Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.953
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202501481/1/R4

Bij besluit van 29 augustus 2024 heeft het college zijn beslissing om op 21 augustus 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. Het bestreden besluit is bekendgemaakt op 4 december 2024, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift uit artikel 6:7 en artikel 6:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is begonnen op 5 december 2024 en geëindigd op 15 januari 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5982
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202501481/1/R4

202502207/2/A3

appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2025 in zaak nr. 22/3746. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellante] tegen de afwijzing van haar klacht over de verwerking van haar persoonsgegevens door ManpowerGroup Netherlands B.V., ongegrond verklaard. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft de vertrouwelijke versie van Antwoorden Vragenlijst Bijlage 1 en het hele document ManpowerGoup’s Information Security Policy overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5939
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202502207/2/A3

202504363/1/A2

Bij beslissing van 14 februari 2025 heeft de examencommissie Marketing, Sales & Trade van de Hogeschool van Amsterdam vastgesteld dat [appellant] plagiaat heeft gepleegd bij een toetsonderdeel van het vak ‘Koers bepalen 1’. De examencommissie heeft het toetsresultaat ongeldig verklaard en de aanduiding ‘FR’ (fraude) geregistreerd. [appellant] studeert Commerciële Economie aan de Hogeschool van Amsterdam, waar hij in het studiejaar 2024-2025 het vak ‘Koers bepalen 1’ heeft gevolgd. Dit vak bestaat uit drie sprints van ieder twee weken. Tijdens iedere sprint moeten studenten een groepsopdracht maken. [appellant] heeft sprint 1 en sprint 2 samen met zijn groepje voltooid. De docent heeft in de werkhouding van [appellant] aanleiding gezien om hem uit zijn groepje te zetten en te bepalen dat hij sprint 3 zelfstandig moet maken.Op 15 januari 2025 heeft de examinator melding gemaakt van een vermoeden van fraude in de op 12 januari 2025 door [appellant] ingeleverde opdracht voor sprint 3. Deze opdracht vertoont voor 87% overeenkomsten met andere werken, waarvan 60% met het werk van het voormalige samenwerkingsgroepje van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5967
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504363/1/A2

202504488/1/A2

Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de Dienst Wegverkeer een aanvraag van [wederpartij] om een Nederlands rijbewijs afgewezen. [wederpartij] heeft in het verleden zijn Nederlandse rijbewijs omgewisseld voor een Tsjechisch rijbewijs, omdat hij toen in Tsjechië woonde en werkte. De geldigheid van het Tsjechische rijbewijs is door de Tsjechische autoriteiten opgeschort, omdat [wederpartij] niet volledig heeft voldaan aan alimentatieverplichtingen in Tsjechië. [wederpartij] woont inmiddels weer in Nederland en wenst in het bezit te komen van een Nederlands rijbewijs, omdat hij voor zijn werk een rijbewijs nodig heeft. De RDW heeft de aanvraag om een Nederlands rijbewijs afgewezen, omdat het Tsjechische rijbewijs nog steeds ongeldig is. Volgens de RDW is het op grond van Europese en nationale regelgeving daarom niet mogelijk om een Nederlands rijbewijs te verstrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5998
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504488/1/A2

202504903/1/A2

Bij beslissing van 31 augustus 2024 heeft de examencommissie Communicatie besloten dat het door [appellant] ingediende afstudeerrapport niet zal worden beoordeeld. Bij beslissing van 12 juni 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens van Hogeschool Inholland het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt sinds het studiejaar 2001-2002 de opleiding Communicatie VT aan Hogeschool Inholland. Hij is in het studiejaar 2023-2024 begonnen aan de afstudeeropdracht. Op 31 augustus 2024 heeft hij het rapport ingeleverd. De examencommissie heeft besloten het rapport niet te beoordelen, omdat hij niet aan alle ingangseisen voldeed. [appellant] betoogt dat het CBE ten onrechte tot de beslissing is gekomen dat de examencommissie het rapport terecht niet heeft beoordeeld. Hij voert daartoe aan dat hij wel voldeed aan de ingangseisen voor het afstuderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5953
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504903/1/A2

202504950/1/A2

Bij e-mail van 12 augustus 2025 heeft [appellant] de commissaris van de Koning van de provincie Gelderland verzocht om over te gaan tot indeplaatsstelling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem voor de huisvesting van statushouders. [appellant] heeft asiel aangevraagd in Nederland. Zijn aanvraag is goedgekeurd en hij beschikt sinds 11 november 2024 over een tijdelijke verblijfsvergunning. Op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet dragen burgemeester en wethouders zorg voor de voorziening in de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft [appellant] gekoppeld aan de gemeente Hattem. Dit betekent dat de gemeente Hattem zorg draagt voor een passende woning voor [appellant]. [appellant] heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van taakverwaarlozing aan de kant van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem, omdat hij nog geen woning heeft gekregen. De commissaris van de Koning heeft dit verzoek doorgezonden naar het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5912
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Andere zaken - Overige
  • uitspraakin de zaak202504950/1/A2

202505168/1/A2

Bij beslissing van 17 maart 2025 heeft de Commissie voor de examens van de Open Universiteit, namens de examinator, aan [appellante] meegedeeld dat haar tentamen Inleiding privaatrecht (RB0204) (hierna: het tentamen) is beoordeeld met het cijfer 5,3. [appellante] is het niet eens met de beslissing van 17 maart 2025 en is van mening dat haar een hoger cijfer toekomt. Het CBE heeft in de beslissing van 23 juli 2025 vooropgesteld dat het geen inhoudelijke (her)beoordeling van de antwoorden en het antwoordmodel kan geven, omdat dit gelet op artikel 7.61, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek buiten de reikwijdte van het administratief beroep valt. Het CBE heeft verder geoordeeld dat de examinator voldoende gemotiveerd heeft toegelicht waarom het antwoordmodel juist is en waarom de door [appellante] gegeven antwoorden niet juist gerekend kunnen worden. Naar oordeel van het CBE heeft [appellante] geen concrete voorbeelden gegeven waaruit blijkt dat de vraagstelling onvoldoende informatie bevat om deze juist te kunnen beantwoorden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5979
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505168/1/A2

202505348/1/A2

Bij beslissing van 12 mei 2025 heeft de examencommissie Rotterdam Academy (hierna: de examencommissie) de herkansing van het tentamen van de cursus Constructieleer - 2 (hierna: het tentamen) van [appellant] beoordeeld. Bij beslissing van 8 september 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens van Hogeschool Rotterdam het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt de opleiding Ad Maintenance & Mechanics (hierna: de opleiding). Hij heeft de herkansing van het tentamen niet gehaald. Hij haalde hiervoor het cijfer 4,9. Het gaat om een tentamen waarbij studenten de antwoorden digitaal invullen en papieren uitwerkingen bij de surveillant kunnen inleveren. Een examinator beoordeelt de digitale antwoorden en kan punten toekennen voor deelantwoorden of berekeningen die op papier zijn uitgewerkt. Op 2 juli 2025 heeft de examencommissie een schikkingsvoorstel aan [appellant] aangeboden. Op 4 juli 2025 heeft [appellant] dat voorstel afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5952
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505348/1/A2

202505445/1/A2

Bij beslissing van 20 augustus 2025 heeft de BSA-commissie, namens het Faculteitsbestuur, een bindend negatief studieadvies aan [appellante] gegeven. Bij beslissing van 15 oktober 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Vrije Universiteit Amsterdam het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 begonnen met de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Bij beslissing van 20 augustus 2025 heeft [appellante] een BNSA gekregen, omdat zij 24 studiepunten van het propedeutisch jaar heeft gehaald en daarmee niet heeft voldaan aan de studievoortgangsnorm van 42 studiepunten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5951
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505445/1/A2

202505487/1/A2

Bij beslissing van 28 augustus 2025 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam bepaald dat het instellingscollegegeld voor [appellant] € 15.800,00 bedraagt voor het studiejaar 2025-2026. Aan de beslissing heeft het CvB ten grondslag gelegd dat [appellant] in februari 2009 een bacheloropleiding heeft afgerond, waardoor hij niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 7.45a, eerste, tweede of zesde lid, gelezen in samenhang met artikel 7.46, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. [appellant] voldoet ook niet aan de voorwaarden om aanspraak te maken op het wettelijk collegegeld in verband met gelijktijdig gevolgde opleidingen. Ook is de overgangsregeling van artikel 21 van het Inschrijvingsbesluit Universiteit van Amsterdam 2025-2026 niet van toepassing, omdat [appellant] per 1 september 2025 de nominale duur van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid plus één extra jaar heeft verbruikt. [appellant] staat dan immers voor het vijfde jaar voor deze opleiding ingeschreven. Het CvB heeft [appellant] op 12 november 2025 op zijn verzoek uitgeschreven per 30 september 2025. [appellant] betoogt in beroep dat het instellingscollegegeld onevenredig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5914
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505487/1/A2
vorige pagina1...293294295...12.496volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon