Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.102
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202304399/1/R4

Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren aan Beheersmaatschappij Steenbel B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de eerste verdieping van een voormalig bankfiliaal naar een appartement op het perceel Voorstraat 18 te Nederhorst den Berg. Om het gebruik van de eerste verdieping als appartement mogelijk te maken, heeft het college met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚ van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 4, aanhef en onder 4 en 9 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht de gevraagde omgevingsvergunning aan Steenbel verleend. [appellante] woont naast het perceel, aan de Voorstraat 20 in Nederhorst den Berg. Zij stelt zich op het standpunt dat met het verlenen van de omgevingsvergunning een onevenredige inbreuk wordt gemaakt op haar privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3819
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304399/1/R4

202304569/1/A3

Bij besluit van 15 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een verzoek van [appellant] om verstrekking van stukken op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) afgewezen. [appellant] is verdacht geweest van bijstandsfraude. Hij heeft het college gevraagd om alle informatie over degene die de melding van bijstandsfraude heeft gedaan. Het college heeft geweigerd deze informatie aan [appellant] te verstrekken. Volgens het college is de informatie direct te herleiden tot de melder. Het belang van verstrekking van de gewenste gegevens weegt niet zwaarder dan de privacy van de melder. Daarbij moeten burgers in volledige vrijheid en vertrouwelijkheid kunnen communiceren met de overheid en worden brieven van burgers vertrouwelijk behandeld. Openbaarmaking van de melding kan voor burgers een drempel opwerpen om zich in de toekomst tot de overheid te wenden en een melding te doen. Hierdoor zou niet alleen de desbetreffende burger benadeeld worden, maar zou ook de gemeente in haar functioneren geschaad worden omdat signalen uit de samenleving haar niet meer bereiken, aldus het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3823
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202304569/1/A3

202305816/1/V6

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voormalige vennoten van vennootschap onder firma [vennootschap] een boete opgelegd van € 16.000,00 wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, voor zover het bezwaar zag op de hoogte van de boete, en de boete vastgesteld op € 12.000,00. Op 16 mei 2019 hebben arbeidsinspecteurs van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een controle verricht bij de VOF. Zij hebben daarbij in de keuken van de VOF een vreemdeling aangetroffen. De inspecteurs hebben op 4 december 2020 op ambtsbelofte een boeterapport opgemaakt. Daarin hebben zij geconstateerd dat de VOF in de periode van 1 november 2018 tot en met 30 april 2019 de Wav heeft overtreden door twee vreemdelingen werkzaamheden te laten verrichten zonder dat de VOF over tewerkstellingsvergunningen beschikte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3879
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202305816/1/V6

202305900/1/R1

Bij besluit van 19 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam aan [vennoot A] een bouwstop en een last onder dwangsom opgelegd vanwege het bouwen van een bouwwerk in afwijking van een eerder verleende omgevingsvergunning. [appellante] is eigenaar van het perceel [locatie] in Edam. Op 24 december 2019 is een aanvraag ingediend bij het college voor de bouw van een schapenstal op dit perceel. Het college heeft de gevraagde vergunning bij besluit van 23 november 2020 aan [appellante] verleend. Nadat het college een melding had ontvangen dat het bouwwerk afwijkt van de bouwtekeningen, is het college op 15 februari 2022 gaan kijken bij de bouwwerkzaamheden. In het verslag van deze controle staat - kort gezegd - dat de toezichthouders hebben geconstateerd dat in afwijking van de bouwtekeningen wordt gebouwd. Het college is vervolgens een handhavingsprocedure gestart. Het college heeft bij besluit van 1 september 2022 de bouwstop gehandhaafd en aanvullend artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo en artikel 5.17 van de Wabo hieraan ten grondslag gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3826
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305900/1/R1

202306088/1/A2

Bij besluit van 22 december 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de toevoeging voor rechtsbijstand in de echtscheidingsprocedure van [appellant] ingetrokken. De raad heeft [appellant] in 2021 rechtsbijstand verleend tijdens zijn echtscheidingsprocedure middels een toevoeging. Na afloop van de echtscheidingsprocedure heeft de raad de toevoeging ingetrokken, omdat het resultaat van die procedure meer bedroeg dan de helft van het drempelbedrag, namelijk € 61.645,20. [appellant] is het daarmee niet eens. Volgens hem heeft er in 2009/2010 een soortgelijke procedure plaatsgevonden, waarin de toevoeging niet is ingetrokken. [appellant] heeft van het resultaat direct een huis gekocht, omdat de hoofdverblijfplaats van zijn dochter bij hem zou zijn. Hij wilde zijn dochter naar dezelfde school laten gaan als voor de scheiding. Hij zag zich genoodzaakt het hele bedrag hiervoor te gebruiken vanwege de stijgende huizenprijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3863
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202306088/1/A2

202306089/1/A2

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer opgelegd. Op 5 oktober 2022 heeft de politie een mededeling gedaan van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid, dan wel de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, zoals vereist voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. Volgens een bij deze mededeling gevoegd mutatierapport van 5 oktober 2022 heeft [appellant] op die dag op de A12 de maximumsnelheid met 27 kilometer per uur overschreden, bij het wisselen van rijbaan herhaaldelijk geen richting aangegeven en rechts ingehaald. [appellant] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. Hij heeft bij brief van 20 september 2023, als aangevuld bij brief van27 juli 2024, de gronden van het hoger beroep aangevoerd. In die laatste brief heeft hij ook een verzoek om schadevergoeding ingediend. De Afdeling zal hierna de gronden van het hoger beroep bespreken en afsluiten met een conclusie. Zij merkt op voorhand op dat zij slechts een oordeel kan geven over de rechtmatigheid van de EMG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3832
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202306089/1/A2

202306505/1/A3

Bij uitspraak van 16 mei 2023, in zaak nrs. 202206886/1/A3 en 202206886/2/A3 (ECLI:NL:RVS:2023:1897) heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het verzoek van [verzoekster] om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Awb) afgewezen en, met toepassing van artikel 8:86 van de Awb het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 november 2022, in zaak nr. 21/4847 (ECLI:NL:RBAMS:2022:6765) ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling. Volgens haar heeft de voorzieningenrechter een inhoudelijk onjuist oordeel gegeven. [verzoekster] vraagt de Afdeling opnieuw naar de door haar aangeleverde stukken te kijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3820
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Herziening
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202306505/1/A3

202307125/1/R4

Bij besluit van 1 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 21 juni 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 21 juni 2023 is aangetroffen naast een aangewezen inzamelvoorziening ter plaatse van Nassauplein nr. 20. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam- en adresgegevens op een adreslabel op de doos zijn aangetroffen. [appellant] voert aan zeker te weten dat hij de doos niet verkeerd heeft aangeboden en dat hij ten onrechte als overtreder is aangemerkt. [appellant] vermoedt dat de doos bij het weggooien klem is gaan zitten in de vuilcontainer en vervolgens door iemand anders eruit gehaald is. [appellant] stelt dat als hij had gemerkt dat de doos klem zou zitten, hij de doos uit de vuilcontainer zou hebben gehaald en weer mee zou hebben genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3862
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202307125/1/R4

202307308/1/A2

Bij besluit van 1 november 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding van [appellant] in mindering gebracht door toegekende proceskosten in hoger beroep. Hierdoor is de vergoeding die [appellant] toe zou komen op nihil gesteld. [appellant] is advocaat en heeft op basis van een toevoeging rechtsbijstand verleend in een beroepsprocedure. Na afloop van de procedure heeft hij de raad verzocht om vaststelling van de vergoeding voor de door hem verleende rechtsbijstand. Een bedrag van € 903,64 is vervolgens aan [appellant] uitbetaald. De rechtzoekende is echter in hoger beroep gegaan waarin een andere advocaat haar heeft bijgestaan. De Afdeling heeft het hoger beroep gegrond verklaard en aan rechtzoekende een proceskostenvergoeding toegekend voor beide procedures van € 1.496,00. De proceskostenvergoedingen zijn aan de andere advocaat uitgekeerd, die vervolgens het bedrag heeft overgemaakt naar rechtzoekende. Vervolgens heeft de raad de toegekende proceskostenvergoeding in mindering gebracht op de aan [appellant] toegekende vergoeding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3861
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202307308/1/A2

202307721/1/R3

Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Emmen, Centrum-Oost, Parallelweg 36" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt 12 grondgebonden woningen mogelijk in een gebied langs de Parallelweg en de Veenkampenweg in Emmen, aangeduid als Parallelweg 36. B.T. Beheer is de eigenaar van gronden binnen het plangebied en wil de mogelijk gemaakte woningen realiseren. Op deze gronden waren voorheen een oud kantoorpand en een parkeerterrein aanwezig, en is een plantsoen aanwezig. Dit is het Generaal Maczekplantsoen, waarop een lindeboom aanwezig is. In het vorige bestemmingsplan "Emmen, Centrum-Oost" had het plantsoen nog een groenbestemming. [appellant] woont aan de Veenkampenweg 4, dicht bij het plantsoen. Hij kan zich niet vinden in het nieuwe bestemmingsplan. [appellant] betoogt dat het bestemmingsplan onvoldoende betekenis toekent aan de archeologische waarden in het gebied en onvoldoende waarborgt dat deze waarden niet worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3821
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202307721/1/R3
vorige pagina1...894895896...12.411volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon