Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.103
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202205368/1/A3

Bij besluit van 6 juli 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete opgelegd van € 5.400,00 wegens overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante] is een dakdekkersbedrijf dat zich voornamelijk bezighoudt met het plaatsen van nieuwe daken en het renoveren van daken. Op 7 april 2020 heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie (voorheen: Inspectie SZW) geconstateerd dat drie werknemers van [appellante] werkzaamheden verrichtten aan het dak van een woonhuis op de [locatie]. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft tijdens deze inspectie gezien dat er ernstig valgevaar was tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden, omdat de valhoogte ongeveer 5,5 meter bedroeg en dat geen maatregelen waren genomen om het valgevaar te voorkomen. Deze waarnemingen heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie vastgelegd in het boeterapport van 3 juni 2020. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een overtreding van artikel 3.16, eerste lid van het Arbobesluit, omdat het valgevaar niet is voorkomen. De minister heeft daarom een boete opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3667
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202205368/1/A3

202206331/1/A3

Bij besluit van 13 april 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvragen van [appellant A] en [appellant B] niet in behandeling genomen. [appellant A] en [appellant B] zijn op [geboortedatum] 2014 geboren in Algerije en hebben de Algerijnse nationaliteit. [vader], de vader van [appellant A] en [appellant B], heeft in januari 2000 het Nederlanderschap door naturalisatie verkregen. Op 19 maart 2013 heeft hij hiervan afstand gedaan op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap om in aanmerking te komen voor de remigratie-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank. Op 1 september 2015 heeft [vader] op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, van de RWN het Nederlanderschap door optie weer herkregen. [moeder], de moeder van [appellant A] en [appellant B], heeft de Algerijnse nationaliteit. Op 23 maart 2021 hebben [vader] en [moeder] ten behoeve van hun zoons [appellant A] en [appellant B] een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Algiers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3670
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202206331/1/A3

202206394/1/A3

Op 11 juni 2021 heeft Rederij Lovers een aanvraag gedaan voor een exploitatievergunning voor 250 waterfietsen. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat deze buiten de aanvraagperiode als bedoeld in artikel 3.1.2, eerste lid, van de Rob is ingediend. Het college heeft die afwijzing bij besluit van 28 januari 2022 gehandhaafd. Volgens het college is de stelling van Rederij Lovers, dat sprake is van een onrechtmatige vergunningenstop voor onbepaalde tijd door het niet uitgeven van vergunningen voor de exploitatie van waterfietsen, niet juist. Er loopt een onderzoek naar het gebruik van het binnenwater door ongemotoriseerde vaartuigen en naar de nautische veiligheid en doorvaarbaarheid van het binnenwater, ook waar het waterfietsen betreft. Hangende de uitkomsten van deze onderzoeken kunnen er volgens het college nog geen uitspraken worden gedaan of, en zo ja, onder welke voorwaarden en wanneer waterfietsen kunnen worden toegestaan. Rederij Lovers kan, indien de exploitatie van waterfietsen mogelijk wordt op het Amsterdamse binnenwater, in een volgende uitgifteronde binnen de dan aangegeven periode een vergunning aanvragen voor de exploitatie van waterfietsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3668
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206394/1/A3

202300781/1/A3

Bij brief van 19 maart 2021 heeft de burgemeester van Apeldoorn aan Power Flower een gedoogverklaring verleend voor de exploitatie van een coffeeshop. In de brief van 19 maart 2021 heeft de burgemeester aan Power Flower een gedoogverklaring verleend voor de exploitatie van een coffeeshop tot 23 mei 2023. Na afloop van de termijn wordt de gedoogverklaring door middel van een openbare aanbesteding in de markt gezet. Power Flower is het niet eens met die termijn en voorwaarde. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de burgemeester het bezwaar van Power Flower tegen de gedoogverklaring terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank oordeelt, onder verwijzing naar rechtspraak van de Afdeling, dat de gedoogverklaring geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld, en ook niet met een besluit kan worden gelijkgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3669
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300781/1/A3

202300933/1/V1

Bij besluit van 10 oktober 2022 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie te Hoogeveen. Deze uitspraak gaat over de vraag of overplaatsing van de vreemdeling naar de HTL vrijheidsontneming is. Die vraag is relevant, omdat op grond van artikel 6 van het EU Handvest en artikel 5 van het EVRM niemand zomaar zijn vrijheid mag worden ontnomen. Op grond van die bepalingen gelden bij vrijheidsontneming andere eisen, zoals het recht op een spoedige rechterlijke beslissing over de rechtmatigheid van die vrijheidsontneming, dan als geen sprake is van vrijheidsontneming. De rechtbank heeft overwogen dat de overplaatsing van de vreemdeling naar de HTL weliswaar een vergaande beperking van zijn bewegingsvrijheid vormt, maar dat die overplaatsing geen vrijheidsontneming inhoudt als bedoeld in artikel 5 van het EVRM. De vreemdeling voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zijn overplaatsing naar de HTL in dit geval onrechtmatige vrijheidsontneming inhoudt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3564
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300933/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300933/1/V1

202302489/1/R4

Bij besluit van 7 april 2022 heeft het college het verzoek van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden tegen de aanleg van een uitweg op het perceel aan de [locatie] in Rhenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3814
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302489/1/R4

202302913/1/A2

Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lochem de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] heeft op 5 juli 2010 het perceel aan de [locatie 1] in Lochem gekocht en is sinds 28 juli 2010 eigenaar daarvan. Op het perceel aan de [locatie 2], naast het perceel van [appellant], rusten volgens het bestemmingsplan [locatie 3] (hierna: bestemmingsplan) de bestemmingen Tuin en Wonen. Op grond van het bestemmingsplan is het toegestaan op dit perceel een woning te bouwen met een maximale bouwhoogte van 9 m en een maximale goothoogte van 4 m. Uit de toelichting bij het bestemmingsplan blijkt dat het gaat om een vrijstaande woning die in maximaal één bouwlaag met een kap mag worden uitgevoerd. Bij besluit van 8 december 2015 heeft het college voor het perceel aan de [locatie 2] een omgevingsvergunning verleend om af te wijken van het bestemmingsplan. De omgevingsvergunning maakt het mogelijk om in afwijking van het bestemmingsplan een woning met een bouwhoogte van 9,65 m en een goothoogte van 5,56 m te realiseren op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3671
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202302913/1/A2

202304751/1/V6

Bij besluit van 5 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op [geboortedatum] 1992 geboren in Kabul, Afghanistan. Hij heeft toen via zijn ouders de Afghaanse nationaliteit verkregen. Op 26 juni 1996 is hij in Nederland in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel. Op 13 november 1999 heeft hij het Nederlanderschap verkregen. Hij hoefde toen geen afstand te doen van de Afghaanse nationaliteit. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat hij onherroepelijk is veroordeeld wegens terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht. De staatssecretaris verwijst daarvoor allereerst naar het strafvonnis van de rechtbank Gelderland van 15 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3246. Daaruit blijkt dat de rechtbank [appellant] voor het medeplegen van een poging tot deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven, heeft veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3604
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202304751/1/V6

202400721/1/A2

Bij koninklijk besluit van 20 december 2023, nr. 2023-0000752151 (Stcr. 2023, 35354), heeft de Kroon, op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de staatssecretaris van Financiën, het besluit van de raad van de gemeente Utrecht (hierna: de raad) van 7 december 2023 tot wijziging van de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen vernietigd. Mensen met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Dat betekent dat zij die belastingen niet hoeven te betalen. Een van de dingen waarnaar wordt gekeken bij de vraag of iemand hiervoor in aanmerking komt is de hoogte van iemands spaargeld. Deze zaak gaat over de vraag wat de raad van een gemeente mag beslissen over de hoogte van dit bedrag voor de inwoners van zijn gemeente. En over de vraag of de Kroon mag ingrijpen wanneer de gemeenteraad zich daarbij niet aan de regels van het Rijk houdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3674
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400721/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202400721/1/A2

202401533/1/V1

Het COa heeft de verstrekkingen aan de vreemdeling krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voor de duur van twee weken ingehouden. Deze uitspraak gaat over de besluiten van 20 maart, 21 maart 2023 en 19 april 2023 waarin het COa de verstrekkingen van de vreemdeling voor de duur van twee weken heeft ingehouden door overplaatsing van de vreemdeling naar een zogenoemde ROV-kamer op de HTL. ‘ROV’ staat voor ‘Reglement onthouding verstrekkingen’. Op grond van artikel 1, aanhef en onder l, van de Rva 2005 is de HTL een afzonderlijke opvangvoorziening voor asielzoekers van 16 jaar en ouder met een streng regime, waarnaar het COa hen kan overplaatsen als zij overlast veroorzaken in de reguliere opvangvoorziening waar zij verblijven. De Afdeling gaat in deze uitspraak specifiek in op de vraag of de rechtbank terecht heeft overwogen dat de overplaatsing van de vreemdeling naar de ROV-kamer vrijheidsontneming inhoudt. Die vraag is relevant, omdat op grond van artikel 6 van het EU Handvest en artikel 5 van het EVRM niemand zomaar zijn vrijheid mag worden ontnomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3565
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401533/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202401533/1/V1
vorige pagina1...909910911...12.411volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon