Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.844
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202303503/1/A3

Bij besluit van 14 oktober 2022 heeft de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geweigerd om terug te komen van het besluit van 31 maart 2022 of dat besluit te herzien. Bij besluit van 4 januari 2023 heeft het UWV een besluit genomen op het AVG-verzoek van [appellant] en daarbij een overzicht van de opgevraagde persoonsgegevens aan [appellant] verstrekt. [appellant] betoogt dat het UWV, naast de volledige dwangsom wegens niet tijdig beslissen als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb, ook een aanvullende dwangsom als bedoeld in artikel 8:55d van de Awb van € 100,00 per dag tot een maximum van € 15.000,00 is verschuldigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2890
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202303503/1/A3

202303519/1/V6

Bij besluit van 6 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Guinee en geboren te zijn op [geboortedatum] 1985. Hij is sinds 2001 in Nederland. De staatssecretaris heeft hem met ingang van 11 november 2014 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij partner’. [appellant] heeft op 22 juli 2020 het verzoek ingediend. Op dat moment beschikte hij over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, geldig tot 30 mei 2021. Ter staving van zijn identiteit en nationaliteit heeft hij een Guinees paspoort overgelegd dat is afgegeven op [afgiftedatum] 2016 en geldig was tot [datum] 2021. Verder heeft [appellant] documenten overgelegd waarmee hij stelt dit paspoort te hebben verkregen. Het gaat om een gewaarmerkte kopie ‘Copie Conforme’ uittreksel geboorteakte, afgegeven op [afgiftedatum] 2013, een gecertificeerde kopie van een identiteitskaart, afgegeven op [afgiftedatum] 2019 en een ‘certificat de résidence’, afgegeven op [afgiftedatum] 2016.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2923
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202303519/1/V6

202303995/1/R3

Bij besluit van 18 april 2023 heeft de raad van de gemeente Tynaarlo het bestemmingsplan "[locatie A] (naast) Zuidlaren" vastgesteld. Het plan voorziet in het initiatief van de bewoners van [locatie A] in Zuidlaren om een woning te bouwen op het zuidelijk deel van hun perceel en een aangrenzend perceel dat daartoe is aangekocht. Deze gronden, met een totaaloppervlak van 710 m2, zijn ten behoeve van de ontwikkeling kadastraal herschikt. Het nieuwe woonkavel bestaat uit de percelen Zuidlaren, sectie G, nummers 5068, 6285 en 6287. Tot voor kort woonde [appellante B] in de woning op het perceel [locatie B] in Zuidlaren, direct ten zuiden van het plangebied. [appellant] kan zich niet verenigen met het plan. [appellant] vreest dat de komst van de woning zijn omgeving op onaanvaardbare wijze zal verstoren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2913
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202303995/1/R3

202304081/1/R3

Bij besluit van 5 april 2023 heeft de raad van de gemeente Enschede het bestemmingsplan "Onzelfstandige bewoning Enschede 2022" vastgesteld. Het plan voorziet in een regeling voor kamerverhuurpanden voor een groot deel van het grondgebied van de gemeente Enschede. Het gaat om een zogenoemd paraplubestemmingsplan. Op grond van artikel 5.1.1 van het plan is het ter plaatse van de aanduiding "overige zone - verbod onzelfstandige bewoning" verboden om zonder omgevingsvergunning woningen/wooneenheden of andere gebouwen te gebruiken of in gebruik te geven als kamerverhuurpand. In afwijking daarvan is bij bestaande kamerverhuurpanden wel onzelfstandige bewoning toegestaan. Het vergroten van het aantal kamers binnen een bestaand kamerverhuurpand is verboden zonder omgevingsvergunning. [appellant] is eigenaar van het pand op het perceel Rozenstraat 49 in Enschede. Dit pand is al jaren in gebruik als kamerverhuurpand en heeft zes kamers. Met het plan is aan het gebied waarin het pand ligt, de aanduiding "overige zone - verbod onzelfstandige bewoning" toegekend. Volgens [appellant] respecteert het plan zijn rechten niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2921
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202304081/1/R3

202304341/1/A2

Bij brief van 27 maart 2020 heeft de Sociale Verzekeringsbank [appellant] geïnformeerd dat hij minder kindgebonden budget hoeft terug te betalen. [appellant] is getrouwd met [echtgenote]. [appellant] en [echtgenote] hebben vier kinderen, waarvan er in 2015 twee minderjarig waren. [echtgenote] woonde in 2015 met de twee minderjarige kinderen in Marokko en [appellant] woonde in Nederland. De Belastingdienst/Toeslagen (thans: de Dienst Toeslagen) heeft aan [appellant] voorschotten kindgebonden budget over 2015 toegekend. Omdat de destijds minderjarige kinderen van [appellant] in 2015 in Marokko woonden en [echtgenote] met de zorg voor hen was belast, moesten de voorschotten kindgebonden budget op grond van artikel 26 van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko rechtstreeks aan [echtgenote] worden uitbetaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2924
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304341/1/A2

202305138/1/A2

Bij besluit van 2 februari 2022 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is vader van drie minderjarige kinderen over wie hij sinds zijn echtscheiding het co-ouderschap heeft. Sinds februari 2020 huurt hij een kamer in een woning aan de [locatie] in Rotterdam, nadat het gebruik van de echtelijke woning bij beschikking van de voorzieningenrechter van 3 februari 2020 bij uitsluiting aan de ex-partner van [appellant] was toegewezen. Deze woonruimte is volgens [appellant] niet geschikt om uitvoering te geven aan zijn rol als vader en het co-ouderschap: hij kan zijn kinderen niet adequaat in deze woning ontvangen of hen hier laten overnachten. Dit blijkt volgens hem ook uit het feit dat de gemeente de inschrijving van een van zijn kinderen op dit adres heeft geweigerd, omdat de woning volgens de gemeente niet geschikt is om een kind te laten wonen. Zijn kinderen lijden daaronder. [appellant] heeft daarom op 23 november 2021 een urgentieverklaring aangevraagd. In de aanvraag stelt hij ook dat zijn woonlasten na zijn echtscheiding onevenredig hoog zijn in relatie tot zijn inkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2895
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305138/1/A2

202305150/1/A2

Bij besluit van 22 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek een aanvraag van [appellante sub 2] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante sub 2] is exploitant van een autobedrijf met showroom op de [locatie 1] en een werkplaats op de [locatie 2] te Wezep. Het bedrijf ligt vlak naast de snelweg A28. Bij brief van 20 december 2019 heeft [appellante sub 2] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade in verband met het bij besluit van 27 september 2018 vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied, Aansluiting A-28 (hierna: het nieuwe bestemmingsplan). Volgens [appellante sub 2] heeft de inwerkingtreding van dat bestemmingplan tot gevolg dat de in de buurt van de bedrijfslocatie gelegen op- en afritten van de A28 zijn verdwenen en de bereikbaarheid en vindbaarheid van het bedrijf is verslechterd. [appellante sub 2] stelt zich op het standpunt dat dit heeft geleid tot inkomensderving en tot waardevermindering van haar onroerende zaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2904
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305150/1/A2

202305226/1/A2

Bij brief van 28 september 2021 heeft de staatssecretaris van Financiën het verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De Belastingdienst heeft [appellant] bij brief van 20 mei 2021 geïnformeerd dat gegevens over hem in de Fraude Signalering Voorziening zijn opgenomen. Het gebruik van deze voorziening voldeed in zijn algemeenheid niet aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming, omdat te veel medewerkers daar toegang tot hadden en de gegevens te lang werden bewaard. Sommige gegevens zijn ten onrechte in de FSV opgenomen en sommige gegevens zijn verkeerd gebruikt. Daarom heeft de staatssecretaris de toegang voor belastingmedewerkers tot de FSV op 27 februari 2020 uitgezet en wordt deze niet meer gebruikt door de Belastingdienst bij de uitvoering van (belasting)wetgeving. [appellant] heeft de Belastingdienst bij brief van 25 juni 2021 verzocht om schadevergoeding voor de schade die hij vanaf 2012 tot heden heeft geleden door de registratie van zijn gegevens in de FSV. De schade bedraagt volgens [appellant] € 50.000,- tot € 100.000,- per jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2891
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305226/1/A2

202305281/1/A2

Bij besluit van 6 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring toegewezen. [appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat de psychische problematiek van haar en haar twee kinderen samenhangt met de problematische gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in haar huidige driekamerwoning. In de aanvraag benoemt [appellant] onder andere dat zij een erkend gedupeerde ouder is van de toeslagenaffaire. Daarnaast zijn haar kinderen in 2019 uit huis geplaatst. De woning roept daarom bij haar veel nare herinneringen op uit deze tijd. Met een andere woning stelt [appellant] met haar kinderen te kunnen werken aan een nieuw toekomstperspectief. Het college heeft de aanvraag van [appellant] toegewezen op grond van artikel 4:7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, na een advies van de GGD van 11 april 2022. De GGD heeft daarin over de medische noodzaak tot verhuizen geadviseerd dat er sprake is van een levensontwrichtende en/of levensbedreigende situatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2894
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305281/1/A2

202305295/1/R1

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Purmerend het bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" vastgesteld. Het plan maakt maximaal 21 sociale huurwoningen mogelijk op de plek van een voormalige schooltuin die momenteel onbebouwd is. Het plangebied ligt ten zuidwesten van de Tarwestraat. Het plangebied ligt achter de woningen in de Tarwestraat en ten westen van een gymnastiekzaal. [appellante] en anderen wonen allen aan de Tarwestraat. Zij kunnen zich om verschillende redenen niet verenigen met het plan. Intermaris is de beoogde ontwikkelaar van het plan. [appellante] en anderen betogen dat de raad bij de berekening van de parkeerbehoefte van een te hoge parkeernorm is uitgegaan. Zij stellen dat de bewoners van de voorziene sociale huurwoningen een lager autobezit zullen hebben dan een gemiddeld huishouden waar de parkeernorm van uitgaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2922
Datum uitspraak
17 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202305295/1/R1
vorige pagina1...956957958...12.385volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon