Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.756
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202105911/1/R4

Bij besluit van 18 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest besloten over te gaan tot invordering van door [wederpartij] verbeurde dwangsommen ten bedrage van € 15.000,00. Bij besluit van 13 maart 2018 heeft het college [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd om het met het bestemmingsplan "Soestdijkse Grachten" strijdige gebruik van een autohandelsbedrijf op het perceel [locatie] in Soest te beëindigen en beëindigd te houden. Ook is in dat besluit bepaald dat [wederpartij] na afloop van de begunstigingstermijn een dwangsom van € 5.000,00 verbeurt per maand of deel van een maand dat niet aan de last is voldaan, met een maximum van € 50.000,00. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat uit controles op 19 september 2019 en 30 oktober 2019 blijkt dat [wederpartij] in strijd met de last onder dwangsom een autohandelsbedrijf op het perceel had. Volgens het college betekent dit dat in september en oktober 2019 dwangsommen zijn verbeurd. Daarom heeft het college bij het besluit op bezwaar van 15 oktober 2020 besloten tot invordering van een bedrag van € 10.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4055
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105911/1/R4

202106452/1/R2

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft de raad van burgemeester en wethouders van Boxtel het bestemmingsplan "Kerkweide-West" gewijzigd vastgesteld. De besluiten maken de bouw van 18 grondgebonden woningen en een appartementengebouw mogelijk in het plangebied Kerkweide-West in Liempde, dat begrensd wordt door de Kerkheiseweg, de Bergstraat en de Boxtelseweg in Liempde. [appellante] en anderen exploiteren een bouw- en onderhoudsbedrijf, interieurbouw- en autobedrijf nabij het plangebied. [appellante] is gevestigd aan de [locatie 1] en gebruikt ook een deel van de locatie aan de [locatie 2] in Liempde. InterUnique interieurbouw huurt een deel van de Bergstraat 19 en Golden Years huurt een deel van Bergstraat 21. Deze appellanten vrezen dat realisatie van de ontwikkeling, vooral van het appartementengebouw dat dichtbij de bedrijven zal staan, zal leiden tot beperking van hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4089
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202106452/1/R2

202107715/1/A2

Bij twee afzonderlijke besluiten van 27 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellanten] ieder een bestuurlijke boete van € 18.000,00 opgelegd. [appellanten] zijn zwagers en gezamenlijk eigenaar van de woning aan [locatie] in Amsterdam. Naar aanleiding van meldingen over woonfraude en overlast is de woning onderzocht. Op 28 februari 2019 hebben toezichthouders de woning bezocht, waarbij zij twee personen hebben aangetroffen. Deze hebben beiden onder meer verklaard dat er zes personen in de woning wonen, dat ieder een eigen kamer heeft die op slot kan, dat de keuken, douche en toilet worden gedeeld en dat iedere bewoner een eigen huurcontract heeft met de eigenaren. Op basis van de resultaten van het onderzoek heeft het college geconcludeerd dat de woning zonder de benodigde vergunning van zelfstandige woonruimte is omgezet in zes onzelfstandige woonruimten. Dat is in strijd met artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4087
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202107715/1/A2

202200214/1/R3

Bij besluit van 3 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo aan Extenzo Groningen B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van houten damwanden met dekplanken op het perceel "Garmpoleiland zuidzijde" te Eelderwolde. Deze zaak gaat over een houten damwand met dekplanken die is aangelegd aan het zuiden van het Garmpoleiland te Eelderwolde. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] woonden ten tijde van het besluit van 3 oktober 2019 allen op het Warmoltseiland, gelegen ten zuiden van het Garmpoleiland. Tussen het Garmpoleiland en het Warmoltseiland ligt een watergang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4091
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200214/1/R3

202200281/3/R3

Bij tussenuitspraak van 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4245, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Oegstgeest opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van overweging 53 de daar omschreven gebreken in het besluit van 25 november 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "De Geesten" te herstellen, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak een aantal gebreken geconstateerd. Met het oog op finale beslechting van het geschil heeft de Afdeling de raad opgedragen om deze gebreken binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak en met inachtneming van wat in deze tussenuitspraak is overwogen, te herstellen. De stichting betoogt dat de raad ten onrechte de indruk wekt dat "Life Science & Health"-functies kleinschalig zijn. "Life Science & Health" bedrijven en instellingen passen volgens de stichting niet binnen een maatschappelijke bestemming. De ruimtelijke impact van dit soort bedrijven en instellingen is te groot voor de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4069
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202200281/3/R3

202201742/1/V2

Bij besluit van 4 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Op 21 december 2019 heeft de vreemdeling een asielaanvraag ingediend. Hij heeft de Malinese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2003. De minister heeft de asielaanvraag van de vreemdeling ingewilligd, omdat hij de verklaringen van de vreemdeling over zijn nationaliteit en herkomst en over de problemen met de Toeareg-rebellen geloofwaardig heeft geacht. Maar hij heeft de gestelde geboortedatum, en daarmee dat de vreemdeling minderjarig was ten tijde van de aanvraag, niet geloofwaardig geacht. De vreemdeling is bij aankomst geschouwd. Omdat er tijdens de schouw twijfel bestond over de opgegeven leeftijd, heeft de minister nader onderzoek gedaan naar de geboortedatum van de vreemdeling. Hij heeft zich daarna op het standpunt gesteld dat hij op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van een eerdere leeftijdsregistratie in België.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3992
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201742/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201742/1/V2

202202033/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [bedrijf] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [bedrijf] had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Lelie. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verliep op 1 maart 2030.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4074
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202033/1/A3

202202034/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Rederij Belle gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Rederij Belle had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Emma. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt op 1 maart 2028. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor dat vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4097
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202034/1/A3

202202035/1/A3

Bij drie afzonderlijke besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Amsterdam Boat Events gewijzigd in drie exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Amsterdam Boat Events had drie exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen De Tijd zal het Leeren, Hoop op behoud en Johanna. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4072
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202035/1/A3

202202037/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor onbepaalde tijd van De Muze gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De Muze had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het gelijknamige vaartuig De Muze. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning zou verlopen op 1 maart 2028.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4064
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202037/1/A3
vorige pagina1...834835836...12.376volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon