprake was van een ruzie in de woning van [persoon] waarbij er een mes zichtbaar was. De politie is ter plaatse gaan kijken en zag drie personen in de woning, waaronder [persoon] en [appellant]. [persoon] heeft toen verklaard dat er niets was gebeurd. Daarna is de politie vertrokken. Korte tijd later heeft een buurtbewoner een melding bij de politie gedaan. De buurtbewoner hoorde een ruzie op het adres van [persoon] en hoorde een vrouw meerdere keren ‘au’ roepen. Volgens de buurtbewoner klonk het alsof er iemand geslagen werd en er spullen kapot gegooid werden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2285
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202404009/1/A3

202404364/1/A3

Bij besluit van 15 juni 2022 heeft de burgemeester van Nissewaard besloten om de woning van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] vanaf 20 juni 2022 voor drie maanden te sluiten. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] huurden de woning aan de [locatie] in Spijkenisse van Woningstichting De Leeuw van Putten. Zij woonden daar samen hun twee minderjarige kinderen. Op 2 maart 2022 heeft de politie een melding gekregen over een onwel persoon die cocaïne zou hebben gekocht van [appellant sub 1]. De politie heeft naar aanleiding van deze melding in maart en april 2022 een aantal keer de woning van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] geobserveerd. Hierbij is waargenomen dat de woning door verschillende personen kortstondig werd bezocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2284
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202404364/1/A3

202404747/1/R4

[appellant A] en [appellant B] hebben op 5 juli 2024 beroep ingesteld. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie 1] in Maartensdijk. Achter hun woning ligt het perceel [locatie 2]. Op dit perceel lag een kassencomplex dat inmiddels is gesloopt. Het perceel is nu in gebruik als parkeerterrein. Het perceel heeft de bestemming "Centrum" op grond van het bestemmingsplan "Maartensdijk 2009", vastgesteld door de raad van De Bilt op 29 april 2010 (hierna: het bestemmingsplan). [appellant A] en [appellant B] vrezen dat op het perceel een appartementencomplex van 15 m hoog wordt gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2260
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404747/1/R4

202404843/1/R3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem het wijzigingsplan "Hof Noordeinde 2022" vastgesteld. Het wijzigingsplan en de omgevingsvergunning maken de bouw van 20 woningen mogelijk achter het Noordeinde 96 in Roelofarendsveen. Op dit perceel bevindt zich nu leegstaande bebouwing. Hier was tot 2019 detailhandel in gevestigd. Uit de plantoelichting bij het wijzigingsplan volgt dat vanuit de gemeente initiatieven zijn genomen om versnippering van detailhandel te bestrijden en detailhandel meer te centreren. Daardoor is in het plangebied ruimte voor woningbouw ontstaan. [appellanten sub 1] wonen aan het [locatie 1] en zijn de eigenaren van het pand [locatie 2] tot [locatie 3]. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat in het bijzonder gelet op het aantal voorziene woningen. [appellant sub 2] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied en vrezen voor een verdere verslechtering van de verkeersveiligheid op het overbelaste Noordeinde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2257
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404843/1/R3

202405505/1/R3

Het bestemmingsplan ‘Hoogspanningsstation TenneT Wijster’ van de gemeente Midden-Drenthe is definitief. De gemeenteraad heeft de belangen van de bezoekers van de naastgelegen homo-ontmoetingsplaats voldoende meegewogen bij de besluitvorming. De locatie van het hoogspanningsstation ligt naast de zogeheten VAM-plas die onder meer wordt gebruikt als homo-ontmoetingsplaats (HOP). Stichting Platform Keelbos, die opkomt voor het behoud van homo-ontmoetingsplaatsen, vindt dat de gemeente de belangen van HOP-bezoekers onvoldoende heeft meegewogen bij haar besluit voor een hoogspanningsstation op die locatie. Volgens haar moeten de HOP-bezoekers door het verwijderen van het opheffen van de parkeerplaats 350 tot 1.350 meter lopen om bij de VAM-plas te komen. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de gemeenteraad het maatschappelijke belang bij de komst van een hoogspanningsstation zwaarder mocht laten wegen dan het belang van de HOP-bezoekers bij de bereikbaarheid van de ontmoetingsplaats. Daarnaast heeft de gemeenteraad gezocht naar een passende oplossing voor de HOP-bezoekers en heeft voor hen een nieuwe looproute gevonden. Ook kan als dat nodig is een nieuwe parkeerplaats aangelegd worden, aldus de gemeenteraad. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren van de stichting dan ook ongegrond waarmee het bestemmingsplan voor een nieuw hoogspanningsstation in Wijster definitief is geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2301
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202405505/1/R3

202406233/1/A3

De Kansspelautoriteit legt een exploitant van een website die zonder vergunning online kansspelen aanbiedt, een boete op van ruim € 12,5 miljoen. De zaak komt op het bordje van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Centrale vraag die zij moet beantwoorden: heeft de Kansspelautoriteit zich terecht op het standpunt gesteld dat de website van de exploitant ook was gericht op de Nederlandse markt of niet en is daarmee de Wet op de Kansspelen overtreden of niet? Nee, zegt de exploitant. Volgens haar heeft zij zich met haar kansspelaanbod niet actief gericht op de Nederlandse markt. Maar dat is naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak niet relevant. Als het voor een consument uit Nederland mogelijk is om door middel van een website die mede is gericht op Nederland, deel te nemen aan een online kansspel, dan is de wet overtreden. Daarvoor is niet vereist dat het moet gaan om een actieve gerichtheid. Bij de beoordeling of sprake is van een op Nederland gerichte website mogen objectieve aanwijzingen worden betrokken, zoals bereikbaarheid via een Nederlands IP adres en een Nederlandse betaalmethode. In dit geval is de website mede gericht op Nederland, aldus de hoogste algemene bestuursrechter. Het is mogelijk om vanuit Nederland met de euro te betalen. De exploitant wierp nog tegen dat ze niet de wil zou hebben gehad om de Nederlandse spelers te bereiken. Maar dat argument helpt haar niet. Dan had ze naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak er voor moeten zorgen dat de Nederlandse speler geen toegang had tot de website, wat ze heeft nagelaten. De Afdeling bestuursrechtspraak vindt de boete van ruim € 12,5 miljoen bovendien “niet onevenredig” en omdat de Kansspelautoriteit de boete terecht heeft opgelegd, mocht zij het boetebesluit openbaar maken in het algemeen belang van informatievoorziening en transparantie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2302
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406233/1/A3

202406272/1/R2

Bij besluit van 21 januari 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de aanvraag van [appellant] voor een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de exploitatie van de melkveehouderij aan de [locatie] in Wamel, afgewezen. [appellant] heeft een natuurvergunning aangevraagd voor het houden van 153 melkkoeien, 37 stuks jongvee, 2 stieren en een paard aan de [locatie] in Wamel. In de aanvraag is aangegeven dat de beoogde situatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is ontleend aan de milieuvergunning die op 27 augustus 2001 is verleend. Dat kan volgens de aanvraag, omdat die milieuvergunning is getoetst aan de destijds geldende regelgeving over stikstofdepositie. De milieuvergunning is daarom een besluit als bedoeld in artikel 9.4, achtste lid, van de Wnb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2259
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202406272/1/R2

202406447/1/A2

Bij besluit van 31 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [wederpartij] om de zelfstandige woning aan de [locatie] om te zetten in onzelfstandige woonruimte voor tien personen afgewezen. [wederpartij] is eigenaar van een woning aan de [locatie] in Den Haag (de woning). Daarvoor is in februari 2020 een omzettingsvergunning voor het omzetten van de woning van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte voor vijf personen verleend. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat voor het vermeerderen van het aantal personen die onzelfstandig de woning bewonen opnieuw een omzettingsvergunning moet worden aangevraagd. In het geval van [wederpartij] volgt uit die beoordeling dat het aantal aangevraagde personen, te weten tien, het in artikel 5:6, vierde lid, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (de Huisvestingsverordening) toegestane maximum van acht personen overstijgt. Het college heeft de aanvraag van [wederpartij] om omzetting van de woning in onzelfstandig gebruik voor tien personen daarom afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2276
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202406447/1/A2

202406904/1/R4

Het bestemmingsplan ‘Kayersmolen-Noord’ van de gemeente Apeldoorn is definitief. Dat betekent dat de gemeente door kan met de plannen voor de bouw van 470 woningen op een voormalig bedrijventerrein in Apeldoorn. 'Stichting gebouw 055' was tegen het bestemmingsplan in beroep gekomen. Zij beheert 'Gebouw 055', een multifunctioneel zalencentrum aan de Condorweg. Volgens haar zijn de gebruiksmogelijkheden van het zalencentrum in het bestemmingsplan ten onrechte beperkt. Het pand is alleen bestemd voor kerkelijke activiteiten, terwijl doordeweeks de zalen worden verhuurd voor andere activiteiten. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de stichting in haar uitspraak op dit punt geen gelijk gegeven. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft de stichting op een ander punt wel gelijk. De gemeenteraad heeft namelijk bij de voorbereiding van het bestemmingsplan niet beoordeeld of een milieueffectrapportage nodig was. Tijdens de lopende procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de gemeenteraad dit alsnog gedaan en besloten dat geen milieueffectrapportage gemaakt hoeft te worden. Hiermee heeft de gemeenteraad alsnog aan deze wettelijke eis voldaan. Omdat ook de inhoudelijke bezwaren van de stichting tegen deze beslissing niet slagen, komt de Afdeling bestuursrechtspraak tot de conclusie dat de gemeenteraad hiermee het geconstateerde gebrek in het bestemmingsplan alsnog heeft hersteld. Daarom laat de Afdeling bestuursrechtspraak 'de rechtsgevolgen van het besluit in stand', zoals dat heet. Dat betekent dat het bestemmingsplan met de uitspraak van vandaag definitief is geworden en dat de gemeente Apeldoorn verder kan met de herontwikkeling van Kayersmolen-Noord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2277
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202406904/1/R4

202406952/1/A3

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete opgelegd van € 15.750,00 wegens overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit). Werknemers van [appellante] waren op 19 oktober 2021 bezig met het laden van bundels stalen profielen in een zeecontainer. Daarbij heeft een arbeidsongeval plaatsgevonden. Het slachtoffer had de opdracht gekregen om samen met een collega in de zeecontainer te gaan staan om de bundels stalen profielen te begeleiden in de zeecontainer. Zij hadden inmiddels één bundel stalen profielen in de container geladen. Om de volgende bundel vanuit de container te begeleiden gebruikte de collega van het slachtoffer een afstandshouder om de bundel op zijn plek te duwen. Het slachtoffer zag dat de bundel aan zijn kant niet goed op zijn plek zakte en wilde met zijn handen de bundel aanduwen. Hij maakte geen gebruik van een afstandshouder. Opeens klapten de bovenste stukken van twee profielen in elkaar, waardoor het slachtoffer met zijn linker middel- en ringvinger tussen twee stalen profielen bekneld raakte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2251
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406952/1/A3

202407389/1/A3

Bij besluit van 3 september 2020 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete van € 2.700,00 opgelegd wegens het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet (de Arbowet). [appellante] heeft op 24 september 2019 op een dak van een stal in Nieuwerkerk asbesthoudende dakbedekking (golfplaten) verwijderd. Tijdens deze werkzaamheden heeft een arbeidsinspecteur van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een inspectie uitgevoerd. Daarover heeft de inspecteur een boeterapport opgemaakt waaruit volgt dat [appellante] tijdens de werkzaamheden uitsluitend een mobiele torenkraan met werkbak heeft gebruikt voor het vervoer van personen naar het dak. De minister heeft hiervoor aan [appellante] een boete opgelegd, omdat een mobiele torenkraan alleen bestemd is voor het vervoer van goederen. Volgens de minister heeft [appellante] artikel 16, tiende lid, van de Arbowet en artikel 7.18, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit) overtreden. De mobiele torenkraan mag bij uitzondering alleen ingezet worden voor het vervoer van personen, als een plaats moeilijk bereikbaar is met een middel dat wel bestemd is voor het vervoer van personen, zoals een hoogwerker of verreiker.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2297
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202407389/1/A3

202407796/1/R1

Bij besluit van 13 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas aan [appellant] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren/herstellen van twee stallen op het perceel Lange Heide te Maasbree, kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie R, nummer 426 (het perceel). [appellant] is eigenaar van het aan zijn woonperceel grenzende perceel aan de Lange Heide. De twee stallen op dat perceel zijn in 1973 met een bouwvergunning opgericht. [appellant] heeft in 2020 bouwwerkzaamheden verricht aan de op dat moment in slechte staat verkerende stallen. [appellant] wil de stallen gaan gebruiken voor de stalling van agrarische vervoermiddelen van derden. Het college heeft hiervoor bij besluit van 13 april 2021 een tijdelijke omgevingsvergunning verleend. [partij A] en [partij B] hebben bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning. Dat bezwaar heeft er toe geleid dat het college de omgevingsvergunning bij besluit op bezwaar van 4 oktober 2021 heeft herroepen en alsnog heeft geweigerd om omgevingsvergunning te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2145
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202407796/1/R1

202407811/1/A3

Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de burgemeester van Hengelo het gehele pand en het bijbehorende erf aan de [locatie] in Hengelo gesloten voor drie maanden. [appellant] is eigenaar van een pand aan de [locatie] in Hengelo. Dit pand heeft de bestemming ‘wonen en bedrijvigheid’. Naar aanleiding van meerdere overlastmeldingen heeft de politie het pand en het terrein aan de [locatie] onderzocht. In de naar aanleiding daarvan opgemaakte bestuurlijke rapportage van 13 december 2022 staat dat de politie op het terrein een hennepgeur kon waarnemen en dat zij in het pand kweekbakken, potgrond met wortelresten en een ingerichte hennepkwekerij, verdeeld over 9 kweekruimtes, heeft aangetroffen met op dat moment 80 hennepmoederplanten en 47 stekken, als ook andere hennepgerelateerde goederen, zoals ventilatoren, luchtafzuigers en schakelborden. Ook is vermeld dat er indicatoren waren voor tenminste één eerdere oogst en dat er sprake was van diefstal van stroom. Het geheel is geduid als een bedrijfsmatige, professioneel ingerichte hennepkwekerij. [appellant] is het niet eens met de sluiting. Volgens hem is de situatie niet zodanig ernstig dat tot sluiting van de woning voor drie maanden kon worden overgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2306
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202407811/1/A3

202500369/1/R3 en 202500372/1/R3

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Emmen, Delftlanden 3.0" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in maximaal 328 woningen, waarvan 248 grondgebonden woningen en maximaal 80 appartementen (Delftlanden fase I). Daarnaast voorziet het plan in een actualisatie van het vorige bestemmingsplan "Emmen, Delftlanden", dat is vastgesteld op 30 januari 2020. Het plangebied ligt ten zuidwesten van de kern Emmen. Het plangebied wordt in het noorden begrensd door het Noordbargerbos en de Rondweg, aan de oostzijde door de Nieuw-Amsterdamsestraat en het bedrijvenpark Waanderveld en in het westen door de Sleenerstroom. In het zuiden vormt Delftlanden een overgang naar het open landbouwgebied in het beekdal van de Sleenerstroom. Het besluit hogere waarden voorziet voor een deel van de nieuwe woningen in een hogere grenswaarde in verband met het geluid dat ontstaat door wegverkeerslawaai van twee provinciale wegen. 4. [appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] wonen in het plangebied. Zij kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen, omdat zij vrezen voor een onaanvaardbare aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 4] zijn het ook niet eens met het besluit hogere waarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2282
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202500369/1/R3 en 202500372/1/R3
vorige pagina1...192021...1.261volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon