Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.303
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202300723/1/R2

Bij besluit van 23 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uden (nu: Maashorst) aan [partij] opgedragen de vestiging van [bedrijf] aan de [locatie] in Volkel binnen drie maanden te beëindigen en beëindigd te houden. Als zij dat niet doet, dan moet zij een dwangsom betalen van € 1.000,00 per week, met een maximum van € 20.000,00. [partij] is eigenaar van de loods die zij ten tijde van het besluit van 23 februari 2021 verhuurde aan [bedrijf]. T&W Bouw heeft in de buurt van de loods haar bedrijf gevestigd. [appellant] woont tegenover de loods. T&W Bouw en [appellant] stellen last te hebben van het verkeer door de vestiging van [bedrijf]. Zij hebben daarom het college gevraagd op te treden, omdat in de loods twee bedrijven zijn gevestigd en dat volgens hen niet mag. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de bedrijfsactiviteiten van [bedrijf] niet passen binnen de bestemmingsplanregels en ook niet vergund zijn. Deze zijn daarom niet toegestaan. Het college heeft daarom een zogenoemde ‘last onder dwangsom’ opgelegd. Deze houdt in dat [partij] de overtreding binnen drie maanden ongedaan moet maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:540
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300723/1/R2

202301248/1/R1

Bij besluit van 17 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst onder meer een locatie bij [locatie 1] in Vorden en een locatie bij [locatie 2] in Hengelo (Gld) aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant sub 1] woont aan [locatie 1] in Vorden. De ORAC-locatie bevindt zich aan de overkant van de weg, die ongeveer 5 m breed is. Hij is het er niet mee eens dat de ORAC in de buurt van zijn woning wordt geplaatst. [appellant sub 2] woont aan [locatie 2] in Hengelo. Hij is het er niet mee eens dat de ORAC-locatie naast zijn woning komt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:547
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202301248/1/R1

202301394/1/A2

Bij uitspraak van 20 april 2022, in zaak nr.202003079/1/A2, ECLI:NL:RVS:2022:1148, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 14 april 2020 in zaak nr. 19/3508 ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft verzocht om herziening van de uitspraak van 20 april 2022, omdat hij na die uitspraak erachter is gekomen dat staatsraad Daalder bij het integriteitsonderzoek in de gemeente Montfoort van 2015 betrokken is geweest. De staatsraad is in dat kader ook betrokken geweest bij een dossier van [verzoeker]s dochter en schoonzoon. Volgens [verzoeker] is staatsraad Daalder niet onpartijdig en heeft hij de planschadezaak richting een voor [verzoeker] nadelige uitkomst gestuurd. [verzoeker] heeft aangevoerd dat de gemeente bij de uitruil van ligplaatsen voor een bouwkavel onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld waardoor hij schade heeft geleden. Hij verzoekt de Afdeling hierover een oordeel te geven en de gemeente te veroordelen tot vergoeding van die schade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:526
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Herziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202301394/1/A2

202301406/1/A2

Bij uitspraak van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3151) heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 november 2021 in zaak nr. 21/1232 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft in de uitspraak van 2 november 2022 onder meer geoordeeld dat het Instituut niet in strijd heeft gehandeld met het verbod op belangenverstrengeling bij de beoordeling van het verzoek om vergoeding van schade door mijnbouwactiviteiten. Verder heeft de Afdeling geoordeeld dat het Instituut zijn taken niet onbehoorlijk heeft vervuld in die zin dat het Instituut heeft nagelaten onafhankelijk en onpartijdig onderzoek te verrichten. Ook heeft de Afdeling geoordeeld dat het Instituut toereikend heeft gemotiveerd dat drie schades identiek zijn aan de door de NAM eerder behandelde schades. Het Instituut is daarom niet bevoegd deze schades te behandelen. Op 4 maart 2023 heeft [verzoeker] verzocht om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:514
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Herziening
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202301406/1/A2

202302143/1/R1

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert, onder meer locatie "Lange Reep" in Rijsbergen aangewezen voor het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers. De containers zijn bedoeld voor de inzameling van huishoudelijk afval van de bewoners van het appartementencomplex naast [locatie A]. Het college heeft het besluit van 28 februari 2023 voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In het ontwerpbesluit heeft het college een gedeelte van het grasveld direct aan de overzijde van de weg bij [locatie B] aangewezen als locatie voor de plaatsing van containers. Het college heeft in het wijzigingsbesluit de oude locatie vervangen door de locatie ten westen van [locatie A]. Deze locatie ligt op een afstand van ongeveer 48 m van de oude locatie. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] wonen aan [locatie A] en zijn het niet eens met de nieuwe locatie, omdat zij overlast vrezen. [appellant sub 2] woont aan [locatie B]. Hij is het niet eens met de oude locatie, maar heeft geen bezwaar tegen de nieuwe locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:525
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202302143/1/R1

202302998/1/R1

Bij besluit van 8 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst aan Dutch Dairy Genetics B.V.een omgevingsvergunning verleend voor onder meer het vergroten van een werktuigenberging en de aanleg van een sleufsilo op het perceel Kuilenburgerstraat 4 in Steenderen. [appellant] woont een aantal percelen verderop en is het niet eens met de vergunning. Bij uitspraak van 28 maart 2023 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] gegrond verklaard en het besluit van 28 juli 2021 vernietigd, omdat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het heeft afgeweken van het bestemmingsplan. De rechtbank heeft desondanks aanleiding gezien om de rechtsgevolgen van dat besluit in stand te laten, gelet op de motivering van het college ter zitting. [appellant] is het hier niet mee eens. Volgens [appellant] is de werktuigenberging in strijd met redelijke eisen van welstand en is de sleufsilo in strijd met de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:512
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302998/1/R1

202303137/1/A3

Bij e-mail van 25 februari 2022 hebben de cao-partijen een verzoek van [appellant] om openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant] heeft de cao-partijen verzocht om openbaarmaking van alle documenten over de dispensatieregeling die is opgenomen in de CAO Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen. De cao-partijen hebben het verzoek van [appellant] afgewezen, omdat uit de Wob voor hen geen verplichtingen volgen. Zij zijn namelijk geen bestuursorganen, zo menen zij. De rechtbank is de cao-partijen gevolgd in dit standpunt. Zij heeft geoordeeld dat de cao-partijen geen bestuursorgaan zijn in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht. De Wob is daarom niet op de cao-partijen van toepassing. De rechtbank heeft zich daarom onbevoegd verklaard om van het beroep van [appellant] kennis te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:548
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202303137/1/A3

202303724/1/A2

Bij besluit van 24 februari 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] met ingang van 3 maart 2022 ongeldig verklaard. Het CBR heeft het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 24 februari 2022 niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] het bezwaarschrift niet tijdig heeft ingediend. Het CBR heeft het bezwaarschrift op 13 mei 2022 ontvangen, terwijl de termijn voor het indienen van bezwaar afliep op 7 april 2022. Het CBR heeft de door [appellant] aangevoerde reden waarom hij het bezwaar te laat heeft ingediend, namelijk omdat hij vanaf 9 maart 2023 in detentie zat, niet verschoonbaar geacht. De rechtbank heeft overwogen dat het [appellant] niet kan worden verweten dat hij niet binnen de termijn een bezwaarschrift heeft ingediend, omdat hij tot 8 april 2022 in volledige beperkingen zat. [appellant] kan wel worden verweten dat hij niet direct daarna een bezwaarschrift heeft ingediend. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat is geweest om direct na het opheffen op 8 april 2022 van de volledige beperkingen in detentie een bezwaarschrift in te dienen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:519
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202303724/1/A2

202304560/1/R1

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas aan [wederpartij] en anderen een last onder bestuursdwang opgelegd. Bij besluit van 3 april 2023 heeft het college het door [wederpartij] en anderen daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 18 oktober 2022 herroepen en [wederpartij] en anderen onder oplegging van een dwangsom gelast om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden door het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel aan de Kesselseweg in Helden op te heffen. [wederpartij] en anderen hebben op 27 september 2022 spandoeken opgehangen en caravans geplaatst op het perceel om aandacht te vragen voor meer standplaatsen voor woonwagens binnen de gemeente Peel en Maas. Volgens het college was geen sprake meer van een betoging, omdat het perceel niet meer werd gebruikt om het demonstratierecht uit te oefenen, maar om te verblijven, te overnachten, samen te komen en personen te ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:524
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304560/1/R1

202305137/1/A3

Bij besluit van 15 augustus 2022 heeft de burgemeester van Etten-Leur gelast de woning aan de [locatie] in Etten-Leur voor drie maanden te sluiten. [appellant] huurt van Stichting Alwel de woning aan de [locatie] in Etten-Leur. Op 3 juli 2022 is [appellant] op grond van de Wegenverkeerswet 1994 gecontroleerd, waarbij is geconstateerd dat hij een kleine hoeveelheid verdovende middelen bij zich had. Op dezelfde dag heeft de politie in de woning, schuur en tuin 37,2 g MDMA, 960 ml GHB en 977,5 g amfetamine aangetroffen. Daarnaast zijn diverse aan drugshandel gerelateerde goederen aangetroffen, zoals pepperspray, een veerdrukpistool, € 585,00 contant geld, een taser, maatbekers met GHB en gripzakjes. [appellant] betoogt dat de sluiting niet evenredig is. Het is niet aannemelijk dat er in de woning in drugs werd gehandeld. Daarvoor is onder andere van belang dat de rechtbank geen rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat de in de woning aangetroffen attributen ergens anders voor gebruikt zijn dan voor handel in drugs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:544
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202305137/1/A3
vorige pagina1...710711712...12.431volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon