Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.543
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.25.002047

Bij besluit van 2 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:54
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002047

BRS.25.002299

Bij besluit van 26 september 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:61
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002299

BRS.25.002415 en BRS.26.000043

Bij besluit van 27 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:94
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002415 en BRS.26.000043

BRS.25.002475 en BRS.25.002477

Bij besluit van 25 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:86
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002475 en BRS.25.002477

BRS.25.002646

Bij besluit van 30 juni 2023, aangevuld op 18 augustus 2025, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:75
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002646

BRS.26.000053

Bij besluit van 29 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:87
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000053

202402451/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid die aanvraag ingewilligd. Bij uitspraak van 4 maart 2024 heeft de rechtbank het door appellant ingestelde beroep tegen het uitblijven van een besluit op die aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat de minister bij het besluit van 1 februari 2024 alsnog een besluit op de aanvraag heeft genomen. De rechtbank heeft overwogen dat de minister met dit besluit geheel tegemoet is gekomen aan het beroep van appellant, omdat zij haar asielaanvraag heeft ingewilligd. Appellant heeft volgens de rechtbank niet gesteld dat de minister met dit besluit niet aan haar beroep is tegemoetgekomen. Het beroep heeft daarom geen betrekking op het alsnog genomen besluit, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:74
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402451/1/V1

202500877/1/V2

Bij besluit van 15 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verblijfsrecht van betrokkene als gemeenschapsonderdaan beëindigd en haar ongewenst verklaard. Bij besluit van 20 december 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Betrokkene heeft de Poolse nationaliteit. De minister heeft haar verblijfsrecht beëindigd en haar ongewenst verklaard, omdat het persoonlijk gedrag van betrokkene een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. De rechtbank Den Haag heeft betrokkene op 18 december 2020 veroordeeld wegens doodslag tot een gevangenisstraf van negen jaar. Betrokkene heeft een minderjarige zoon die sinds haar detentie bij zijn vader, die de ex-partner van betrokkene is, verblijft. De ex-partner heeft de Poolse nationaliteit en woont en werkt in Nederland. De zoon van betrokkene heeft ook de Poolse nationaliteit. Betrokkene verblijft nog in detentie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:73
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202500877/1/V2

202500933/2/R2

Bij besluit van 8 mei 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan de gemeente Zaanstad een natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming verleend voor de realisatie van 3 hockeyvelden en een clubgebouw aan de Fortuinweg in Zaandijk. KMZ heeft het college bij brief van 25 juni 2022 verzocht de natuurvergunning in te trekken. KMZ heeft de voorzieningenrechter verzocht de werking van de natuurvergunning, te schorsen totdat uitspraak is gedaan in de bodemzaak. De voorzieningenrechter acht het te verstrekkend om een bestaand recht van de gemeente Zaanstad voor de realisatie en het in gebruik nemen van het sportcomplex aan de Fortuinweg in Zaandijk te beperken door het gebruik van de natuurvergunning in afwachting van de uitspraak in de bodemprocedure niet toe te staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:116
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202500933/2/R2

BRS.25.001014

Bij besluit van 7 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:15
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001014

BRS.25.001135

Bij besluit van 5 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:42
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001135

BRS.25.001614

Bij besluit van 24 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:23
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001614

BRS.25.001750

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:43
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001750

BRS.25.001791

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om zijn gezinsleden een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:34
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001791

BRS.25.002225

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:24
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002225

BRS.25.002386

Bij besluit van 29 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:62
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002386

BRS.25.002404

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:47
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002404

BRS.25.002405

Bij besluiten van 25 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:12
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002405

BRS.25.002530 en BRS.25.002532

Bij besluit van 10 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:21
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002530 en BRS.25.002532

BRS.25.002572

Bij besluit van 18 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:32
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002572

BRS.26.000065

Bij besluit van 10 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:90
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000065

202306825/1/R1

Op 20 december 2021 heeft het college aan [appellant] een vergunning bekend gemaakt voor het plaatsen van een tijdelijke woning op de Vennewatersweg naast nr. […] in Egmond-Binnen. De rechtbank Noord-Holland heeft in haar uitspraak van 9 december 2021 in zaak nr. 21/2276 overwogen dat [appellant] op 3 december 2020, bij het college ingekomen op 7 december 2020, een aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend voor een tijdelijke seniorenwoning op het perceel. Volgens de rechtbank maakt onder meer de omstandigheid dat [appellant] in zijn aanvraag de mogelijkheid heeft opengelaten voor een tijdelijke vergunning voor vijf in plaats van tien jaar niet dat de brief van 3 december 2020 geen aanvraag is. Verder heeft de rechtbank overwogen dat het college op die aanvraag niet tijdig heeft beslist, zodat de gevraagde vergunning van rechtswege is gegeven. De rechtbank heeft in die uitspraak het college opgedragen de aan [appellant] van rechtswege gegeven vergunning bekend te maken. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte [partij A] en [partij B] als belanghebbenden bij de van rechtswege gegeven vergunning heeft aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:78
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306825/1/R1

202407601/1/A2

Bij besluit van 14 september 2023 heeft de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling van twee kentekens van [appellante] vervallen verklaard. [appellante] woont op Bonaire. Op haar naam staan twee voertuigen geregistreerd in Nederland. Omdat zij niet staat ingeschreven op een Nederlands adres, heeft de RDW de tenaamstelling vervallen verklaard. [appellante] is het hier niet mee eens, omdat Bonaire onderdeel is van Nederland. De rechtbank heeft geoordeeld dat de RDW terecht de tenaamstelling van de twee voertuigen van [appellante] vervallen heeft verklaard, omdat zij niet in Nederland woont. De rechtbank heeft relevant geacht dat de wetgever als uitgangspunt nam dat het voertuig moet worden geregistreerd in het land waar de eigenaar of houder woont, omwille van de controle en handhaving en de opsporing en vervolging van op het kenteken geconstateerde overtredingen of strafbare feiten. Hieruit volgt dat het woonplaatsvereiste is bedoeld om de afstand tot het voertuig te beperken. De staatkundige positie van de woonplaats van de eigenaar is daarbij niet relevant, aldus de rechtbank. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat de RDW hiermee niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:77
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202407601/1/A2

202501319/3/R4

Bij uitspraak van 12 mei 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het besluit van de raad van de gemeente Ede van 16 januari 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Ede, Elias Beeckmankazerne, nieuwbouw basisschool en gymzaal", geschorst. SME en anderen betogen dat de raad geen spoedeisend belang heeft dat de opheffing van de getroffen voorlopige voorziening tot schorsing van het bestemmingsplan rechtvaardigt. SME en anderen betogen dat de raad geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat de verleende Nbw-vergunning meer omvat dan alleen woningbouw. Zij benadrukken dat dat niet uit de tekst van de Nbw-vergunning en de aanvraag blijkt. SME en anderen stellen dat de Veluwse Poort, waarvoor de bijlagen 5 en 6A bij het verzoek om opheffing het programma bevatten, geen onderdeel uitmaakt van de aanvraag om de Nbw-vergunning. Verder is in de uitspraak van 12 mei 2025 al geoordeeld dat in de oplegnotitie niets uitdrukkelijks is vermeld over het rekening houden met een nieuwe basisschool in de stikstofberekeningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:57
Datum uitspraak
6 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202501319/3/R4

202505266/2/R2

Bij besluit van 25 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Heusden het bestemmingsplan "[locatie 1], Hedikhuizen en [locatie 2], Haarsteeg" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van het bedrijf [partij]. [partij] is een aannemersbedrijf dat gespecialiseerd is in sloop- en grondwerken en recycling van grondstoffen. Het bedrijf is op dit moment op meerdere locaties gevestigd. Met het bestemmingsplan worden de bedrijfsactiviteiten geconcentreerd op de locatie [locatie 1] in Hedikhuizen. De locatie aan de [locatie 2] in Haarsteeg is daardoor niet langer nodig. Het bestemmingsplan voorziet voor die locatie in een woonbestemming. In het bestemmingsplan wordt het bestemmingsvlak voor het bedrijf aan de [locatie 1] vergroot en wordt voorzien in de mogelijkheid om op het uitbreidingsvlak een nieuwe loods te bouwen. [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] zijn omwonenden en hebben beroep ingesteld tegen het deel van het bestemmingsplan dat de uitbreiding van [partij] mogelijk maakt, omdat zij vrezen voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat. Volgens hen is de uitbreiding van het bedrijf in strijd met provinciaal en gemeentelijk beleid en met een goede ruimtelijke ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:53
Datum uitspraak
6 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202505266/2/R2

BRS.25.001304

Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:8
Datum uitspraak
6 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001304

BRS.25.001937

Bij besluit van 9 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:9
Datum uitspraak
6 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001937

202504814/1/V2

Bij besluiten van 31 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:58
Datum uitspraak
5 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504814/1/V2

BRS.25.002149 en BRS.25.002150

Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4
Datum uitspraak
5 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002149 en BRS.25.002150

BRS.25.002389

Bij besluit van 16 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3
Datum uitspraak
5 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002389

202504693/1/R2 en 202504693/2/R2

Bij besluit van 26 juni 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Uitbreiding Postelhoef Luykgestel 2020" gewijzigd vastgesteld. Het plan is vastgesteld op verzoek van De Postelhoef B.V. en ziet op een groepsaccommodatie aan het Boscheind 73 in Luyksgestel. De gronden in het plangebied hebben onder meer de bestemming "Recreatie-Vakantieverblijf". De wens van De Postelhoef B.V. is om de 40 kamers van de bestaande groepsaccommodatie te vergroten en om 6 nieuwe studio’s te realiseren voor recreatief verblijf. Ook worden de bij de accommodatie behorende voorzieningen, waaronder de horeca, verruimd. De bedoeling van het plan is om de feitelijke situatie juridisch-planologisch te verankeren, waarbij de bestaande bouwvlakken voor de groepsaccommodatie en de paardenhouderij worden vergroot. Ter compensatie voor de uitbreiding wordt een deel van de bestaande recreatieve en agrarische bestemming gesaneerd tot een natuurbestemming. [verzoeker] en anderen zijn woonachtig in de directe omgeving van het plangebied dan wel eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied. Zij hebben geen bezwaar tegen de groepsaccommodatie zelf, maar wel tegen de in het plan voorziene uitbreidingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6311
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202504693/1/R2 en 202504693/2/R2

BRS.25.001136

Bij besluit van 12 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6412
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001136

BRS.25.001669

Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om verlenging van de geldigheidsduur van een aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6417
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001669

BRS.25.001885 en BRS.25.002503

Bij besluit van 28 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6418
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001885 en BRS.25.002503

BRS.25.002406 en BRS.25.002407

Bij besluiten van 16 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6419
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002406 en BRS.25.002407

BRS.25.002434 en BRS.25.002435

Bij besluiten van 14 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6421
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002434 en BRS.25.002435

BRS.25.002437

Bij besluit van 24 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6441
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002437

BRS.25.002442

Bij besluit van 6 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6443
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002442

BRS.25.002502

Bij besluit van 9 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6420
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002502

BRS.25.002511 en BRS.25.002512

Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6415
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002511 en BRS.25.002512

BRS.25.002612 en BRS.25.002613

Bij besluit van 29 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6423
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002612 en BRS.25.002613

BRS.25.002712

Bij besluit van 26 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6424
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002712

BRS.25.002752

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6444
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002752

202307314/1/A2

Bij besluit van 18 oktober 2021 heeft de minister van Defensie voor de periode van 29 november 2021 tot 18 december 2021 ontheffing van de minimum VFR-vlieghoogte verleend ten behoeve van de oefening Tech Bull. In geschil is of de door de minister verleende ontheffing voor de oefening Tech Bull ook betrekking heeft op zogenoemde beam-naderingen. [appellant] woont in Veldhoven, ten zuiden van Vliegbasis Eindhoven. Op deze vliegbasis heeft Defensie transportvliegtuigen gestationeerd, waaronder de C-130 Hercules. Ter toelichting van zijn bezwaren tegen de besluiten van 18 oktober 2021 en 31 januari 2023 heeft [appellant] gesteld dat tijdens de oefeningen Tech Bull en Orange Bull onder meer gevaarlijke manoeuvres met de C-130 Hercules worden uitgevoerd, doordat piloten met dit type vliegtuig Vliegbasis Eindhoven vanuit het westen benaderen, dwars over de landingsbaan vliegen en vervolgens een scherpe bocht naar rechts of links maken, alvorens bij de landingsbaan uit te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6427
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202307314/1/A2

202401697/1/R3 en 202401707/1/R3

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard ten behoeve van het bestemmingsplan "Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Bij besluit van 12 december 2023 heeft de raad van de gemeente Hoeksche Waard het bestemmingsplan "Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de Oud Piershilseweg aan de rand van het dorp Piershil in de gemeente Hoeksche Waard. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Piershil, sectie C, perceelnummer 1407 en heeft een oppervlakte van 4.315 m2. Het perceel is in de huidige situatie een onbebouwd agrarisch perceel. Met het plan wordt beoogd een ontwikkeling naar woningen mogelijk te maken. Het plan staat maximaal dertien woningen toe. Het voornemen is om dertien woningen in één schuurvolume te realiseren. Het gaat om vier goedkope en negen middeldure koopwoningen. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de Oud Piershilseweg in de omgeving van het plangebied en kunnen zich niet verenigen met het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6437
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401697/1/R3 en 202401707/1/R3

202402155/1/A2

Bij besluit van 21 maart 2023 heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs het Overzicht financiële beschikkingen over kalenderjaar 2023 aan Esprit toegezonden waarmee de bedragen van de bekostiging per school en per onderwerp zijn bekendgemaakt. Esprit is het bevoegd gezag van vijftien Esprit Scholen. Eén van deze scholen is Spring High. Deze school is van start gegaan op 1 augustus 2020. Op grond van artikel 2 van de Regeling leerplusarrangement vo kon de minister aan het bevoegd gezag van een school aanvullende bekostiging voor het Leerplusarrangement vo verstrekken ten behoeve van de vermindering van voortijdig schoolverlaten, het leveren van meer maatwerk aan leerlingen en het maximaliseren van de schoolprestaties. Op grond van artikel 3, derde lid, van de Regeling kwam het bevoegd gezag hiervoor in aanmerking als zowel op de teldatum 1 oktober 2019 als op de teldatum 1 oktober 2020 de drempel voor het aantal leerlingen, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling, was gehaald. In geschil is of de minister aan Esprit op grond van de Regeling aanvullende bekostiging voor Spring High had moeten toekennen. Het geschil gaat over een bekostiging ter hoogte van € 180.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6434
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202402155/1/A2

202402297/1/R3

Bij besluit van 25 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van een dagcamping naar een camping met verblijfsrecreatie op het perceel [locatie] in Steendam voor de duur van vijf jaar. Op 22 februari 2022 heeft [vergunninghouder] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen van een dagcamping naar een camping met verblijfsrecreatie op het perceel. Het college heeft toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 11, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. In afwijking van het bestemmingsplan "Buitengebied" wordt hiermee voor een periode van vijf jaar verblijfsrecreatie op het perceel toegestaan. De stichting is een belangenorganisatie voor homo-ontmoetingsplekken. Zij wijst erop dat de dagcamping en het aangrenzende bos al jaren in medegebruik zijn als HOP. Zij maakt zich er zorgen over dat met het besluit de gronden van de camping worden onttrokken aan de openbaarheid, zodat het gebruik als HOP niet meer mogelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6436
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402297/1/R3

202403175/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal besloten om aan [appellante] brede ondersteuning te bieden en hiervoor een plan van aanpak opgesteld. Het college heeft het bezwaar van [appellante] tegen het besluit van 3 mei 2023 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend. De rechtbank heeft geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Zij heeft het beroep van [appellante] daarom ongegrond verklaard. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in staat was om binnen de termijn bezwaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6431
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403175/1/A2

202405206/1/A3

Bij besluit van 24 juli 2023 heeft de directeur van Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland het verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid om openbaarmaking van documenten afgewezen. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van documenten over, kortgezegd, de vastgestelde waarde van een woning aan de [locatie], in [woonplaats] op grond van de Wet waardering onroerende zaken. De directeur heeft het verzoek, voor zover dat geen betrekking heeft op al eerder via de website openbaar gemaakte informatie, afgewezen omdat op grond van rechtspraak van de Afdeling de Wet WOZ specifieke regels stelt over de openbaarmaking, die prevaleren boven het algemene regime van de Woo. De directeur heeft het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6430
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405206/1/A3

202405939/1/A2

Bij besluit van 7 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft een aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend. Zij stelt dat zij meerdere keren fysiek en psychisch door haar zoon is mishandeld, waardoor zij zich niet meer veilig voelt in haar woning. Haar klachten als gevolg van een bij haar gediagnosticeerde depressieve stoornis, PTSS en een persoonlijkheidsstoornis zijn hierdoor verergerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellante] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een urgent huisvestingsprobleem heeft. Wat in de medische informatie van Atypisch psychosociale hulpverlening van 29 september 2023 over de bedreiging en mishandeling staat, is alleen gebaseerd op de eigen verklaring van [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6432
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405939/1/A2

202407260/1/A3

Bij besluit van 30 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse de door [appellant] ingestelde ingebrekestelling vanwege het niet tijdig beslissen op zijn inzageverzoek, afgewezen. [appellant] heeft op 25 december 2023 bij het college een verzoek om inzage gedaan op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming in een factuur van La Gro Geelkerken Advocaten van 28 november 2022. Op 26 januari 2025 heeft [appellant] een ‘Formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen’ ingediend bij het college. Het college heeft hierop per brief van 30 januari 2024 gereageerd en [appellant] medegedeeld dat tijdig, namelijk op 5 januari 2024, een besluit is genomen op zijn verzoek en dat per post een kopie van de factuur is toegestuurd. Het college is daarom geen dwangsom verschuldigd aan [appellant]. [appellant] heeft rechtstreeks beroep ingesteld omdat het college volgens hem niet tijdig heeft beslist op zijn verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6429
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202407260/1/A3

202407419/1/R3

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Herontwikkeling camping Steendam" vastgesteld. Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de raad de weg gelegen op de gronden waarop het plan betrekking heeft aan het openbaar verkeer onttrokken. Het perceel ligt ten noorden van de kern van Steendam aan het Schildmeer. De oostzijde van het perceel wordt begrensd door de Damsterweg. Aan de noordzijde van het perceel is een bos. In het plan krijgt het perceel de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie" die een gebruik voor verblijfsrecreatie in de vorm van een kampeerterrein mogelijk maakt. Op het perceel was een dagcamping aanwezig. Onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied" had het perceel de bestemming "Recreatie" dat verblijfsrecreatie niet mogelijk maakte, maar uitsluitend dagrecreatie toestond. De raad heeft ook besloten om de gronden waarop het plan betrekking heeft aan het openbaar verkeer te onttrekken. Daarnaast heeft het college een omgevingsvergunning voor het bouwen van een loods ten behoeve van een camping op het perceel verleend. De stichting is een belangenorganisatie voor homo-ontmoetingsplekken. Zij wijst erop dat de dagcamping en het aangrenzende bos al jaren in medegebruik zijn als HOP. Zij maakt zich er zorgen over dat met de realisering van het plan en de besluiten de gronden van de camping worden onttrokken aan de openbaarheid, zodat het gebruik als HOP niet meer mogelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6280
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202407419/1/R3

202407440/1/A2

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam diverse verkeersmaatregelen voor vrachtverkeer in Oud-Charlois in Rotterdam ingesteld. [appellant] is een eenmans-timmerfabriek die is gevestigd aan de [locatie] in de wijk Oud-Charlois in Rotterdam. De activiteiten van [appellant] bestaan voornamelijk uit de productie van hardhouten kozijnen, ramen en deuren. Daarnaast heeft [appellant] een glasgroothandel. Met het verkeersbesluit heeft het college diverse verkeersmaatregelen voor vrachtverkeer in de wijk Oud-Charlois ingesteld. Deze maatregelen omvatten onder meer inrijverboden voor voertuigen en samenstellen van voertuigen met een lengte van meer dan twaalf meter voor enkele straten in Oud-Charlois. Hierdoor kunnen vrachtauto’s met een lengte van meer dan twaalf meter [appellant] alleen vanaf de noordkant, via de Frans Bekkerstraat, bereiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6428
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202407440/1/A2

202500106/1/A2

Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. [appellant] heeft op 17 januari 2023 een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het schadefonds. In de aanvraag heeft [appellant] kenbaar gemaakt dat hij op 23 oktober 2022 slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf, waardoor hij fysiek en psychisch letsel heeft opgelopen. De CSG heeft bij besluit van 30 mei 2023, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 20 oktober 2023, de aanvraag van [appellant] afgewezen. Volgens de CSG heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat hij slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat het dossier onvolledig is. Uit correspondentie blijkt dat er meermaals telefonisch overleg heeft plaatsgevonden tussen de CSG en het Openbaar Ministerie. De telefoonnotities ontbreken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6435
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500106/1/A2

202505412/1/A2

Bij uitspraak van 24 september 2025, in zaak nr. 202503138/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:4561, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen de beslissing van 13 januari 2025 van het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht niet-ontvankelijk verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6433
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505412/1/A2

202404937/4/R3

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een omgevingsvergunning verleend aan WarmtelinQ voor het tijdelijk herinrichten van een deel van de straten en omgeving en ook het kappen van 211 bomen en verplanten van 28 bomen ten behoeve van de aanleg van een warmtetransportleiding tussen Rijswijk en Leiden waarvan een deel van het tracé loopt via Den Haag. De omgevingsvergunning ziet op de activiteiten "werk of werkzaamheden uitvoeren", "handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening" en "kappen". Bij alle drie deze vergunde activiteiten is een voorschrift opgenomen dat pas tot uitvoering van de activiteiten overgegaan kan worden als het inpassingsplan "WarmtelinQ Rijswijk - Leiden en aanlandlocatie" van de provincie Zuid-Holland onherroepelijk is. WarmtelinQ heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter hecht in deze situatie meer waarde aan het kunnen starten met de uitvoering dan aan het voorkomen van mogelijk onnodige bomenkap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6425
Datum uitspraak
30 december 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Inpassingsplan
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202404937/4/R3

BRS.25.002354

Bij besluit van 31 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6408
Datum uitspraak
30 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002354

BRS.25.002684

Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6413
Datum uitspraak
30 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002684

202400024/1/V3

Bij besluit van 2 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 6 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I.J.M. Oomen, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Appellant heeft nadere stukken ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6308
Datum uitspraak
29 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400024/1/V3

202406932/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij verzoeker opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6411
Datum uitspraak
29 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406932/1/V1

BRS.25.001715

Bij besluit van 1 oktober 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 21 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J. Bravo Mougán, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6271
Datum uitspraak
29 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001715

BRS.25.002411

Bij besluit van 22 juli 2025 heeft de minister van Asiek en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6304
Datum uitspraak
29 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002411

BRS.25.002474 en BRS.25.002476

Bij besluit van 10 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6397
Datum uitspraak
29 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002474 en BRS.25.002476

BRS.25.002680

Bij besluit van 27 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6414
Datum uitspraak
29 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002680

202405197/1/V3

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen (hierna: de asielaanvraag). Bij uitspraak van 16 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R. Deniz, advocaat in Breda, hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de minister de asielaanvraag van appellant ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6238
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405197/1/V3

202505275/2/A2

[verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen hangende het beroep tegen de mondelinge beslissing van het CBE van 20 augustus 2025. Het CBE heeft een verweerschrift ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6275
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505275/2/A2

BRS.25.001807

Bij besluit van 22 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 13 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 7 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6276
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001807

BRS.25.002207

Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6263
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002207

BRS.25.002219

Bij besluit van 2 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6222
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002219

BRS.25.002266 en BRS.25.002267

Bij besluit van 17 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6409
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002266 en BRS.25.002267

BRS.25.002297

Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6286
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002297

BRS.25.002339

Bij besluit van 20 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6281
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002339

BRS.25.002370

Bij besluit van 12 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6306
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002370

BRS.25.002397

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6274
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002397

BRS.25.002498

Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6407
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002498

BRS.25.002602

Bij besluiten van 18 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6406
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002602

BRS.25.002622

Bij besluit van 27 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 26 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6307
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002622

202204010/1/A2

Bij besluit van 6 april 2020 heeft het college burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam bepaald dat aan [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] door middel van een compenserend bestemmingsplan een tegemoetkoming in planschade in natura wordt toegekend. In deze procedure is in geschil of tegemoetkoming in de door [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] geleden planschade anderszins is verzekerd en, zo dat niet het geval is, hoe hoog een tegemoetkoming in geld is. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] zijn sinds 18 december 2002 eigenaar van de winkelruimte aan de [locatie 1] en de winkelruimte aan de Brouwerij 25 te Chaam. Zij hebben de winkelruimte aan de [locatie 1] tot 1 januari 2024 verhuurd aan Lidl Nederland GmbH ten behoeve van de exploitatie van een supermarkt. Onder het planologische regime van het bestemmingsplan Kom Chaam 2005 was de exploitatie van maximaal twee supermarkten in het plangebied toegestaan. De andere supermarkt was destijds gevestigd in de winkelruimte aan de Brouwerij 40 te Chaam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6322
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204010/1/A2

202204305/1/R4

Bij besluit van 30 oktober 2018 heeft het college de Scheepswerf onder oplegging van een dwangsom gelast het afmeren van vaartuigen op de locatie aan de meerpalen in het water bij De Bol in Heerewaarden, kadastraal bekend gemeente Heerewaarden, Sectie C, nummer 1451, te beëindigen en beëindigd te houden. De scheepswerf drijft een scheepswerf bij en in de rivier de Maas in Heerewaarden. Bij controles op 29 mei 2018 en 3 september 2018 is door een toezichthouder geconstateerd dat in het water bij De Bol respectievelijk een zandschip en een ponton lagen afgemeerd. Volgens het college is het gebruik, bestaande uit het afmeren van vaartuigen op de locatie aan de meerpalen in het water bij De Bol, in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied, Buitendijkse deel". Volgens het college is daarmee artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo overtreden. Het college heeft de Scheepswerf daarom onder oplegging van een dwangsom gelast het strijdig gebruik te beëindigen en beëindigd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6364
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204305/1/R4

202205361/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 4 september 2019, 10 oktober 2019, 22 oktober 2019, 24 oktober 2019 en 11 november 2019 heeft het College ter beoordeling van geneesmiddelen aan Laboratorios Cinfa handelsvergunningen verleend voor een combinatiegeneesmiddel waarin de werkzame stoffen ezetimibe en atrovastatine zijn samengevoegd. Deze uitspraak gaat over de uitleg van artikel 10ter van de Richtlijn 2001/83/EG, zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/27/EG (de Geneesmiddelenrichtlijn). De vraag is of meerdere handelsvergunningen kunnen worden verleend voor geneesmiddelen met een zelfde combinatie van werkzame stoffen als de beschermingsperiode van het dossier van de eerste handelsvergunning met dezelfde combinatie nog loopt. Laboratorios Cinfa heeft in Nederland handelsvergunningen aangevraagd in een zogenoemde decentrale procedure. Het CBG heeft aan Laboratorios Cinfa die vergunningen verleend voor hun geneesmiddelen die bestaan uit een vaste combinatie van de twee werkzame stoffen ezetimibe en atrovastatine.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6395
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Verwijzingsuitspraak
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202205361/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202205361/1/A3

202205402/2/R2

Bij tussenuitspraak van 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2595, heeft de Afdeling bepaald dat het beroep van MOB tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zeeland van 21 maart 2023 onder zaaknummer 202205402/2/R2 wordt voortgezet en dat de zaak wordt verwezen naar een meervoudige kamer. Yara Sluiskil exploiteert een kunstmestfabriek op de locatie Industrieweg 10 in Sluiskil, in de gemeente Terneuzen. Yara Sluiskil legt zich toe op de productie van stikstofhoudende kunstmest en industriële chemicaliën. Op 11 november 2022 heeft Yara Sluiskil een gewijzigde aanvraag voor een natuurvergunning ingediend. Bij het besluit van 21 maart 2023 heeft het college de gevraagde natuurvergunning geweigerd, omdat die niet nodig is (positieve weigering). Volgens het college neemt de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de aangevraagde bedrijfssituatie niet toe ten opzichte van de referentiesituatie, zodat significante gevolgen als gevolg van de aangevraagde situatie op voorhand zijn uitgesloten. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank terecht het beroep van MOB tegen het besluit van 19 december 2018 ontvankelijk heeft verklaard. De Afdeling heeft met de rechtbank een overschrijding van de beroepstermijn door MOB van ruim dertien maanden verschoonbaar geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6396
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202205402/2/R2

202205863/16/R1

Bij tussenuitspraak van 23 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4243, heeft de Afdeling de ministers van Klimaat en Groene Groei en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 12 juli 2022 tot vaststelling van het inpassingsplan "Zuid-West 380 kV Oost", zoals gewijzigd bij besluit van 4 april 2024, te herstellen. Het inpassingsplan maakt de aanleg van een nieuwe 380 kV-verbinding tussen Rilland en Tilburg mogelijk. Deze verbinding loopt van Rilland via Bergen op Zoom, Roosendaal, Oud Gastel, Standdaarbuiten, Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Hooge Zwaluwe, Geertruidenberg, Oosterhout en 's Gravenmoer naar Tilburg. De nieuwe hoogspanningsverbinding zal worden geëxploiteerd door TenneT. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de beroepen van de betonmortelcentrale en [appellant sub 2] en anderen gebreken in het besluit tot vaststelling van het inpassingsplan en het wijzigingsbesluit aan het licht hebben gebracht. De ministers is opgedragen die gebreken te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6105
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202205863/16/R1

202300207/1/R2

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Stapakker / Oude Grintweg 59a te Oirschot" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van vijf woningen op de gronden tussen de Stapakker en de Oude Grintweg aan de noordzijde van de kern van Oirschot. De planlocatie bestaat uit de voormalige tuin die hoort bij de woning op de gronden aan de Oude Grintweg 59a. Deze woning staat buiten het plangebied en blijft behouden. [appellant] en anderen zijn eigenaren van de gronden aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Oirschot. Zij vrezen onder meer voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6391
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300207/1/R2

202300497/1/R2

Bij besluit van 5 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau de verzoeken van [appellanten] om handhavend op te treden tegen de plaatselijke Albert Heijn en Aldi afgewezen. [appellanten] hebben in 2006 geprobeerd een omgevingsvergunning te krijgen om in hun pand woningen mogelijk te maken. De gemeente ging daar eerst in mee, verleende zelfs een vergunning, maar is daar later van teruggekomen naar aanleiding van een zienswijze van een andere supermarkt. In 2013 is de vergunning alsnog geweigerd. Vanaf 2012, heeft de gemeente uitbreidings- en vestigingsplannen van twee supermarkten mogelijk gemaakt, waarbij geen rekening is gehouden met de bouwplannen van [appellanten]. Zij menen dat met deze voorgeschiedenis rekening moet worden gehouden in de beoordeling van de zaak waar het nu over gaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6379
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300497/1/R2

202301079/1/A2

Bij besluit van 24 maart 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. de aan [appellant] verleende subsidie als bedoeld in de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg vastgesteld op nihil en het al betaalde voorschot tot een bedrag van € 80.000,00 teruggevorderd. [appellant] is een medisch specialist die gebruik heeft gemaakt van de SOIT. Het doel van de SOIT is de overstap van vrijgevestigd medisch specialisten naar loondienst bij zorgaanbieders te faciliteren, waarbij een duurzame arbeidsverhouding tussen de zorgaanbieder en medisch specialist dient te ontstaan. Een van de voorwaarden is dat [appellant] met ingang van de beëindiging als vrijgevestigd medisch specialist tot en met 31 mei 2019 uitsluitend bij een of meer zorgaanbieder(s) als medisch specialist in dienst is. [appellant] is met ingang van 1 januari 2015 in loondienst getreden van Medisch Centrum Haaglanden. Daarvoor heeft hij zijn praktijk als vrijgevestigd medisch specialist beëindigd, waarvoor € 100.000,00 subsidie is verleend. Op 1 juli 2017 is [appellant] veranderd van werkgever en in loondienst getreden bij DC Klinieken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6333
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202301079/1/A2

202301776/1/R3 en 202400520/1/R3

Bij brief van 28 april 2022 heeft het college van Westvoorne aan [appellant A] medegedeeld dat de aan hem verleende persoonsgebonden gedoogbeslissing om permanent te wonen op het adres [locatie] (hierna: het perceel) in Oostvoorne is ingetrokken. [appellant A] is eigenaar van de recreatiewoning op het adres [locatie] in Oostvoorne. [appellant B] woont samen met zijn kleinzoon in deze recreatiewoning. Het college heeft aan [appellant B] een last onder dwangsom opgelegd omdat de bewoning door [appellant B] in strijd is met het bestemmingsplan "Omgevingsplan buitengebied Westvoorne" (hierna: het bestemmingsplan). Daarnaast heeft het college aan [appellant A] een last onder dwangsom opgelegd, omdat deze volgens het college de recreatiewoning laat gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Hierdoor overtreden [appellant B] en [appellant A] volgens het college ieder artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Door de recreatiewoning door van [appellant B] te laten bewonen, heeft [appellant A] volgens het college ook de voorwaarden van een aan hem gerichte persoonsgebonden gedoogbeslissing overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6373
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202301776/1/R3 en 202400520/1/R3

202302185/1/A3

Bij besluit van 27 juli 2021 heeft de burgemeester van Koggenland de woning van [appellant] voor drie maanden gesloten. [appellant] woonde aan de [locatie] in [plaats]. De politie heeft naar aanleiding van een landelijk onderzoek op 28 juni 2021 een inval gedaan in de woning van [appellant]. Daarvan is een bestuurlijke rapportage opgesteld. In de bestuurlijke rapportage staat dat de politie in de woning wapens, munitie, een kweektent, zeefzakken, 784,7 gram droge hennep, 203,8 gram natte hennep en een zak met 130 gram bladafval heeft aangetroffen. De burgemeester heeft vanwege deze vondst de woning bij besluit van 27 juli 2021 gesloten voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet en overeenkomstig de Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Koggenland houdende regels omtrent drugs (Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Koggenland 2019). Hij heeft zijn besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6367
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202302185/1/A3

202302796/1/A3

Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de burgemeester van IJsselstein de aanvraag van [wederpartij] om ontheffing te verlenen van de voor haar geldende sluitingstijden afgewezen. [wederpartij] is een snackbar die döner, kebab en turkse pizza’s verkoopt. De burgemeester heeft de aanvraag van [wederpartij] om ontheffing te verlenen van de sluitingstijden op elke vrijdag en zaterdag van 01:00 uur tot 06:00 uur en op zondag van 01:00 uur tot 02:00 uur afgewezen in het belang van de openbare orde en de openbare veiligheid. De burgemeester betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij de ontheffing heeft geweigerd in het belang van de openbare orde en veiligheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6390
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302796/1/A3

202303128/1/A3

Bij besluit van 13 september 2021 heeft de gemeentesecretaris van Het Hogeland een beslissing genomen op een verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens. [appellant] heeft aan het college op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming verzocht om inzage in alle persoonsgegevens die het college van hem verwerkt, met vermelding van het doel van het bezit en het gebruik daarvan, degenen aan wie die gegevens zijn verstrekt en het doel en de grondslag van de verwerking van die gegevens. Voorts heeft hij verzocht om bekendmaking van de wijze en het tijdstip van de verkrijging van de gegevens en de herkomst daarvan onder vermelding van het doel en de grondslag voor die verwerking. Tenslotte heeft hij verzocht om kenbaar te maken hoe lang deze gegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6387
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202303128/1/A3

202303260/1/A3

Bij besluiten van 3 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvragen van [appellant A] en [appellant B] om ligplaatsvergunningen voor woonboten afgewezen. Bij brieven van 11 september 2019 en 19 september 2019 hebben [appellant A] en [appellant B] ligplaatsvergunningen aangevraagd voor woonboten. Het college heeft de aanvragen afgewezen, omdat op grond van artikel 2.3.1, vierde lid, van de Verordening op het binnenwater 2010 een ligplaatsvergunning alleen wordt gegeven als de overigbenodigde vergunningen zijn of worden verleend. Volgens het college moeten de aanvragen worden afgewezen omdat geen omgevingsvergunning is aangevraagd of zal worden verleend. Bij brief van 4 februari 2020 hebben [appellant A] en [appellant B] daartegen bezwaar gemaakt. Bij brief van 15 november 2021 hebben zij het college in gebreke gesteld om een besluit op het bezwaar te nemen. Bij besluiten van 3 maart 2022 heeft het college de bezwaren van [appellant A] en [appellant B] ongegrond verklaard. Ook heeft het college besloten om geen dwangsom toe te kennen voor overschrijding van de beslistermijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6342
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303260/1/A3

202303532/3/A3

Bij tussenuitspraak van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:894, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank bevestigd en bepaald dat het onderzoek in deze zaak wordt heropend voor zover het de beroepen tegen de besluiten van 21 juni 2023 en 26 juli 2023 betreft. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het bezwaar van Omroep Flevoland tegen het besluit van het college van 23 februari 2022 mede geacht wordt te zijn gericht tegen de besluiten van de raad van 13 september 2021 en 8 november 2021 op het verzoek om opheffing van geheimhouding. Verder heeft de Afdeling overwogen dat de besluiten van de raad van 13 september 2021 en 8 november 2021 geen motivering bevatten. De Afdeling heeft daarom geoordeeld dat de rechtbank deze besluiten terecht heeft vernietigd en terecht de raad heeft opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Ten slotte heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank voor wat betreft de beoordeling van het verslag van de besloten raadvergadering niet uitdrukkelijk heeft aangegeven dat de raad daarbij ook een mogelijk belang als bedoeld in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid mag betrekken. Uit rechtsoverweging 9.5 van de tussenuitspraak volgt dat de raad dat wel mag doen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6388
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202303532/3/A3

202303687/1/A3

Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde aan [vergunninghoudster] een vergunning verleend voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg. [vergunninghoudster] heeft in de jaren 2015 tot en met 2018 een uitbouw gerealiseerd aan de horecagelegenheid ‘[naam]’ aan de [locatie] in Ter Apel. [vergunninghoudster] heeft in de jaren 2015 tot en met 2018 een uitbouw gerealiseerd aan de horecagelegenheid ‘[naam]’ aan de [locatie] in Ter Apel. Bij brief van 3 september 2019 heeft zij een ontheffing aangevraagd op grond van artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg, om de reeds voltooide werkzaamheden te legaliseren. De VVE treedt op namens de bewoners van het Tramhuys, gelegen aan de overzijde van de Hoofdstraat. De VVE heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende vergunning. Volgens de VVE was het college niet bevoegd om de vergunning te verlenen, omdat door het overschrijden van de beslistermijn al van rechtswege een vergunning was ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6362
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202303687/1/A3

202303849/1/R1

Bij besluit van 11 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Ede het bestemmingsplan "Partiële herziening 2022 2e ronde Agrarisch Buitengebied Ede 2012 en Natuurgebied Veluwe gemeente Ede 2013" vastgesteld. [appellant] woont aan de [locatie 1] en is initiatiefnemer van het plan. Het bestemmingsplan maakt een aanpassing van de vorm van het bestemmingsvlak "Wonen" op het perceel mogelijk. Door de vormaanpassing ontstaat ruimte om de woning te verplaatsen, en verschillende bijgebouwen binnen het bestemmingsvlak te plaatsen. De totale omvang van het vlak blijft gelijk en de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden wijzigen niet. [appellant] kan zich niet verenigen met het plan omdat hij door zijn buren belemmerd wordt in zijn recht van overpad gevestigd op het buurperceel [locatie 2] ten zuiden van zijn perceel. Ook is [appellant] het niet eens met het plan omdat een vergunning voor een uitweg aan de noordzijde van zijn perceel ten onrechte geweigerd is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6363
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202303849/1/R1

202304411/1/R2

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het uitbreiden van de woning aan de [locatie] in Etten-Leur. [vergunninghouder] wil zijn woning uitbreiden met een aanbouw aan de zijkant van zijn woning. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan "Etten West-de Grient" en daarom heeft hij een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan nodig. Het college heeft die vergunning verleend. [appellant A en B] wonen tegenover de woning van [vergunninghouder]. Zij kunnen zich niet vinden in de verleende omgevingsvergunning, omdat het bouwplan volgens hen ten koste gaat van de groene opzet van de wijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6321
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304411/1/R2

202304574/1/R2

Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "Land Forum (politielocatie)" vastgesteld. Het plan voorziet in de ontwikkeling van de locatie Land Forum in Eindhoven tot een multifunctionele politielocatie met een maximum bruto vloeroppervlakte van 5.000 m2 waar diverse centrale functies van - met name - de regionale eenheid Oost-Brabant van de politie zullen worden gehuisvest. Het plan betreft een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte omdat het plangebied is aangewezen als innovatief plan onder de Chw. Het plan voorziet in een globale regeling, waarin uitsluitend randvoorwaarden zijn vastgelegd. Bewonersvereniging Meerhoven is een collectief dat bestaat uit bewoners van de Eindhovense wijk Meerhoven. Naast de bewonersvereniging hebben in totaal 73 bewoners van deze woonwijk beroep ingesteld. De wijk grenst aan het plangebied. Bewonersvereniging Meerhoven en anderen vrezen onder meer voor overlast door het beoogde cellencomplex. [appellant sub 2] woont aan de [locatie] in Eindhoven. Deze straat maakt deel uit van het plangebied en zal in de nieuwe situatie worden verlegd. Om het plan uit te kunnen voeren moet [appellant sub 2] zijn woning verlaten, maar de onderhandelingen voor de minnelijke verwerving gaan volgens hem niet soepel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6326
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202304574/1/R2

202304746/1/A2

Bij besluit van 4 maart 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aan [appellant] op grond van de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg verleende subsidie vastgesteld op nihil en het uitgekeerde voorschot van € 80.000,00 teruggevorderd. De minister heeft bij besluit van 15 september 2015 de subsidie van € 100.000,00 verleend en een voorschot uitgekeerd van € 80.000,00. De subsidie is verleend en vastgesteld op basis van de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg (SOIT). De SOIT is een ministeriële regeling die is gebaseerd op de Kaderwet VWS-subsidies. [appellant] is gynaecoloog en was voorheen werkzaam als vrijgevestigd medisch specialist in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis te Amsterdam. De subsidie is een gedeeltelijke tegemoetkoming voor de overstap van [appellant] als vrijgevestigd specialist naar uitsluitend één of meerdere duurzame arbeidsverhoudingen in loondienst. Per 1 januari 2015 heeft [appellant] zijn praktijk als vrijgevestigd specialist bij het ziekenhuis beëindigd en is hij daar in loondienst getreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6300
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202304746/1/A2

202305074/1/A3

Bij besluit van 26 november 2019 heeft de minister een verzoek van [appellant] op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 gedeeltelijk ingewilligd. [appellant] heeft met een beroep op de Wiv verzocht om inzage in de over de Nederlandse sectie van de Vierde Internationale (Revolutionair Marxistische Tendens) en de jeugdbeweging Revolte aanwezige gegevens. De minister heeft bij besluit van 26 november 2019 een inzagedossier verstrekt, voor zover het niet-actuele gegevens betreft. Naar aanleiding van het beroep van [appellant] heeft de minister bij besluit van 7 juli 2021 een aanvullend inzagedossier verstrekt. Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de minister het bezwaar van [appellant] gegrond verklaard. De minister heeft bij dat besluit geen verdere documenten verstrekt met als onderbouwing dat hij niet meer beschikt over de gevraagde gegevens. Volgens de minister zijn in augustus 2022 ongeveer 72.000 documenten overgedragen aan het Nationaal Archief. Volgens de minister zijn daaronder ook de documenten waar [appellant] om heeft verzocht. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] bij het Nationaal Archief om inzage in de documenten kan verzoeken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6343
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202305074/1/A3

202305536/1/R2

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Heusden het bestemmingsplan "Wolput (ong.) Vlijmen" gewijzigd vastgesteld. [eigenaar] is eigenaar van het perceel gelegen aan de noordzijde van de Wolput, kadastraal bekend als gemeente Vlijmen, sectie N, nummer 6819. Het perceel had in het voorheen geldende bestemmingsplan "Vlijmen en Vliedberg herziening 2013" de bestemming "Wonen". Er was geen bouwvlak opgenomen op het perceel. [eigenaar] wil een vrijstaande woning realiseren op het perceel en heeft de raad gevraagd medewerking te verlenen aan dit plan. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van een vrijstaande woning op het perceel mogelijk, waarvoor een bouwvlak is opgenomen. Daarnaast verkrijgt de naastgelegen groenstrook de bestemming "Verkeer", zodat de ontsluiting van de woning mogelijk is via het aangrenzende parkeerterrein richting de straat het Lieveheersbeestje. [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] wonen rondom het plangebied en kunnen zich niet met het plan verenigen. Volgens hen kan er geen woning op het perceel worden gebouwd, omdat de woning niet past binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en de woning hun woon- en leefklimaat aantast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6334
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305536/1/R2

202305543/1/R3

Bij besluit van 5 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Vlaardingen het bestemmingsplan "Kethelweg-Plein Emaus" vastgesteld. Het plangebied ligt in de wijk Vlaardinger Ambacht. Met het plan wordt beoogd een herontwikkeling naar woningen mogelijk te maken voor de locatie aan de Kethelweg en het Plein Emaus. Het plan staat maximaal 37 woningen toe. Het voornemen is om zestien appartementen, tien twee-onder-één-kap woningen en één vrijstaande woning te realiseren in het noordelijke deel van het plangebied en tien rijtjeswoningen in het zuidelijke deel van het plangebied. Prohuis B.V. is de ontwikkelaar van het plan. [bedrijf] is eigenaar van de gronden in het plangebied. [appellant] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied en kunnen zich niet verenigen met het zuidelijke deel van het plan. Hun beroepsgronden richten zich met name tegen het deel van het plan dat de realisatie van drie woningen mogelijk maakt aan de Jan Ligthartstraat op het perceel met kadastraal nr. 3229.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6345
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305543/1/R3

202305692/1/R2

Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Moerdijk het bestemmingsplan "Woningbouw Julianastraat Moerdijk" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van acht grondgebonden rijwoningen mogelijk op voormalige agrarische- en bedrijfsgronden aan de Julianastraat in Moerdijk. [appellant] en anderen wonen allen direct tegenover het plangebied. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen omdat zij vrezen dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast door het plan. [appellant] en anderen betogen dat het bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat de maximale bouwhoogte van de nieuw te bouwen woningen, in combinatie met de aaneengesloten bebouwing, niet passend is binnen de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6330
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305692/1/R2
vorige pagina123...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon