Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.427
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202506074/1/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2025 heeft de decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen (de decaan) het verzoek van [appellante] tot uitstel van het Bindend Studieadvies afgewezen. [appellante] is in studiejaar 2023-2024 gestart met de bacheloropleiding Global Arts, Culture and Politics aan de Universiteit van Amsterdam (de bacheloropleiding). Dat studiejaar heeft zij totaal 12 ECTS gehaald, waardoor zij niet voldeed aan de studievoortgangsnorm van 48 ECTS. De decaan heeft haar toen vanwege persoonlijke omstandigheden - ADHD - uitstel verleend van de studievoortgangsnorm. Dit betekent dat zij in studiejaar 2024-2025 nog 36 ECTS moest halen om aan de (uitgestelde) studievoortgangsnorm te voldoen. [appellante] heeft in studiejaar 2024-2025 6 ECTS gehaald, waardoor zij in totaal 18 ECTS heeft gehaald voor de bacheloropleiding. Daarmee voldoet zij ook in studiejaar 2024-2025 niet aan de studievoortgangsnorm.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1369
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506074/1/A2

202503034/1/V1

Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1338
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503034/1/V1

202504395/2/R2

Bij besluit van 1 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan de Stichting WonenBreburg onder voorschriften omgevingsvergunning verleend voor het kappen van tien bomen aan de Bijsterveldenlaan te Tilburg. Verzoekers wonen vlakbij de beoogde bouwlocatie. Zij hebben hoger beroep ingesteld omdat zij niet willen dat de bomen worden gekapt en de groene uitstraling van hun woonomgeving wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1336
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202504395/2/R2

202600255/2/R3

Het verzoek om een voorlopige voorziening van [verzoeker] richt zich tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Drenthe van 16 december 2025. Met dat besluit heeft het college aan de raad een aanwijzing gegeven als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (de reactieve aanwijzing). De reactieve aanwijzing heeft betrekking op het bestemmingsplan "Middenweg Donderen", dat door de raad bij besluit van 10 november 2025 is vastgesteld. De aanwijzing bepaalt dat het onderdeel van het bestemmingsplan als neergelegd in artikel 3 "Woongebied" geen deel uit blijft maken van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1435
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202600255/2/R3

BRS.25.001607

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1290
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001607

BRS.25.002023

Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1312
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002023

BRS.26.000450

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1309
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000450

BRS.26.000604

Bij besluit van 14 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1282
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000604

BRS.26.000850

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1301
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000850

BRS.26.000905

Bij besluit van 6 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1313
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000905

BRS.26.000945

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1307
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000945

202503134/1/A2

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling mag het CBR uitgaan van de juistheid van op ambtseed opgemaakte processen-verbaal. Als de bevindingen in het proces-verbaal worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan het vermoeden als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 ten grondslag kunnen worden gelegd. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het CBR mocht uitgaan van de bevindingen in het proces-verbaal. De enkele betwisting door [appellant] van de waarnemingen van de verbalisant, zoals opgenomen in het proces-verbaal, is onvoldoende om aan de bevindingen te twijfelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1468
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503134/1/A2

202400295/1/V1

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een mvv te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1318
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400295/1/V1

202404822/1/V1

1. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Asiel en Migratie krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door toedoen van de minister is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1317
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202404822/1/V1

202503480/1/V3

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1295
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503480/1/V3

BRS.25.001149

Bij besluit van 3 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1291
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001149

BRS.25.002210

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1273
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002210

BRS.26.000111

Bij besluit van 20 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1274
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000111

BRS.26.000842

Bij besluit van 13 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1272
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000842

BRS.26.000859

Bij besluit van 21 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1281
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000859

BRS.26.001047

Bij besluit van 14 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1335
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001047

202405170/1/R3 en 202405170/18/R3

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Voorschoten het bestemmingsplan "Segaar-Arsenaal" vastgesteld. Het plan maakt maximaal 100 woningen met de bijbehorende infrastructuur en voorzieningen mogelijk in het noordelijke deel van de gemeente Voorschoten op het Segaar-Arsenaal terrein aan de Leidseweg. Voorheen was hier een tuincentrum gevestigd. [verzoeker] en anderen wonen ten westen van het plangebied aan de Leidseweg. Zij maken zich zorgen dat de bestaande wateroverlast aan de Leidseweg zal toenemen als gevolg van het plan. [verzoeker] en anderen wijzen erop dat de grondwaterstand bij hun woningen aan de Leidseweg nu al erg hoog is en voor wateroverlast zorgt in de kruipruimten van de woningen. Volgens [verzoeker] en anderen is iedere toename, hoe klein ook, problematisch. Het gemeentebestuur heeft de bestaande wateroverlastproblemen in het verleden erkend, er zijn maatregelen aangekondigd, maar deze maatregelen zijn volgens [verzoeker] en anderen tot op heden niet genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1294
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405170/1/R3 en 202405170/18/R3

202406172/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1279
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406172/1/V1

BRS.25.001303

Bij brief van 14 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1256
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001303

BRS.25.001546

Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1264
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001546

BRS.25.001723

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1266
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001723

BRS.26.000199

Bij besluit van 7 november 2024, aangevuld bij besluit van 3 maart 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1184
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000199

BRS.26.000520

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1259
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000520

BRS.26.000767

Bij besluiten van 7 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1260
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000767

BRS.26.000805 en BRS.26.000807

Bij besluit van 4 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1263
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000805 en BRS.26.000807

BRS.26.000826

Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1262
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000826

BRS.26.000861

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1258
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000861

BRS.26.000939

Bij besluit van 2 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1275
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000939

BRS.26.001063

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1297
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001063

202302677/1/V2

Bij besluit van 1 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij ambtshalve geweigerd appellant een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1276
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302677/1/V2

202404005/1/V3

Bij besluit van 22 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1280
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404005/1/V3

202407521/1/V3

Bij besluit van 22 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1277
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407521/1/V3

BRS.25.001154

Bij besluit van 2 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1170
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001154

BRS.25.002683

Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1175
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002683

BRS.25.002685

Bij besluit van 17 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1173
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002685

BRS.26.000112 en BRS.26.000115

Bij besluit van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1172
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000112 en BRS.26.000115

BRS.26.000624 en BRS.26.000633

Bij besluit van 8 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1166
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000624 en BRS.26.000633

BRS.26.000719 en BRS.26.000720

Bij besluit van 16 augustus 2023, vervangen door het besluit van 31 juli 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1164
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000719 en BRS.26.000720

BRS.26.000727

Bij besluit van 30 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1171
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000727

BRS.26.001023

Bij besluit van 29 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1265
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001023

202307735/1/V1

Bij besluit van 24 juli 2023 heeft het COa een verzoek van betrokkene om hem over te plaatsen naar een opvangvoorziening voor minderjarigen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1182
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307735/1/V1

202502871/1/A3, 202502871/2/A3, 202502881/1/A3 en 202502881/2/A3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland twee aansluitingen van de Tonisseweg in de gemeente Goeree-Overflakkee, ter hoogte van huisnummers [...], aan de N215 onttrokken aan de openbaarheid. DG Infra en [verzoekster sub 2] hebben bedrijven aan de Tonisseweg in Oude-Tonge. Parallel aan de Tonisseweg ligt de autoweg N215. Ter hoogte van de bedrijven van DG Infra en [verzoekster sub 2], is de Tonisseweg door twee aansluitingen verbonden met de N215. Vrachtwagencombinaties en ander zwaar vrachtverkeer die bij de bedrijven van DG Infra en [verzoekster sub 2] moeten zijn, maken gebruik van die aansluitingen om op of van de percelen te komen. Volgens het college levert dit onveilige verkeerssituaties op. Daarom heeft het besloten de aansluitingen tussen de Tonisseweg en de N215 te onttrekken aan de openbaarheid en onder meer een vangrail te plaatsen tussen deze twee wegen. Het college wil in de eerste helft van 2026 beginnen met het uitvoeren van de werkzaamheden. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college dit besluit mocht nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1142
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202502871/1/A3, 202502871/2/A3, 202502881/1/A3 en 202502881/2/A3

202503486/1/A3 en 202503486/2/A3

Bij besluit van 15 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar het verzoek van [verzoeker] om te worden ingeschreven in de basisregistratie personen afgewezen. [verzoeker] wil graag ingeschreven worden op een adres in Alkmaar. Het college zegt dat dat volgens de Wet basisregistratie personen (Wet brp) niet kan omdat [verzoeker] geen rechtmatig verblijf heeft. [verzoeker] vindt dat het college voor zijn situatie een uitzondering moet maken. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter of dat zo is. De rechtbank had volgens [verzoeker] het besluit moeten toetsen aan artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) omdat zijn recht op privéleven wordt geschonden. Hij kan niet de medische behandeling krijgen die hij nodig heeft, geen bankrekening openen en andere voorzieningen verkrijgen. [verzoeker] betoogt verder dat de Wet brp ten onrechte geen rekening houdt met de situatie waarin hij verkeert doordat hij geen verblijfsvergunning heeft maar ook niet terug kan naar zijn land van herkomst, Syrië. Het college had daarom een belangenafweging moeten maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1180
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202503486/1/A3 en 202503486/2/A3

202503880/1/V2

Bij besluit van 12 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1181
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503880/1/V2

BRS.25.001106

Bij besluit van 4 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1155
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001106

BRS.25.002665 en BRS.26.001013

Bij besluit van 7 februari 2024, vervangen door het besluit van 22 juli 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1269
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002665 en BRS.26.001013

BRS.26.000494

Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1123
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000494

BRS.26.000743

Bij besluit van 28 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1136
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000743

BRS.26.000758 en BRS.26.000762

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1147
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000758 en BRS.26.000762

BRS.26.000795

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1157
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000795

BRS.26.000849

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1152
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000849

BRS.26.000863 en BRS.26.000864

Bij besluit van 16 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1149
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000863 en BRS.26.000864

BRS.26.000869

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1151
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000869

202203193/1/R4

Bij besluit van 21 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan Metabel een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen en in werking hebben van een inrichting voor het inzamelen, opslaan, overslaan, bewerken, verwerken, mengen en verhandelen van metaalhoudende afvalstoffen in haar inrichting aan de Ampèrestraat 3 in Deurne. Metabel is een afvalrecyclingbedrijf dat metaalhoudende afvalstoffen inzamelt, opslaat, verwerkt, vermengt en verhandelt. De inrichting bestaat uit verschillende onderdelen waaronder de overdekte hallen 31 en 46 en de niet overdekte buitenopslagplaatsen Z1 en Z2. Z1 en Z2 liggen op ruim 10 m ten westen van hal 31. Zij worden met een brandwerende muur gescheiden van hal 46 en andere bebouwing aan de westzijde van het perceel. Het college heeft onder meer voorschrift 6.4.1 aan de revisievergunning verbonden (het voorschrift). Op grond van het voorschrift moet een doelmatig branddetectiesysteem conform NEN 2535, dat is voorzien van een automatische doormelding naar een particuliere meldkamer (het branddetectiesysteem), aanwezig zijn in hal 31, hal 46, Z1 en Z2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1246
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202203193/1/R4

202205717/2/A3

Bij uitspraak van 15 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4944, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het hoger beroep van [verzoeker]. In die zaak heeft [verzoeker] verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Bij besluit van 22 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [verzoeker] meegedeeld dat het geen persoonsgegevens over hem heeft verwerkt. Bij besluit van 12 mei 2021 heeft het college het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 17 augustus 2022 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. De Afdeling heeft op 15 oktober 2025 uitspraak gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1220
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202205717/2/A3

202300609/2/A3

Bij uitspraak van 15 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4945, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het hoger beroep van [verzoeker]. In die zaak heeft [verzoeker] verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Bij besluit van 22 juli 2021 heeft de minister een verzoek van [verzoeker] om inzage in over hem verwerkte persoonsgegeven deels ingewilligd. Bij uitspraak van 29 november 2022 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 22 juli 2021 vernietigd en de minister opgedragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. De Afdeling heeft op 15 oktober 2025 uitspraak gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1221
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300609/2/A3

202300778/1/A3

Bij besluit van 1 februari 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam op grond van de Wet openbare manifestaties het recht van [appellant] op betoging beperkt door voorschriften te verbinden aan zijn periodieke demonstraties op de Dam. Vanaf 2015 vinden demonstraties op de Dam plaats door verschillende partijen in het kader van de situatie in Israël en Palestina. Deze demonstraties gingen volgens de burgemeester gepaard met wanordelijkheden omdat sympathisanten van beide kanten elkaar opzoeken. In juli 2016 heeft de burgemeester, met toepassing van de Wom, bepaald dat er tussen enerzijds de pro-Israëldemonstranten en anderzijds de pro-Palestinademonstranten op de Dam een afstand van ten minste 25 meter in acht wordt genomen. Dit afstandscriterium werd redelijk goed nageleefd, maar individuele sympathisanten van beide kanten hielden zich met enige regelmaat niet aan de opgelegde afstand. Omdat de demonstraties in toenemende mate gepaard gingen met geweldsincidenten, heeft de burgemeester in april 2017 besloten verdergaande beperkingen aan de demonstraties op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1222
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300778/1/A3

202301099/1/A3

Bij besluit van 26 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 16 juni 2022 heeft de staatssecretaris het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] heeft van Ocean Network Express de opdracht gekregen om een lading te vervoeren. Op 24 september 2021 heeft een toezichthouder van de Inspectie Leefomgeving en Transport een controle uitgevoerd op het binnenschip [binnenschip] in de haven van Rotterdam. Aan boord van het schip stonden diverse containers, geladen met gevaarlijke stoffen. De schipper heeft bij de controle aan de toezichthouder een vervoersdocument overhandigd. De toezichthouder heeft vervolgens vastgesteld dat diverse gegevens op het vervoersdocument ontbraken. De staatssecretaris heeft dit in zijn besluiten overgenomen. Het gaat om de naam van de afzender, de (bijkomende) gevaren, de technische benaming tussen haakjes en in geval van een lege doch niet gereinigde tankcontainer de tekst "lege tankcontainer, laatste lading UN… ."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1223
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202301099/1/A3

202301146/1/A2

Bij besluit van 6 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, wegens omzetting van een zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, zonder vergunning. Het college heeft op basis van een controle op 20 oktober 2021 geconcludeerd dat de woning aan de [locatie] in Den Haag (de woning) van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte voor drie personen is omgezet, zonder dat daarvoor een vergunning is verleend. Dat is in strijd met artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (de Hv). Het college heeft bij het besluit van 6 december 2021 [appellant], eigenaar van de woning, gelast om die overtreding voor 20 januari 2022 te beëindigen en beëindigd te houden. Het college heeft die termijn later verlengd tot 1 februari 2023. Het college heeft daarbij bepaald dat als [appellant] niet aan de last voldoet, hij een dwangsom van € 5.000,00 moet betalen. [appellant] betoogt dat de woning op 20 oktober 2021 niet was omgezet in onzelfstandige woonruimte, dan wel dat voor de omzetting geen vergunning vereist was in verband met het overgangsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1225
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202301146/1/A2

202302351/2/R3

Bij tussenuitspraak van 18 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2723, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 30 januari 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Vlieland - Partiële herziening Buitengebied Vlieland" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 18 juni 2025 verschillende gebreken geconstateerd. Zo heeft de Afdeling in overweging 5.4 overwogen dat de toevoeging van het verbod op het jaarrond aanwezig hebben van bouwwerken ter plaatse van de aanduidingen "specifieke vorm van natuur - onderhoud en beheer" en "specifieke vorm van natuur - strandbewaking" onvoldoende zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd is. Daarnaast is niet gebleken hoe de betrokken belangen, waaronder de belangen van Paal 50 B.V. en Vliehors Expres B.V., door de raad zijn afgewogen. Ook is niet gebleken of, en zo ja in hoeverre, de conclusie van de voortoets dat de realisatie van jaarrond aanwezige bouwwerken vanwege het eenmalige karakter qua verstoringseffecten en stikstofdepositie gunstiger is dan de jaarlijkse realisatie van tijdelijke bouwwerken, door de raad in de belangenafweging is betrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1229
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202302351/2/R3

202302862/1/A3

Bij besluit van 20 augustus 2020 heeft de voorzitter Café/Bar Reality gesloten op grond van de Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. De voorzitter heeft aan Café/Bar Reality bij besluit van 5 augustus 2020 een last onder bestuursdwang opgelegd omdat Café/Bar Reality verschillende bepalingen van de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (de Noodverordening) heeft overtreden. Hieraan ligt ten grondslag dat op 1 augustus 2020 is geconstateerd dat er teveel mensen in het café waren en er geen 1,5 meter afstand werd gehouden. Daarnaast was de dansvoorziening van het café voor publiek geopend. Eerder is op 13 juni 2020 een mondelinge waarschuwing gegeven en op 20 juli 2020 een schriftelijke waarschuwing vanwege overtreding van de Noodverordening een dag eerder. Café/Bar Reality betoogt dat de voorzitter op grond van de Noodverordening geen last onder bestuursdwang kon opleggen en vervolgens het café kon sluiten ter uitvoering van die last omdat de Noodverordening geen werking mocht hebben. Volgens Café/Bar Reality was er sprake van buitengewone omstandigheden en had de minister-president daarom op grond van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden en artikel 52 van de Wet Veiligheidsregio’s de volledige noodtoestand moeten uitroepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1226
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302862/1/A3

202304316/3/R3

Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Ridderkerk het bestemmingsplan "Woongebied Ridderkerk" gewijzigd vastgesteld. Deze zaak gaat over de besluiten tot vaststelling van het bestemmingsplan "Woongebied Ridderkerk". Tot het plangebied van het bestemmingsplan behoort het perceel aan de [locatie]. [appellant] is eigenaar van dit perceel. Op het perceel staan een voormalige bedrijfswoning en een schuur met carport. [appellant] is het niet eens met de planregeling die voor zijn perceel is vastgesteld in het bestemmingsplan. Hij wil graag zijn perceel splitsen in twee kavels en de bestaande schuur verbouwen tot een woning, maar dit is in het bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt. [appellant] is het niet eens met de redenen waarom de raad hieraan niet wil meewerken. Ook is hij het er niet mee eens dat het bouwvlak ter plaatse van zijn bestaande schuur is komen te vervallen. In het bij besluit van 20 november 2025 vastgestelde bestemmingsplan "Woongebied Ridderkerk" is volgens [appellant] zijn initiatief ook ten onrechte niet mogelijk gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1239
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202304316/3/R3

202305135/1/A3

Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellant] heeft een vaartuig afgemeerd bij de Rieteilanden in IJburg in Amsterdam. Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college een last onder bestuursdwang opgelegd aan [appellant] voor dat vaartuig, omdat daarmee in strijd met artikel 2.3.4 (lees: artikel 2.1.4) van de Verordening op het binnenwater 2010 (Vob) ligplaats is ingenomen zonder dat daarop een juist en geldig binnenhavengeldvignet was aangebracht. [appellant] werd gelast om de overtreding binnen veertien dagen te beëindigen. Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] vignetplichtig is voor de locatie Rieteilanden bij IJburg, omdat die locatie is aan te merken als binnenwater als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Vob. De locatie ligt namelijk binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1227
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305135/1/A3

202305426/1/R3

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "[locatie A], Boskoop" vastgesteld. Aan de [locatie A] in Boskoop is een nevenvestiging van het [bedrijf] gevestigd. Op die locatie wil [bedrijf] het bedrijf uitbreiden met een nieuwe opslagschuur van ongeveer 5.500 m2 en nieuwe verharding voor de uitbreiding van de grondopslag. Het gaat om een uitbreiding van ongeveer 6,3 ha, waarvan ongeveer 4,05 ha wordt verhard. De raad heeft het bestemmingsplan vastgesteld om deze bedrijfsuitbreiding mogelijk te maken. [appellante] woont aan de [locatie B] in Boskoop. Dit is in de directe omgeving van het plangebied. Zij vreest dat haar woon- en leefklimaat als gevolg van de bedrijfsuitbreiding wordt aangetast. [appellante] betoogt dat het plan mogelijk waterverontreiniging tot gevolg heeft. Zij gebruikt water voor het kweken van (biologische) groente en fruit. En [appellante] betoogt dat als gevolg van hetgeen het plan mogelijk maakt een grote hoeveelheid CO2 zal worden uitgestoten en dat dit in strijd is met de doelstellingen uit de Klimaatverdragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1248
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305426/1/R3

202305777/1/R1

Bij brief van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Medemblik aan [partij] bekendgemaakt dat de door haar op 17 februari 2021 aangevraagde omgevingsvergunning voor het realiseren van vier appartementen in het bestaande pand aan de [locatie A] in Benningbroek van rechtswege is verleend. Het pand aan de [locatie A] in Benningbroek bestaat uit drie appartementen. Twee appartementen bevinden zich op de begane grond (huisnummers [locatie A] en [locatie B]). Het derde appartement bestaat uit de eerste en tweede verdieping en de zolderverdieping van het pand (huisnummer [locatie C]). [partij] en anderen zijn houders van de appartementsrechten voor dit derde appartement. Zij hebben aan het college omgevingsvergunning gevraagd om dit appartement te verbouwen tot vier afzonderlijke appartementen. Dit is niet in overeenstemming met het bestemmingsplan "Dorpskernen I", omdat binnen de hier geldende bestemming "Wonen" maar één woning in het pand is toegestaan. Voor het bouwplan is dan ook een omgevingsvergunning voor de activiteiten ‘bouwen van een bouwwerk’ en ‘het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan’ nodig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1186
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305777/1/R1

202305857/1/A3

Bij vier besluiten van 3 juni 2021 heeft de burgemeester van 's-Hertogenbosch de vergunningen op grond van de Drank- en Horecawet en de exploitatievergunningen van de horecabedrijven van de vennootschappen ingetrokken. Ook heeft de burgemeester bepaald dat voor een termijn van vijf jaar de DHW-vergunningen en exploitatievergunningen kunnen worden geweigerd. De vennootschappen exploiteren ieder een horecabedrijf in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch. Achtereenvolgens zijn dat Café Cinq aan de Parade 5, Bottles & Bites aan de Korenbrugstraat 1-3, Velvet Feel Good Bar aan de Parade 2 en Café Blondt aan de Parade 4. [exploitant] is de exploitant van de horecabedrijven. De politie heeft op 18 februari 2021 een bestuurlijke rapportage opgemaakt waarin onder meer melding wordt gemaakt van een aangifte van een zedendelict, een aangetroffen hennepkwekerij in de woning van [exploitant] en ongeregeldheden en geluidsoverlast bij Velvet Feel Good Bar. Volgens de burgemeester voldoet [exploitant] niet langer aan de eis om als leidinggevende van de horecabedrijven niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1235
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305857/1/A3

202307646/1/R2

Bij besluit van 28 september 2023 heeft de raad van de gemeente Hilvarenbeek het bestemmingsplan "Witvenstraat ong. (naast 29), Haghorst" gewijzigd vastgesteld. [partij] is eigenaar van het perceel aan de Witvenstraat in Haghorst ten westen van nummer 29. Volgens de planregels is maar één woning toegestaan op een bestemmingsvlak, waardoor er geen mogelijkheid voor woningbouw op het perceel was. [partij] heeft de wens om een woning te realiseren op het perceel, waarbij gebruik wordt gemaakt van de ruimte-voor-ruimteregeling zoals volgt uit artikel 3.79 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). [appellante] en anderen wonen aan de Witvenstraat en Voorste Welder rondom het plangebied en zijn het niet eens met het bestemmingsplan. Volgens [appellante] en anderen wordt de woning niet op een aanvaardbare locatie ontwikkeld, zoals bedoeld in artikel 3.79, eerste lid, aanhef en onder b, van de IOV. En zij vrezen dat de realisatie van de woning op het perceel ongewenste gevolgen heeft voor de kwaliteit van het landschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1234
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307646/1/R2

202307850/1/A3

Bij besluit van 5 april 2022 heeft de burgemeester van Beverwijk de exploitatievergunning en de gedoogverklaring voor [appellante] ingetrokken. [eigenaar] is eigenaar van [appellante]. De laatste gedoogverklaring en exploitatievergunning die daarvoor is verleend, is die van 19 december 2018. Halverwege 2021 is zijn zoon mede eigenaar geworden. De exploitatievergunning is daarop aangepast. Nadat de burgemeester bestuurlijke rapportages van de politie had ontvangen en andere informatie uit justitiële documentatie en politiegegevens, concludeerde hij dat [eigenaar] en zijn zoon van slecht levensgedrag zijn. Hij heeft daarom de exploitatievergunning en de gedoogverklaring ingetrokken. Hierna ontving de burgemeester nog een proces-verbaal. Daarin stond dat de zoon reclame voor de coffeeshop had gemaakt terwijl dat volgens het Coffeeshopbeleid Beverwijk niet mag. Dat was aanleiding voor de burgemeester om het pand waarin de coffeeshop is gevestigd, te sluiten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester deze besluiten mocht nemen. [appellante] is het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1212
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202307850/1/A3

202400002/1/A3

Bij besluit van 21 januari 2021 heeft de korpschef van de politie een aanvraag van [appellant] om een wapen bij te schrijven op zijn wapenverlof afgewezen. Op 15 september 2020 heeft de korpschef voor de eerste keer aan [appellant] een privéverlof afgegeven met een geldingsduur tot en met 31 mei 2021. [appellant] heeft daarna op 11 november 2020 een aanvraag voor het bijschrijven van een tweede wapen op zijn privéverlof bij de korpschef ingediend. De korpschef heeft deze aanvraag bij het besluit van 21 januari 2021 afgewezen. In het besluit staat dat [appellant] gelet op de Circulaire wapens en munitie 2019 niet in aanmerking komt voor het bijschrijven van het door hem aangevraagde wapen, omdat [appellant] zich in het eerste verlofjaar van zijn privéverlof bevindt en in dat eerste verlofjaar een sportschutter slechts in aanmerking kan komen voor een verlof voor één wapen. Verder staat in het besluit dat in het eerste verlofjaar de mogelijkheid qua kaliber beperkt is en het wapen dat [appellant] wil bijschrijven van een te groot kaliber is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1195
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202400002/1/A3

202400172/1/A3

Regionale krant De Stentor krijgt niet méér inzicht in de wachtgeldbedragen die de gemeente Epe in de periode tussen 2011 en 2021 heeft betaald. De Stentor had in 2021 een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ingediend bij de gemeente Epe. Het college van burgemeester en wethouders verstrekte een geanonimiseerd overzicht van de totale wachtgeldbedragen per jaar die oud-wethouders tussen 2011 en 2021 hebben ontvangen. De Stentor wil ook weten welke wethouder in die periode wachtgeld ontving en hoe hoog dit bedrag per jaar was. Ook zouden er volgens de Stentor meer documenten zijn dan het college openbaar heeft gemaakt. De rechtbank Gelderland oordeelde eerder dat “niet aannemelijk was” dat er meer gegevens bij de gemeente Epe te vinden waren. Met het oog op de privacy mocht het college van B&W naar het oordeel van de rechtbank ook de gegevens van de desbetreffende personen anonimiseren. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt vandaag de uitspraak van de rechtbank. Op het punt van de privacy overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de wettelijke voorwaarden voor het ontvangen van wachtgeld openbaar zijn. Dat geldt ook voor het totale bedrag dat de gemeente Epe in deze periode per jaar kwijt was aan wachtgeld. Een door de Stentor gewenste verdergaande splitsing in wachtgeldbedragen per oud-wethouder weegt niet op tegen de inbreuk die dat zou maken op de privacy van deze personen. Het koppelen van namen aan individuele wachtgeldbedragen zou inzicht geven in het inkomen van deze oud-wethouders nadat zij hun publieke functie hebben neergelegd. Ook zou het 'naming and shaming' in de hand werken en het risico dat deze personen zich in het openbaar moeten verantwoorden voor het gebruikmaken van hun wettelijke uitkeringsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1214
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400172/1/A3

202400378/1/A2

Bij besluit van 20 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam een aanvraag van EDS Rotterdam voor uitbreiding van de vergunning voor kamerbewoning van acht naar tien studenten voor de woning aan de [locatie] in Rotterdam, ingewilligd. Het college heeft aan EDS Rotterdam een vergunning verleend voor uitbreiding van kamerbewoning van acht naar tien studenten. Hier is [appellant] het niet mee eens. Zij heeft bij het college bezwaar gemaakt tegen de verleende vergunning. Hoewel het college heeft onderkend dat de aanvraag niet voldeed aan de geldende criteria, heeft het de verleende vergunning toch in stand gelaten. De reden hiervoor is dat EDS Rotterdam volgens het college een geslaagd beroep heeft gedaan op het vertrouwensbeginsel. Dit houdt in dat het college vindt dat aan EDS Rotterdam een in rechte te honoreren toezegging is gedaan dat de vergunning verleend zal worden. Dat standpunt is gebaseerd op informatie die enige tijd op de website van de gemeente stond en op een e-mail van een medewerker van de afdeling Vergunningverlening van de gemeente.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1230
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400378/1/A2

202400530/1/R1

Het college van burgemeester en wethouders van Veere heeft op 26 juli 2022, 27 juli 2022, 1 augustus 2022, 2 augustus 2022 en 8 augustus 2022, voor zover hier van belang, tien verzoeken van [wederpartij] ontvangen om handhavend op te treden tegen het in strijd met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen recreatief verhuren van tien panden in Domburg, Koudekerke, Westkapelle, Veere, Gapinge en Vrouwenpolder. [wederpartij] is eigenaar van de panden aan de [locatie 2] en [locatie 3] in Westkapelle. Het college heeft op 26 juli 2022, 27 juli 2022, 1 augustus 2022, 2 augustus 2022 en 8 augustus 2022, voor zover hier van belang, tien verzoeken van [wederpartij] ontvangen om handhavend op te treden tegen het in strijd met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen recreatief verhuren van tien panden. Het college heeft bij van 20 september 2022 de beslistermijn voor deze handhavingsverzoeken verlengd tot 1 juli 2023. [wederpartij] heeft bij brief van 9 november 2022 het college in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een beslissing op de handhavingsverzoeken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1238
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202400530/1/R1

202401269/1/R2

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan bouwen van een levensloopbestendige woning aan de [locatie 1] in Vortum-Mullem en het aanleggen van twee nieuwe uitritten op het voorerf van dit perceel. [partij] is eigenaar van het perceel. Zijn bouwplan voorziet in de bouw van een levensloopbestendige woning en de aanleg van twee uitritten op het perceel. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Vortum-Mullem komplan". Om te kunnen meewerken aan het bouwplan heeft het college toepassing gegeven aan zijn bevoegdheid om op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo af te wijken van het bestemmingsplan en aan [partij] een omgevingsvergunning verleend. [appellante] woont op het naastgelegen perceel aan de [locatie 2]. Zij vreest voor nadelige gevolgen voor haar woon- en leefklimaat, omdat de levensloopbestendige woning volgens haar te dicht op haar perceel wordt gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1216
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401269/1/R2

202401294/1/A3

Bij besluit van 30 juni 2022 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een bestuurlijke boete aan [appellante] opgelegd voor het varen met een bemanningstekort. Op 4 februari 2022 heeft een toezichthouder van Rijkswaterstaat Verkeer en Watermanagement een controle uitgevoerd aan boord van het zogenaamde hechte samenstel van [appellante], bestaande uit de duwboot "Mover 3" en de vrachtduwbak "Bergen". Over de controle heeft de toezichthouder op 9 maart 2022 een boeterapport opgesteld. Volgens dit rapport waren er twee schippers, één stuurman en één matroos aan boord. Omdat op grond van de Binnenvaartregeling (Bvr) ook een lichtmatroos aan boord had moeten zijn, is er volgens het boeterapport sprake van een bemanningstekort en een overtreding van artikel 22, zevende en negende lid, van de Binnenvaartwet (Bvw). Bij het besluit van 30 juni 2022 heeft de minister daarom een boete aan [appellante] opgelegd van € 2.500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1236
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202401294/1/A3

202401392/1/R3

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Buitengebied Emmen 2011, Veegplan" vastgesteld. Het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied Emmen" was vastgesteld in 2014. Sindsdien zijn er verschillende wijzigingsplannen vastgesteld en omgevingsvergunningen verleend. Het nieuwe bestemmingsplan "Buitengebied Emmen 2011, Veegplan" (veegplan) dient ter actualisering. [appellant A] en [appellant B] wonen op het perceel [locatie 1], dat binnen het plangebied ligt. [appellant C] is eigenaar van een woning met bijbehorende gronden op het perceel [locatie 2], ook gelegen binnen het plangebied. [appellant A] en [appellant B] betogen dat zij onterecht niet persoonlijk door de raad op de hoogte zijn gesteld van het plan om de archeologische waarde op hun perceel aan te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1231
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202401392/1/R3

202401610/1/R1

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen het wijzigingsplan "[locatie A], Vlodrop" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de vergroting van het bouwvlak in de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - 1" op de locatie [locatie A] Vlodrop, kadastraal bekend als Vlodrop, sectie […], nr. […]. De eigenaar van dit perceel en initiatiefnemer is [belanghebbende]. Volgens de plantoelichting biedt de bestaande loods te weinig ruimte voor de gewenste agrarische bedrijfsactiviteiten. Het is de bedoeling dat de loods wordt gebruikt om biologisch geteelde prei en aardappelen te verwerken en verder te verpakken tot winkelklaar product. [appellanten sub 1], [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] zijn omwonenden en kunnen zich niet met het wijzigingsplan verenigen. Zij vrezen voor aantasting van onder meer hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1249
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202401610/1/R1

202401691/1/A3

Bij besluit van 28 juli 2021 heeft het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden het verzoek van [appellante] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels toegewezen. [appellante] heeft op 31 mei 2021 het Ctgb verzocht om openbaarmaking van documenten over het schimmelbestrijdingsmiddel VSM Captan 80 WG. Het Ctgb heeft zes documenten aangetroffen en heeft het verzoek deels toegewezen. Daarbij heeft het toegelicht dat voor het middel VSM Captan 80 WG een parallelhandelsvergunning in Nederland is afgegeven zoals bedoeld in artikel 52 van de Verordening. De verlening van een parallelhandelsvergunning verloopt via een vereenvoudigde procedure. De rechtbank heeft geoordeeld dat het Ctgb het besluit van 26 oktober 2021 niet zorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Het Ctgb heeft zich namelijk in de beroepsprocedure op een ander standpunt gesteld, te weten dat op de documenten 4 en 5 de weigeringsgrond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob van toepassing is. Alleen al hierom is het beroep volgens de rechtbank gegrond en moet het besluit van 26 oktober 2021 worden vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1191
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401691/1/A3

202401856/1/A3

Bij besluit van 4 april 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete van € 2.700,00 opgelegd wegens een overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante] is een gecertificeerd saneringsbedrijf. Zij was op 13 januari 2021 bezig met het verwijderen van asbesthoudende golfplaten van het dak van een bedrijfspand in [plaats 2]. Inspecteurs van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (nu: de Nederlandse Arbeidsinspectie) hebben op die dag op deze locatie een inspectie uitgevoerd en op 11 februari 2021 daarvan een boeterapport opgesteld. De minister heeft op grond van het boeterapport aan [appellante] een boete van € 2.700,00 opgelegd, omdat [appellante] artikel 7.18, vierde lid, van het Arbobesluit heeft overtreden. De torenkraan waar het werkplatform aan was bevestigd, is volgens de minister een hijs- of hefwerktuig dat uitsluitend bestemd en ingericht is voor het verplaatsen van goederen. [appellante] heeft met het verrichten van de werkzaamheden werknemers met het werkplatform van en naar het dak vervoerd waarbij de werknemers vanaf het werkplatform asbesthoudende golfplaten van het dak van het bedrijfspand hebben verwijderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1232
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202401856/1/A3

202401876/1/R3

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een bedrijfsterrein aan de [locatie 1] in Bergambacht. Op 12 maart 2021 heeft het college een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo voor het uitbreiden van een bedrijfsterrein aan de [locatie 1] in Bergambacht door verharding aan te brengen in de vorm van een onderheide betonvloer. [appellant A] en [appellant B] wonen op het perceel [locatie 2] in Bergambacht, ten zuiden van de percelen waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. Zij kunnen zich niet met de verleende omgevingsvergunning verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1240
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401876/1/R3

202401919/1/R4

Bij besluit van 8 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen, voor zover van belang, aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder omgevingsvergunning bouwen van een schuur op het perceel aan de [locatie] in Vinkeveen. Een toezichthouder heeft op 6 februari 2023 geconstateerd dat [appellant] een schuur van 56 m2 aan het bouwen was op zijn perceel aan de [locatie] in Vinkeveen. [appellant] had hiervoor geen omgevingsvergunning, terwijl dit volgens het college op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo wel vereist was. Het college heeft [appellant] daarom bij het besluit van 8 februari 2023 onder oplegging van een dwangsom gelast om de bouw van de schuur te staken en gestaakt te houden. [appellant] meent dat de schuur als vergunningvrij bijbehorend bouwwerk kan worden toegevoegd aan zijn perceel. Hij is daarom in beroep gegaan tegen het besluit op bezwaar. Bij de uitspraak van 5 februari 2024 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] ongegrond verklaard, omdat naar haar oordeel de schuur niet vergunningvrij kan worden gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1213
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401919/1/R4

202402457/1/A3

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda besloten om de gronden aan de Brouwersbos 21 in Prinsenbeek aan te wijzen als Groengebied. Op verzoek van Natuurplein de Baronie heeft het college op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018 percelen aan Brouwersbos 21 in Prinsenbeek aangemerkt als Groengebied en de bomen op dit adres aangewezen als waardevolle houtopstanden. [appellant sub 1] en anderen zijn door vererving eigenaar geworden van deze percelen. Zij hebben het college niet toegestaan om de aanwezige bomen te inventariseren. Volgens [appellant sub 1] en anderen blijkt uit de rapportage van 10 januari 2024 van een door henzelf ingeschakeld bomendeskundig adviesbureau dat het niet gaat om waardevolle houtopstanden. De rechtbank heeft allereerst geoordeeld dat het college de percelen van [appellant sub 1] en anderen niet op goede gronden heeft aangemerkt als Groengebied, omdat het gebied geen duidelijke begrenzing heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1247
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402457/1/A3

202403236/1/R1

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van de bestaande uitweg op het perceel [locatie 1] in Purmerend. [appellant B] en [appellant A] wonen op [locatie 2] in Purmerend aan een pleintje met andere woningen op nummers [locatie 1], [locatie 3] en [locatie 4] (het hofje). Er is een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een uitweg ten behoeve van [locatie 1]. [appellant B] en [appellant A] parkeerden daar voorheen hun auto. Het college stelt dat het gehouden is om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. De rechtbank heeft dit besluit in stand gelaten. [appellant B] en [appellant A] kunnen zich hier niet in vinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1194
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403236/1/R1

202403396/1/R1

Bij besluit van 28 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend aan [partij] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 20 camperplaatsen en het verplaatsen van een kantoorunit op het perceel [locatie] in Zuidoostbeemster. Het college heeft aan [partij] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van 20 camperplaatsen en het verplaatsen van een kantoorunit op het perceel [locatie] in Zuidoostbeemster, voor de duur van 5 jaar. De omgevingsvergunning is al in gebruik genomen en geldt tot 28 oktober 2027. De stichting komt op voor de "groene kwaliteiten" in de regio Waterland. Volgens de stichting tast de plaatsing van 20 camperplaatsen de kernkwaliteiten van de UNESCO-werelderfgoederen Droogmakerij de Beemster en De Stelling van Amsterdam aan. De stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan mocht verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1199
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403396/1/R1

202403472/5/R1

Bij tussenuitspraak van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5075, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 4 juni 2025 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "BORgronden, Naarden" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. Deze beroepsprocedure gaat over de zogeheten BORgronden in het oosten van het stedelijk gebied van Naarden, waar Naarden Borgronden en anderen ongeveer 440 woningen willen bouwen. Voor het ontwikkelen van de BORgronden tot woongebied heeft de raad op 17 april 2024 het bestreden bestemmingsplan vastgesteld, dat met het besluit van 4 juni 2025 gewijzigd is vastgesteld. De beroepen tegen die besluiten heeft de Afdeling in de tussenuitspraak behandeld. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling naar aanleiding van het beroep van [appellant] en anderen geoordeeld dat het besluit van 4 juni 2025 in strijd met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld. Daartoe overwoog de Afdeling dat de raad, vanwege de specifieke omstandigheden van het geval, een afstand van 10 m tot de erfgrens en 22 m tot de woning van [appellant] aan de [locatie] in Naarden vanaf de voorziene gestapelde woningen niet aanvaardbaar heeft mogen achten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1242
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403472/5/R1

202403788/1/A3

Bij besluit van 25 oktober 2021 heeft het UWV het inzageverzoek van [appellante] deels afgewezen. Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het UWV het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 november 2023 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. Naar aanleiding van een anonieme tip is het UWV een onderzoek gestart naar de uitkering van [appellante]. Volgens dit onderzoek heeft [appellante] niet voldaan aan haar informatieplicht en inkomsten over 2016 niet aan het UWV doorgegeven. Daarom is besloten tot terugvordering over te gaan en een boete op te leggen. Op 24 augustus 2021 heeft [appellante] verzocht om inzage in de stukken, waaronder de anonieme tip, op grond van de Regeling inzage- en correctierecht UWV 2018. Zij wil daarmee bewijs verzamelen om de tipgever in een civiele procedure aan te spreken. Het UWV heeft het verzoek van [appellante] gedeeltelijk afgewezen. Deze afwijzing heeft het UWV bij het besluit van 17 maart 2022 gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1228
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403788/1/A3

202403887/1/R2

Bij besluit van 30 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen het wijzigingsplan "Westerstraat 56 Dinteloord" vastgesteld. Het plan voorziet in een wijziging van het bestemmingsplan "Kom Dinteloord", vastgesteld op 15 december 2016 (hierna: het moederplan). Het bestreden wijzigingsplan voorziet in de mogelijkheid om op het perceel aan de Westerstraat 56 in Dinteloord (hierna: het perceel) maximaal 16 appartementen te realiseren. Op grond van artikel 6.5 van de regels van het moederplan kunnen de gronden waaraan de bestemming "Bedrijf" en de functieaanduiding "wetgevingszone - wijzigingsgebied" is toegekend, worden gewijzigd naar de bestemmingen "Wonen", "Tuin" en "Verkeer", teneinde ter plaatse maximaal 16 woningen mogelijk te maken, met inachtneming van enkele voorwaarden. [appellanten] exploiteren op het naastgelegen perceel aan de [locatie] samen een bedrijf en één van hen woont in de bijbehorende bedrijfswoning. [partij] en anderen zijn de eigenaren van de gronden van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1219
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403887/1/R2

202404080/1/A2

Bij besluit van 12 mei 2023 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de aanvraag van [appellant] voor subsidie voor studiekosten en studieverlof voor het studiejaar 2023-2024 op basis van de Subsidieregeling lerarenbeurs buiten behandeling gesteld. [appellant] volgde in het studiejaar 2023-2024 de master Begeleidingskunde aan de Hogeschool Rotterdam. Op 3 april 2023 heeft hij een aanvraag ingediend om voor dit studiejaar een subsidie voor studiekosten en studieverlof - een zogenoemde Lerarenbeurs - te ontvangen. Bij brief van 19 april 2023 heeft de minister [appellant] gewezen op het ontbreken van een volledig ingevulde en ondertekende ‘Verklaring (laatste) werkgever of inlener’ bij zijn aanvraag. Aan [appellant] is de gelegenheid geboden om deze verklaring voor 5 mei 2023 alsnog over te leggen. De minister heeft voor deze datum geen verklaring ontvangen en heeft de aanvraag daarom buiten behandeling gesteld. [appellant] heeft in bezwaar alsnog de ondertekende werkgeversverklaring overgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1243
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202404080/1/A2

202404239/1/A2

Bij besluit van 30 november 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellante] was toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan haar daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd. [appellante] betoogt dat artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht - waaruit de hoogte van de tegemoetkoming volgt - en artikel 9.1, eerste lid, van de Wht - waarin een hardheidsclausule is opgenomen - wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in haar geval buiten toepassing zouden moeten worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1192
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404239/1/A2

202404281/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming van € 6.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellant] was toen veertien jaar oud. De Dienst Toeslagen heeft aan hem daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wht een tegemoetkoming van € 6.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1193
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404281/1/A2

202404975/1/R3

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "Regenboogweg Nieuwe Wetering" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van twaalf woningen op een perceel aan de Regenboogweg in Nieuwe Wetering. De woningen worden gerealiseerd op een groenstrook die nu onderdeel is van de heuvelachtige natuurbelevingstuin "De Bult". [appellante] vindt de aantasting van de natuurbelevingstuin in haar straat onaanvaardbaar. [appellante] betoogt dat de natuur behouden moet blijven, mede gelet op de koelte onder de bomen in warme zomers en de sociale cohesie die het onderhoud van De Bult met zich brengt. In dit kader stelt zij dat aan het plan geen gedegen onderzoek ten grondslag ligt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1250
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404975/1/R3

202406011/1/A3

Bij besluit van 26 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de aanvraag van het advocatenkantoor voor een omgevingsvergunning om een uitweg te maken of te veranderen geweigerd. Het advocatenkantoor huurt het pand aan de [locatie 1] in Utrecht. Het advocatenkantoor wil in de tuin die bij dat pand hoort een parkeerplaats maken. Daarvoor is een aanpassing van de openbare weg nodig. Het advocatenkantoor heeft ter zake op 3 juni 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit uitweg maken of veranderen. Het college heeft die aanvraag op advies van commissie Beheer Inrichting en Gebruik en de stedenbouwkundige afgewezen, omdat de aanvraag in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Met het besluit van 13 juni 2023 is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Het advocatenkantoor is daar tegen opgekomen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Het advocatenkantoor is het hier niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld. In dat kader heeft het zowel formele gronden als inhoudelijke gronden naar voren gebracht. De Afdeling bespreekt hierna eerst de formele gronden en daarna de inhoudelijke gronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1245
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202406011/1/A3

202406398/3/A3

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de burgemeester van Berg en Dal en aanvraag van MFE voor een vergunning op grond van de Alcoholwet geweigerd. MFE exploiteert het horecabedrijf ‘Bistro Le Steak’ aan de Zevenheuvelenweg 81 in Berg en Dal. MFE heeft een aanvraag voor een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet ingediend. De burgemeester heeft deze vergunning op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a, van de Alcoholwet geweigerd, omdat de leidinggevende [leidinggevende], enig aandeelhouder en bestuurder van MFE, volgens de burgemeester niet voldoet aan de eis dat leidinggevenden van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Alcoholwet. Daarbij heeft de burgemeester MFE gelast het horecabedrijf te sluiten en gesloten te houden. MFE betoogt dat op 24 januari 2023 per e-mail een formulier is verzonden naar de gemeente. Daarin staat volgens MFE vermeld dat [persoon] leidinggevende is van het horecabedrijf Bistro Le Steak. Uit de bijgevoegde arbeidsovereenkomst blijkt dat hij daar 34 uur per week werkzaam is. Dat betekent volgens MFE dat hij altijd tijdens de openingstijden van het horecabedrijf aanwezig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1237
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202406398/3/A3

202406524/1/R3

Het bestemmingsplan ‘Te Werve Oost’ van de gemeente Rijswijk is definitief. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de bezwaren van een omwonende tegen het bestemmingsplan in een uitspraak van vandaag (4 maart 2026) ongegrond verklaard. De gemeente Rijswijk kan nu door met het plan dat 560 nieuwbouwwoningen en dertig zorgwoningen mogelijk maakt. De gemeente wil van een verouderde naoorlogse wijk een duurzame, natuurinclusieve wijk maken. De omwonende vreest voor zijn woongenot, omdat er direct aan de zijkant van zijn woning (zijtuin) wordt gebouwd. Hij is bang voor minder lichtinval in zijn huis vanwege de nieuwbouw. Daarnaast kan hij niet langer gebruikmaken van de tuin die hij zelf heeft aangelegd, maar die altijd eigendom is geweest van de gemeente. Hij heeft de gemeente nooit een vergoeding hoeven te betalen voor het gebruik. De enige verplichting die hij had als tegenprestatie voor het gebruik van de tuin was het onderhoud. De Afdeling bestuursrechtspraak begrijpt dat het bestemmingsplan voor hem nadelig uitpakt en dat hij niet meer van de tuin kan genieten. Maar de gemeente heeft naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak een groter belang mogen toekennen aan de woningbouw dan aan het belang van de man om deze 'openbare gronden' te kunnen blijven gebruiken. De verminderde lichtinval in de woning is daarnaast "niet onaanvaardbaar".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1211
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406524/1/R3

202406655/1/A3

Bij brief van 23 oktober 2023 heeft [appellante] een verzoekschrift gericht aan de minister Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. In het verzoekschrift verzoekt [appellante] de minister om te voldoen aan de in het verdrag van Aarhus opgenomen positieve verplichtingen en geeft hij de minister 30 dagen de tijd om met terugwerkende kracht de geconstateerde gebreken te herstellen. Ook verzoekt [appellante] de minister de verloren gegane rechtsorde te herstellen en hersteld te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1185
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202406655/1/A3

202407034/1/A3

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft de burgemeester van Almere de woning van [appellant] voor drie maanden gesloten. [appellant] huurde de woning aan de [locatie]. Op 3 februari 2023 heeft de politie naar aanleiding van een melding een onderzoek in de woning ingesteld. De bevindingen zijn door de politie vastgelegd in een bestuurlijke rapportage van 20 februari 2023. In de bestuurlijke rapportage staat dat meerdere buurtbewoners bij de wijkagent hebben gemeld dat er vanuit de woning door de bewoners en anderen wordt gehandeld in verdovende middelen. De politie heeft ook een aanvullende bestuurlijke rapportage opgesteld op 19 april 2023. Daarin zijn ook meldingen van buurtbewoners opgenomen. De burgemeester heeft naar aanleiding van al het voorgaande bij besluit van 30 maart 2023 besloten om de woning van [appellant] voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet en overeenkomstig de Beleidsregel artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid gemeente Almere 2021).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1224
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202407034/1/A3
vorige pagina123...1.235volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon