Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.844
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202400673/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], geboren op [geboortedatum] 1958, zijn echtgenote, geboren op [geboortedatum] 1967, en hun negen kinderen. Op 23 augustus 2021 heeft [appellant] de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van ongeveer 2012 tot 2016 als monteur heeft gewerkt voor de Nederlandse functionarissen van de European Union Police Mission in Afghanistan (EUPOL). De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3955
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400673/1/V6

202400675/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant A], geboren op [geboortedatum] 1981, zijn echtgenote, geboren op [geboortedatum] 1984, en hun zes kinderen. Op 25 augustus 2021 heeft [appellant A] de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant A] stelt dat hij van ongeveer 2009 tot 2016 als schoonmaker heeft gewerkt voor de Nederlandse functionarissen van de European Union Police Mission in Afghanistan (EUPOL). De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant A] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3956
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400675/1/V6

202400678/1/V6

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Iran. Zij zijn [appellant], geboren op [geboortedatum] 1981, en haar drie kinderen. Op 17 maart 2022 heeft [appellant] de minister gevraagd om haar en haar gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat zij van juli 2007 tot en met december 2016 als schoonmaakster heeft gewerkt voor de European Union Police Mission in Afghanistan (EUPOL). De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3962
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400678/1/V6

202400679/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], zijn vrouw [appellant A] en hun vier kinderen. Op 17 maart 2022 heeft [appellant] de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van september 2007 tot en met december 2016 als elektricien heeft gewerkt voor de European Union Police Mission in Afghanistan (hierna: EUPOL). De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; hierna: de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3957
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400679/1/V6

202401444/1/R4

Bij besluit van 25 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 3 november 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een ingedeukte kartonnen doos die op 3 november 2023 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die hem naast de ORAC heeft gezet. Zij stelt dat in de doos kattenbaksteentjes zaten die zij op 9 maart 2022 had besteld bij ZooPlus en dat zij diezelfde maand nog de doos heeft weggegooid in de container onderaan haar flat aan de Zeesluisweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3964
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401444/1/R4

202401541/1/R4

Bij besluit van 18 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk zijn beslissing om op 10 december 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2021 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 10 december 2023 is aangetroffen naast een ondergrondse container ter hoogte van de [locatie] in Rijswijk. Het is niet in geschil dat [appellant] de huisvuilzak daar verkeerd heeft aangeboden door hem naast de container te zetten. [appellant] is het er niet mee eens dat zij een boete van € 159,05 heeft gekregen. Zij stelt dat de container voor de zoveelste keer vol was en was in de overtuiging dat het daarom was toegestaan om de zak netjes naast de container te zetten zodat hij gewoon opgehaald kon worden. Ze licht in haar beroepschrift toe dat ze nu weet dat dat niet mag en dat ze voortaan een andere container zal zoeken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3966
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401541/1/R4

202401577/1/R4

Bij besluit van 8 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 26 september 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos met oud papier die op 26 september 2023 is aangetroffen naast een papierbak ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het is niet in geschil dat [appellant] de doos daar verkeerd heeft aangeboden door hem naast de papierbak te zetten. [appellant] vindt het niet terecht dat € 199,57 van de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor zijn rekening komt, vanwege zijn slechts beperkte aandeel in de ontstane situatie. Hij licht toe dat hij de doos met oud papier aanvankelijk om 24 september 2023 op straat had gezet om de volgende dag, de maandelijkse ophaaldag voor oud papier, te worden opgehaald. Daarbij wijst hij erop dat in het besluit van 31 januari 2024 ten onrechte staat dat de ophaaldag op 23 september was, terwijl dat volgens de afvalkalender 25 september was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3965
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401577/1/R4

202402747/1/V6

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 12 december 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij heeft gewerkt als tolk van de ‘Afghan Security Guard’ voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De gronden die [appellant] aanvoert over de speciale voorziening, gaan over een rechtsvraag die de Afdeling eerder heeft beantwoord (zie de uitspraak van 14 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3298, onder 2.2, over het begrip data). Wat [appellant] aanvoert, biedt geen reden om hierover in dit geval anders te oordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3988
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202402747/1/V6

202404173/1/A2

Bij beslissing van 19 februari 2024 heeft de examencommissie namens de decaan van de Erasmus School of Economics het verzoek van [appellante] om toelating tot de master Economics and Business met de specialisatie Financial Economics afgewezen. Bij beslissing van 11 juni 2024 heeft het het college van beroep voor de examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] heeft de bachelor Business Administration afgerond aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Op 17 januari 2024 heeft zij een verzoek gedaan tot inschrijving bij de master Economics and Business met de specialisatie Financial Economics. Deze masteropleiding valt onder de faculteit Erasmus School of Economics. Bij beslissing van 19 februari 2024 heeft de examencommissie dit verzoek tot inschrijving afgewezen omdat het door [appellante] behaalde bachelor gemiddelde van 7,46 niet voldoet aan het in artikel 10, tweede lid, onder b, van de Onderwijs- en Examenregeling Masteropleidingen ESE Studiejaar 2023-2024 voorgeschreven cijfergemiddelde van een 7,5 of hoger.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3960
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404173/1/A2

202404614/1/A2

Bij beslissing van 6 februari 2024 heeft het college bepaald dat [appellante] voor de bacheloropleiding Geschiedenis voor het studiejaar 2023-2024, in haar situatie, bij een inschrijving per 1 februari 2024 een instellingscollegegeld van € 5.016,67 is verschuldigd. Bij afzonderlijke beslissing van 6 februari 2024 heeft het college het verzoek van [appellante] om per 1 februari 2024 als extraneus te worden ingeschreven voor de bacheloropleiding Geschiedenis afgewezen. [appellante] heeft op 30 augustus 2010 haar doctoraaldiploma Nederlands Recht aan de UvA behaald. Op 1 februari 2011 is zij aan die universiteit in deeltijd begonnen aan de bacheloropleiding Geschiedenis. Tot en met het studiejaar 2016-2017 heeft [appellante] gebruik kunnen maken van de overgangsregeling voor studenten die geen aanspraak kunnen maken op het wettelijk (lager) tarief collegegeld. Vervolgens heeft het college voor het studiejaar 2017-2018 aanleiding gezien om [appellante] op basis van de hardheidsclausule nog een extra jaar te laten studeren tegen het wettelijk tarief collegegeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3941
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404614/1/A2
vorige pagina1...857858859...12.385volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon