Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 102.614
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202201436/1/V6

Bij besluit van 25 april 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verzoek van [appellant] om verlenging van de inburgeringstermijn afgewezen. Bij besluit van 23 juni 2021 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verzoek van [appellant] om terug te komen van het besluit van 25 april 2019 afgewezen. Bij brief van 27 november 2015 heeft de minister [appellant] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is, haar inburgeringstermijn op 24 september 2015 is gestart en zij voor 18 november 2018 aan deze plicht moet hebben voldaan. De minister heeft de inburgeringstermijn bij brief van 20 mei 2016 ambtshalve verlengd tot 16 december 2018, omdat [appellant] langer dan acht weken in een asielzoekerscentrum heeft verbleven. Op 9 juli 2018 heeft [appellant] de minister een machtiging voor het opvragen van gezondheidsgegevens gestuurd en hem verzocht de inburgeringstermijn te verlengen op medische gronden. De minister heeft dit verzoek afgewezen bij besluit van 25 april 2019. [appellant] heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit, waardoor dit in rechte onaantastbaar is. Bij brief van 24 februari 2021 heeft zij de minister verzocht om het besluit van 25 april 2019 te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1921
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202201436/1/V6

202203530/1/V6

Op 12 november 2025 heeft [verzoeker] het hoger beroep ingetrokken en tegelijk het verzoek aan de Afdeling gehandhaafd om de minister van Werk en Participatie te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding wegens het overschrijden van de redelijke termijn. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar, anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep en twee jaar voor de behandeling van het hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1940
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202203530/1/V6

202205193/1/A3

Bij besluit van 28 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. Na het verzoek eerst te hebben afgewezen met het besluit van 28 augustus 2019, heeft het college met het besluit van 8 februari 2021 alsnog een deel van de gevraagde informatie al dan niet gedeeltelijk openbaar gemaakt en de overige informatie wederom in het geheel geweigerd openbaar te maken. Het college heeft daarbij een beroep gedaan op de uitzonderingen van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, e en g, en artikel 11 van de Wob. Volgens het college wegen de financiële belangen van het college zwaarder dan het belang van openbaarheid, omdat de gemeentelijke onderhandelingspositie zou kunnen verslechteren door openbaarmaking. Daarnaast weegt volgens het college het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van bij de bestuurlijke aangelegenheid betrokken personen zwaarder dan het belang van openbaarmaking, omdat de in de documenten genoemde personen niet uit hoofde van hun functie in de openbaarheid treden. Verder zou openbaarmaking de bij deze zaak betrokken partijen onevenredig kunnen benadelen, omdat concurrenten dan kennis kunnen nemen van de werkwijze van deze partijen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1961
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202205193/1/A3

202205256/1/R2

Bij besluit van 15 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen zijn mondelinge beslissing op 14 mei 2020 om [appellant] te gelasten de plaatsing van een woonwagen op het perceel [perceel] in Sittard (het perceel) te staken en gestaakt te houden, op schrift gesteld en aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Als [appellant] de plaatsing van de woonwagen niet staakt, verbeurt hij een dwangsom van € 10.000,- ineens. Op 11 mei 2020 heeft het college [appellant] gewaarschuwd dat hij op het perceel geen woonwagen mag plaatsen, omdat daarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied Sittard" (het bestemmingsplan) geldt voor het perceel de bestemming "Natuur". Binnen deze bestemming is het plaatsen van een woonwagen niet toegestaan. Op 14 mei 2020 heeft [appellant] het eerste gedeelte van de woonwagen zonder omgevingsvergunning laten plaatsen. Op diezelfde dag heeft het college aan [appellant] mondeling een bouwstop opgelegd. Het tweede gedeelte van de woonwagen heeft [appellant] daarom wel geplaatst, maar niet aan het eerste gedeelte laten verbinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1951
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205256/1/R2

202301264/1/R3

Bij besluit van 25 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Terschelling de aanvraag van Gooische Hart om een omgevingsvergunning afgewezen. Gooische Hart is eigenaar van twee percelen met bijbehorende opstallen die zijn gelegen aan de Boddelenweg 5 in Hoorn (Terschelling). De percelen zijn kadastraal bekend gemeente Terschelling, sectie K, 1379 (perceel 1379) en sectie K, 1039 (perceel 1039). De percelen 1379 en 1039 grenzen niet aan elkaar, maar worden gescheiden door een ander perceel. [partij A] en [partij B] wonen in de buurt van de percelen, aan de [locatie] in Hoorn. Op 5 februari 2020 heeft Gooische Hart een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de bouw en het gebruik van een manege met mestplaat en verlichting, opslagruimte, paardenstallen, logiesruimte, kantine en receptie. De aanvraag ziet meer specifiek op de realisatie van een gebouw met 53 appartementen met een receptie en kantine (bedrijfsgebouw 1), een gebouw met 18 paardenboxen en opslagruimte (bedrijfsgebouw 2) en 37 parkeerplaatsen op perceel 1379 en de realisatie van een niet-overdekte paardenbak, een longeercirkel en een mestplaat met toebehoren op perceel 1039.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1923
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301264/1/R3

202301494/1/R2

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft Het college van gedeputeerde staten van Groningen het verzoek van Milieudefensie om intrekking op grond van artikel 5.4, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) van de vergunning van 17 november 2017 die is verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb aan [appellant sub 2], afgewezen. Op 20 november 2017 is een vergunning op grond van de Wnb verleend aan [appellant sub 2] gevestigd aan de [locatie] in [appellant sub 2]. De vergunning is verleend op basis van het Programma Aanpak Stikstof (PAS-vergunning) voor het houden van 760 melkkoeien en 490 stuks jongvee en het oprichten en het gebruiken van een nieuwe stal met emissiearm stalsysteem A1.28. Milieudefensie heeft verzocht om gedeeltelijke intrekking op grond van artikel 5.4, tweede lid, van de Wnb, omdat volgens haar het bedrijf stikstofdepositie veroorzaakt op het Natura 2000-gebied "Lieftinghsbroek", terwijl niet uitgesloten is dat sprake is van een (dreigende) verslechtering of significante verstoring van dat gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1953
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202301494/1/R2

202301565/4/R3

De gemeenteraad van Rotterdam heeft het bestemmingsplan ‘Parkhaven’ succesvol hersteld. In juli vorig jaar droeg de Afdeling bestuursrechtspraak de gemeenteraad nog op om het plan op enkele punten te herstellen. Dat is succesvol gebeurd, zo blijkt uit deze einduitspraak. Dat betekent dat er groen licht is voor dit woningbouwplan dat de bouw van 650 woningen in acht woontorens aan weerszijden van de Euromast mogelijk maakt. Onder meer Stichting Groen Parkhaven, Stichting Rotterdam Natuurlijk en enkele omwonenden kwamen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak omdat zij onder meer vrezen voor de exploitatiemogelijkheden en bereikbaarheid van hun bedrijven in de Parkhaven en voor het groen en de monumenten in het gebied, zoals Het Park en de Euromast. De Afdeling bestuursrechtspraak kwam in juli 2025 in een tussenuitspraak tot de conclusie dat de gemeenteraad verschillende aspecten die betrekking hebben op de groene inrichting van het gebied aan de westzijde van het Scheepvaartkwartier nader moest uitwerken en moest borgen in het bestemmingsplan. Ook waren er enkele zaken rondom het parkeren in het plan niet goed geregeld. In december 2025 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan aangepast, waarbij onder meer een inrichtingsplan op hoofdlijnen aan het plan is toegevoegd. Dit plan, waarin onder meer de exacte locaties en aantallen bomen en groenpartijen en parkeerplaatsen zullen worden vastgelegd, zal in de komende jaren in samenspraak met omgeving verder worden uitgewerkt. Ook zijn er enkele regels over parkeren aan het bestemmingsplan toegevoegd. Stichting Groen Parkhaven, Stichting Rotterdam Natuurlijk en enkele omwonenden konden zich niet vinden in deze herstelmaatregelen. Zij vinden het inrichtingsplan op hoofdlijnen onvoldoende en ook de door de gemeenteraad aangepaste regels over parkeren zouden tekortschieten om toekomstige parkeerproblemen te voorkomen. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak heeft hun bezwaren tegen het herstelbesluit van de gemeente Rotterdam ongegrond verklaard. Dat betekent dat het aangepaste bestemmingsplan 'Parkhaven' nu definitief is en de gemeente kan starten met de uitvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1931
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202301565/4/R3

202302980/3/R3

Bij tussenuitspraak van 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1178, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Kampen opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 23 maart 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan De Bakkerij" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opdracht gegeven om met inachtneming van wat is overwogen onder 27.5, 28.1 en 28.5 alsnog concreet te regelen wat hij heeft beoogd met artikel 6.1, aanhef en lid m, van de planregels. Daarnaast heeft de Afdeling de raad opdracht gegeven om met inachtneming van wat is overwogen onder 29.3 alsnog in de planregels op te nemen aan welke voorwaarden het materiaal waaruit het geluidscherm zal bestaan, moet voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1918
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202302980/3/R3

202303522/1/R2

Op 30 november 2021 heeft Sunvest Ontwikkeling B.V. (hierna: Sunvest) namens Zonnepark Aardbrandsven B.V. een aanvraag om een omgevingsvergunning bij het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck ingediend voor de aanleg van het zonnepark "Aardbrandsven". Het project is voorzien in een gebied tussen de Ruilverkavelingsweg en de Randweg Oost in Budel, in de gemeente Cranendonck. Uit de bij de aanvraag behorende ruimtelijke onderbouwing volgt dat het beoogde zonnepark een omvang heeft van 76,5 ha, waarvan ongeveer 49 ha voor zonnepanelen wordt aangewend. De zonnepanelen leveren samen een vermogen van ongeveer 104 MWp, waarmee ongeveer 35.000 huishoudens van duurzaam opgewerkte energie kunnen worden voorzien. Het projectgebied voorziet daarnaast in ruimte voor 6 batterijen, 16 transformatorstations, 30 cameramasten, een hekwerk, 2 informatieborden en een inkoopstation. De overige ruimte wordt aangewend voor onderhoudspaden en een landschappelijke inpassing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1949
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303522/1/R2

202304442/1/R2

Bij besluit van 13 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda aan [appellanten], onder oplegging van een dwangsom van € 20.000,00, gelast om voor 26 juli 2022 de bewoning van het pand aan de [locatie] in Breda door meer dan één huishouden te beëindigen en beëindigd te houden. [appellanten] zijn eigenaar van het pand aan de [locatie] te Breda. Zij verhuren deze twee-onder-een-kapwoning met vijf slaapkamers aan maximaal vijf personen. Volgens het college handelen [appellanten] in strijd met bestemmingsplan omdat zij in hun pand meer dan één huishouden hebben gehuisvest. Op grond van het bestemmingsplan is het pand echter uitsluitend bedoeld voor de huisvesting door één huishouden. In deze zaak speelt onder meer de vraag of het pand wordt bewoond door meer dan één huishouden. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat aan de invorderingsbeschikking deugdelijke inspectierapporten ten grondslag liggen. Uit de inspectierapporten blijkt volgens [appellanten] niet duidelijk wat de bewoners hebben verklaard over hun woon- en leefsituatie en wat de feitelijke situatie in het pand is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1795
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304442/1/R2
vorige pagina1...121314...10.262volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon