Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 103.071
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404470/1/R4

Bij besluit van 28 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Rheden het bestemmingsplan "Rheden, locatie Groenestraat-Oranjeweg (uitbreiding supermarkt)" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. Het bestemmingsplan maakt mogelijk dat de Albert Heijn supermarkt aan de Groenestraat 78 in Rheden kan uitbreiden van 900 m2 naar 1.400 m2 winkelvloeroppervlak. Becedo is de initiatiefnemer en ook de franchisenemer van de supermarkt. [appellant] en anderen wonen aan de [locatie 1] tot en met [locatie 2]. Hun achtertuinen grenzen aan het plangebied. Zij vrezen voor nadelige gevolgen voor hun woon- en leefklimaat en voor de verkeersveiligheid. [appellant] en anderen betogen dat de raad zich bij het vaststellen van het bestemmingsplan niet had mogen baseren op het bezonningsonderzoek van Arlan Architecten B.V. van november 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:910
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404470/1/R4

202404570/1/R3

Bij besluit van 23 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brielle, nu Voorne aan Zee de aanvraag van GeoMEC om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een collectieve energievoorziening door middel van biomassa buiten behandeling gesteld. GeoMEC heeft de omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een biomassa-installatie aan de Tuindersweg 10 in Vierpolders. GeoMEC betoogt dat de uitspraak van de rechtbank is gebaseerd op een onjuiste veronderstelling. De rechtbank heeft in haar uitspraak opgenomen: "tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet alle door het college verzochte aanvullende gegevens heeft aangeleverd". Volgens GeoMEC blijkt uit wat door haar is aangevoerd bij de rechtbank dat dit wel in geschil was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:926
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404570/1/R3

202405247/1/A3

Bij besluit van 8 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een bewonersparkeervergunning afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Amsterdam. Hij heeft bij het college een bewonersparkeervergunning aangevraagd. Die aanvraag heeft het college op grond van artikel 32, vierde lid, van de Parkeerverordening 2013 afgewezen. Het college geeft daarvoor als reden dat [appellant] in deelvergunninggebied "Nieuw-West-6f" woont en in dit gebied is het vergunningenplafond op nul gesteld. [appellant] heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Het college heeft dat bezwaar ongegrond verklaard. Vervolgens heeft [appellant] daartegen beroep ingesteld. Volgens [appellant] is er sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat het college aan de bewoners van [locatie 2, 3 en 4] wel bewonersparkeervergunningen heeft verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:920
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405247/1/A3

202405598/1/V6

Bij besluit van 6 februari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het verzoek van [appellant] om terug te komen van het besluit van 24 december 2019, waarin de minister [appellant] een boete heeft opgelegd en bepaald heeft dat zij de lening die zij heeft afgesloten, moet terugbetalen, afgewezen. Bij brief van 26 februari 2016 heeft de staatssecretaris [appellant] laten weten dat zij inburgeringsplichtig is. Haar inburgeringstermijn is op 1 maart 2016 gestart en zij moest, nadat de staatssecretaris deze termijn had verlengd, voor 26 oktober 2019 aan haar inburgeringsplicht voldoen. Dit is niet gebeurd. Omdat [appellant] niet op tijd was ingeburgerd, heeft de staatssecretaris haar in het besluit van 24 december 2019 een boete opgelegd van € 1.250,00 en bepaald dat zij de lening die zij had afgesloten, volledig moet terugbetalen. [appellant] heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit. De rechtbank heeft overwogen dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn die maken dat de staatssecretaris moet terugkomen van het besluit van 24 december 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:925
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202405598/1/V6
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202405598/1/V6

202407666/1/A2

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellant] om overname van zijn schuld bij de ING Bank afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant] heeft in 2008 een hypothecaire lening bij Postbank N.V. afgesloten voor de aankoop van een woning. De woning heeft hij in 2016 verkocht. Na verkoop van de woning is een schuld bij de ING Bank overgebleven. [appellant] is erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om overname van een restschuld op de hypotheek van € 31.186,76 bij de ING Bank. Deze schuld is overgenomen. Daarnaast heeft hij verzocht om overname van een schuld van € 5.706,53, zijnde een schuld uit een door [appellant] bij de ING Bank afgesloten voordeelkrediet. Deze schuld is niet door de Belastingdienst/Toeslagen overgenomen. In geschil is of de minister de schuld van € 5.706,53 moet overnemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:916
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407666/1/A2

202500036/1/A2

Bij besluit van 9 april 2024 heeft de CSG aan [appellante] een uitkering van € 1.000,00 uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (het schadefonds) toegekend. [appellante] heeft op 9 februari 2024 een aanvraag gedaan om een uitkering uit het schadefonds. In haar aanvraag heeft zij vermeld dat zij in 2023 en januari 2024 slachtoffer is geworden van huiselijk geweld dan wel ernstige mishandeling. De CSG heeft bij het besluit van 9 april 2024, zoals gehandhaafd bij het besluit van 3 juni 2024, aan [appellante] een uitkering van € 1.000,00, behorend bij letselcategorie 1, toegekend. Volgens de CSG zou [appellante] op grond van het beleid niet in aanmerking komen voor een uitkering, omdat zij als gevolg van het misdrijf waarvan zij slachtoffer werd geen ernstig lichamelijk en psychisch letsel opliep. De CSG heeft aan [appellante] toch een uitkering uit het schadefonds toegekend, omdat de verdachte een levensbedreigende handeling bij [appellante] heeft uitgevoerd terwijl zij zich in een kwetsbare situatie bevond. De verdachte heeft [appellante] bij haar kraag gepakt en in haar woning geduwd en gehouden, terwijl [appellante] buiten bewustzijn raakte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:898
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500036/1/A2

202500373/1/A3

Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de burgemeester van Amersfoort aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 1.360,00 opgelegd wegens overtreding van de Alcoholwet. [appellante] is eigenaar van [jongerencafé] aan de [locatie 1] in Amersfoort. In dat café worden zowel alcoholhoudende als niet-alcoholhoudende dranken verkocht en geschonken. Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de burgemeester aan [appellante] een boete van € 1.360,00 opgelegd omdat [appellante] in strijd met artikel 20, eerste lid, van de Alcoholwet, alcoholhoudende drank heeft verstrekt aan bezoekers van wie niet is vastgesteld dat zij de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Als onderbouwing heeft de burgemeester een proces-verbaal van inspectie en een proces-verbaal van gehoor, beide gedateerd op 21 juni 2023, aan dat besluit ten grondslag gelegd. In het proces-verbaal van bevindingen staat dat in [jongerencafé] op 21 juni 2023 omstreeks 0:07 uur een controle heeft plaatsgevonden, waarbij gebruik is gemaakt van twee mystery guests die niet onmiskenbaar de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Verder volgt uit dat proces-verbaal dat de toezichthouders hebben waargenomen dat er aan de deur geen controle werd uitgevoerd naar hun leeftijd, dat de twee mystery guests aan de bar een cola en een wijn hebben besteld en dat hun leeftijd daarbij niet is gecontroleerd. De mystery guests hebben tegenover de toezichthouders verklaard dat hen niet is gevraagd naar hun leeftijd en ook niet naar hun identiteitsbewijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:924
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202500373/1/A3

202500584/1/V6

Bij besluit van 29 november 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verzoek van [appellante] om restitutie van het betaalde examengeld afgewezen en geweigerd [appellante] een gratis examen aan te bieden. [appellante] heeft zich aangemeld voor het examen Kennis van de Nederlandse Maatschappij op 27 oktober 2023. Dit examen is onderdeel van haar inburgeringstraject. Op 24 oktober 2023 heeft [appellante] zich afgemeld voor het examen, omdat haar partner in contact was gekomen met een persoon met gordelroos, zij zelf zwanger was en er hierdoor in hun gezin veel stress was ontstaan. Op 27 november 2023 heeft [appellante] de staatssecretaris verzocht om restitutie van het door haar betaalde examengeld. [appellante] voert in hoger beroep aan dat de staatssecretaris haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om een gratis examen aan te vragen. Zij was hierdoor niet in staat om op tijd een verzoek in te dienen, omdat zij niet wist dat het een mogelijkheid was. [appellante] vindt dat de staatssecretaris haar daarom alsnog een gratis examen moet toekennen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:902
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500584/1/V6

202500872/1/A2

Bij besluiten van 24 januari 2023 en 17 maart 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellant] om overname van zijn schulden afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant] is erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om overname van vijf schulden bij verschillende schuldeisers van in totaal € 33.705,00. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de schulden, waarvan [appellant] om overname verzoekt, niet voldoen aan de eisen voor overname, gesteld in artikel 4.1 van de Wht. Van een deel van de schulden is niet gebleken dat er opeisbare betalingsachterstanden waren in de periode van 1 januari 2006 tot 1 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:922
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500872/1/A2

202501071/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 10 maart 2022 heeft het college de schuldhulpverlening aan [appellanten] beëindigd. Bij besluit van 7 juli 2020 en 14 juli 2020 heeft het college [appellanten] op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) toegelaten tot de schuldhulpverlening. Niet alle schuldeisers wilden meewerken aan dit traject. Daarom hebben [appellanten] de rechtbank Den Haag in februari 2021 verzocht om de schuldeisers op grond van artikel 287a van de Faillissementswet te bevelen om in te stemmen met de schuldregeling (het dwangakkoord). De rechtbank is van oordeel dat het college in redelijkheid gebruik kon maken van de bevoegdheid om de schuldhulpverlening aan [appellanten] te beëindigen. [appellanten] hebben immers niet alle medewerking verleend die redelijkerwijs nodig was in het kader van de schuldhulpverlening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:904
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501071/1/A2
vorige pagina1...138139140...10.308volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon