Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.955
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.24.000242

Bij besluit van 25 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3059
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000242

BRS.24.000258

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3061
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000258

202006308/3/R2

Bij tussenuitspraak van 12 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2700, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Bergeijk opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 1 oktober 2020 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 12 juli 2023 twee gebreken in het besluit van 1 oktober 2020 vastgesteld. In de eerste plaats is onder 8.2 vastgesteld dat de voorwaarden uit artikel 3.52, derde lid, van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, ontbreken in de planregels. In de tweede plaats is onder 10.3 vastgesteld dat de voortoets die de raad ten grondslag heeft gelegd aan het bestemmingsplan onzorgvuldig en gebaseerd is op onjuiste uitgangspunten. In de voortoets werd niet inzichtelijk gemaakt of op grond van objectieve gegevens significante gevolgen op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op voorhand konden worden uitgesloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3119
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202006308/3/R2

202006486/1/A3

Bij besluit van 4 februari 2019 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (thans: de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast om het onrechtmatige bezit van ongeveer duizend planten van de waterhyacint (Eichhornia crassipes) te beëindigen en de planten te vernietigen. [appellant] kweekt waterplanten die zij aan groothandels levert. Zij kweekte en verhandelde ook waterhyacinten. Deze plantsoort is door de Commissie geplaatst op de lijst van voor de Europese Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten (hierna: de Unielijst). Daardoor is het onder meer verboden om de waterhyacint te houden, kweken en verhandelen. De minister heeft [appellant] daarom onder aanzegging van bestuursdwang gelast om het bezit van de waterhyacinten te beëindigen door alle planten permanent te vernietigen. De minister heeft geweigerd [appellant] ontheffing te verlenen voor het houden van de waterhyacint. Volgens [appellant] is de waterhyacint ten onrechte op de Unielijst geplaatst. [appellant] kweekt momenteel geen waterhyacinten meer, maar beschikt nog wel over het zogenoemde moederbed.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3046
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202006486/1/A3

202104195/2/A2

Bij verwijzingsuitspraak van 16 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3273, heeft de Afdeling het Hof van Justitie van de Europese Unie verzocht bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op drie vragen, de behandeling van het hoger beroep geschorst tot het Hof uitspraak heeft gedaan en iedere verdere beslissing aangehouden. [appellant] heeft sinds éénjarige leeftijd de aandoening ‘homonieme hemianopsie’. Dat betekent dat hij een beperkt horizontaal gezichtsveld heeft. Op 18-jarige leeftijd heeft [appellant] zijn rijbewijs gehaald voor het besturen van motorvoertuigen in de rijbewijscategorieën C en CE (vrachtwagen en bus) en is hij bij het transsportbedrijf van zijn vader gaan werken als beroepschauffeur. Na tien jaar heeft hij verlenging verzocht van dit rijbewijs. Omdat zijn gezichtsveld minder dan 160 graden is, heeft het CBR geweigerd hem een verklaring van geschiktheid te verlenen, die hij nodig heeft voor het besturen van motorvoertuigen in de rijbewijscategorieën C en CE. De eis van 160 graden staat in punt 6.4 van bijlage III bij Richtlijn 2006/126/EG van het Europees parlement en de raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (hierna: de Rijbewijsrichtlijn)..

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3116
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202104195/2/A2

202104817/2/R2

Bij tussenuitspraak van 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3776, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omgeschreven gebreken in het besluit van 23 november 2020 te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling in overweging 4.2 geoordeeld dat het college bij het berekenen van de beschikbare parkeercapaciteit ten onrechte alle 20 parkeerplaatsen aan de Beatrixsingel heeft meegerekend, terwijl op basis van de plantoelichting van het bestemmingsplan "Beatrixsingel 1a Veghel" maar 13 van die 20 parkeerplaatsen toegerekend kunnen worden aan het beoogde woongebouw aan de Frisselsteinstraat 6 in Veghel. Het besluit op bezwaar van 23 november 2020 is daarom onvoldoende zorgvuldig voorbereid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3117
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202104817/2/R2

202105595/1/R4

Bij besluit van 3 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel [appellant] gelast, onder oplegging van een dwangsom, om vijf overtredingen van het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) en een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te beëindigen en beëindigd te houden. Bij besluit van 4 mei 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard ten aanzien van een van de lasten onder dwangsom. Bij besluit van 14 juni 2021 heeft het college de wettelijke grondslag van twee lasten aangevuld en de begunstigingstermijn verlengd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3084
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105595/1/R4

202105817/1/A3

Bij besluit van 14 augustus 2018 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit geweigerd aan Aqua Look een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming te verlenen voor het vervoeren, houden, gebruiken of uitwisselen, laten voortplanten, kweken en/of telen van de waterhyacint (Eichhornia crassipes). Aqua Look exploiteert een kwekerij en groothandel in aquarium- en vijverplanten. Zij kweekte en verhandelde ook waterhyacinten. De Commissie heeft deze plantsoort, door Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten uit te voeren en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 van 13 juli 2016 vast te stellen, op de lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten geplaatst. Daardoor is het onder meer verboden om de waterhyacint te houden, kweken en verhandelen. Op 1 augustus 2018 heeft Aqua Look verzocht om een ontheffing op grond van artikel 3.40 van de Wnb van het verbod in artikel 3.37, eerste lid, van die wet voor het kweken, vervoeren en verkopen van de waterhyacint.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3121
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202105817/1/A3

202106742/1/R3

Bij besluit van 4 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Zwolle het bestemmingsplan "Zwolle, parapluplan bouw- en cultuurhistorie" vastgesteld. Het parapluplan voorziet in een verbeterde bescherming van de bouw- en cultuurhistorisch waardevolle panden voor het gehele Zwolse grondgebied. Het voormalige kantoorgebouw van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor, gelegen aan de Burgemeester Drijbersingel 25, is in dit plan aangemerkt als een gebouw met een hoge cultuurhistorische waarde. VanWonen is sinds november 2020 eigenaar van het perceel waarop dit gebouw staat. Haar bedoeling is altijd geweest om het huidige pand te slopen om zo op het perceel ruimte te maken voor de bouw van 140 appartementen. VanWonen is het oneens met het plan, omdat het volgens haar onvoldoende duidelijk is welke cultuurhistorische waarden het gebouw heeft en op welke manier zij hiermee rekening moet houden bij een eventuele toekomstige ontwikkeling, zoals de sloop van het gebouw en de herontwikkeling van het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3107
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202106742/1/R3

202107205/1/R2

Bij besluit van 5 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning te verlenen voor het legaliseren van de verbouwing van een monument aan de [locatie] in Utrecht, afgewezen. [appellant] is eigenaar van een pand in Utrecht dat is aangemerkt als gemeentelijk monument. Hij heeft dat pand verbouwd en daaraan groot onderhoud uitgevoerd. Vanuit het trappenhuis zijn eigen toegangen naar de eerste en tweede verdieping gerealiseerd of aangepast. Op de tweede verdieping zijn een keuken en badkamer toegevoegd. De keuken en badkamer op de eerste verdieping zijn vernieuwd en van plaats veranderd. Verder zijn er dakramen aangebracht in het schuine dakvlak, is de stahoogte in de kelder gewijzigd en zijn de kelderwanden geïnjecteerd. Na de verbouwing zijn er drie zelfstandige appartementen aanwezig in het pand. Nadat het college [appellant] erop had gewezen dat sprake was van een vergunningplicht, heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3094
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202107205/1/R2
vorige pagina1...946947948...12.396volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon