Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.976
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.002662

Bij besluit van 28 augustus 2025 heeft de minister van asiel en migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten (terugkeerbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3316
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002662

202600920/2/A2

Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen de aanvraag van [verzoekster] om een urgentieverklaring afgewezen. [verzoekster] woont samen met haar vier minderjarige kinderen in een appartement in Vlaardingen. Zij heeft een urgentieverklaring aangevraagd wegens geweld en bedreiging. [verzoekster] heeft aangegeven dat zij wegens psychisch geweld is gevlucht voor haar vader. Haar vader is volgens [verzoekster] nog steeds naar haar op zoek en is in de buurt van haar woning gezien. Zij voelt zich hierdoor niet meer veilig. Daarnaast wijst [verzoekster] erop dat de huidige woning te klein is voor het gezin en dat er sprake is van lichamelijke en psychische klachten die samenhangen met haar woonsituatie. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag mocht afwijzen omdat [verzoekster] niet voldoet aan de voorwaarden die in artikel 3.4.6 van de verordening worden genoemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3299
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202600920/2/A2

BRS.26.001004

Bij besluit van 4 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3275
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001004

BRS.26.001777

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 7 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van verzoeker te hebben gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3290
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001777

BRS.26.002194

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3298
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002194

BRS.26.002205

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3288
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002205

BRS.26.002404

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3278
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002404

BRS.26.002532

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3296
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002532

BRS.26.002633

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3297
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002633

BRS.26.002682

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3273
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002682

202203584/3/A3

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2149, heeft de Afdeling de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, het gebrek in het besluit van 27 augustus 2021 te herstellen of in plaats daarvan een gewijzigd of nieuw besluit te nemen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de motivering en het onderzoek van de minister niet toereikend waren om redelijkerwijs tot het standpunt te komen dat er onvoldoende waarborgen voor getrouwelijke plichtsvervulling waren. Zo heeft de minister niet voldoende onderzocht en gemotiveerd waarom en waarin de situatie van [appellante] zo anders is dan de situatie die naar voren komt in de verklaring van haar toenmalige zwager.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3326
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202203584/3/A3

202300780/3/A3

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2148, heeft de Afdeling de minister van Defensie opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, het gebrek in het besluit van 16 mei 2022 te herstellen of in plaats daarvan een gewijzigd of nieuw besluit te nemen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de motivering en het onderzoek van de minister niet toereikend waren om redelijkerwijs tot het standpunt te komen dat er onvoldoende waarborgen voor getrouwelijke plichtsvervulling waren. Zo heeft de minister niet voldoende onderzocht en gemotiveerd waarom en waarin de situatie van [appellant] zo anders is dan de situatie die naar voren komt in de verklaring van zijn toenmalige zwager. Daarmee is ook niet voldoende gemotiveerd dat hieruit volgt dat er gezien het samenstel van omstandigheden onvoldoende waarborgen zijn dat [appellant] onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen vanwege het risico van ongewenste beïnvloeding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3329
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300780/3/A3

202300902/1/R4

In het besluit van 1 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Blaricum aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de verdieping gelegen op het [perceel] in Blaricum. Het college heeft op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2, van de Wabo aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan "Kom Beschermd Dorpsgezicht" bouwen van een aan- en opbouw aan de achterzijde van de woning aan het [perceel] in Blaricum. [wederpartij] was tot aan zijn overlijden eigenaar van de naastgelegen woning aan de [locatie 1] in Blaricum. [wederpartij] was het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen sprake is van een zeer onredelijke of ongewenste situatie als bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregels Planologische Afwijking Blaricum 2011 (beleidsregels), zodat geen vergunning kon worden verleend met de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3358
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300902/1/R4

202301184/1/A3

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van Gedeputeerde Staten de aanvraag van [appellante] van een omgevingsvergunning afgewezen. [appellante] heeft op 13 november 2020 een vergunning aangevraagd op grond van de destijds geldende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het bouwen van een bouwwerk, het verrichten van werk of werkzaamheden, het handelen in strijd met het bestemmingsplan en het veranderen van een inrichting en handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het college heeft naar aanleiding van deze aanvraag een onderzoek gestart als bedoeld in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Het college heeft het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om een advies gevraagd. Het LBB heeft een advies uitgebracht op 31 januari 2022. Het college heeft op basis van dit advies de aanvraag van [appellante] afgewezen, omdat volgens het college ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen (artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet Bibob; de b-grond). De rechtbank is het college hierin gevolgd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3347
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202301184/1/A3

202303496/1/R4

Bij besluiten van 13 augustus 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg, voor zover van belang, aan [appellant A] als drijver van de inrichtingen aan de [locatie 1] in Brunssum en de [locatie 2] in Roermond (de inrichtingen), onder aanzegging van kostenverhaal een aantal lasten onder bestuursdwang opgelegd. Het college heeft deze besluiten ook aan [appellant B] als eigenaar van de inrichtingen bekend gemaakt. De inrichtingen worden gedreven door [appellant A] op grond van omgevingsvergunningen die bij besluiten van 27 mei 2008 aan een andere drijfster zijn verleend (de vergunningen). [appellant B] is eigenaar van de inrichtingen. In de inrichtingen vindt onder andere opslag plaats van PMD-afval. Dit afval behoort tot de categorie gemengde verpakkingen die in de Europese afvalstoffenlijst (Eural) wordt aangeduid met Euralcode 15 01 06. Volgens het college is binnen de inrichtingen alleen de acceptatie en opslag van niet-geuremitterende afvalstoffen met Euralcode 15 01 06 vergund.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3331
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303496/1/R4

202304239/1/R3

Bij besluit van 2 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,00 ineens gelast de op kadastraal perceel 112, sectie E, aan de Laan van Heemstede in Puttershoek (het perceel) geplante bomen te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel nr. 112, sectie E aan de Laan van Heemstede in Puttershoek. Dit perceel wordt gebruikt door [partij C] en [partij D]. Zij hebben op het perceel 17 bomen geplant. [partijen] hebben het college verzocht handhavend op te treden tegen het planten van deze bomen, omdat volgens hen de bomen afbreuk doen aan het open polderlandschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3335
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304239/1/R3

202304430/1/A3

Bij besluit van 15 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht een verzoek van [naam A] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen en haar persoonsgegevens ambtshalve gewijzigd. [appellante] stond ingeschreven in de brp als [naam A], geboren op [geboortedatum A] 1985 in Sihai, China, op basis van een verklaring die zij onder ede heeft afgelegd. Zij heeft het college op 22 mei 2021 verzocht haar persoonsgegevens in de brp te wijzen naar [naam B], geboren op [geboortedatum B] 1979 in Fuzhou, China.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3337
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202304430/1/A3

202304583/1/R1

Bij besluit van 21 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Ruimer Leven B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het herstellen van de fundering, het intern verbouwen en het maken van een uitbouw aan de achterzijde van het pand op de begane grond, het maken van een kelder onder het gebouw en de uitbouw en het maken van een koekoek aan de voor- en achterzijde op het adres [locatie] in Amsterdam. Het bouwplan voorziet onder meer in de bouw van een kelder onder de woning op het perceel. Op de kelder zal aan de achterkant op de begane grond een uitbouw met een diepte van 2,5 m worden gebouwd. Het bouwplan is op meerdere onderdelen in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Stadion- en Beethovenbuurt 2012". In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vergunde uitbouw aan de achterzijde van de woning op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3334
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304583/1/R1

202304866/3/A3

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2147, heeft de Afdeling de minister van Defensie opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, het gebrek in het besluit van 19 januari 2022 te herstellen of in plaats daarvan een gewijzigd of nieuw besluit te nemen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de motivering en het onderzoek van de minister niet toereikend waren om redelijkerwijs tot het standpunt te komen dat er onvoldoende waarborgen voor getrouwelijke plichtsvervulling waren. Zo heeft de minister niet voldoende onderzocht en gemotiveerd waarom en waarin de situatie van [appellant] zo anders is dan de situaties die naar voren komen in de overgelegde verklaringen van de zus, de ex-zwager van [partij B] en een luitenant-kolonel buiten dienst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3328
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304866/3/A3

202305128/3/R2

Bij tussenuitspraak van 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4756 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Heeze-Leende opgedragen om: - binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat is overwogen onder 11, de daar omschreven gebreken in het besluit van 22 mei 2023 (het oorspronkelijke besluit) tot vaststelling van het bestemmingsplan "Langstraat 15a, 17 en 17a Leende" te herstellen, en - de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij het herstelbesluit een nieuw gewijzigd bestemmingsplan vastgesteld. De raad heeft enkele planregels aangepast, de verbeelding gewijzigd en de plantoelichting aangevuld. Het herstelbesluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onderdeel van dit geding. De beroepen van [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] zijn van rechtswege mede gericht tegen het herstelbesluit. [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] hebben zienswijzen over het herstelbesluit naar voren gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3359
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305128/3/R2

202305179/2/R2

Bij tussenuitspraak van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:786 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het onder 11.7 omschreven gebrek in het besluit van 20 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "’t Hout - De Hoefkens" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 11.7 geoordeeld dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt of ter plaatse van de woningen in het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd zonder dat [appellante] onevenredig wordt beperkt in haar bedrijfsmogelijkheden. Gelet op wat de Afdeling in overweging 11.7 van de tussenuitspraak heeft overwogen, is het beroep van [appellante] tegen het besluit van 20 juni 2023 gegrond. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om het gebrek te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat de raad het geconstateerde gebrek zou kunnen herstellen door bijvoorbeeld op basis van een akoestisch onderzoek alsnog deugdelijk te motiveren dat [appellante] niet in haar bedrijfsvoering wordt beperkt door de woningbouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3345
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305179/2/R2

202306156/1/A2

Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat besloten dat de woning van [appellant A] en [appellant B] niet versterkt hoeft te worden. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van de vrijstaande woning met schuur aan de [locatie] in [woonplaats]. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft laten onderzoeken of de woning van [appellant A] en [appellant B] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied, tegenwoordig neergelegd in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen (TwG).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3351
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overige
  • uitspraakin de zaak202306156/1/A2

202306245/1/R1

Bij besluit van 23 september 2021 heeft het college [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd om tien geconstateerde overtredingen op het perceel [adres] in Bunde te beëindigen. Daarbij heeft het college vermeld dat, als [appellant] de last niet tijdig uitvoert, het college de last zal uitvoeren en de kosten daarvan op hem zal verhalen. appellant] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [adres] in Bunde. Dit pand is een gemeentelijk monument. Naar aanleiding van de bevindingen van een toezichthouder van de gemeente bij een inspectie van de woning op 10 maart 2021 heeft het college op 16 maart 2021 aan [appellant] laten weten dat het van plan is om handhavend op te treden vanwege achterstallig onderhoud aan het pand. Op 3 september 2021 heeft een controlebezoek plaatsgevonden waarbij de toezichthouder van de gemeente, de politie Eenheid Limburg, de GGD, Bureau Trajekt en een door de gemeente ingeschakelde constructeur de woning zijn binnengetreden. Naast de constatering dat [appellant] geen werkzaamheden aan het dak had verricht, is bij de controle gebleken dat over de oppervlakte van de gehele woning veel spullen waren opgeslagen en de woning ernstig was vervuild door onder meer dierenuitwerpselen. De toezichthouder heeft zijn bevindingen vastgelegd in een inspectierapport van 7 september 2021, voorzien van fotomateriaal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3352
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306245/1/R1

202306460/1/R2

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het exploitatieplan "Haven VIII Oost afronding" vastgesteld. Het exploitatieplan hoort bij het bestemmingsplan "BP Haven 8 Oost-afronding", dat ook is vastgesteld bij besluit van 22 juni 2023. Het bestemmingsplan maakt bedrijventerrein Haven 8 Oost-afronding planologisch mogelijk. De raad heeft het exploitatieplan vastgesteld om de noodzakelijke juridische basis te leggen voor het kostenverhaal. Daarnaast wil de raad met het exploitatieplan het tijdvak en de fasering bepalen en eisen en regels stellen. [appellante] is eigenaar van een perceel in het exploitatieplangebied. [appellante] betoogt dat een zonnepark een bouwwerk van algemeen nut is in de zin van artikel 4.1, aanhef en onder g van de planregels van het bestemmingsplan en dat de raad daarom rekening had moeten houden met de opbrengsten uit een zonnepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3353
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306460/1/R2

202307079/2/R2

Bij tussenuitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3382, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 26 september 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - administratieve herziening" te herstellen. Met het herstelbesluit heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - administratieve herziening" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De raad heeft in het kader van de Dienstenrichtlijn een onderzoek laten uitvoeren naar de geschiktheid en evenredigheid van artikel 10.1 van de planregels. De resultaten zijn neergelegd in de Deskundigennotitie [locatie 1]-[locatie 2]-[locatie 3] Helmond van 15 oktober 2025 van Ginder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3330
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307079/2/R2

202307942/1/R4

Bij besluit van 26 oktober 2020 hebben de minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister) de door [appellant A] te betalen CO2-vergoeding voor het kalenderjaar 2017 vastgesteld op € 15.531,20. [appellant A] en anderen exploiteren een glastuinbouwbedrijf op zes verschillende locaties in de gemeente Westland. [appellant A] en anderen drijven daarmee een inrichting die behoort tot de inrichtingen waarop een systeem van kostenverevening van toepassing is als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de Wm. Het gaat daarbij om verevening van kosten die zijn verbonden aan het in een kalenderjaar overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies (het CO2-emissieplafond). Indien de inrichtingen als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, gezamenlijk het CO2-emissieplafond overschrijden, dan is elk van die inrichtingen een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 15.52 van de Wm. Die vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule in artikel 3 van het Besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3344
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202307942/1/R4

202402010/1/A3

Bij besluit van 28 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [naam 1], geboren op [geboortedatum] 1986 in [plaats], Irak. Deze gegevens zijn ontleend aan een door hem afgelegde verklaring onder ede bij zijn vestiging in Nederland op 18 augustus 2004. [appellant] heeft op 11 januari 2022 verzocht om wijziging van zijn gegevens in de brp naar [naam 2], geboren op [geboortedatum] 1983 in [plaats], Irak. Ook heeft [appellant] verzocht om wijziging van de gegevens van zijn vader en moeder en opneming van gegevens van zijn partner. De rechtbank heeft geoordeeld dat de door [appellant] overgelegde documenten brondocumenten zijn. [appellant] heeft alleen geen consistente verklaringen afgelegd over hoe hij de documenten in Irak heeft verkregen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de openbare orde zich verzet tegen het verwerken van de door hem gewenste gegevens in de brp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3364
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202402010/1/A3

202402256/1/R4

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister) de door [appellante] te betalen CO2-vergoeding voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld op € 16.124,75. [appellante] exploiteert een glastuinbouwbedrijf op zes verschillende locaties in de gemeente Westland. [appellante] drijft daarmee een inrichting die behoort tot de inrichtingen waarop een systeem van kostenverevening van toepassing is als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de Wm. Het gaat daarbij om verevening van kosten die zijn verbonden aan het in een kalenderjaar overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies (het CO2-emissieplafond). Indien de inrichtingen als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, gezamenlijk het CO2-emissieplafond overschrijden, dan is elk van die inrichtingen een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 15.52 van de Wm. Die vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule in artikel 3 van het Besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3343
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202402256/1/R4

202402447/1/R3

Bij besluit van 27 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente het wijzigingsplan "Buitengebied Hof van Twente, wijziging Zomerweg 3 Ambt Delden" (het wijzigingsplan) vastgesteld. Het perceel aan de Zomerweg 3 in Ambt Delden had in het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" (het bestemmingsplan) de bestemming "Agrarisch" met een agrarisch bouwvlak en de aanduiding "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied". Deze aanduiding maakte een intensieve veehouderij mogelijk. De agrarische activiteiten zijn ter plaatse beëindigd. Het college heeft op verzoek van de initiatiefnemer gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2020" en het wijzigingsplan vastgesteld. De initiatiefnemer is voornemens om een groepsaccommodatie te realiseren. [appellanten] wonen aan de [locatie B] in Ambt Delden en zijn het niet eens met het wijzigingsplan omdat zij vrezen voor geluidsoverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3365
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202402447/1/R3

202403109/1/R3

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Goeree-Overflakkee het bestemmingsplan "Veegplan 2022" (het bestemmingsplan) vastgesteld. Met het bestemmingsplan wordt de geldende bestemming op delen van de percelen Kelderweg 17 en 18 in Ouddorp gewijzigd van "Tuin" naar "Natuur - 1" ter bescherming van de ter plaatse aanwezige bomen. [appellant] woont aan de [locatie A] en is het niet eens met het plan. Omdat de bomen een beschermde status krijgen, vreest hij voor beperkingen van de onderhoudsmogelijkheden. In het geval van de aan zijn perceel grenzende boom zal dit leiden tot nog meer overlast bij zijn woning en voor de tegenover zijn perceel staande bomen tot gevaar voor de omgeving. [appellant] betoogt dat het toekennen van een beschermde planologische status aan de aanwezige bomen niet noodzakelijk is. Hij voert aan dat de rij lindenbomen op het perceel aan de Kelderweg 18 reeds is opgenomen op de Bomenlijst Goeree-Overflakkee (de Bomenlijst) en dat die bomen daarmee al een beschermde status hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3366
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202403109/1/R3

202403136/1/R3

Bij besluit van 29 februari 2024 heeft de raad geweigerd het bestemmingsplan "[locatie] te [plaats]" vast te stellen. Het plangebied is gelegen aan [locatie] in [plaats] en ligt in het buitengebied op ongeveer 80 m van het stedelijk gebied van [woonplaats]. Momenteel geldt voor het perceel het bestemmingsplan "Buitengebied Midden-Drenthe", zoals gewijzigd door het bestemmingsplan "Veegplan Buitengebied Midden-Drenthe 2022". Het grootste gedeelte van de gronden heeft de bestemmingen "Bedrijf -Openbaar Nut" en "Waarde - Archeologie 2" met de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - rioolwaterzuiveringsinstallatie". Een strook grond aan de westkant van het perceel is bestemd voor "Agrarisch met waarden - 2" en "Waarde -Archeologie 2". Deze bestemmingen staan geen woningbouw toe. [appellant 1] en anderen zijn de initiatiefnemers van het plan en zijn voornemens om het perceel te herontwikkelen door de voormalige rioolwaterzuivering te vervangen door woningen. Het plan voorziet daarom onder andere in de toekenning van een woonbestemming aan een gedeelte van het perceel om twee vrijstaande woningen te kunnen realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3354
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202403136/1/R3

202403464/1/R2

Het bestemmingsplan ‘Ontplofbare Oorlogsresten’ van de gemeenteraad van Altena blijft in stand. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de bezwaren van een inwoner van de gemeente ongegrond verklaard. Daarmee is het bestemmingsplan definitief geworden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd in het Land van Heusden en Altena veel gevochten. Een deel van de munitie bleef in de bodem achter. Met het bestemmingsplan wil de gemeente de veiligheid vergroten en risico’s met ontplofbare oorlogsresten verminderen. Voordat dit plan werd vastgesteld, heeft de gemeente een onderzoek gedaan. Op een risicokaart zijn gebieden aangegeven waar mogelijk oorlogsresten in de grond zouden kunnen zitten. In het plan staan regels voor graafwerkzaamheden op en rond deze risicogebieden. Voor graafwerkzaamheden dieper dan 30 centimeter is een vergunning nodig. Gaat het om een risicogebied, dan wordt er een extra onderzoek naar explosieven uitgevoerd. De bezwaarmaker is eigenaar van een perceel in het gebied. Hij vindt het besluit van de gemeente overdreven, vanuit veiligheidsperspectief onnodig en te belastend voor bouwplannen vanwege bureaucratie en hogere kosten. Maar naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de gemeenteraad met het bestemmingsplan een evenwichtige afweging gemaakt en dit goed gemotiveerd. In de gemeente Altena worden nog regelmatig ontplofbare oorlogsresten aangetroffen. De gemeenteraad heeft het risico op ontplofbare oorlogsresten zo groot mogen vinden dat hij zich op het standpunt mocht stellen dat inwoners van de gemeente moeten worden beschermd tegen dit risico. Verder heeft de gemeenteraad een proportionele afweging gemaakt van de risico’s door niet het hele grondgebied van de gemeente aan te wijzen, maar alleen de gebieden die na het historisch bronnenonderzoek als verdacht zijn aangemerkt, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. De bezwaarmaker wijst er terecht op dat het bestemmingsplan extra regels, moeite en kosten met zich brengt, maar de gemeenteraad heeft zich naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak op het standpunt mogen stellen dat deze kosten niet buitensporig zijn, vergeleken met kosten die over het algemeen zijn gemoeid met ruimtelijke ingrepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3327
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403464/1/R2

202403583/1/R1

Bij besluit van 16 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van het gebouw op het [perceel] te Amsterdam (het perceel). [appellant] is eigenaar van het gebouw op het perceel dat hij gebruikt als woning. Het gebouw ligt aan de achterzijde van het historische grachtenpand "De Dolphijn", dat ligt aan [locatie 1] en [locatie 2] in Amsterdam. Het gebouw van [appellant] bestaat uit twee te onderscheiden delen: een hoger deel en een daaraan grenzend lager deel. Dat lagere deel wordt door [appellant] aangeduid als keukenaanbouw en door het college als zijaanbouw (hierna: de zijaanbouw). Beide delen van het gebouw bestaan uit een kelderverdieping en een daarboven gelegen verdieping. De zijaanbouw ligt op minder dan 6 meter van de achtergevel van het grachtenpand "De Dolphijn".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3325
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403583/1/R1

202404770/1/R3

Bij besluit van 3 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Nissewaard het bestemmingsplan "Ring 18a Simonshaven" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 44 woningen mogelijk op gronden gelegen aan de Ring 18a in Simonshaven. Onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Simonshaven" had een gedeelte van de gronden de bestemming "Agrarisch met waarden - Weidevogelgebied" en een gedeelte van de gronden de bestemming "Bedrijf". De gronden aan de zuidwestzijde van het plangebied hadden de bestemming "Sport". [appellant A] en anderen wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Simonshaven. Hun percelen grenzen aan het plangebied. Zij komen op tegen de vaststelling van het plan omdat zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat en omdat zij investeringen hebben gedaan in en rondom hun woningen in de veronderstelling dat het vrije uitzicht behouden zou blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3348
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404770/1/R3

202405070/1/R1

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een baan voor het trainen van paarden op het [perceel], ter hoogte van het perceel achter [locatie] in Haelen. [appellante] heeft op 27 februari 2022 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden. Het gaat om de aanleg van een baan voor het trainen van paarden op het perceel. Het college heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Aan deze weigering heeft het college ten grondslag gelegd dat de werkzaamheden in strijd zijn met het bestemmingsplan. Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden volgens het college de aanwezige waarden (ernstig) aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3341
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405070/1/R1

202405094/1/R3

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Epe het bestemmingsplan "Hoofdstraat 212 Epe" vastgesteld. Woonstichting Triada wil aan de Hoofdstraat 212 in Epe een appartementengebouw met 32 sociale huurwoningen realiseren. Het bestemmingsplan maakt dit mogelijk. Het plangebied ligt in de zuidoostelijke hoek van nieuwbouwwijk Klaarbeek. [appellant sub 2] en [appellanten sub 1] wonen eveneens in deze nieuwbouwwijk aan de rand van het plangebied. Zij vrezen vooral voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellant sub 2] en [appellanten sub 1] betogen dat er bij de totstandkoming van het bestemmingsplan onvoldoende mogelijkheden zijn geweest voor inspraak en participatie en dat onvoldoende naar hen is geluisterd. [appellant sub 2] en [appellanten sub 1] betogen dat het plan niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening omdat de toegestane bouwhoogtes niet in de omgeving passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3355
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202405094/1/R3

202406191/1/A3

Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de burgemeester Sax te kennen gegeven haar aanvraag om een exploitatievergunning, Alcoholwetvergunning en aanwezigheidsvergunning niet in behandeling te nemen. Sax heeft op 4 augustus 2022 een aanvraag gedaan voor een exploitatievergunning, Alcoholwetvergunning en aanwezigheidsvergunning voor een café aan [adres] in Rotterdam. De politie heeft geadviseerd de vergunningen te verlenen omdat er geen aanleiding is negatief te adviseren over de beheerders en leidinggevenden. De politie adviseerde wel een onderzoek uit te voeren op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) vanwege de geldstromen en het hoge bedrag dat gemoeid is met de overname van de horeca-inrichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3346
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202406191/1/A3

202406364/1/R1

De gemeenteraad van Roerdalen mocht weigeren om mee te werken aan de komst van een stiltecentrum voor vrouwen aan de Paarloweg in Sint Odiliënberg. Stichting Maharishi Vedic University (MVU) wil op voormalige agrarische gronden aan de Paarloweg een stiltecentrum voor vrouwen bouwen. Het bestaande bestemmingsplan stond dat niet toe en dus verzocht MVU de gemeente om een nieuw bestemmingsplan, 'Paarloweg 3, Sint Odiliënberg', vast te stellen dat het Women's International Center of Inner Happiness mogelijk zou maken. De gemeenteraad weigerde dat en de stichting kwam tegen de weigering in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Die oordeelt in de uitspraak van vandaag dat het stiltecentrum op deze locatie in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling bestuursrechtspraak is het eens met de gemeenteraad dat het stiltecentrum in aard en omvang niet passend is op de locatie aan de Paarloweg en dat er andere locaties denkbaar zijn waar het stiltecentrum kan worden gebouwd, bijvoorbeeld op het terrein van de zusterorganisatie Maharishi European Research University. De gemeenteraad had dus goede redenen om niet mee te werken aan de vaststelling van het bestemmingsplan voor het stiltecentrum, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3357
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202406364/1/R1

202407154/1/R1

Bij besluit van 9 juni 2021 heeft het college aan [vergunninghouders] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van de agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning op [locatie] in Assendelft. De Taurushoeve exploiteert een melkveehouderij aan de Akere 7 in Assendelft. Het bestaande bedrijf valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij dit bedrijf horen twee bedrijfswoningen. De verleende omgevingsvergunning heeft betrekking op de tweede (voormalige) bedrijfswoning, gelegen aan de [locatie], waarvan [vergunninghouders] eigenaar zijn en die in planologisch opzicht deel uitmaakt van de melkveehouderij. De Taurushoeve vreest in haar uitbreidingsmogelijkheden te worden beperkt als gevolg van de verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van deze bedrijfswoning als plattelandswoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3356
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Project strijd bestemmingsplan
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202407154/1/R1

202407386/1/R2

Bij besluit van 15 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Cranendonck het bestemmingsplan "Rubenslaan 1, Budel" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een appartementencomplex mogelijk op de gronden aan de Rubenslaan 1 in Budel. Het complex bestaat uit 3 bouwlagen voor in totaal 12 appartementen (sociale huurwoningen), bedoeld voor starters en senioren. De woningbouwcorporatie Stichting WoCom is initiatiefnemer van deze ontwikkeling en zal de woningen gaan verhuren. [appellant] woont direct ten westen van het plangebied op de gronden aan de Cranendoncklaan 62 in Budel. Hij vreest onder meer voor een "parkeerstraat" en voor aantasting van zijn privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3363
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202407386/1/R2

202407682/1/A3

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de burgemeester van Landgraaf besloten dat een schuur aan de [locatie] in Landgraaf op 6 juni 2024 voor zes maanden wordt gesloten. [appellant] is eigenaar van de schuur en de bijbehorende erven gelegen aan de [locatie] in Landgraaf. Naar aanleiding van een positieve netwerkmeting en een afstandsberekening door Enexis B.V. is de politie op 18 april 2024 de schuur binnengetreden. In een deel van de schuur werden 500 hennepplanten en verschillende materialen voor de kweek van hennep aangetroffen. De bevindingen van de politie zijn neergelegd in twee processen-verbaal van bevindingen van 18 april 2024 en een bestuurlijke rapportage van 23 april 2024. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat de politie heeft geconstateerd dat sprake is van een in werking zijnde hennepkwekerij en dat omstandigheden zijn aangetroffen die wijzen op een of meerdere oogsten. Volgens de burgemeester gaat het om een ernstige overtreding van de Opiumwet, omdat de hoeveelheid hennepplanten die in de schuur is aangetroffen de toegestane gebruikershoeveelheid van vijf hennepplanten ruimschoots overschrijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3368
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202407682/1/A3

202501016/1/A3 en 202501018/1/A3

Bij de uitspraken van 23 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de door [bedrijf A] en [bedrijf B] ingestelde beroepen tegen de weigering van exploitatievergunningen voor passagiersvervoer gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van die besluiten in stand gelaten. [bedrijf A] en [bedrijf B] verzoeken om herziening van deze uitspraken vanwege de uitspraken die de Afdeling op 25 september 2024 en op 2 oktober 2024 heeft gedaan. In die uitspraken heeft de Afdeling geoordeeld dat de wijziging van exploitatievergunningen in vergunningen voor bepaalde tijd onevenredig en onevenwichtig was. Volgens [bedrijf A] en [bedrijf B] blijkt uit deze uitspraken dat de afwijzende besluiten waarvan de Afdeling in de uitspraken van 23 november 2022 de rechtsgevolgen in stand heeft gelaten, nooit als rechtmatig mochten worden aangemerkt. [bedrijf A] en [bedrijf B] betogen verder dat de uitspraken van 23 november 2022 in strijd zijn met artikel 11 van de Dienstenrichtlijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3342
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Herziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501016/1/A3 en 202501018/1/A3

202501653/1/A2

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [partij] voor een toevoeging afgewezen. [partij] was gedetineerd toen het besluit van 28 maart 2023 werd genomen. Na een incident is hij in een isoleercel geplaatst en kreeg de mededeling dat hij één telefoontje mocht plegen. [partij] ging er vanuit dat (telefonisch) contact met zijn advocaat mogelijk bleef en heeft daarom met zijn partner gebeld. [partij] heeft een toevoeging aangevraagd en gekregen met als rechtsbelang het opkomen tegen het feit dat hij maar één telefoontje mocht plegen en niet met zijn advocaat mocht bellen. Daarnaast heeft hij een toevoeging aangevraagd met als rechtsbelang de plaatsing in een isoleercel. Die aanvraag is afgewezen, omdat volgens de raad dit hetzelfde rechtsbelang is als waarvoor de eerste toevoeging is verleend. Het bezwaar tegen de afwijzing van die aanvraag is om dezelfde reden ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3339
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202501653/1/A2

202501890/1/A3

Bij besluit van 25 januari 2024 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. [appellante] huurt de woning aan de [locatie] in Rotterdam. Op 10 augustus 2023 heeft een ripdeal plaatsgevonden in een nabijgelegen wijk. Na onderzoek naar deze deal is de woning aan de [locatie] in beeld gekomen bij de politie. De politie heeft de woning op 7 november 2023 bezocht. De bevindingen van de politie zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 20 november 2023. In de woning waren zeven personen aanwezig met diverse antecedenten op hun naam gerelateerd aan de Opiumwet en de Wet wapens en munitie. [appellante] was zelf niet aanwezig in de woning. De politie heeft 1.991 gram methamfetamine en 4 jerry-cans met amfetamine-olie aangetroffen. Daarnaast is ook een wapen en munitie gevonden. De burgemeester acht een sluiting van drie maanden noodzakelijk om verdere aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen, de openbare orde te herstellen en om een signaal af te geven aan de omgeving dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3369
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202501890/1/A3

202501960/1/A3

Bij besluit van 4 augustus 2022 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens een door [appellant] op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingediende klacht afgewezen. [appellant] heeft op 24 februari 2021 bij de AP een klacht ingediend over [administratiekantoor]. Volgens [appellant] heeft [administratiekantoor] de AVG overtreden door niet te voldoen aan zijn inzageverzoek op grond van artikel 15 van de AVG. De AP heeft bij het besluit van 4 augustus 2022 de klacht afgewezen, omdat om een overtreding te kunnen vaststellen nader onderzoek nodig zou zijn en de klacht niet voldoet aan de prioriteringscriteria voor klachtenonderzoek, zoals opgenomen in de Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek AP. Bij het besluit van 27 juni 2023 heeft de AP de afwijzing gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de AP redelijkerwijs op basis van een globaal bureauonderzoek heeft kunnen concluderen dat geen overtreding kon worden vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3333
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202501960/1/A3

202502218/1/A2

Bij twee afzonderlijke besluiten van 26 juli 2022 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de hersteloperatie toeslagen de definitieve compensatie aan [appellante] over het jaar 2009 en de maand januari 2010 vastgesteld op € 23.468,00. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. De Dienst Toeslagen heeft bij afzonderlijke besluiten van 26 juli 2022 besloten op een verzoek van [appellante] om herbeoordeling kinderopvangtoeslag over de jaren 2009 en 2010. De herbeoordeling over 2009 en de maand januari 2010 heeft geleid tot toekenning van een compensatiebedrag van € 23.468,00. Het besluit met kenmerk UHT-DC gaat over 2009 en het besluit met kenmerk UHT-DHR gaat over januari 2010. Aangezien [appellante] op 21 april 2024 in het kader van de Catshuisregeling al een bedrag van € 30.000,00 heeft ontvangen, heeft zij geen aanvullend bedrag ontvangen. Bij besluit met kenmerk UHT-DC-I A is compensatie over de maanden februari tot en met december 2010 afgewezen en bij besluit met kenmerk UHT-DH5 A is de herbeoordeling over deze resterende maanden van 2010 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3350
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502218/1/A2

202502322/1/A2

Bij besluiten van 9 november 2022, kenmerk TKA112478, 9 november 2022, kenmerk TKA119105, en 9 januari 2023, kenmerk TKA117902, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant de aanvragen van [appellante] om een tegemoetkoming in schade die wilde zwijnen hebben toegebracht aan de door haar gepachte gronden, afgewezen. [appellante] exploiteert een biologische geitenhouderij met een akkerbouwtak aan de [locatie] in Heeze. Zij teelt onder meer rogge als voer en stro voor de geiten. Sinds 1984 is [appellante] een biologisch bedrijf en sinds 1998 een biologisch dynamisch bedrijf. Zij is SKAL- en Demeter gecertificeerd. Op 12 augustus 2021 heeft [appellante] schade door wilde zwijnen aan het gewas grasland geconstateerd. Zij heeft voor de schade aan het gewas op 16 augustus 2021 een tegemoetkoming aangevraagd. BIJ12, die de regeling voor faunaschade namens het college uitvoert, heeft een taxateur ingeschakeld die de percelen heeft bezocht en die de schade heeft getaxeerd op € 7.318,60. De rechtbank heeft de besluiten van 10 juli 2023 vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. Volgens de rechtbank had het college terecht actieve risicoaanvaarding tegengeworpen, maar dat niet deugdelijk gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3332
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202502322/1/A2

202502323/1/A2

Bij besluit van 25 november 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan Saanenhof voor schade die wilde zwijnen hebben toegebracht aan de door haar gepachte gronden een tegemoetkoming van € 2.799,20 toegekend. Saanenhof exploiteert een biologische geitenhouderij met een akkerbouwtak aan de Somerenseweg 39a in Heeze. Zij teelt onder meer (winter)tarwe als voer en stro voor de geiten. Sinds 1984 is Saanenhof een biologisch bedrijf en sinds 1998 een biologisch dynamisch bedrijf. Zij is SKAL- en Demeter gecertificeerd. Op 3 maart 2021 heeft Saanenhof schade door wilde zwijnen aan het gewas tarwe geconstateerd. Zij heeft voor de schade aan het gewas op 4 maart 2021 een tegemoetkoming aangevraagd. BIJ12, die de regeling voor faunaschade namens het college uitvoert, heeft een taxateur ingeschakeld. De taxateur heeft de percelen bezocht op 10 maart 2021. In zijn taxatierapport van 27 oktober 2021 heeft hij de schade op € 3.049,20 getaxeerd. De tegemoetkoming is voor schade die bestaat uit verminderde tarwe-opbrengst. Voor zover de schade bestaat uit verminderde stro-opbrengst heeft het college geen tegemoetkoming in de schade toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3367
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202502323/1/A2

202502678/1/A2

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] met ingang van 15 mei 2024 ongeldig verklaard. Op 9 oktober 2023 heeft de politie een schriftelijke mededeling gedaan aan het CBR, als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994), van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. De aanleiding hiervoor was dat [appellant] op 8 oktober 2023 een aanrijding heeft veroorzaakt tussen zijn auto en twee geparkeerde auto’s door het intrappen van het verkeerde pedaal. Het CBR heeft daarom bij besluit van 3 november 2023 aan [appellant] een onderzoek naar zijn rijvaardigheid opgelegd. Zowel de uitslag van het eerste rijvaardigheidsonderzoek van 27 februari 2024 als het tweede rijvaardigheidsonderzoek van 7 mei 2024 was dat [appellant] onvoldoende rijvaardig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3361
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202502678/1/A2

202502687/1/A3

Bij besluit van 17 juli 2024 heeft de burgemeester van Rotterdam besloten de woning van [appellant] voor de duur van drie maanden te sluiten. Uit de bestuurlijke rapportage van 13 juni 2024 volgt dat de politie na een brandmelding de woning van [appellant] heeft bezocht. Daar hebben zij [appellant] waargenomen terwijl hij brandende goederen van het balkon gooide. Deze goederen stonden deels nog in brand en kwamen onder andere op aldaar geparkeerde auto’s terecht. De goederen die naar beneden werden gegooid waren: een plasticzak met daarin bruin poeder, diverse zeven, 50-tal doorzichtige plasticzakken, een spatel met een bruine substantie eraan, een (keuken) weegschaal en meerdere teiltjes met daarin een bruine substantie. Deze deels verbrande goederen zijn door een indicatieve test en op basis van algemene bekendheid gekoppeld aan de productie, vervaardiging of verkoop van harddrugs. Het gaat om versnijdingsmiddel van paracetamol en cafeïne en een onbekende bruine substantie. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester besloten over te gaan tot sluiting van de woning van [appellant] voor de duur van drie maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3362
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202502687/1/A3

202502918/1/A2

Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besloten dat de woning van [appellanten] niet versterkt hoeft te worden. [appellanten] is eigenaar van een woonboerderij uit 1883 met een voormalige schuur met gebintconstructie aan de [locatie] te [woonplaats]. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft laten onderzoeken of de woonboerderij met schuur van [appellanten] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied, tegenwoordig neergelegd in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen (TwG).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3349
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overige
  • uitspraakin de zaak202502918/1/A2

202503255/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 7 mei 2025 van de rechtbank Amsterdam. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellante] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 8 juni 2023 op het bezwaar tegen het besluit van 30 april 2020 waarin haar verzoek om een Europese gehandicaptenparkeerkaart passagier is afgewezen, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3426
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503255/1/A3

202504014/1/A2

Bij besluit van 29 april 2024 heeft de burgemeester van Velsen kenbaar gemaakt dat het bedrijfspand aan de [locatie] in Velserbroek met ingang van 15 april 2024 voor de duur van zes maanden is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellant] was eigenaar van het pand ten tijde van de sluiting. Hij verhuurde het pand aan de exploitant van een kringloopwinkel. De burgemeester heeft de sluiting gelast van het pand voor een periode van zes maanden, nadat gemeentelijke toezichthouders bij een controle op 15 april 2024 een in werking zijnde hennepplantage hadden aangetroffen met meer dan 1.300 hennepplanten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3336
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504014/1/A2

202504551/1/R1

Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een bedrijfswoning in het bedrijfspand aan het [perceel] in Krommenie (perceel) buiten behandeling gesteld. [appellant] woont in het bedrijfspand op het perceel. Op 28 juli 2023 heeft hij een aanvraag gedaan om het pand te legaliseren als een bedrijfswoning. Met de brief van 15 augustus 2023 heeft het college [appellant] gevraagd om aanvullende gegevens aan te leveren, waaronder informatie over de goede ruimtelijke ordening vanwege de strijd met het bestemmingsplan. Omdat [appellant] die gegevens niet heeft aangeleverd, heeft het college de aanvraag van [appellant] met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gesteld. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de aanvraag buiten behandeling mocht stellen. Volgens [appellant] is het bouwplan in overeenstemming met het bestemmingsplan en was de gevraagde informatie over de goede ruimtelijke ordening daarom niet nodig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3340
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202504551/1/R1

202504972/1/A2

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [wederpartij] ongeldig verklaard met ingang van 1 augustus 2024. [wederpartij] is op 18 januari 2024 betrokken geweest bij een eenzijdig verkeersongeval. Uit de uitgevoerde ademanalyse bleek dat hij onder invloed van alcohol was en dat het alcoholgehalte 1075 µg/l (2,473‰) bedroeg. De politie Zeeland-West-Brabant heeft daarom aan het CBR een mededeling gedaan van het vermoeden dat [wederpartij] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of geschiktheid voor het besturen van een motorrijtuig. Het CBR heeft bij besluit van 23 januari 2024 een onderzoek opgelegd naar de rijgeschiktheid van [wederpartij] en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Het onderzoek naar de rijgeschiktheid vond plaats op 25 mei 2024. De psychiater heeft in het rapport van het onderzoek van 25 mei 2024 geconcludeerd dat op basis van alle relevante gegevens de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ gesteld kan worden en dat het aannemelijk is dat met het alcoholmisbruik is gestopt sinds 19 januari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3324
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504972/1/A2

202505266/1/R2

Bij besluit van 25 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Heusden het bestemmingsplan "[locatie], Hedikhuizen en Oude Haven 31a, Haarsteeg" vastgesteld. Het bestemmingsplan beoogt te voorzien in de uitbreiding van het bedrijf [partij]. [partij] is een aannemersbedrijf dat gespecialiseerd is in sloop- en grondwerken en in recycling van grondstoffen. Het bedrijf is op meerdere locaties gevestigd. Met het bestemmingsplan worden de bedrijfsactiviteiten geconcentreerd op de locatie [locatie] in Hedikhuizen. De locatie aan de Oude Haven in Haarsteeg is daardoor niet langer nodig. Deze locatie is in het bestemmingsplan bestemd voor woningen. Aan [locatie] voorziet het plan in een bestemmingsvlak voor het bedrijf en in de mogelijkheid om op het uitbreidingsvlak bebouwing te realiseren. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] zijn omwonenden en hebben beroep ingesteld tegen het deel van het bestemmingsplan dat gaat over [locatie], omdat zij met name vrezen voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat. Volgens hen is de uitbreiding van het bedrijf onder meer in strijd met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) en gemeentelijk beleid en met een goede ruimtelijke ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3360
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202505266/1/R2

202505304/1/R4

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer zijn beslissing om op 14 juli 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met Artikel 10 lid 3 van de Afvalstoffenverordening gemeente Deventer en artikel 6 lid 3 van het Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening gemeente Deventer aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een papieren tasje met papierafval, dat op 14 juli 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de Ceintuurbaan in Deventer. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] het papieren tasje met papierafval verkeerd heeft aangeboden, omdat in het tasje een kartonnen doos is gevonden met daarop haar adresgegevens. [appellante] stelt dat zij het papierafval in de ondergrondse papiercontainer heeft gedeponeerd. Zij voert aan dat de container al zeer vol was, maar dat zij desondanks meerdere papieren tasjes met papierafval in de container heeft kunnen plaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3370
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505304/1/R4

202600069/1/A2

Bij beslissing van 16 september 2025 heeft de examencommissie van de Faculteit Bestuur, Recht en Veiligheid het verzoek van [appellante] voor een vrijstelling voor de bachelorstage, afgewezen. [appellante] volgt sinds 2021 de Engelstalige bacheloropleiding HBO Recht aan de Haagse Hogeschool. Zij hoeft alleen nog haar stage van 30 ECTS te halen om de opleiding af te ronden. Vanwege haar slechte gezondheid heeft zij een verzoek om een vrijstelling ingediend voor de stage. De examencommissie heeft het verzoek afgewezen, omdat uit de twee arbeidsovereenkomsten die zij heeft overgelegd niet volgt dat zij de leerdoelen heeft gehaald die gehaald moeten worden tijdens de stage.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3323
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600069/1/A2

202600728/1/A2

Bij beslissing van 24 november 2025 heeft de examencommissie Communicatiewetenschap van de Faculteit der Sociale Wetenschappen wegens plagiaat alle door [appellante] afgelegde (deel)tentamens voor de cursus Leerproject 2 ongeldig verklaard en haar uitgesloten van deelname aan tentamens voor de cursus gedurende het academisch jaar 2025-2026. [appellante] volgt de bacheloropleiding Communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit. Voor de cursus Leerproject 2 moest zij vier methode-opdrachten maken en een onderzoeksverslag schrijven dat bestaat uit vijf paragrafen, waarbij telkens een concept-paragraaf moest worden ingediend. Na het inleveren van concept-paragraaf 2 heeft een docent een melding gemaakt over ‘hallucinerende bronnen’ in de door [appellante] ingeleverde tekst. Naar aanleiding daarvan is zij door de examencommissie uitgenodigd voor een gesprek. Hier heeft zij verklaard dat zij voor het opmaken van de bronvermelding gebruik heeft gemaakt van Scribbr, waardoor in de bronvermelding fouten zijn ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3322
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600728/1/A2

202601623/1/A3

[verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2024 in zaak nr. 22/4991 en 23/5988. De Afdeling heeft op 29 april 2026 uitspraak gedaan op dat hoger beroep (ECLI:NL:RVS:2026:2417). [verzoeker] heeft de Afdeling erop gewezen dat zij ten onrechte heeft nagelaten ook te beslissen op zijn verzoek om een schadevergoeding wegens het overschrijden van de redelijke termijn. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3338
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202601623/1/A3

202405326/1/V1

Bij besluit van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 26 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3303
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405326/1/V1

202503116/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 15 mei 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Pals, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3300
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503116/1/V1

202503117/1/V1

Bij uitspraak van 28 mei 2025 heeft de rechtbank een verzoek van appellant om de minister te veroordelen in de proceskosten, afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Pals, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3302
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503117/1/V1

202504716/1/V2

Bij besluit van 17 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3294
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504716/1/V2

202600429/2/R3

Bij besluit van 16 september 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe een last onder dwangsom aan [verzoeker] opgelegd vanwege het niet voldoen aan een herbeplantingsplicht voor het perceel [locatie] in Borger. [verzoeker] is eigenaar van het perceel [locatie]. Op 19 februari 2021 heeft een toezichthouder van de provincie Drenthe geconstateerd dat op dit perceel een houtopstand is geveld zonder dat daarvoor een melding is gedaan. Het college heeft vervolgens [verzoeker] per brief erop gewezen dat hij voor 1 mei 2024 moet voldoen aan zijn herbeplantingsplicht. Tijdens een inspectie van de toezichthouder op 2 mei 2024 is geconstateerd dat op het perceel nog geen herplant heeft plaatsgevonden. Daarom heeft het college bij besluit van 16 september 2024 [verzoeker] de last opgelegd om voor 30 november 2024 het perceel op bosbouwkundig verantwoorde wijze te herbeplanten. Volgens [verzoeker] kan de last onder dwangsom niet in stand blijven. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht de opgelegde last onder dwangsom te schorsen totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3301
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202600429/2/R3

202601188/2/A3

Bij besluit van 12 december 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de aanvraag van [wederpartij] afgewezen voor de vernieuwing van zijn vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies schipper zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen van minder dan 60 meter (schipper zeevisvaart op vaartuigen tot 60 meter) en stuurman-werktuigkundige zeevisvaart voor alle vissersvaartuigen (stuurman-werktuigkundige). Deze zaak gaat over vaarbevoegdheidsbewijzen van [wederpartij]. De minister heeft geweigerd om die van [wederpartij] te vernieuwen omdat [wederpartij] niet de certificaten brandbestrijding en reddingmiddelen heeft. Volgens de minister zijn die nodig voor de functies schipper zeevisvaart op vaartuigen tot 60 meter en stuurman-werktuigkundige zeevisvaart. Volgens de minister is er spoedeisend belang omdat de opdracht van de rechtbank onomkeerbare gevolgen heeft. Verder betoogt de minister dat zijn belang bij uitstel is dat het oordeel van de rechtbank hem dwingt tot handelen in strijd met wat in het Besluit zeevarenden staat. Volgens de minister is dat oordeel gebaseerd op onjuiste aannames en leidt het tot onveilige situaties op schepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3304
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202601188/2/A3

BRS.25.001307

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3264
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001307

BRS.26.000457

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van [appellant] om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3253
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000457

BRS.26.002085

Bij besluit van 11 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3257
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002085

BRS.26.002128

Bij besluit van 12 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een opvolgende aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3252
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002128

BRS.26.002275

Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3259
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002275

BRS.26.002360

Bij besluit van 12 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3318
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002360

BRS.26.002536

Bij besluit van 13 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3274
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002536

BRS.26.002561

Bij besluit van 7 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3262
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002561

BRS.26.002752en BRS.26.002754

Bij besluit van 26 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3311
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002752en BRS.26.002754

202306720/4/R1

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Zaanstad het bestemmingsplan "Noorderveen" vastgesteld. De raad heeft in het plan van 12 oktober 2023 aan het perceel [locatie] te Assendelft, waarvan [appellant] eigenaar is, de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend. In artikel 22.7 van de planregels van dat plan was verder persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen voor het gebruik van het gebouw op dat perceel voor wonen. In de beslissing van de uitspraak van 20 augustus 2025 heeft de Afdeling de beroepen van rechtswege van [appellant] tegen de besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 ongegrond verklaard. De Afdeling komt ambtshalve tot de conclusie dat deze beslissing onjuist is. De beslissing, onder II, van de uitspraak van 20 augustus 2025 moet daarom ambtshalve vervallen worden verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3306
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202306720/4/R1

202401536/1/V2

Bij besluit van 25 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3295
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401536/1/V2

BRS.25.001375

Bij besluiten van 3 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3236
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001375

BRS.25.002417

Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3246
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002417

BRS.26.001091

Bij besluit van 22 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvullend terugkeerbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3235
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001091

BRS.26.001376

Bij besluit van 31 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan appellanten verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3231
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001376

BRS.26.001987

Bij besluit van 27 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3240
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001987

BRS.26.002257 en BRS.26.002258

Bij besluit van 24 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3292
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002257 en BRS.26.002258

BRS.26.002349 en BRS.26.002350

Bij besluiten van 13 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3234
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002349 en BRS.26.002350

BRS.26.002475

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3244
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002475

BRS.26.002483

Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3247
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002483

BRS.26.002566

Bij besluit van 21 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3242
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002566

202601177/2/A3

Bij uitspraak van 13 mei 2026 in zaak nr. 202601177/3/A3 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 6 maart 2026 in zaak nr. 25/1419 geschorst en bepaald dat de minister van Financiën geen nieuw besluit hoeft te nemen op het bezwaar van [wederpartij], totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3148
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601177/2/A3

BRS.25.000854

Bij besluit van 25 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3145
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000854

BRS.25.001284

Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3220
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001284

BRS.25.001559

Bij besluit van 5 maart 2025, aangevuld bij besluit van 10 juni 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3223
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001559

BRS.25.002117

Bij besluit van 2 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3219
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002117

BRS.26.000705

Bij besluit van 19 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3190
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000705

BRS.26.001214

Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3224
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001214

BRS.26.001227

Bij besluit van 4 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3213
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001227

BRS.26.002108

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3225
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002108

BRS.26.002111

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3227
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002111

BRS.26.002541

Bij besluit van 28 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3221
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002541

202302313/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3237
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302313/1/V1

202504774/2/A3

Bij besluiten van 16 en 18 juli 2022 hebben de burgemeester en de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Velsen. aan de Harddraverij-Vereniging Santpoort en omstreken (de vereniging) en Stichting Verenigde Horeca(bedrijven) Santpoort (de stichting) vergunningen en ontheffingen verleend voor het Dorpsfeest in Santpoort-Noord voor de periode van 30 juli tot en met 6 augustus 2022. [verzoeker] woont aan de [locatie] in Santpoort-Noord. In Santpoort-Noord wordt jaarlijks in de zomer het Dorpsfeest georganiseerd. Tijdens het Dorpsfeest staat er een podium op de Terrasweg, waar ’s avonds muziek te horen is. Ook worden in de Terrasweg luidsprekers opgehangen, waarmee muziek wordt afgespeeld, mededelingen worden gedaan en commentaar wordt geleverd bij onder meer het ringsteken. Op grond van het bestemmingsplan "Santpoort-Noord" geldt ter hoogte van de Terrasweg de enkelbestemming "verkeer", de dubbelbestemming "waarde-archeologie" en de gebiedsaanduiding "overige zone - evenemententerrein".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3147
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202504774/2/A3
vorige pagina123...1.250volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon