Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.102
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202306952/1/A3

Bij besluit van 19 september 2019 heeft de minister van Defensie de verklaring van geen bezwaar van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op 14 juli 2017 aangemeld bij de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst voor een hernieuwd veiligheidsonderzoek op veiligheidsmachtigingsniveau B. [appellant] vervulde een vertrouwensfunctie van Instructeur Zware Wapens bij het Commando Landstrijdkrachten. [appellant] heeft bij een eerder veiligheidsonderzoek verklaard dat hij lid was van Satudarah Motorcycle Club. De minister heeft toen een verklaring van geen bezwaar afgegeven. Met het arrest van de Hoge Raad van 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1789, is het cassatieberoep tegen de beschikkingen van het gerechtshof Den Haag (over de beschikking van de rechtbank van 18 juni 2018 waarbij Satudarah verboden is verklaard en is ontbonden) verworpen. De verbodenverklaring en ontbinding van Satudarah staan daarmee in rechte vast. Volgens de minister volgt uit het veiligheidsonderzoek naar [appellant] dat onvoldoende is komen vast te staan dat hij, wegens zijn verbondenheid aan Satudarah, zijn functie onafhankelijk kan uitoefenen, volledig loyaal is jegens Defensie en een integere vervulling van de vertrouwensfunctie kan garanderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4805
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306952/1/A3

202306953/1/A3

Bij besluit van 19 september 2019 heeft de minister van Defensie de verklaring van geen bezwaar van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op 6 maart 2018 aangemeld bij de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst voor een hernieuwd veiligheidsonderzoek op veiligheidsmachtigingsniveau B. [appellant] vervulde een vertrouwensfunctie van Plaatsvervangend Commandant Pantserinfanteriepeloton. [appellant] heeft bij een eerder veiligheidsonderzoek verklaard dat hij lid was van Satudarah Motorcycle Club. De minister heeft toen een verklaring van geen bezwaar afgegeven. Met het arrest van de Hoge Raad van 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1789, is het cassatieberoep tegen de beschikkingen van het gerechtshof Den Haag (over de beschikking van de rechtbank van 18 juni 2018 waarbij Satudarah verboden is verklaard en is ontbonden) verworpen. De verbodenverklaring en ontbinding van Satudarah staan daarmee in rechte vast. Volgens de minister volgt uit het veiligheidsonderzoek naar [appellant] dat onvoldoende is komen vast te staan dat hij, wegens zijn verbondenheid aan Satudarah, zijn functie onafhankelijk kan uitoefenen, volledig loyaal is jegens Defensie en een integere vervulling van de vertrouwensfunctie kan garanderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4804
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306953/1/A3

202307834/1/A3

Op 31 mei 2021 heeft [wederpartij] het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem in gebreke gesteld ten aanzien van het nemen van een beslissing op haar verzoeken om handhaving van een verkeersbesluit, het nemen van twee verkeersbesluiten en het verlenen van een omgevingsvergunning voor een Bed & Breakfast. Het hoger beroep richt zich tegen het oordeel van de rechtbank over het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek van [wederpartij] om handhaving van een verkeersbesluit en de aan dat oordeel verbonden vernietiging van het besluit van 17 juni 2021 en vaststelling van verbeurde dwangsommen. [wederpartij] wil dat het college handhavend optreedt tegen het verkeer dat onbevoegd gebruik maakt van een gedeelte van de Heijendaalseweg in Wehl, gemeente Doetinchem. De rechtbank heeft geoordeeld dat het verzoek een aanvraag is in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en dat het college op deze aanvraag niet tijdig heeft beslist. Daarom heeft de rechtbank het college opgedragen alsnog een besluit te nemen op het verzoek, het besluit van 17 juni 2021 over de dwangsommen vernietigd en zelf de hoogte van de verbeurde dwangsom vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4803
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202307834/1/A3

202400052/1/R2

Bij besluit van 22 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch onder oplegging van een dwangsom [appellant] en anderen gelast om een hooischuur op het perceel [locatie] te Rosmalen te verwijderen en verwijderd houden. [appellant] en anderen zijn eigenaar, dan wel bewoner van de woning [locatie] te Rosmalen. Op 10 november 2022 heeft een toezichthouder van de gemeente, naar aanleiding van een handhavingsverzoek, een controle uitgevoerd en vastgesteld dat er een illegaal bouwwerk aanwezig is op het perceel. Uit het controlerapport blijkt dat het bouwwerk wordt gebruikt als schuur/opslagruimte. [appellant] en anderen betogen dat het bouwwerk is gelegen in het achtererfgebied en daarom vergunningvrij is opgericht, waardoor er geen sprake is van een overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4816
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400052/1/R2

202401200/1/A3

Bij besluit van 20 januari 2022, aangevuld bij besluit van 4 maart 2022, heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet beslist op een verzoek van [wederpartij] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en een aantal documenten openbaar gemaakt. De uitspraak gaat over de toepassing van artikel 5.2, derde lid, van de Woo op een document, de memo, waarin onder meer persoonlijke beleidsopvattingen staan van een ambtenaar over de procespositie van de gemeente in een bestemmingsplanprocedure. Bij brief van 23 november 2021 heeft [wederpartij] het college op grond van de Wob verzocht documenten openbaar te maken die ten grondslag liggen aan het ontwerpbestemmingsplan "Veelhorsterweg 21/23". Het college heeft bij het besluit van 2 augustus 2022 op grond van artikel 5.2, eerste lid, van de Woo geweigerd de memo openbaar te maken, omdat deze is opgesteld ten behoeve van intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen bevat. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat de memo in zijn geheel uit persoonlijke beleidsopvattingen bestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4814
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401200/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202401200/1/A3

202401830/1/V6

Bij besluit van 14 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de door [appellant] afgelegde verklaring ter verkrijging van het Nederlanderschap geweigerd te bevestigen. [appellant] is op [geboortedatum] 1989 geboren in [geboorteplaats], Zuid-Afrika. Hij heeft bij zijn geboorte naast de Zuid-Afrikaanse nationaliteit ook de Nederlandse nationaliteit verkregen, omdat zijn moeder op dat moment de Nederlandse nationaliteit bezat. Zij is in Zuid-Afrika geboren uit Nederlandse ouders, die in 1952 naar Zuid-Afrika zijn geëmigreerd. De vader van [appellant] was in het bezit van de Zuid-Afrikaanse nationaliteit. Op 1 januari 1995 heeft de moeder van [appellant] het Nederlanderschap van rechtswege verloren op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zoals die wet luidde tussen 1 januari 1985 en 1 april 2003 (hierna: de RWN (oud)), omdat zij van 1 januari 1985 tot 1 januari 1995 onafgebroken hoofdverblijf heeft gehad in Zuid-Afrika. Zij bezat, naast de Nederlandse nationaliteit, ook de Zuid-Afrikaanse nationaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4799
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202401830/1/V6

202402130/1/A3

Bij besluit van 17 november 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag niet in behandeling genomen. [appellant] heeft in hoger beroep uiteengezet welke persoonlijke problemen zij in haar leven heeft ervaren. Met deze uiteenzetting wordt echter niet aangegeven wat er verkeerd is aan de overwegingen waarop de rechtbank haar uitspraak baseert. De Afdeling sluit zich bij deze overwegingen aan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4988
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202402130/1/A3

202402639/1/R4

Bij besluit van 29 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "Bergharen, Kerkenweide" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op gronden aan de westzijde van Bergharen. Het plangebied betreft een weide gelegen tussen de twee kerken van Bergharen. Het plangebied wordt aan de zuidzijde ontsloten via de Veldsestraat. Ter hoogte van de Dorpsstraat zal een ontsluiting voor langzaam verkeer gerealiseerd worden. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 23 grondgebonden woningen mogelijk. [appellant] en anderen wonen aangrenzend aan het plangebied. Zij maken zich zorgen over de gevolgen van het plan voor hun woonsituatie en de omgeving. ErfGoed is de ontwikkelaar van de woningen. Van Beijnum is eigenaar van twee kadastrale percelen in het plangebied en wil daar een woning bouwen. [appellant] en anderen betogen dat de in het plangebied aanwezige landschappelijke waarden die tot dusver met de bestemming "Agrarisch - Landschapswaarden" waren beschermd, door het plan onevenredig worden aangetast. De raad heeft volgens hen voor die aantasting geen goede motivering gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4811
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202402639/1/R4

202404441/1/R1

Bij besluit van 14 maart 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat vastgesteld dat het experiment als bedoeld in voorschrift 7 van de aan RWE verleende watervergunning van 20 september 2022 niet geslaagd is. RWE heeft op eigen initiatief, en voordat het besluit om de vergunning te verlenen was genomen, onderzoek gedaan naar de sterfte van zalmsmolts als gevolg van de WKC. In het rapport "Monitoring smoltmigratie bij WKC Linne, voorjaar 2021 en 2022" (hierna het vissterfteonderzoek 2021 - 2022), opgesteld door VisAdvies, zijn de resultaten van dat onderzoek neergelegd. Op dit rapport baseert RWE de conclusie dat sprake is van een geslaagd experiment als bedoeld in voorschrift 7, tweede lid, van de vergunning. De minister heeft in het besluit van 14 maart 2023 gesteld dat de sterfteproef uit 2022, waarop het vissterfteonderzoek 2021 - 2022 is gebaseerd, om diverse redenen niet representatief was. Hij heeft het experiment daarom niet als geslaagd aangemerkt. De minister heeft zich in zijn beslissing op het bezwaar mede gebaseerd op een op zijn verzoek uitgebracht advies van ATKB, gedateerd 16 maart 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4807
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202404441/1/R1

202406076/1/A2

Bij uitspraak van 23 augustus 2024 heeft de rechtbank het verzoek van het volkstuincomplex om het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk te veroordelen tot vergoeding van schade afgewezen. In geschil is of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het volkstuincomplex geen recht heeft op een schadevergoeding. Het volkstuincomplex heeft de rechtbank verzocht het college op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb te veroordelen tot vergoeding van de schade die zij als gevolg van het stilleggen van de graafwerkzaamheden zou hebben geleden. De schade bestaat onder andere uit herstelkosten van de PVC-riolering die in de afgegraven grond is geplaatst, kosten voor aan- en afvoer van materialen en hypotheekkosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4800
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202406076/1/A2
vorige pagina1...298299300...12.411volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon