Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.827
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202206570/1/A3

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het Openbaar Ministerie om zijn aangifte tegen de woningcorporatie Ymere en Brunklaus Rijser Advocaten in behandeling te nemen. [appellant] betoogt in hoger beroep dat het OM hem discrimineert en uitsluit door zijn aangifte niet in behandeling te nemen. Dit is volgens hem in strijd met artikel 6, 8, 13 en 14 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, de fundamentele vrijheden en het Protocol nummer 12 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en de Awb. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van 24 mei 2022. De rechtbank heeft hierin geoordeeld dat zij onbevoegd is om van het beroepschrift kennis te nemen. Het beroep van [appellant] heeft betrekking op zijn verzoek om strafrechtelijk onderzoek te doen op basis van zijn aangifte tegen de woningcorporatie Ymere en Brunklaus Rijser Advocaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4386
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202206570/1/A3

202206571/1/A3

[appellant] heeft beroep ingesteld wegens het niet op tijd nemen van een besluit door de korpschef van de politie. [appellant] heeft op 2 januari 2022 een verzoek om inzage van zijn verwerkte persoonsgegevens ingediend. Op 16 februari 2022 heeft [appellant] de korpschef in gebreke gesteld. Vervolgens heeft [appellant] op 9 maart 2022 een beroep wegens het niet op tijd nemen van een besluit ingediend bij de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 7 juli 2022 geoordeeld dat het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk is omdat hij het griffierecht niet heeft betaald. Volgens de rechtbank is het inkomen van [appellant] niet laag genoeg om vrijstelling te krijgen voor het betalen van het griffierecht. Ook is volgens de rechtbank geen sprake van schending van artikel 6 en 13 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] verzet gedaan. De rechtbank heeft het verzet van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank is de regeling over de vrijstelling griffierecht tot stand gekomen om recht te doen aan het belang dat in een rechtsstaat toekomt aan de toegang tot een onafhankelijke rechterlijke instantie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4385
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202206571/1/A3

202206576/1/A3

[appellant] heeft op 10 maart 2022 beroep ingesteld betreffende onder andere een aangifte, het recht op dwangsom en het veroordelen van de politie. Dit geschil heeft betrekking op het verzoek van [appellant] om strafrechtelijk onderzoek te doen. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 27 mei 2022 geoordeeld dat uit artikel 1:6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) volgt dat de hoofstukken 2 tot en met 8 en 10 van de Awb niet van toepassing zijn op de opsporing en vervolging van strafbare feiten, alsmede de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen. Dit houdt in dat door [appellant] hierover geen bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] daarom niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft de rechtbank bij uitspraak van 14 oktober 2022 het verzet van [appellant] ongegrond verklaard. [appellant] heeft tegen deze uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4381
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206576/1/A3

202300409/1/A3

Bij besluit van 20 januari 2021 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het verzoek van [verzoeker] tot inschrijving als tolk Nederlands-Punjabi (Pakistan/Afghanistan) en tolk Nederlands-Urdu afgewezen. De minister heeft het verzoek van [verzoeker] tot inschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers op B2-niveau als tolk Nederlands-Punjabi (Pakistan/Afghanistan) en Nederlands-Urdu afgewezen. Volgens de minister voldoet [verzoeker] niet aan de voorwaarde "beheersing van het Punjabi en Urdu op B2-niveau", omdat [verzoeker] niet heeft aangetoond over de vereiste diploma’s en certificaten te beschikken. De overgelegde referenties, verklaringen en overzichten van de werkervaring van [verzoeker] zijn volgens de minister onvoldoende. De minister heeft zijn beslissing op bezwaar gehandhaafd door verwijzing naar het advies van de Commissie voor bezwaar Wbtv en Wsnp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4373
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300409/1/A3

202302228/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 17 maart 2023 van de rechtbank Noord­-Nederland, waarin de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 8 juni 2022 ongegrond heeft verklaard. In dit besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen het bezwaar van [appellant] tegen de brief van 11 april 2022 niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling stelt vast dat het geschil in de kern gaat om de reactie die het college heeft gegeven op de correctieverzoeken die [appellant] heeft gedaan over uitlatingen in twee verschillende verweerschriften in verschillende beroepsprocedures tussen [appellant] en het college bij de rechtbank. In deze verweerschriften staat de zinsnede "wij geven u dan ook in overweging te bevorderen dat het beroep wordt verworpen". In geschil is of de reactie van het college in de brief van 11 april 2022 een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb, waartegen de mogelijkheid van bezwaar openstaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4573
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202302228/1/A3

202302897/1/R1

Bij besluit van 4 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere de op 23 augustus 2011 aan De Kaashoeve B.V. verleende omgevingsvergunning ingetrokken. Bij besluit van 23 augustus 2011 heeft het college aan De Kaashoeve een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een hotel op het perceel Kaasboerweg 2 te Biggekerke. Het college heeft deze omgevingsvergunning op verzoek van [appellant] en anderen bij besluit van 4 oktober 2021 ingetrokken. Op 9 november 2021 heeft De Kaashoeve bezwaar gemaakt tegen het intrekken van de omgevingsvergunning. [appellant] en anderen hebben op 7 november 2022 een ingebrekestelling naar het college gestuurd in verband met het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift van De Kaashoeve. Vervolgens hebben [appellant] en anderen op 22 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat de termijn waarbinnen het college op het bezwaar moet beslissen voorbij is, maar dat [appellant] en anderen geen belang hebben bij de behandeling van het beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4361
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302897/1/R1

202302990/1/R1

Bij besluit van 7 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Horst aan de Maas het bestemmingsplan "[locatie 1]" vastgesteld. [appellant] en anderen zijn de eigenaren van de percelen [locatie 2], [locatie 3], [locatie 4] en [locatie 5] in Meerlo. Op alle percelen staat een woning. De percelen [locatie 3] en [locatie 4] grenzen aan het perceel [locatie 1], waarvan [partij A] de eigenaar is. Daarop bevindt zich een productie- en gebruiksgerichte paardenhouderij. [partij A] en [partij B] willen de paardenhouderij een professionelere uitstraling geven door enkele bouwwerken op het perceel te plaatsen. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken heeft de raad een nieuw bestemmingsplan voor [locatie 1] vastgesteld. [appellant] en anderen zijn het niet eens met het nieuwe bestemmingsplan. Zij vrezen geluidsoverlast door een nieuw bijgebouw en de stapmolen, overlast van stank, stof en vliegen door de paddocks en aantasting van het uitzicht vanuit de woning aan [locatie 4].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4338
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202302990/1/R1

202303192/1/A2

Bij besluit van 7 oktober 2020 (primair besluit I) heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie afgewezen. appellante] is een alleenstaande moeder van twee kinderen. [appellante] heeft op 20 september 2020 een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie ten behoeve van de opvang van één van haar kinderen. Ten aanzien van het primaire besluit van 7 oktober 2020 heeft [appellante] in bezwaar aangevoerd dat het college haar in de gelegenheid had moeten stellen om de aanvraag aan te vullen. Het college heeft dit bezwaar gegrond verklaard, omdat de voorzieningenrechter van de rechtbank [appellante] alsnog in de gelegenheid gesteld heeft om de benodigde informatie aan te leveren, en [appellante] deze gegevens heeft aangeleverd. Het bezwaar dat gericht is tegen het besluit van 16 december 2020 richtte zich tegen de toegekende drie dagen aan kinderopvangtoeslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4371
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202303192/1/A2

202303240/1/A3

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet in behandeling nemen van een aangifte en heeft verzocht om een dwangsomvergoeding. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 4 mei 2023. Hij betoogt dat de rechtbank heeft gehandeld in strijd met artikel 6, 7, en 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en dat hij wordt gediscrimineerd. Hij stelt ook dat hij geen toegang meer heeft tot overheidsinstanties zoals het Openbaar Ministerie en dat hij structureel wordt tegengehouden om zijn recht op toegang tot de rechter uit te oefenen. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet in behandeling nemen van een aangifte door de politie. De rechtbank heeft bij uitspraak van 23 september 2022 overwogen dat uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat tegen besluiten die de opsporing en vervolging van strafbare feiten betreffen, geen besluiten zijn waartegen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingediend. De rechtbank heeft zich daarom onbevoegd verklaard. De rechtbank heeft het door [appellant] ingestelde verzet tegen deze uitspraak bij uitspraak van 4 mei 2023 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4379
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303240/1/A3

202303284/1/A3

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het Openbaar Ministerie. In de uitspraak van 19 april 2023 heeft de rechtbank het verzet van [appellant] ongegrond verklaard en zich aangesloten bij de uitspraak van 6 april 2022. In deze uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het OM niet-ontvankelijk is omdat [appellant] heeft verzuimd om het OM minimaal twee weken voor hij het beroepschrift indiende, een ingebrekestelling te sturen. [appellant] heeft tegen de uitspraak van 19 april 2023 hoger beroep ingesteld. Hij betoogt dat hij geen toegang meer heeft tot overheidsinstanties zoals het OM en dat hij structureel wordt tegengehouden om zijn recht op toegang tot de rechter uit te oefenen. Daarom moet de Afdeling zijn klachten inhoudelijk behandelen, aldus [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4378
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303284/1/A3
vorige pagina1...812813814...12.383volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon