Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.693
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202400568/1/A3

Bij brief van 28 september 2023 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek van 17 augustus 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5527
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400568/1/A3

202400769/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad [appellant] gelast binnen twee maanden na dagtekening van het besluit de volgende overtredingen op het perceel [locatie 1] in Zaandam te beëindigen en beëindigd te houden. Op 5 mei 1934 is een omgevingsvergunning verleend voor de verbouw van het pand naar een woon- en winkelhuis met garage (begane grond) en twee bovenwoningen (eerste verdieping). In 1970 is een vergunning verleend voor een gevelwijziging. Op de begane grond is een kantoor aanwezig in plaats van een woonkamer en winkel. Bij controles op 21 september 2021, 7 december 2021, 19 januari 2022 en 24 februari 2022 is door toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat in het toilet op de begane grond van [locatie 1] de ventilatie ontbreekt, dat er een gat in het plafond zit en elektriciteitsdraden loshangen. Verder is geconstateerd dat in het pand [locatie 3] een woon- en slaapkamer, een keuken, badkamer en toilet aanwezig zijn en de toegangsdeur is voorzien van een slot. [appellant] heeft aangegeven dat ook nummer [locatie 2] op dezelfde wijze is ingericht. Verder is geconstateerd dat in het bijgebouw een woon- en slaapkamer, keuken, badkamer en toilet aanwezig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5485
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400769/1/R1

202401295/1/R3

Bij besluit van 19 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden onder oplegging van een last onder dwangsom T.I.V. Beheer B.V. gelast om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, en artikel 2.3a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ongedaan te maken door de tweede zelfstandige woonruimte in het pand op het perceel [locatie] in Hoornaar (het perceel) op te heffen, door de sanitaire voorzieningen en de keuken uit het appartement op de verdieping in dat pand te verwijderen en verwijderd te houden. Het perceel is op 20 oktober 2019 en 23 november 2020 door een toezichthouder van de gemeente Molenlanden bezocht, waarbij is geconstateerd dat er twee woningen aanwezig zijn. Er is slechts voor één bedrijfswoning een omgevingsvergunning verleend. Daarnaast is het gebruik van een tweede woning in strijd met artikel 4.1, aanhef en onder m, van de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Dorpskern Hoornaar". Dat betekent volgens het college dat sprake is van een overtreding van artikel 2.1, aanhef en onder a en c, en artikel 2.3a van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5501
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401295/1/R3

202402072/1/A3

De Kansspelautoriteit (KSA) mag een zogenoemd éénvergunningstelsel hanteren bij het verlenen van de vergunning voor het organiseren van de fysieke instantloterij (krasloten), sportweddenschappen en de lotto. De KSA mocht om die reden de vergunningaanvragen van een andere kansspelaanbieder afwijzen, omdat de vergunningen al aan Lotto B.V. zijn verleend. In de Wet op de kansspelen is bepaald dat er voor het organiseren van de fysieke instantloterij, sportweddenschappen en de lotto in Nederland maar één vergunning wordt verleend. Op grond van de Wet kansspelen op afstand geldt voor online kansspelen een open stelsel, waarbij meerdere kansspelaanbieders een vergunning kunnen aanvragen bij de KSA. Volgens een kansspelaanbieder zou dit open stelsel ook moeten gelden voor de fysieke instantloterij, sportweddenschappen en de lotto. De rechtbank Oost-Brabant oordeelde eerder dat het éénvergunningstelsel voor de drie fysieke kansspelen niet gerechtvaardigd is, omdat de beperking onevenredig is. De vraag of een éénvergunningstelsel voor de lotto mag, kwam al eerder aan de orde in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van maart 2021, maar toen was de Wet kansspelen op afstand nog niet in werking getreden. De vraag waar de Afdeling bestuursrechtspraak zich in deze zaak over boog, is of het éénvergunningstelsel voor de drie fysieke kansspelen onder de Wet kansspelen op afstand nog steeds gerechtvaardigd is. Dat is het geval. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak rechtvaardigen de verschillen tussen de drie fysieke kansspelen en de online kansspelen het duale vergunningstelsel nog steeds in het licht van de Nederlandse beleidsdoelstellingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5496
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202402072/1/A3

202402170/1/A3

Bij besluit van 4 april 2022 heeft de korpschef van de politie een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie deels ingewilligd. Op 13 juli 2021 heeft [appellant] de korpschef verzocht om openbaarmaking van informatie over een protest dat heeft plaatsgevonden op 8 juli 2020 in [locatie]. Met het besluit van 4 april 2022 heeft de korpschef het verzoek deels ingewilligd en daarbij 25 documenten deels openbaar gemaakt. De korpschef heeft het bezwaar van [appellant] gegrond verklaard, omdat in de deels openbaar gemaakte documenten niet herkenbaar was op welke grond de niet openbaar gemaakte passages zijn geweigerd. Daarom heeft de korpschef een nieuwe inventarislijst gemaakt en in de documenten per niet openbaar gemaakte passage kenbaar gemaakt op grond van welke uitzondering van hoofdstuk 5 van de Wet open overheid (Woo) openbaarmaking is geweigerd. [appellant] is het daarmee niet eens en heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5495
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402170/1/A3

202402634/1/R1

Bij besluit van 31 augustus 2021 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Hunze en Aa aan Prolander een vergunning verleend voor het aanpassen van de waterhuishouding als onderdeel van het Inrichtingsplan Geelbroek. Bij besluit van 17 september 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het Inrichtingsplan voor Geelbroek vastgesteld. Het Inrichtingsplan heeft betrekking op een gebied van 404 hectare dat deel uitmaakt van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en voor een deel in het Natura 2000-gebied Drentsche Aa ligt. Voor het gebied gelden verschillende beleidsdoelen, waaronder het verbeteren van de kwaliteit en het vergroten van de oppervlakte van het habitattype Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) en het "bovenstrooms" vasthouden van 180.000 kubieke meter water in natte perioden, wat bijdraagt aan het voorkomen en afwentelen van wateroverlast "benedenstrooms". De belangrijkste voorwaarde om de doelen te kunnen realiseren is herstel van de natuurlijke waterhuishouding met hogere (grond)waterstanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5489
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Water
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202402634/1/R1

202402872/1/R3

Bij besluit van 6 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Groningen het bestemmingsplan "Gebouwd Erfgoed Groningen" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Gebouwd Erfgoed Groningen" is een facetbestemmingsplan, dat in aanvulling op de geldende bestemmingsplannen in de gemeente Groningen geldt. In de plantoelichting staat dat dit bestemmingsplan het vastleggen, behoud en de instandhouding van karakteristieke en beeldondersteunende gebouwen en objecten binnen de voormalige grenzen van de gemeente Groningen regelt. Volgens de plantoelichting houdt dat in dat de verschijningsvorm van de geselecteerde gebouwen en objecten wordt vastgelegd en dat het plan regelt dat voor de (gedeeltelijke) sloop of transformatie van die gebouwen of objecten een omgevingsvergunning vereist is. [appellant sub 1] is de eigenaar van het gebouw op het perceel [locatie 1] en het gebouw op het perceel locatie 2] in Groningen. Stadshoeve B.V., waarvan Leosé Beheer B.V. een van de bestuurders is, is eigenaar van het pand op het perceel Peizerweg 172 in Groningen. [appellant sub 1] en Stadshoeve B.V. en Leosé Beheer B.V. kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan, omdat hun gebouwen volgens hen ten onrechte als beeldondersteunend of karakteristiek gebouw zijn bestemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5474
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Omgevingsplan
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202402872/1/R3

202403531/1/R1

Bij besluit van 5 april 2024 hebben provinciale staten het inpassingsplan "Veegplan Buitenring Parkstad Limburg 2023" (PIP 2023) vastgesteld. Bij de vaststelling van een PIP moeten provinciale staten bestemmingen aanwijzen en regels geven die provinciale staten uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig achten. Provinciale staten hebben daarbij beleidsruimte en moeten de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het PIP in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het PIP in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het PIP te dienen doelen. Het PIP 2023 is een veegplan voor de 26 km lange ringweg Buitenring Parkstad Limburg (BPL) in het gebied van de Stadsregio Parkstad Limburg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5526
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202403531/1/R1

202403828/1/R3

Bij besluit van 16 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordenveld. geweigerd om aan [appellant A] en [appellante B] een omgevingsvergunning voor het planten van diverse fruitbomen en een rododendronhaag op het perceel [locatie] in Peize te verlenen. [appellant A] en [appellante B] zijn eigenaren en bewoners van de woning op het perceel [locatie] in Peize. Zij hebben op de gronden ten noorden van de woning 19 fruitbomen en een rododendronhaag geplant. Op 13 oktober 2022 hebben zij een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend om de bestaande situatie te legaliseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5504
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403828/1/R3

202404981/1/R3

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Brassem het bestemmingsplan "[locatie 1] Leimuiden" vastgesteld. [partij] is de bewoonster en voormalige eigenaresse van de bestaande bedrijfswoning op het perceel [locatie 1] in Leimuiden. Het plan is opgesteld naar aanleiding van het verzoek van [partij] om de bestaande bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning. Het plan voorziet daarom in een functiewijziging van de bestemming "Detailhandel" naar "Wonen". VOF Groeipassie exploiteert een tuincentrum en kwekerij op het perceel [locatie 2] in Leimuiden. Dit perceel grenst direct ten zuiden van het perceel [locatie 1] in Leimuiden. In het plan is aan een deel van het perceel [locatie 2] de bestemming "Detailhandel" en de aanduiding "wonen uitgesloten" toegekend. VOF Groeipassie is het niet eens met het plan, met name omdat zij vreest voor een beperking van haar bedrijfsactiviteiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5525
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404981/1/R3
vorige pagina1...151617...12.670volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon