Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.955
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202401876/1/R3

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een bedrijfsterrein aan de [locatie 1] in Bergambacht. Op 12 maart 2021 heeft het college een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo voor het uitbreiden van een bedrijfsterrein aan de [locatie 1] in Bergambacht door verharding aan te brengen in de vorm van een onderheide betonvloer. [appellant A] en [appellant B] wonen op het perceel [locatie 2] in Bergambacht, ten zuiden van de percelen waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. Zij kunnen zich niet met de verleende omgevingsvergunning verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1240
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401876/1/R3

202401919/1/R4

Bij besluit van 8 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen, voor zover van belang, aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder omgevingsvergunning bouwen van een schuur op het perceel aan de [locatie] in Vinkeveen. Een toezichthouder heeft op 6 februari 2023 geconstateerd dat [appellant] een schuur van 56 m2 aan het bouwen was op zijn perceel aan de [locatie] in Vinkeveen. [appellant] had hiervoor geen omgevingsvergunning, terwijl dit volgens het college op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo wel vereist was. Het college heeft [appellant] daarom bij het besluit van 8 februari 2023 onder oplegging van een dwangsom gelast om de bouw van de schuur te staken en gestaakt te houden. [appellant] meent dat de schuur als vergunningvrij bijbehorend bouwwerk kan worden toegevoegd aan zijn perceel. Hij is daarom in beroep gegaan tegen het besluit op bezwaar. Bij de uitspraak van 5 februari 2024 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] ongegrond verklaard, omdat naar haar oordeel de schuur niet vergunningvrij kan worden gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1213
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401919/1/R4

202402457/1/A3

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda besloten om de gronden aan de Brouwersbos 21 in Prinsenbeek aan te wijzen als Groengebied. Op verzoek van Natuurplein de Baronie heeft het college op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018 percelen aan Brouwersbos 21 in Prinsenbeek aangemerkt als Groengebied en de bomen op dit adres aangewezen als waardevolle houtopstanden. [appellant sub 1] en anderen zijn door vererving eigenaar geworden van deze percelen. Zij hebben het college niet toegestaan om de aanwezige bomen te inventariseren. Volgens [appellant sub 1] en anderen blijkt uit de rapportage van 10 januari 2024 van een door henzelf ingeschakeld bomendeskundig adviesbureau dat het niet gaat om waardevolle houtopstanden. De rechtbank heeft allereerst geoordeeld dat het college de percelen van [appellant sub 1] en anderen niet op goede gronden heeft aangemerkt als Groengebied, omdat het gebied geen duidelijke begrenzing heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1247
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402457/1/A3

202403236/1/R1

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van de bestaande uitweg op het perceel [locatie 1] in Purmerend. [appellant B] en [appellant A] wonen op [locatie 2] in Purmerend aan een pleintje met andere woningen op nummers [locatie 1], [locatie 3] en [locatie 4] (het hofje). Er is een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een uitweg ten behoeve van [locatie 1]. [appellant B] en [appellant A] parkeerden daar voorheen hun auto. Het college stelt dat het gehouden is om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. De rechtbank heeft dit besluit in stand gelaten. [appellant B] en [appellant A] kunnen zich hier niet in vinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1194
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403236/1/R1

202403396/1/R1

Bij besluit van 28 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend aan [partij] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 20 camperplaatsen en het verplaatsen van een kantoorunit op het perceel [locatie] in Zuidoostbeemster. Het college heeft aan [partij] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van 20 camperplaatsen en het verplaatsen van een kantoorunit op het perceel [locatie] in Zuidoostbeemster, voor de duur van 5 jaar. De omgevingsvergunning is al in gebruik genomen en geldt tot 28 oktober 2027. De stichting komt op voor de "groene kwaliteiten" in de regio Waterland. Volgens de stichting tast de plaatsing van 20 camperplaatsen de kernkwaliteiten van de UNESCO-werelderfgoederen Droogmakerij de Beemster en De Stelling van Amsterdam aan. De stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan mocht verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1199
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403396/1/R1

202403472/5/R1

Bij tussenuitspraak van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5075, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 4 juni 2025 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "BORgronden, Naarden" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. Deze beroepsprocedure gaat over de zogeheten BORgronden in het oosten van het stedelijk gebied van Naarden, waar Naarden Borgronden en anderen ongeveer 440 woningen willen bouwen. Voor het ontwikkelen van de BORgronden tot woongebied heeft de raad op 17 april 2024 het bestreden bestemmingsplan vastgesteld, dat met het besluit van 4 juni 2025 gewijzigd is vastgesteld. De beroepen tegen die besluiten heeft de Afdeling in de tussenuitspraak behandeld. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling naar aanleiding van het beroep van [appellant] en anderen geoordeeld dat het besluit van 4 juni 2025 in strijd met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld. Daartoe overwoog de Afdeling dat de raad, vanwege de specifieke omstandigheden van het geval, een afstand van 10 m tot de erfgrens en 22 m tot de woning van [appellant] aan de [locatie] in Naarden vanaf de voorziene gestapelde woningen niet aanvaardbaar heeft mogen achten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1242
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403472/5/R1

202403788/1/A3

Bij besluit van 25 oktober 2021 heeft het UWV het inzageverzoek van [appellante] deels afgewezen. Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het UWV het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 november 2023 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. Naar aanleiding van een anonieme tip is het UWV een onderzoek gestart naar de uitkering van [appellante]. Volgens dit onderzoek heeft [appellante] niet voldaan aan haar informatieplicht en inkomsten over 2016 niet aan het UWV doorgegeven. Daarom is besloten tot terugvordering over te gaan en een boete op te leggen. Op 24 augustus 2021 heeft [appellante] verzocht om inzage in de stukken, waaronder de anonieme tip, op grond van de Regeling inzage- en correctierecht UWV 2018. Zij wil daarmee bewijs verzamelen om de tipgever in een civiele procedure aan te spreken. Het UWV heeft het verzoek van [appellante] gedeeltelijk afgewezen. Deze afwijzing heeft het UWV bij het besluit van 17 maart 2022 gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1228
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403788/1/A3

202403887/1/R2

Bij besluit van 30 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen het wijzigingsplan "Westerstraat 56 Dinteloord" vastgesteld. Het plan voorziet in een wijziging van het bestemmingsplan "Kom Dinteloord", vastgesteld op 15 december 2016 (hierna: het moederplan). Het bestreden wijzigingsplan voorziet in de mogelijkheid om op het perceel aan de Westerstraat 56 in Dinteloord (hierna: het perceel) maximaal 16 appartementen te realiseren. Op grond van artikel 6.5 van de regels van het moederplan kunnen de gronden waaraan de bestemming "Bedrijf" en de functieaanduiding "wetgevingszone - wijzigingsgebied" is toegekend, worden gewijzigd naar de bestemmingen "Wonen", "Tuin" en "Verkeer", teneinde ter plaatse maximaal 16 woningen mogelijk te maken, met inachtneming van enkele voorwaarden. [appellanten] exploiteren op het naastgelegen perceel aan de [locatie] samen een bedrijf en één van hen woont in de bijbehorende bedrijfswoning. [partij] en anderen zijn de eigenaren van de gronden van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1219
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403887/1/R2

202404080/1/A2

Bij besluit van 12 mei 2023 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de aanvraag van [appellant] voor subsidie voor studiekosten en studieverlof voor het studiejaar 2023-2024 op basis van de Subsidieregeling lerarenbeurs buiten behandeling gesteld. [appellant] volgde in het studiejaar 2023-2024 de master Begeleidingskunde aan de Hogeschool Rotterdam. Op 3 april 2023 heeft hij een aanvraag ingediend om voor dit studiejaar een subsidie voor studiekosten en studieverlof - een zogenoemde Lerarenbeurs - te ontvangen. Bij brief van 19 april 2023 heeft de minister [appellant] gewezen op het ontbreken van een volledig ingevulde en ondertekende ‘Verklaring (laatste) werkgever of inlener’ bij zijn aanvraag. Aan [appellant] is de gelegenheid geboden om deze verklaring voor 5 mei 2023 alsnog over te leggen. De minister heeft voor deze datum geen verklaring ontvangen en heeft de aanvraag daarom buiten behandeling gesteld. [appellant] heeft in bezwaar alsnog de ondertekende werkgeversverklaring overgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1243
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202404080/1/A2

202404239/1/A2

Bij besluit van 30 november 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellante] was toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan haar daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd. [appellante] betoogt dat artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht - waaruit de hoogte van de tegemoetkoming volgt - en artikel 9.1, eerste lid, van de Wht - waarin een hardheidsclausule is opgenomen - wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in haar geval buiten toepassing zouden moeten worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1192
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404239/1/A2
vorige pagina1...717273...12.396volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon