Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.410
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202501772/1/A3

Bij besluit van 7 december 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [wederpartij] om afgifte van een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld. [wederpartij] is op [geboortedatum] 2007 in Nederland geboren en heeft tegelijkertijd met zijn ouders in 2012 de Nederlandse nationaliteit verkregen. Op 29 maart 2013 is [wederpartij] met zijn ouders naar het Verenigd Koninkrijk verhuisd, waar hij nu woont. Op 23 juni 2022 heeft [wederpartij] de Britse nationaliteit verkregen. Omdat zijn oude paspoort is verlopen, heeft [wederpartij] een nieuw Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat volgens hem [wederpartij] niet de Nederlandse nationaliteit heeft. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de minister ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1392
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202501772/1/A3

202501897/1/A3

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de burgemeester van Utrecht naar aanleiding van een verzoek van [appellante] op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten verstrekt. [appellante] heeft op grond van de Woo verzocht om inzage in haar persoonsgegevens die zijn verwerkt in contacten tussen de gemeente en onder andere woningcorporatie Bo-ex over onder meer woningoverlast. [appellante] wenst inzage in wat met haar persoonsgegevens is gebeurd en wil weten of geen sprake is geweest van persoonsverwisseling. De burgemeester heeft het verzoek op grond van artikel 5.5 van de Woo behandeld. Met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo heeft de burgemeester bij het besluit van 4 juli 2023 de gevraagde documenten gedeeltelijk verstrekt. Bij het besluit van 11 maart 2024 heeft de burgemeester, naar aanleiding van het bezwaar van [appellante], besloten meer documenten te verstrekken. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester voldoende inzicht heeft geboden in de aangetroffen documenten en dat het niet ongeloofwaardig voorkomt dat er niet meer documenten zijn. [appellante] is er niet in geslaagd het tegendeel aannemelijk te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1403
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202501897/1/A3

202501924/1/A2

Bij besluit van 5 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante] is eigenares van de onroerende zaak met woning aan de [locatie] in Noordwijk (het perceel). Zij heeft op 4 april 2022 een tegemoetkoming in planschade aangevraagd, omdat het perceel in waarde is verminderd door het op 13 april 2017 vastgestelde en op 23 juli 2017 in werking getreden bestemmingsplan Landelijk gebied (het nieuwe bestemmingsplan). Daarbij heeft [appellante] erop gewezen dat het bestemmingsplan heeft geleid tot een verkleind agrarisch bouwvlak, het verdwijnen van een uitbreidingsmogelijkheid en het vervallen van een wijzigingsbevoegdheid. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college terecht heeft aangenomen dat de planologische wijziging vanaf 2 juni 2014 voorzienbaar was. Vanaf die datum heeft het voorontwerp waarin de nadelige bestemmingsplanwijzigingen waren opgenomen ter inzage gelegen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1393
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501924/1/A2

202502813/1/R1

Bij koninklijk besluit van 6 mei 2025 heeft de Kroon, op voordracht van de minister van Infrastructuur en Waterstaat, besloten tot wijziging van artikel 4.2.3a van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol in verband met de invoering van een maximumaantal vliegtuigbewegingen voor het etmaal en wijziging van het maximumaantal vliegtuigbewegingen voor de nacht. Luchthaven Schiphol wordt gereguleerd door in het bijzonder titel 8.2 van de Wet luchtvaart. Uit deze titel volgt dat in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) het luchthavengebied en het beperkingengebied worden vastgesteld en in het luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) luchtverkeerwegen worden beschreven en regels omtrent het luchthavenluchtverkeer worden opgenomen voor zover die regels nodig zijn met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting. Het besluit van 6 mei 2025 is in werking getreden met ingang van 1 november 2025. Dat betekent dat RSG in de capaciteitsdeclaratie van slots voor het winterseizoen 2025/2026 op grond van het Besluit Slotallocatie rekening dient te houden met het maximumaantal vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar dat in het besluit van 6 mei 2025 is vastgelegd. Appellanten kunnen zich om uiteenlopende redenen niet met het besluit verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1400
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Luchtvaart
  • uitspraakin de zaak202502813/1/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202502813/1/R1

202504023/1/A2

Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over 2022 definitief berekend, op € 0,00 vastgesteld en het betaalde voorschot van € 2.026,00 teruggevorderd. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 28 december 2021 aan [appellant] een voorschot huurtoeslag voor 2022 verleend van € 2.005,00. De Dienst is daarbij uitgegaan van een geschat jaarinkomen van [appellant] van € 16.559,00. Op 24 mei 2023 heeft de Dienst Toeslagen een melding gekregen uit de Basisregistratie Inkomen dat het inkomensgegeven van [appellant] over het jaar 2022 € 25.251,00 is. Dit heeft geleid tot het besluit van 6 oktober 2023 met de definitieve berekening van de huurtoeslag over 2022. Het terug te betalen bedrag bestaat uit het voorschot van € 2.005,00 met € 21,00 rente. [appellant] heeft een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1360
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504023/1/A2

202504087/3/A3

Bij e-mail, ingekomen op 26 februari 2026, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. J.F. de Groot (de staatsraad) als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202504087/2/A3. Ingevolge artikel 3, vierde lid, aanhef en onder g, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 (de Wrakingsregeling) kan de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het evident blijk geeft van misbruik van het wrakingsmiddel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1353
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Verzet
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504087/3/A3

202505504/1/A2

Bij beslissing van 17 juli 2025 heeft de examencommissie van het Instituut voor Ecologische Pedagogiek (de examencommissie) het verzoek van [appellante] om een vervangende opdracht voor het onderwijsonderdeel Pedagogische Praktijk 4 (het onderwijsonderdeel) afgewezen. [appellante] volgt de voltijds bacheloropleiding Pedagogiek aan de Hogeschool Utrecht (de bacheloropleiding). In studiejaar 2024-2025 heeft zij deelgenomen aan het onderwijsonderdeel. Daarvoor moet de student onder meer een stage lopen. Voor de eerste kans van het onderwijsonderdeel is een Niet Voldaan (NVD) geregistreerd. [appellante] is vervolgens door de examinator in de gelegenheid gesteld om alsnog te voldoen aan de vereisten van de eerste kans, onder meer door een praktijkverlenging van vier tot zes weken bij een ander stagebedrijf, op basis waarvan een nieuw verslag moet worden geschreven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1375
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505504/1/A2

202505715/1/R4

Bij besluit van 22 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 12 juli 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 192,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 12 juli 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse container (ORAC) ter hoogte van de [locatie] in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij de doos niet naast de container heeft neergezet en zij haar huisvuil elders aanbiedt. Zij stelt dat er sprake moet zijn van een administratief misverstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1378
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505715/1/R4

202505746/1/R4

Bij besluit van 15 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 maart 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een platgemaakte kartonnen doos die op 10 maart 2023 door een toezichthouder is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar hij stelt dat hij niet diegene is geweest die de doos naast de ORAC heeft gelegd, nu hij de doos wel correct heeft aangeboden maar deze niet helemaal de papiercontainer in kreeg en er vermoedelijk door een derde weer uit is gehaald. [appellant] betoogt dat het college dan ook onvoldoende bewijs heeft geleverd om hem als overtreder als bedoeld in artikel 5:25 van de Awb te kunnen aanmerken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1385
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505746/1/R4

202505802/1/A2

Bij beslissing van 12 maart 2025 heeft de examinator de herkansing van [appellante] voor de stage WGVPBP4_22 (de stage) beoordeeld met het cijfer 5,3. [appellante] volgt in studiejaar 2024-2025 de opleiding Verpleegkunde aan de Academie voor Welzijn en Gezondheid van Avans Hogeschool. Het eerste semester van het vierde studiejaar bevat een stage. Halverwege die stage wordt een formatief Criterium Gericht Interview (CGI), een tussenevaluatie, gehouden. Aan het eind van de stage wordt een summatieve CGI gehouden. Dit laatste is de definitieve beoordeling. [appellante] heeft de stage gelopen bij het Jeroen Bosch ziekenhuis in Den Bosch. Zij heeft op 15 januari 2025 voor de eerste keer deelgenomen aan de summatieve CGI. Die is beoordeeld met een onvoldoende. Vervolgens heeft [appellante] op 11 maart 2025 deelgenomen aan de herkansing. Ook de herkansing is door de examinator beoordeeld met een onvoldoende (een 5,3).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1376
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505802/1/A2
vorige pagina1...107108109...12.441volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon