Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.844
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202003468/1/R2 en 202003004/1/R2

Bij besluit van 5 maart 2020 heeft de raad van de gemeente Oss het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Geitenhouderijen - 2019" vastgesteld. Het "Paraplubestemmingsplan Geitenhouderijen - 2019" betreft een gedeeltelijke herziening van alle bestemmingsplannen geldend in de gemeente Oss waarbinnen een agrarische bedrijfsbestemming is toegestaan. Dit plan houdt een verbod in voor het wijzigen van het gebruik ten behoeve van het houden van geiten, alsmede een verbod voor het houden van meer geiten in bestaande bebouwing dan is toegestaan op grond van een vóór 5 september 2018 gedane melding of verleende vergunning, genoemd in artikel 3.2 van de planregels. Het plan "Buitengebied Oss - 2020" voorziet in een integrale herziening van de bestemmingsplannen voor het buitengebied van de gemeente Oss. Daarnaast wordt voorzien in een actuele passende regeling voor bestaande situaties en worden er diverse ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2823
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202003468/1/R2 en 202003004/1/R2

202004513/2/R4

Bij tussenuitspraak van 29 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1246, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Epe opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 28 mei 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "VMI", te herstellen. VMI is een internationaal bedrijf. Zij ontwikkelt productielijnen voor de autobandenindustrie. Het bedrijf is van oudsher gevestigd aan de Gelriaweg 16 in Epe. VMI is uitgegroeid tot een bedrijf met een oppervlakte van circa 8 hectare en wil haar bedrijfsterrein uitbreiden met circa 6 hectare. Het plan voorziet in de planologische basis daarvoor. De uitbreiding bestaat onder meer uit een verruiming van de bestemming "Bedrijf". De bedoeling is om onder meer extra assemblagehallen, een bedrijfskantoor en een magazijn te bouwen. Ook voorziet het plan in een tweede parkeerterrein voor werknemers van VMI. Verder omvat het plan een nieuwe aansluiting op de provinciale weg N309 en maatregelen in het kader van de ontwikkeling van natuur en de landschappelijke inpassing. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen in de omgeving van VMI en hebben beiden direct zicht op het bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2804
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202004513/2/R4

202100828/1/R2

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucphen het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gebruik van de Verlengde Vosdonkseweg in strijd met de geluidsvoorschriften van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Kom St. Willebrord, Verlengde Vosdonkseweg" afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie] in Sprundel, naast de Verlengde Vosdonkseweg. Hij heeft het college verzocht om handhavend op te treden. Volgens [appellant] wordt de Verlengde Vosdonkseweg gebruikt in strijd met artikel 4.3, aanhef en onder g, van de planregels, omdat geen geluidswerende voorziening is gerealiseerd die de geluidbelasting van de weg op de gevel van zijn woning beperkt tot 48 dB. Het college heeft het verzoek om handhaving afgewezen. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1570, het oorspronkelijke besluit op bezwaar van 26 februari 2019 vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. In het akoestisch onderzoek, dat aan dat besluit ten grondslag lag, was namelijk van onjuiste uitgangspunten uitgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2808
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202100828/1/R2

202104210/1/R2

Bij besluit van 4 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Landerd aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het huisvesten van vier arbeidsmigranten voor een periode van twee jaar in het pand aan de [locatie] in Schaijk. Deze zaak gaat over een omgevingsvergunning die geldt voor een periode van twee jaar. Die twee jaar zijn nu verstreken. Uit de uitspraak van de rechtbank blijkt dat er inmiddels een omgevingsvergunning is verleend voor de bouw van acht appartementen op het adres en dat deze vergunning onherroepelijk is. Het huisvesten van arbeidsmigranten waar deze procedure over gaat, was bedoeld als overbruggingsperiode.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2801
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202104210/1/R2

202106161/1/R2

Bij besluit van 3 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om onder meer de zonder omgevingsvergunning opgerichte woning, berging, overkapping en volière op het perceel aan de [locatie] in Best te verwijderen en verwijderd te houden en overtredingen ten aanzien van de loods te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Best. Op het perceel bevinden zich onder meer een bedrijfswoning, een woning, een berging, een overkapping en een volière. Een gedeelte van het perceel is in het bestemmingsplan "Buitengebied Best 2006" bestemd als "Agrarisch gebied". De gronden waarop de bedrijfswoning is gelegen hebben de bestemming "Woondoeleinden (medebestemming)". Een toezichthouder van de gemeente heeft op 29 september 2019 een controle uitgevoerd op het perceel. De bevindingen van deze controle zijn opgenomen in het controlerapport van 19 november 2019. Uit dit rapport volgt onder meer dat binnen de bestemming "Agrarisch gebied" een tweede woning staat met een oppervlakte van 156 m2 en een bijbehorende overkapping.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2822
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106161/1/R2

202107873/1/R4

Bij besluit van 18 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem het verzoek van [appellant A] om, voor zover thans nog van belang, handhavend op te treden tegen de door [partij A] en [partij B] aangebrachte afwerking aan de vrijvallende gevels van de woning van [appellant A] aan de [locatie] te Arnhem, afgewezen. [appellant A] en [partij] hebben ieder in eigen beheer een woning gebouwd aan de Rodenburgstraat in Arnhem. Deze woningen zijn tegen elkaar aan gebouwd en delen een gezamenlijke spouwmuur. Als gevolg van de verschillende ontwerpen van de woningen worden enkele geveldelen van de woning van [appellant A] aan de [locatie] niet bedekt door de zijgevel van de woning van [partij] aan de Rodenburgstraat 10. Die geveldelen missen daardoor een tweede spouwblad en worden vrijvallende gevels genoemd. [appellant A] stelt dat [partij] zonder overleg isolatie en afwerking heeft aangebracht aan de vrijvallende gevels van de woning van [appellant A]. [appellant A] heeft het college vervolgens verzocht hiertegen handhavend op te treden, omdat [appellant A] een nul-op-de-meterwoning wilde bouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2827
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202107873/1/R4

202108053/1/R4

Bij besluit van 20 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkelland [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,- ineens gelast om met onmiddellijke ingang de bouwwerkzaamheden op het perceel [locatie] te Haarlo te staken en gestaakt te houden. Op 25 april 2013 heeft het college aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een tuinkamer/hobbyruimte bij zijn woning op het perceel. Op 8 mei 2019 heeft een toezichthouder van de gemeente Berkelland geconstateerd dat er op het perceel wordt gebouwd in afwijking van de verleende omgevingsvergunning. Vervolgens heeft het college de last onder dwangsom opgelegd. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat er wordt gebouwd in afwijking van de verleende omgevingsvergunning, omdat de tuinkamer groter wordt uitgevoerd dan vergund, namelijk 6,6 meter bij 11,5 meter, in plaats van de vergunde 6,45 meter bij 6,45 meter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2825
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202108053/1/R4

202200145/1/A2

Bij besluit van 18 november 2019 heeft het college de gemeentelijke schuldhulpverlening aan [appellant] per 18 november 2019 beëindigd. [appellant] is op 5 augustus 2016 gestart met een gemeentelijk schuldhulpverleningstraject. In november 2019 heeft het college dit traject beëindigd, omdat [appellant] zich volgens het college niet aan de voorwaarden voor het traject heeft gehouden. [appellant] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2816
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202200145/1/A2

202200269/2/R3

Bij tussenuitspraak van 13 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1032) heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Den Haag opgedragen om binnen 8 weken na de verzending van deze tussenuitspraak het in overweging 10.5 van die uitspraak geconstateerde gebrek te herstellen en de Afdeling en de betrokken partijen de uitkomst mee te delen en een nieuw of gewijzigd besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het college in het bestreden besluit van 1 december 2021 niet heeft gemotiveerd waarom de aard van het in geding zijnde bouwplan naar zijn oordeel aanleiding geeft voor een voorschrift op grond waarvan de kleurstelling pas in een later stadium wordt bepaald. De Afdeling heeft overwogen dat het college dat in dit geval wel had moeten doen, omdat uit de adviezen van de welstandscommissie blijkt dat aan de kleurstelling een bepalende betekenis toekomt voor de toetsing aan redelijke eisen van welstand, en de welstandscommissie negatief heeft geadviseerd over de kleurstelling die in de oorspronkelijke aanvraag was opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2809
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202200269/2/R3

202200504/1/A3

Bij besluit van 6 december 2019 heeft de burgemeester van Groningen aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 1360,00 wegens overtreding van de Drank- en Horecawet (hierna: de DHW). [appellante] is een amateurvoetbalvereniging. In de kantine worden alcoholhoudende dranken verkocht. Hiervoor is aan [appellante] een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de DHW verleend. In een boeterapport van 19 oktober 2019 staat dat de gemeente twee bezoekers, een jongen en meisje van 17 jaar oud en beiden met een jeugdig gezicht, heeft ingezet als mystery guests. Twee toezichthouders als bedoeld in artikel 41, eerste lid, aanhef en onder b, van de DHW, hebben in de kantine waargenomen dat deze twee bezoekers een bestelling plaatsten bij de bar. Zij hoorden dat de man aan de bar vroeg of zij Amstel Radler 0.0 of 2.0 wilden hebben, waarop werd geantwoord 2.0. Vervolgens werd hen een geopend flesje Amstel Radler overhandigd samen met een glas met kennelijk bier. De bezoekers hebben daarna plaatsgenomen aan een tafel waarop ze hun bier hebben geplaatst. Na enige tijd hebben zij de kantine met het flesje verlaten. De toezichthouders hebben vervolgens de flesjes gecontroleerd en hebben toen geconstateerd dat een alcoholpercentage van 2% op de flesjes stond vermeld. De bezoekers hebben tegenover de toezichthouders verklaard dat aan hen niet is gevraagd naar hun leeftijd en ook niet naar hun identiteitsbewijzen. Verder hebben zij verklaard dat zij de barman niet kennen en dat zij niet eerder in deze kantine zijn geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2817
Datum uitspraak
10 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202200504/1/A3
vorige pagina1...962963964...12.385volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon