Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.851
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404656/2/R4

Bij tussenuitspraak van 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1718, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Rheden opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 23 april 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5b" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. Bij besluit van 24 juni 2025 heeft de raad het bestemmingsplan opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak geoordeeld dat het bestemmingsplan niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid, omdat de raad zich op de zitting, in reactie op het beroep van [appellante], op het standpunt heeft gesteld dat de artikelen 5.1, onder a, en 5.3.1 van de regels van het bestemmingsplan onjuist zijn. Op grond van die bepalingen mag de bestaande weg in het plangebied, direct ten zuiden van de spoorlijn Arnhem-Zutphen, die als ontsluitingsweg dient voor [appellante] (de weg), alleen half verhard zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1042
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404656/2/R4

202404901/1/A3

Bij besluit van 21 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om benoeming tot notaris afgewezen. [appellant] heeft op 1 juni 2022 de staatssecretaris verzocht om te worden benoemd tot notaris in Ridderkerk. Bij dat verzoek heeft [appellant] een ondernemingsplan voor de vestiging van een nieuw notariskantoor in Ridderkerk met bijlagen overgelegd, waaronder het advies van de Commissie van deskundigen notariaat. De staatssecretaris heeft dat verzoek bij besluit van 21 november 2022 afgewezen. Aan dat besluit heeft hij de adviezen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, de Cvdn, de Commissie Toegang Notariaat en het Bureau Financieel Toezicht ten grondslag gelegd. De Cvdn heeft op 13 december 2021 in haar advies opgenomen dat het risicoprofiel van het ondernemingsplan van [appellant] zodanig hoog is dat zij een negatief advies geeft. Volgens de Cvdn is het niet aannemelijk dat de effectuering van het ondernemingsplan na drie jaar leidt tot een kostendekkende exploitatie van een notarispraktijk met als vestigingsplaats Ridderkerk. In geschil is of de staatssecretaris de adviezen van de Ctn en de Cvdn aan zijn besluit ten grondslag heeft mogen leggen. Verder is in geschil of de staatssecretaris in strijd heeft gehandeld met de beginselen van behoorlijk bestuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1056
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202404901/1/A3

202404928/1/A2

Bij besluit van 20 december 2021 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] meegedeeld dat de uitkomst van de lichte toets geen reden geeft om het forfaitaire bedrag van € 30.000 uit de Catshuisregeling aan haar te betalen. [appellante] heeft zich gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2016 en 2017. In het kader van dit verzoek heeft de Dienst Toeslagen onderzocht of [appellante] in aanmerking komt voor toekenning van het forfaitaire bedrag van € 30.000,00 (de zogeheten Catshuisregeling, zoals beschreven in artikel 2.7, eerste lid van de Wet hersteloperatie Toeslagen). Daartoe verricht de Dienst Toeslagen de zogeheten ‘lichte toets’. Bij de lichte toets wordt gezocht naar een indicatie dat de betreffende ouder een gedupeerde is van de toeslagenaffaire. Een ouder kan gedupeerd zijn geraakt als gevolg van institutionele vooringenomenheid, hardheid van het wettelijk systeem of wanneer de ouder ten onrechte de kwalificatie opzet/grove schuld (OG/S) heeft gekregen. De lichte toets bestaat uit twee stappen: een data-analyse en een handmatige toets.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1093
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202404928/1/A2

202404985/1/R1

Het bestemmingsplan ‘Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)’ van de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland is definitief. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de bezwaren van twee omwonenden en een agrarisch bedrijf in de buurt ongegrond verklaard. De gemeente en TenneT kunnen nu door met het plan. Het energienet is vol op Schouwen-Duiveland en Tholen. Er is sprake van netcongestie. Daarom vindt de gemeente de nieuwe aansluiting op het landelijke 150 kV-netwerk essentieel. Het bestemmingsplan maakt een nieuw hoogspanningsstation mogelijk ten zuidoosten van Zierikzee tussen de Straalweg en de N256. Met het bestemmingsplan kunnen ook ondergrondse kabels en leidingen en een waterberging worden aangelegd. Enkele omwonenden zijn het niet eens met de keuze voor de locatie van het hoogspanningsstation en zijn bang voor geluidhinder en voor negatieve gevolgen voor hun woongenot vanwege magneetvelden. Het agrarisch bedrijf vreest dat de toegang tot een van zijn percelen wordt belemmerd. Ook heeft het bedrijf zorgen over wateroverlast. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft hun bezwaren ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1087
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202404985/1/R1

202405460/1/A2

Bij besluit van 2 december 2021 heeft college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen aan [exploitatiemaatschappij] ([exploitatiemaatschappij]) twee lasten onder dwangsom opgelegd wegens het inrichten een gedeelte van de openbare weg als parkeergelegenheid tegenover [locatie 1]-[locatie 2] in Vinkeveen. [exploitatiemaatschappij] was eigenaar van het perceel [locatie 1]-[locatie 2] in Vinkenveen. Daar exploiteerde het de Jachthaven De Wilgenhoek. Aan de [locatie 3] exploiteert [partij] Jachthaven Vinkenveen. [partij] heeft het college verzocht handhavend op te treden tegen [exploitatiemaatschappij] omdat het een deel van de openbare weg zou hebben ingericht als privéparkeerplaats. Na controle door een toezichthouder heeft het college aan [exploitatiemaatschappij] twee lasten onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1071
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405460/1/A2

202405631/1/A2

Bij besluit van 20 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, om binnen drie maanden de bewoning van de woning aan de [locatie] in Rotterdam (hierna: de woning) door meer dan twee personen die niet samen een huishouden vormen te beëindigen. Op basis van een controle op 11 mei 2022 heeft het college geconcludeerd dat [wederpartij] de woning zonder vergunning in gebruik heeft gegeven aan vijf personen die niet samen een huishouden vormen. Daarmee heeft [wederpartij] volgens het college het omzettingsverbod overtreden. Het college heeft aan [wederpartij] een last onder een dwangsom ter hoogte van € 12.900,00 opgelegd om die overtreding binnen drie maanden te beëindigen. [wederpartij] heeft in beroep onder andere gewezen op artikel 9 en 10 van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (de Dienstenrichtlijn) en heeft in dat verband aangevoerd dat het studentencriterium discriminatoir is en niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1038
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405631/1/A2

202405662/1/V6

Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank van bestuur een verzoek van [appellante] om herziening van een besluit van 20 augustus 2021, afgewezen. [appellante] woont in Suriname en ontvangt sinds 1 juni 2013 een remigratie-uitkering en een tegemoetkoming ziektekostenverzekering. Zij zat vanaf 4 oktober 2020 tot 2 augustus 2022 in detentie. Omdat zij niet op tijd heeft doorgegeven dat zij gedetineerd was, heeft de raad van bestuur haar bij besluit van 20 augustus 2021 een boete opgelegd van € 1.486,48. De raad van bestuur vordert dit bedrag in door maandelijks een bedrag in te houden op de remigratie-uitkering van [appellante], die vanaf september 2022 - na de detentie - weer is ingegaan. [appellante] heeft tegen dit besluit geen rechtsmiddelen aangewend. [appellante] heeft later wel in een verzoek om herziening de raad van bestuur verzocht om de hoogte van de opgelegde boete opnieuw te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1027
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Herziening
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405662/1/V6

202405818/1/A2

Bij besluit van 12 april 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de [appellante sub 2] een bestuurlijke boete van € 3.750,00 en een bestuurlijke boete van € 2.625,00 opgelegd. De [appellante sub 2] is eigenaar van de website www.zelfzorgcovid19.nl. Naar aanleiding van meldingen over de website is de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd een onderzoek gestart. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een boeterapport van 10 februari 2022. De Inspectie heeft geconstateerd dat [appellante sub 2] in de periode van 7 april 2020 tot en met 21 juli 2020 op de website publieksreclame heeft gemaakt voor de receptgeneesmiddelen Hydroxychloroquine en Ivermectine ter behandeling van COVID-19. Op de website staan vier artikelen, een voorbeeldbrief ter overhandiging aan de eigen huisarts en een video met uitingen over de receptgeneesmiddelen HCQ en Ivermectine (de uitingen).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1072
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202405818/1/A2

202406034/1/A3

Bij besluit van 13 september 2022 heeft de korpschef van politie toestemming voor [appellant] om beveiligingswerkzaamheden te verrichten onthouden. Op 19 april 2022 heeft Connect Security te Amstelveen de korpschef verzocht om toestemming voor [appellant] om beveiligingswerkzaamheden te verrichten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). De korpschef heeft deze toestemming onthouden en heeft dit bij het besluit van 14 maart 2023 gehandhaafd. Aan dit besluit heeft de korpschef ten grondslag gelegd dat uit het uittreksel Justitiële Documentatie Systeem (JDS) en uit politieregistraties volgt dat [appellant] wordt verdacht van betrokkenheid bij het telen van hennep. Daarom heeft de korpschef zich op het standpunt gesteld dat [appellant] niet betrouwbaar genoeg is om beveiligingswerkzaamheden te verrichten. De korpschef heeft in zijn besluitvorming ook betrokken dat [appellant] eerder voor overtreding van de Opiumwet is veroordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1068
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202406034/1/A3

202406200/1/A3

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de aanvraag van [appellanten] voor een Nederlands paspoort voor hun kind in behandeling te nemen. [appellanten] hebben op 31 maart 2022 namens hun kind [naam kind] een aanvraag ingediend voor een Nederlands paspoort en hebben daarvoor een geboorteakte, een identiteitsbevestiging van het kind, een huwelijksakte en een echtscheidingsakte overgelegd. De minister heeft de aanvraag op 14 juli 2022 niet in behandeling genomen. Uit onderzoek naar de echtheid van documenten van het Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst volgt dat de geboorteakte en de identiteitsbevestiging waarschijnlijk niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven, omdat de opmaak en de afgifte van deze documenten afwijken van het beschikbare vergelijkingsmateriaal. Daarom kan niet worden vastgesteld of de inhoud van die documenten juist is. De minister heeft de aanvraag daarom op grond van artikel 52, eerste lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 niet in behandeling genomen. Volgens de minister kan de identiteit en het Nederlanderschap van het kind niet worden vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1057
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202406200/1/A3
vorige pagina1...737475...12.386volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon