Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.355
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202504432/1/A2

Bij besluit van 3 december 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] voor mijnbouwschade aan zijn woning een vergoeding van € 2.821,53, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. [appellant] is sinds 2009 eigenaar van de vrijstaande woning aan de [locatie] in Winschoten. Op 14 mei 2020 heeft [appellant] een vergoeding voor fysieke mijnbouwschade aan zijn woning aangevraagd. Na het in opdracht van het Instituut uitgebrachte (herziene) advies van 3 november 2021, opgesteld door deskundige K. Borger van NIVRE Calamiteiten & Projecten (NIVRE), heeft het Instituut bij besluit van 3 december 2021 een schadevergoeding van € 2.821,53, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. Het Instituut heeft op 4 januari 2023 het bezwaar onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie van 28 september 2022 ongegrond verklaard. [appellant] betoogt onder verwijzing naar het tegenadvies van Vergnes Expertise BV van 11 februari 2025 dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het Instituut het bewijsvermoeden voor de schades 18 tot en met 30 en 32 tot en met 36 heeft weerlegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3684
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504432/1/A2

202504743/1/R4

Bij besluit van 9 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem zijn beslissing om op 22 januari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Kaag en Braassem aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van twee huisvuilzakken met PMD-afval die op woensdag 22 januari 2025, een dag na de inzameldag, zijn aangetroffen bij een lantaarnpaal ter hoogte van de [locatie 1] in Roelofarendsveen. Een van de huisvuilzakken hing aan de kroonring van de lantaarnpaal. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzakken verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin twee plastic verpakkingen met daarop een adreslabel met haar naam en adres zijn aangetroffen. [appellante] betoogt dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid. Zij voert aan dat in het besluit van 27 mei 2025 staat dat de huisvuilzakken zijn aangetroffen bij de [locatie 2] in Nieuw Wetering op 23 januari 2025, terwijl uit het rapport van de toezichthouder blijkt dat het afval is aangetroffen op de [locatie 1] in Roelofarendsveen op 22 januari 2025. Hierdoor is het volgens [appellante] onduidelijk over welk feitelijk voorval door het college wordt geoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3676
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504743/1/R4

202504779/1/A2

De Nederlandsche Bank (DNB) mocht een verzoek afwijzen om beschadigde eurobankbiljetten te vergoeden. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak had DNB voldoende redenen om te vermoeden dat de bankbiljetten moedwillig zijn beschadigd. De man heeft er bewust voor gekozen om deze bankbiljetten aan te schaffen, terwijl hij wist dat deze zwaar beschadigd waren, en dat hij deze biljetten heeft gekocht voor 70% van de nominale waarde, omdat hij dacht daar geld mee te kunnen verdienen. Hierin heeft DNB volgens de Afdeling bestuursrechtspraak terecht aanleiding gezien om aan te nemen dat de man niet te goeder trouw is. DNB heeft daarom de waarde van de beschadigde bankbiljetten niet hoeven te vergoeden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3650
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504779/1/A2

202600660/1/R4

Bij besluit van 5 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 1 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 1 oktober 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop zijn adresgegevens. [appellant] kan zich niet verenigen met het besluit op bezwaar van 12 februari 2026. Hij betoogt dat de doos geen afval was, maar zijn privé-eigendom. Volgens hem is de doos door hem niet onbeheerd achtergelaten, omdat hij op ongeveer 10 meter afstand in de voortuin bij zijn woning op zijn buurman stond te wachten, die zou helpen de doos naar de kringloopwinkel te brengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3649
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600660/1/R4

202600806/1/R4

Bij besluit van 6 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met Artikel 9 lid 1 van de Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 2 september 2025 is aangetroffen naast de papiercontainer ter hoogte van [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop zijn naam- en adresgegevens. [appellant] betoogt dat hij de kartonnen doos niet naast de papiercontainer heeft geplaatst. Volgens [appellant] was de container ten tijde van het aanbieden vrijwel vol. Hij stelt de doos in de container te hebben gedeponeerd, waarbij door de beperkte ruimte een deel van de doos uit de opening van de papiercontainer stak. [appellant] geeft aan dat het zijn bedoeling was de doos op correcte wijze aan te bieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3648
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600806/1/R4

202600946/1/A2

Bij beslissing van 29 augustus 2025 heeft de examencommissie, namens het instellingsbestuur, een negatief bindend studieadvies (NBSA) aan [appellante] gegeven. Bij beslissing van 13 februari 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Technische Universiteit Eindhoven (het CBE) het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2022/23 gestart met de bacheloropleiding Data Science aan de Technische Universiteit Eindhoven en Tilburg University. Om een positief bindend studieadvies (BSA) te krijgen, moest zij 45 studiepunten voor de propedeutische fase behalen. In februari 2023 is zij met de opleiding gestopt. Zij heeft daarom geen BSA gekregen. In studiejaar 2023/24 is zij opnieuw begonnen met deze opleiding. Omdat zich persoonlijke omstandigheden bij [appellante] voordeden, heeft de examencommissie aanleiding gezien om aan het einde van het studiejaar 2023/24 het geven van een bindend studieadvies met een jaar op te schorten. Aan deze opschorting heeft de examencommissie de voorwaarde verbonden dat [appellante] aan het eind van het studiejaar 2024/25 minimaal 55 studiepunten uit de propedeutische fase moest behalen om alsnog een positief studieadvies te krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3668
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600946/1/A2

202304051/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75a van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan hem is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door toedoen van de minister is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3629
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304051/1/V1

202405702/1/V1

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aan appellant verleende erkenning als referent ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3628
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405702/1/V1

202601701/1/A2

Bij beslissing van 13 april 2026 heeft de examencommissie van de Faculteit der Geesteswetenschappen het verzoek van [verzoeker] voor een alternatieve datum voor de herkansing van een deeltentamen van het vak ‘Kunst in Nederland’ afgewezen. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam (CBE). Tijdens het studiejaar 2025/2026 heeft [verzoeker] het vak ‘Kunst in Nederland’ gevolgd. De eerste tentamenkans van deeltoets 1 is beoordeeld met een 1. Op 19 december 2025 vond de herkansing van deze deeltoets plaats. [verzoeker] heeft de examencommissie voorafgaand aan de herkansing verzocht om een alternatieve datum voor deze herkansing, omdat hij geen inzage had gehad in de beoordeling van zijn eerste kans. Dit verzoek heeft de examencommissie afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3583
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601701/1/A2

BRS.26.000524

Bij besluit van 9 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3567
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000524
vorige pagina1...303132...12.536volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon