Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.199
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202005877/1/R2

Bij besluit van 14 augustus 2020 heeft het college van GS van Gelderland aan de gemeente Harderwijk voor de periode tot 31 december 2050 een ontheffing verleend van de verbodsbepalingen in de artikelen 3.1 en 3.5 van de Wnb voor de in het besluit genoemde vogel- en vleermuissoorten. De ontheffing is verleend ten behoeve van de bouw en exploitatie van drie windturbines in de gemeente Harderwijk. Bij besluit van 1 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Harderwijk het bestemmingsplan "Lorentz - Partiële herziening windmolens" vastgesteld. Bij besluit van 15 oktober 2020 heeft het college van B&W aan de gemeente Harderwijk een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend voor de bouw en de ingebruikname van drie windturbines op de percelen Lorentzstraat 5-01 te Harderwijk en Lorentzdijk 5 en 25 te Harderwijk. Het project windpark Lorentz maakt de oprichting en exploitatie mogelijk van een inrichting voor het opwekken van energie door middel van wind.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1401
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • Natuurbescherming
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202005877/1/R2

202006501/1/R2

Bij besluit van 8 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Boekel het bestemmingsplan "Omgevingsplan: Veegplan 6" vastgesteld. Het plan voorziet in een wijziging van de planregels van het "Omgevingsplan Buitengebied 2016" (hierna: het moederplan) met betrekking tot de maximale waarden van geuremissies als gevolg van veehouderijen. Het plan heeft betrekking op veehouderijen binnen het deelgebied "De Elzen". Als gevolg van het plan bedraagt de maximale achtergrondbelasting op geurgevoelige objecten binnen De Elzen 20 ouE/m3 en de maximale voorgrondbelasting 5 ouE/m3. [appellant sub 1] exploiteert een (fok)varkensbedrijf op de gronden aan de [locatie A] in Boekel. Molenbrand exploiteert varkensbedrijven op gronden aan de Molenbrand 5-9, Molenakker 3-5 en Neerbroek 27-29 in Boekel. Zij vrezen door het plan te worden beperkt in de uitbreidingsmogelijkheden voor hun bedrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1409
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202006501/1/R2

202100305/2/R4

Bij uitspraak van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2106, heeft de Afdeling het onderzoek in de zaak heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak omtrent de gevorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling heeft de Staat der Nederlanden (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aangemerkt als partij in deze procedure. [verzoeker] heeft de Afdeling in een nader stuk in zaak nr. 202100305/1/R4 verzocht om een schadevergoeding in verband met de overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1411
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202100305/2/R4

202106073/1/R2

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft de raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan "Buitengebied Someren - Deelgebied 3" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de actualisering van het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied Someren (2011)". Het buitengebied van Someren is in zeven deelgebieden verdeeld. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op deelgebied 3. De raad heeft voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan alle bedrijven en woningen in deelgebied 3 bezocht en gekeken of de bestaande situatie overeenkomt met het bestemmingsplan. Voor elke strijdigheid die daarbij aan het licht is gekomen, heeft de raad bepaald of legalisatie mogelijk is. Alle herzieningen zijn samengevoegd in dit bestemmingsplan. Een aantal bewoners is het niet eens met het bestemmingsplan. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of de raad het bestemmingsplan in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1386
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202106073/1/R2

202200549/1/A3

Bij besluit van 19 maart 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam een exploitatievergunning van [appellante] voor een raamprostitutiebedrijf ambtshalve gewijzigd. Deze uitspraak gaat over een ambtshalve wijziging van de vergunning van [appellante] voor het exploiteren van een raamprostitutiebedrijf. Aan deze vergunning zijn voorschriften verbonden. De vraag die in deze uitspraak voorligt is of één van deze voorschriften aan de vergunning had mogen worden verbonden. Deze zaak heeft een relevante voorgeschiedenis. Na de opheffing van het bordeelverbod in het jaar 2000 heeft de raad van de gemeente Amsterdam een vergunningsplicht opgelegd aan exploitanten van raamprostitutie. In artikel 151a van de Gemeentewet is opgenomen dat de raad de bevoegdheid heeft om een verordening vast te stellen waarin voorschriften worden gesteld met betrekking tot het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling. De raad heeft vervolgens van deze bevoegdheid gebruik gemaakt, een vergunningenstelsel in het leven geroepen en daarbij bepaald dat de burgemeester bevoegd is om dergelijke vergunningen te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1402
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200549/1/A3

202200758/1/A3

Bij besluit van 11 september 2019 heeft de burgemeester van Roermond aan Fitlife Dennenmarken B.V. een vergunning verleend voor de exploitatie van een horecabedrijf. Bij besluit van 24 april 2020 heeft de burgemeester van Roermond het door [appellant A] en [appellant B] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De burgemeester heeft op 11 september 2019 voor de exploitatie van [Café] in het pand aan [locatie] te Roermond aan Fitlife Dennenmarken een exploitatievergunning verleend. [appellant A] en [appellant B] hebben tegen de exploitatievergunning bezwaar gemaakt, waarna zij beroep hebben ingesteld bij de rechtbank. Hangende het beroep is Fitlife Dennenmarken failliet verklaard. De burgemeester heeft wegens dit faillissement op 25 september 2020 de exploitatievergunning ingetrokken. Tegen dit besluit hebben [appellant A] en [appellant B] geen bezwaar gemaakt of beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1298
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200758/1/A3

202200761/1/A3

[appellanten] hebben, naar aanleiding van nieuwe bebording en handelsreclame aan het pand aan de [locatie] te Roermond, op 11 maart 2020 bezwaar gemaakt tegen een eventueel nieuw verleende vergunning. Vervolgens hebben zij op 8 en 15 april 2020 de burgemeester van Roermond in gebreke gesteld omdat nog geen besluit was genomen op het bezwaarschrift. Vervolgens hebben zij, wegens het uitblijven van een besluit op het bezwaar, beroep ingesteld bij de rechtbank. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ook had de rechtbank moeten vaststellen dat de burgemeester een dwangsom aan hen moet betalen. Daarnaast verzoeken zij de Afdeling om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Ook verzoeken zij om vergoeding van andere schade, omdat zij kosten hebben moeten maken voor het voeren van deze procedures.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1299
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202200761/1/A3

202200762/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 9 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond de afzonderlijke verzoeken van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden tegen de inrichting gevestigd aan [locatie] in Roermond afgewezen. Bij afzonderlijke besluiten van 23 juli 2020 hebben het college en de burgemeester van Roermond, ieder voor zover bevoegd, beslist op de bezwaren van [appellant A] en [appellant B]. De burgemeester heeft de bezwaren ongegrond verklaard. Het college heeft de bezwaren gegrond verklaard, maar is na heroverweging en nadere onderbouwing van de beslissing bij afwijzing van de handhavingsverzoeken gebleven. [appellant A] en [appellant B] hebben in 2018 ieder voor zich het college verzocht om handhavend op te treden tegen de inrichting aan [locatie] in Roermond. Het college heeft die verzoeken afgewezen. [appellant A] en [appellant B] hebben daar bezwaar tegen gemaakt. Het college en de burgemeester zijn, ieder voor zover bevoegd, bij de afwijzing van de handhavingsverzoeken gebleven in hun beslissingen op bezwaar. [appellant A] en [appellant B] hebben daartegen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1300
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200762/1/A3

202200769/1/A3

Bij besluit van 9 november 2018 hebben de burgemeester van Roermond en het college van Roermond een verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen de exploitatie van een horecazaak in het pand van de [locatie] te Roermond afgewezen. Bij brief van 19 juli 2018 heeft [appellante] verzocht om handhaving ten aanzien van het pand [locatie] en [café]. Bij besluit van 9 november 2018 hebben de burgemeester en het college dit verzoek afgewezen omdat geen overtredingen zijn geconstateerd. Het daartegen gemaakte bezwaar hebben de burgemeester en het college bij besluit van 10 augustus 2020 ongegrond verklaard. [appellante] heeft haar standpunt uitgebreid uiteengezet. De Afdeling wijst erop dat uit de artikelen 8:69 en 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) niet volgt dat de Afdeling in haar uitspraak op alle aangevoerde argumenten afzonderlijk moet ingaan. Hoewel de Afdeling alle argumenten heeft bezien, zal zij zich hierna beperken tot de kern van de door [appellante] naar voren gebrachte gronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1301
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200769/1/A3

202200775/1/A3

[appellant A] en [appellant B] hebben de rechtbank Limburg verzocht om herziening van de uitspraak van de rechtbank van 4 september 2020 en vergoeding van de door hen geleden schade. Voor de overzichtelijkheid van deze uitspraak zet de Afdeling eerst in stappen uiteen wat er in deze procedure is gebeurd. Vervolgens zal de Afdeling het hoger beroep van [appellant A] en [appellant B] tegen de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2021 beoordelen. [appellant A] en [appellant B] hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de inrichting aan [locatie] in Roermond. Het college heeft dat verzoek afgewezen. [appellant A] en [appellant B] hebben daar bezwaar tegen gemaakt. Zij hebben vervolgens bij de rechtbank beroep ingesteld omdat het college volgens hen niet op tijd een besluit op hun bezwaar heeft genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1302
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202200775/1/A3
vorige pagina1...1.1321.1331.134...12.420volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon