Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.303
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202401483/1/A2

Bij besluit van 8 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem de aanvraag van [appellante] om een noodurgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft een aanvraag om een noodurgentieverklaring ingediend vanwege haar woonsituatie, omdat die situatie volgens haar ongezond is voor haar, haar partner en haar kind. De studio waar zij wonen is te klein, er zijn vochtproblemen en er is geen aparte slaapkamer. Het college heeft aan de besluitvorming tot afwijzing van de aanvraag ten grondslag gelegd dat geen sprake is van een persoonlijke noodsituatie als bedoeld in artikel 10b, derde lid, van de Huisvestingsverordening gemeente Arnhem 2020. Voor zover wel sprake zou zijn van een persoonlijke noodsituatie, acht het college [appellante] zelf verantwoordelijk voor het ontstaan van deze noodsituatie. Tot slot ziet het college geen aanleiding voor het toepassen van de hardheidsclausule. [appellante] heeft in hoger beroep, onder verwijzing naar foto’s, betoogd dat zij zich in een persoonlijke noodsituatie bevindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:528
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401483/1/A2

202401634/1/A2

Bij besluit van 18 december 2020 heeft de minister van Financiën [appellante] laten weten dat hij niet beschikt over de informatie die [appellante] met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur heeft opgevraagd. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] om twee redenen niet-ontvankelijk verklaard. De eerste reden is dat [appellante] geen griffierecht heeft betaald en geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat zij redelijkerwijs niet in verzuim was om het griffierecht te betalen. De tweede reden is dat [appellante] met het instellen van het beroep misbruik van recht heeft gemaakt. [appellante] kan zich met het oordeel van de rechtbank niet verenigen en heeft hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:467
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401634/1/A2

202401701/1/A2, 202401703/1/A2, 202401708/1/A2 en 02401710/1/A2

[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2024, waarbij het door haar gedane verzet tegen de uitspraken van de rechtbank van 12 juli 2022 en 19 december 2022 niet-ontvankelijk is verklaard. [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2024, waarbij het door haar gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 2 oktober 2023 niet-ontvankelijk is verklaard. [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2024, waarbij het door haar gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 augustus 2022 niet-ontvankelijk is verklaard. [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2024, waarbij het door haar gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 9 november 2022 niet-ontvankelijk is verklaard. In de uitspraken van de rechtbank zijn de door [appellante] ingestelde beroepen niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellante] het griffierecht niet had betaald. De door [appellante] gedane verzetten zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:550
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401701/1/A2, 202401703/1/A2, 202401708/1/A2 en 02401710/1/A2

202402226/1/A2

Bij besluit van 30 november 2022 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellante] om compensatie voor een afgeloste geldschuld afgewezen. Deze uitspraak gaat over compensatie voor afgeloste private schulden in het kader van de Hersteloperatie Toeslagen. Deze regeling is onderdeel van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft, op basis van de zogenoemde Catshuisregeling, op 17 februari 2021 een bedrag van € 30.000,00 ontvangen. Zodra dit bedrag op haar rekening stond, heeft [appellante] daarvan drie schulden die zij had bij ING afgelost. [appellante] heeft daarna twee aanvragen gedaan om compensatie voor drie afgeloste schulden, zoals bedoeld in artikel 4.3 van de Wht. De rechtbank heeft geoordeeld dat de afgeloste schulden niet voldoen aan de voorwaarden die de Wht stelt aan compensatie daarvan. Uit het dossier blijkt niet dat de schulden op enig moment opeisbaar zijn geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:456
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202402226/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402226/1/A2

202402407/1/V6

Bij besluit van 6 december 2022 heeft de staatssecretaris een verzoek van appellant om hem het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. appellant is in het bezit van een verblijfsvergunning in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. Hij heeft samen met zijn echtgenote en kind op 12 november 2021 een verzoek om naturalisatie gedaan. Op 2 augustus 2022 is appellant samen met zijn echtgenote en kind aanwezig geweest bij een naturalisatieceremonie. Tijdens die ceremonie is een bekendmaking van verlening van het Nederlanderschap waarin de namen van appellant en zijn dochter zijn genoemd, aan zijn dochter uitgereikt. De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om naturalisatie afgewezen bij besluit van 6 december 2022, omdat er twijfel bestaat over de juistheid van de door appellant opgegeven identiteit en nationaliteit. Volgens de staatssecretaris slaagt het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel niet, omdat het Nederlanderschap niet verkregen kan worden door de werking van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, waaronder het vertrouwensbeginsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:509
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202402407/1/V6

202402662/1/V6

Bij besluit van 25 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Sierra Leone en geboren te zijn op [geboortedatum]. Op 22 maart 1999 heeft hij in Nederland een asielverzoek ingediend. De staatssecretaris heeft hem met ingang van 15 juni 2007 een verblijfsvergunning verleend in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. Op 29 september 2020 heeft [appellant] het verzoek ingediend. Ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit heeft hij een kopie van een Sierra Leoons paspoort, afgegeven op [datum], en een afschrift van een geboorteakte met het nummer […], afgegeven op [datum], overgelegd. In het paspoort en de geboorteakte staat als geboorteplaats ‘[plaats]’ en als geboortedatum [geboortedatum]. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt over de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De staatssecretaris heeft zijn twijfel gebaseerd op een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 10 mei 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:533
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202402662/1/V6

202403200/1/A2

Bij besluit van 19 juli 2023 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellante] om compensatie voor een afgeloste geldschuld afgewezen. Deze uitspraak gaat over compensatie voor afgeloste private schulden in het kader van de Hersteloperatie Toeslagen. Deze regeling is onderdeel van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft, op basis van de zogenoemde Catshuisregeling, op 24 maart 2021 een bedrag van € 30.000,00 ontvangen. [appellante] heeft op 21 maart 2023 een aanvraag gedaan om compensatie voor afgeloste schulden. Het gaat om een bedrag van in totaal € 16.621,09. [appellante] heeft tot 1 augustus 2018 onder bewind gestaan. Deze schulden zijn in het kader van dit bewind voldaan. De minister heeft de aanvraag afgewezen. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de schulden niet zijn betaald na de ontvangst van de compensatie van de Catshuisregeling. De overlegde betaalbewijzen zijn namelijk van de jaren 2014 tot en met 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:532
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403200/1/A2

202403624/1/R3

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad van de gemeente Ooststellingwerf het bestemmingsplan "’t Hooge fase 2, Oldeberkoop" vastgesteld. In deze procedure is alleen het besluit van de raad van 23 april 2024, waarbij het bestemmingsplan "’t Hooge fase 2, Oldeberkoop" is vastgesteld, aan de orde. Dit plan maakt de bouw van 27 woningen mogelijk. [appellant] is het niet met het plan eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:523
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202403624/1/R3

202403645/1/V6

Bij besluit van 4 juli 2023 (hierna: het besluit) heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 20 februari en 23 april 2023 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 1 september 2007 tot en met 31 oktober 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het Ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en van hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De minister heeft niet beoordeeld of [appellant] daadwerkelijk als bewaker van ASG heeft gewerkt voor de Nederlandse krijgsmacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:529
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403645/1/V6

202403891/1/R1

Bij besluit van 24 februari 2023 heeft het college aan Energiepark Uitgeest B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark met een instandhoudingstermijn vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2049 aan de Koogdijk nabij nummer 1 in Uitgeest. Energiepark heeft een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van een zonnepark van ongeveer 10 hectare, genaamd Winterzon. De aanvraag ziet op de activiteiten bouwen van een bouwwerk en gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. [appellant] woont aan de [locatie] in Uitgeest. Hij heeft voorafgaand aan de termijn gedurende welke het ontwerpbesluit ter inzage heeft gelegen, een schriftelijke reactie op de vergunningaanvraag naar voren gebracht. [appellant] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] geen belanghebbende is bij de omgevingsvergunning en dat hem redelijkerwijs kan worden verweten dat hij niet binnen de daarvoor gestelde termijn een zienswijze heeft ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:527
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403891/1/R1
vorige pagina1...712713714...12.431volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon