Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.756
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202402899/1/R2

Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven een verzoek om handhaving van [appellant] afgewezen. [appellant] woont in blok 1 van het appartementencomplex Abdijtuinen in Veldhoven. Het college heeft voor de bouw van het complex op 18 oktober 2007 een bouwvergunning verleend. [appellant] heeft verzocht om handhaving, omdat blok 1 van het appartementencomplex volgens hem niet aan de eisen uit het Bouwbesluit 2003 voldoet ten aanzien van brandwerendheid en de eis van het aanwezig zijn van twee vluchtroutes. Het college stelt zich op het standpunt dat met de brandoverslagberekeningen in het rapport van Peutz is aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen van brandwerendheid uit artikel 2.106, eerste lid, van het Bouwbesluit 2003. Verder heeft het college geen onderzoek gedaan naar de vluchtroutes, omdat dit geen onderdeel van het handhavingsverzoek was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1839
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402899/1/R2

202402910/1/R3

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Teylingen besloten het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2], Voorhout" (het bestemmingsplan) niet vast te stellen. Op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in Voorhout staan meerdere kassen die zijn bestemd voor de glastuinbouw, maar daarvoor niet meer worden gebruikt. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 1]. Zowel [appellant] als de eigenaar van het perceel [locatie 2] hebben een principeverzoek ingediend, om onder meer de bedrijfswoning op het perceel met [locatie 2] om te zetten in een burgerwoning en om op het perceel met [locatie 1] een nieuwe greenportwoning te realiseren. Daarnaast ziet het verzoek op het slopen van alle bestaande agrarische bedrijfsbebouwing op beide percelen. [appellant] betoogt dat de raad de vermeende strijd met de ISG ten onrechte aan het besluit ten grondslag heeft gelegd, omdat het plan volgens [appellant] niet met de ISG in strijd is. Daarover voert hij aan dat de raad niet heeft onderkend dat het bestemmingsplan bijdraagt aan de herstructureringsopgave die de ISG beschrijft, doordat met het plan incourante en ongewenste bebouwing wordt opgeruimd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1833
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202402910/1/R3

202404138/1/R2

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de raad van de gemeente Roosendaal het bestemmingsplan "WWC Sportstraat" vastgesteld. De raad maakt met het plan één nieuwe woonwagenstandplaats mogelijk. Deze standplaats wordt toegevoegd aan een blok van veertien bestaande standplaatsen aan de Sportstraat in Roosendaal. Door het plan moet de in- en uitrit van de achterliggende sportvereniging worden verplaatst. [appellant] woont naast het plangebied en is het niet eens met het plan, omdat het zijn woon- en leefklimaat aantast. [appellant] betoogt dat de komst van een nieuwe woonwagenstandplaats leidt tot een onevenredige aantasting van zijn woon- en leefklimaat en dat de raad dit niet voldoende heeft betrokken in de belangenafweging. Door de extra woonwagenstandplaats en de verplaatsing van de in- en uitrit van de achterliggende voetbalvereniging zal zijn uitzicht verslechteren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1823
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404138/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202404138/1/R2

202404325/1/A3

Bij besluit van 15 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân de aanvraag van [appellant] om een ligplaatsvergunning afgewezen. [appellant] is beroepsvisser en eigenaar van de garnalenkotter […]. Op 21 juni 2021 heeft [appellant] een vergunning aangevraagd voor het innemen van een ligplaats met het schip aan de steiger voor vissersschepen in de haven van Makkum. Het college heeft deze aanvraag afgewezen en het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het schip ten tijde van de beoordeling van de aanvraag geen vissersschip was als bedoeld in de Verordening havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslân 2021 (de Verordening 2021). Volgens de rechtbank wordt niet voldaan aan het vereiste dat het schip hoofdzakelijk voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee wordt gebruikt. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de Verordening 2021 niet van toepassing is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1838
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404325/1/A3

202404392/1/A3

Bij besluit van 13 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft [appellant] met toepassing van de gemeentelijke Verordening havens en overige wateren Súdwest-Fryslân 2021 (de Verordening 2021) gelast om de garnalenkotter […] binnen zes weken uit de haven van Makkum te verwijderen en verwijderd te houden, bij gebreke waarvan een dwangsom van € 1.000,00 per week of gedeelte daarvan, met een maximum van € 5.000,00 wordt verbeurd. Met het besluit van 2 augustus 2023 is het college hierbij gebleven. Omdat [appellant] volgens het college niet aan de last heeft voldaan, heeft het college besloten in totaal € 5.000,00 aan verbeurde dwangsommen in te vorderen. [appellant] is het hier niet mee eens. De rechtbank heeft geoordeeld dat geen aanleiding bestaat om (onderdelen van) de Verordening 2021 buiten toepassing te laten. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat het beroep van [appellant] dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden niet slaagt. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de Verordening 2021 niet van toepassing is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1837
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404392/1/A3

202404674/1/R2

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas aan [vergunninghoudster]. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van verblijven voor arbeidsmigranten aan de [locatie] in America. Deze zaak gaat over een omgevingsvergunning voor het bouwen van 24 wooneenheden voor 144 arbeidsmigranten in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas, nabij het dorp America. Aanvankelijk heeft het college de vergunning bij besluit van 6 december 2018 verleend, maar bij besluit van 19 augustus 2019 heeft het deze weer ingetrokken. Tegen deze intrekking is de maatschap in beroep en hoger beroep gegaan. Nadat de Afdeling het besluit in hoger beroep heeft vernietigd heeft het college de vergunning alsnog verleend. [appellante] verzet zich hiertegen, omdat zij vreest dat de toename van verkeer zal leiden tot onveilige situaties. Ook is zij bang dat de sociale veiligheid wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1822
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404674/1/R2

202405040/1/R2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck op zijn principeverzoek van 6 februari 2023. Op 14 april 2021 heeft het energiebedrijf Vrijopnaam B.V. namens [appellant] bij de zogenoemde regiekamer van de gemeente Cranendonk een principeverzoek ingediend voor het realiseren van een zonnepark aan de Randweg-Oost in Budel. Vrijopnaam is een bedrijf dat zonneparken ontwikkelt en exploiteert en dat een eigen leveringsvergunning heeft. Bij brief van 6 februari 2023 heeft [appellant] het college gevraagd om een formeel besluit op dit principeverzoek te nemen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de indiening van een principeverzoek een stap betreft, zoals genoemd in paragraaf 6 van de "Visie Zonneparken Cranendonck 2019-2024" (hierna: Visie zonneparken). In de Visie zonneparken worden bepaalde processtappen beschreven die moeten worden gevolgd bij een initiatief voor een zonnepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1810
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405040/1/R2

202406537/1/R2

Bij besluit van 14 februari 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van zonneveld "Nyrstar II West" op de locatie tussen de Fabrieksstraat en de Hoofdstraat in Budel-Dorplein, in de gemeente Cranendonck. Nyrstar heeft op 23 februari 2023 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor de aanleg van het zonneveld "Nyrstar II West" in het projectgebied. Het zonneveld is voorzien op een voormalige stortplaats op het industrieterrein van zinkfabriek Nyrstar en wordt direct naast en ten behoeve van de zinkfabriek gerealiseerd. Volgens de bij de aanvraag behorende ruimtelijke onderbouwing heeft het project een oppervlakte van ongeveer 10,43 ha, waarvan ongeveer 5,5 ha wordt aangewend voor zonnepanelen. De resterende ruimte is gereserveerd voor onderhoudspaden en een landschappelijke inpassing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1812
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406537/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202406537/1/R2

202407187/1/R2

Bij besluit van 10 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Maashorst het bestemmingsplan "CHW-bestemmingsplan Repelakker III Zeeland" (het bestemmingsplan) vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid 200 woningen te realiseren in het noordwesten van het dorp Zeeland, grenzend aan het bestaande woongebied Repelakker en de weg Bergmaas. Het bestemmingsplan is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Dit betekent dat de raad gebruik heeft kunnen maken van extra mogelijkheden voor de inrichting van dit bestemmingsplan op basis van artikel 2.4 van de Chw in samenhang met artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en Herstelwet (BuChw). [appellant] woont aan de [locatie] in Zeeland. De achtertuin van zijn woning, die een L-vorm heeft, grenst aan de zuidzijde van het plangebied. [appellant] kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan en is daartegen opgekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1843
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202407187/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202407187/1/R2

202407238/1/A2

Bij besluit van 8 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas aan [appellante] van 9 november 2020 tot 4 januari 2021 een tijdelijk verbod opgelegd tot het exploiteren van haar gastouderopvang. [appellante] exploiteert een gasthouderopvang. Een oud-stagiaire van de gastoudervang heeft op 22 oktober 2020 een melding gedaan van het vertonen van fysiek en verbaal agressief gedrag door [appellante] richting haar gastkinderen. Die melding heeft geleid tot verschillende overleggen tussen de burgemeester, de politie, het openbaar ministerie (OM), de GGD en Veilig Thuis (gezamenlijk: het scenarioteam). Op 4 november 2020 is het OM naar aanleiding van de melding een strafrechtelijk onderzoek gestart.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1826
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407238/1/A2
vorige pagina12345...12.376volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon