Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.417
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202307852/1/A3

Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft de burgemeester van Haarlemmermeer het verzoek van [appellant] op grond van artikel 17 van de Algemene verordening gegevensbescherming om wissing van persoonsgegevens afgewezen. [appellant] heeft bij brief van 2 februari 2022 de burgemeester verzocht om een document te wissen op grond van artikel 17 van de AVG, omdat dat document persoonsgegevens zou bevatten die onrechtmatig zijn verwerkt. De burgemeester heeft het verzoek van [appellant] afgewezen, omdat geen sprake zou zijn geweest van onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens. De burgemeester heeft het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het door [appellant] ingestelde beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard, en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het besluit geldig namens de burgemeester is genomen, omdat daarvoor het juiste mandaat is verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:990
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202307852/1/A3

202400199/1/A2

Bij besluit van 12 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [vergunninghouder] een vergunning verleend om de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Amsterdam om te zetten in vier onzelfstandige woonruimten. [appellanten] voeren in hoger beroep aan dat de rechtbank heeft miskend dat door verlening van de vergunning het pandquotum wordt overschreden. Het pandquotum moet worden gerelateerd aan de feitelijke indeling van een pand en niet aan het aantal woningen in het pand. [appellanten] komen met hun berekening tot de conclusie dat omzetting van de [locatie] binnen het pand een verkamering oplevert van 40% van het aantal woonlagen, en van 38% van de totale woonoppervlakte. Hiermee wordt, anders dan de rechtbank heeft overwogen, het pandquotum van maximaal 25% overschreden. Verder betogen [appellanten] dat de rechtbank ten onrechte artikel 3.3.11, tweede lid, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 heeft toegepast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1037
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400199/1/A2

202400203/1/A2

Bij besluit van 17 januari 2022 (hierna: het verkeersbesluit) heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht twee parkeerplaatsen ter hoogte van Parkstraat 2 in Utrecht aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen. Met het verkeersbesluit heeft het college een verkeersmaatregel vastgesteld. Deze houdt in dat met ingang van 18 januari 2022 voor de locatie Parkstraat ter hoogte van huisnummer 2, wegvak tussen Schoolplein en Maliesingel), als verkeersmaatregel is vastgesteld: twee parkeerplaatsen die als specifiek doel hebben het opladen van elektrische voertuigen (E4), volgens bijlage I van het RVV 1990 met onderbord "Alleen voor opladen elektrische voertuigen" (OB20) alsmede met onderbord OB504. De locatie "Parkstraat ter hoogte van huisnummer 2, wegvak tussen Schoolplein en Maliesingel" is opgenomen in het locatieplan dat in 2020 voor laadpalen in de stad Utrecht is vastgesteld. De aanwijzing van de parkeerhavens als locatie waar een verkeersmaatregel geldt, is echter pas vastgesteld bij het verkeersbesluit. Bij de keuze van de locatie moet het college de belangen van [appellant] afwegen tegen die van het college, volgens onderstaand afwegingskader.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1033
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202400203/1/A2

202400339/1/A2

Bij besluit van 1 oktober 2021 heeft de Dienst Toeslagen de zorg- en huurtoeslag voor [appellant] over het jaar 2020 herzien en vastgesteld op respectievelijk € 203,00 en nihil. Daarnaast zijn de te veel betaalde voorschotten teruggevorderd, in totaal een bedrag van € 1.836,00. De Dienst Toeslagen heeft aan [appellant] over het jaar 2020 voorschotten zorg- en huurtoeslag verleend op basis van een geschat toetsingsinkomen van € 13.950,00. Op 26 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen een melding uit de Basisregistratie Inkomen ontvangen dat het inkomen van [appellant] over het jaar 2020 is vastgesteld op € 27.663,00. Naar aanleiding hiervan heeft de Dienst Toeslagen het besluit van 1 oktober 2021 genomen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen terecht het inkomen van [appellant] over het gehele kalenderjaar 2020 heeft meegenomen bij de vaststelling van de zorg- en huurtoeslag over 2020. Verder heeft de rechtbank overwogen dat alleen bijzondere omstandigheden zich verzetten tegen een volledige terugvordering. Volgens de rechtbank is niet gebleken van bijzondere omstandigheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1029
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400339/1/A2

202401091/1/A2

[appellanten] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 december 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:20314). Bij besluit van 31 augustus 2022 heeft het college aan [appellanten] twee boetes van € 10.000,00 opgelegd voor het in gebruik geven van een woning zonder de daarvoor vereiste huisvestingsvergunning. Bij besluit van 8 februari 2023 heeft het college dit besluit in bezwaar gehandhaafd. Het besluit van 22 oktober 2024 is een wijziging van het besluit van 8 februari 2023 in de zin dat het college de boetes heeft verlaagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1018
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401091/1/A2

202401563/1/A3

Bij besluit van 6 oktober 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan [appellante] een boete van € 3.000,00 opgelegd. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft geconstateerd dat [appellante] in de periode van 15 september 2021 tot en met 8 november 2021 zeventien keer het geneesmiddel ivermectine off-label heeft voorgeschreven voor de behandeling van patiënten met COVID-19. Het off-label voorschrijven van een geneesmiddel betekent dat dit geneesmiddel wordt gebruikt buiten de door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen geregistreerde indicaties. De minister heeft zich naar aanleiding van het boeterapport van 19 juli 2022 van de Inspectie op het standpunt gesteld dat [appellante] artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet zeventien keer heeft overtreden. De minister heeft daarom aan [appellante] een boete van € 3.000,00 opgelegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat artikel 68, eerste lid, van de Gnw voldoende duidelijk is en [appellante] het artikel heeft overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1035
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202401563/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202401563/1/A3

202401769/1/V6

Bij besluit van 30 november 2021 (hierna: het besluit) heeft de projectdirecteur van het Ministerie van Defensie een verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], zijn echtgenote, en hun twee kinderen. Op 25 augustus 2021 heeft [appellant] de minister van Buitenlandse Zaken gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij als hoofd/onderdirecteur en hoofddocent bij de Nationale Militaire Academie van Afghanistan in Kabul heeft gewerkt. De minister van Buitenlandse Zaken heeft het door appellanten gemaakte bezwaar tegen het besluit opnieuw ongegrond verklaard, omdat [appellant] volgens hem niet in aanmerking komt voor het faciliteren van zijn overkomst naar Nederland. Hij heeft namelijk geen oproep gekregen tijdens de acute evacuatiefase naar aanleiding van de motie Belhaj en hij behoort ook niet tot een van de groepen waarvoor het kabinet bij brief van 11 oktober 2021 (de Kamerbrief) de speciale voorziening in het leven heeft geroepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1005
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401769/1/V6

202401772/1/V6

Bij besluit van 15 november 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant A], zijn echtgenote, hun drie kinderen, en (groot)moeder [appellant C]. Op 27 augustus 2021 heeft [appellant A] de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant A] stelt dat hij sinds 2018 heeft gewerkt voor Conrexx Technology B.V. en dat hij binnen dit bedrijf ook regelmatig onder meer als fixer heeft samengewerkt met de Nederlandse ambassade in Kabul. De minister heeft het door appellanten gemaakte bezwaar tegen het besluit opnieuw ongegrond verklaard, omdat [appellant A] volgens hem niet in aanmerking komt voor het faciliteren van zijn overkomst naar Nederland. Hij heeft namelijk geen oproep gekregen tijdens de acute evacuatiefase naar aanleiding van de motie Belhaj (Kamerstukken II 2020/21, 27 925, nr. 788) en hij behoort ook niet tot een van de groepen, waarvoor het kabinet bij brief van 11 oktober 2021 (de Kamerbrief) de speciale voorziening in het leven heeft geroepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:997
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401772/1/V6

202402096/1/A2

Bij besluit van 17 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellant] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is sinds 2020 dakloos. Hij slaapt bij familie en vrienden of in de auto. In zijn aanvraag geeft hij aan dat hij een posttraumatische stressstoornis heeft, waardoor hij niet goed met anderen kan samenwonen. Hij zou graag over een eigen woonruimte beschikken om tot rust te komen, aan zijn psychische klachten te werken en zijn drie kinderen te ontvangen. Daarom heeft hij een urgentieverklaring aangevraagd. Het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat meerdere algemene weigeringsgronden van toepassing zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:995
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402096/1/A2

202402243/1/A3

Bij besluit van 13 september 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan [appellant] een boete van € 6.375,00 opgelegd. 1. [appellant] is arts en heeft in de periode van 30 juli 2021 tot en met 6 december 2021 de geneesmiddelen hydroxychloroquine en ivermectine off-label voorgeschreven voor de preventie of behandeling van patiënten met COVID-19. Het off-label voorschrijven van een geneesmiddel betekent dat dit geneesmiddel wordt gebruikt buiten de door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen geregistreerde indicaties. In artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet is vastgelegd wanneer geneesmiddelen off-label mogen worden voorgeschreven. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft in het boeterapport van 25 juli 2022 vermeld dat [appellant] artikel 68, eerste lid, van de Gnw 67 keer heeft overtreden. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft aan [appellant] een boete opgelegd van € 6.375,00. De minister heeft zijn standpunt in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat artikel 68, eerste lid, van de Gnw niet voldoende duidelijk is en daarom het lex certa-beginsel is geschonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1032
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202402243/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402243/1/A3
vorige pagina1...679680681...12.442volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon