Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.844
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404356/1/V6

Bij besluit van 17 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [appellante] stelt afkomstig te zijn uit Burundi en geboren te zijn op [geboortedatum] 1990. Zij is in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij haar echtgenoot. [appellante] heeft het verzoek op 6 januari 2020 ingediend. Ter staving van haar identiteit en nationaliteit heeft zij een gelegaliseerde geboorteakte en een Burundese identiteitskaart, alsmede een Burundees paspoort dat is afgegeven op 13 mei 2016 en geldig was tot 13 mei 2021, overgelegd. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellante] haar identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond. Hieraan heeft de staatssecretaris ten grondslag gelegd dat uit een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 27 mei 2021 volgt dat de door [appellante] overgelegde Burundese identiteitskaart met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5321
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202404356/1/V6

202404453/1/A2

Bij besluit van 25 april 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de subsidie van de stichting vastgesteld op € 448.298,- en € 62.455,- aan te veel uitbetaalde voorschotten van haar teruggevorderd. Bij besluit van 15 augustus 2019 heeft de minister aan de stichting op grond van de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014-2020 een subsidie ten bedrage van € 638.442,- verleend voor het theaterproject ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ (hierna: het project). De totale kosten van het project waren door de stichting begroot op € 851.227,- en aan de stichting is een voorschot van € 510.753,- betaald. Naar aanleiding van het verzoek van de stichting om de subsidie definitief vast te stellen heeft de minister een financiële controle uitgevoerd. De bevindingen hiervan zijn neergelegd in een verslag van bevindingen van 20 april 2022. Aan de hand van het verslag heeft de minister bij besluit van 25 april 2022 de subsidie van de stichting vastgesteld op € 448.298,- en € 62.455,- aan te veel uitbetaalde voorschotten van haar teruggevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5324
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202404453/1/A2

202405391/1/A3

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de minister voor Medische Zorg aan [appellant] een boete van € 3.000,00 opgelegd. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft geconstateerd dat [appellant] in de periode van 28 oktober tot en met 1 november 2021 zeven keer het geneesmiddel ivermectine off-label heeft voorgeschreven voor de behandeling van patiënten met COVID-19. Het off-label voorschrijven van een geneesmiddel houdt in dat dit geneesmiddel wordt voorgeschreven buiten de door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen geregistreerde indicaties. De minister heeft zich naar aanleiding van het boeterapport van 14 juni 2022 van de Inspectie op het standpunt gesteld dat [appellant] artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet zeven keer heeft overtreden. De minister heeft daarom aan [appellant] een boete van € 3.000,00 opgelegd. [appellant] heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat artikel 68, eerste lid, van de Gnw voldoende duidelijk is. De tekst van deze bepaling verbiedt een arts niet om af te wijken van protocollen of standaarden die het off-label gebruik afraden. Dat volgt ook niet uit de totstandkomingsgeschiedenis ervan. De rechtbank heeft ten onrechte zonder nadere motivering anders geoordeeld dan in haar eerdere uitspraak en in uitspraken van andere rechtbanken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5349
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202405391/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202405391/1/A3

202405725/1/A2

Bij besluiten van 22 juli 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd om private schulden van [appellante] over te nemen. In deze zaak gaat het om een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister verzocht om overname van haar schulden bij Pidpa en de Beobank. De minister heeft de afwijzing van deze aanvraag in bezwaar gehandhaafd. Hij heeft de schulden niet overgenomen, omdat deze niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5318
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405725/1/A2

202405955/1/A3

Bij besluit van 15 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Rechtsbescherming een boete van € 2.000,00 opgelegd aan [appellante] wegens overtreding van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. [eigenaar] is eigenaar van het beveiligingsbedrijf [naam appellante] en van het bedrijf [naam bedrijf B]. Op 15 maart 2023 heeft de staatssecretaris aan [appellante] een boete opgelegd op grond van artikel 7, tweede lid, van de Wpbr. Volgens de staatssecretaris heeft [appellante] de heer [persoon] tewerkgesteld als beveiliger zonder dat de korpschef hiervoor toestemming had verleend. De staatssecretaris heeft aan de boetebeschikking een proces-verbaal van twee politieambtenaren ten grondslag gelegd. In dit proces-verbaal staat vermeld dat de politieambtenaren op zaterdag 16 juli 2022 omstreeks 23:00 twee beveiligers, waaronder [persoon], hebben gecontroleerd bij de horecagelegenheid [naam horecagelegenheid] in Rotterdam. In het proces-verbaal staat verder vermeld dat [persoon] een polo droeg met het opschrift [naam appellante] en een beveiligersembleem, maar niet in het bezit was van een beveiligerspas.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5353
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202405955/1/A3

202406166/1/A2

Bij besluit van 9 september 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een verzoek van [appellante] om herziening van een besluit van 7 oktober 2020 afgewezen. [appellante] heeft verzocht om herziening van een besluit waarbij haar op grond van artikel 5a, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand een vergoeding voor verlening van rechtsbijstand is toegekend. Zij wil naast deze vergoeding ook een toeslag op grond van het tweede lid van deze bepaling. De raad heeft dit verzoek afgewezen, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. De rechtbank is de raad gevolgd in zijn standpunt dat niet is gebleken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank heeft overwogen dat voorafgaand aan de door [appellante] ingediende declaratie, de Immigratie- en Naturalisatiedienst de door [appellante] vertegenwoordigde rechtzoekende de aangevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend. Daarom kon de vraag of [appellante] recht had op een toeslag op grond van artikel 5a, tweede lid, van het Bvr ten tijde van de aanvullende declaratie van 27 september 2020 op basis van de toen vaststaande feiten en omstandigheden al worden beantwoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5329
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202406166/1/A2

202406190/1/A2

Bij besluit van 7 november 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd om een private schuld van [appellant] over te nemen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de minister verzocht om overname van een schuld aan zijn schoonvader van € 25.000,00. De minister heeft de afwijzing van deze aanvraag in bezwaar gehandhaafd. Hij heeft deze schuld niet overgenomen, omdat niet is voldaan aan de vereisten in artikel 4.1 van de Wht. In dit geval gaat het om het vereiste dat de lening in een notariële akte moet zijn vastgelegd en dat deze vóór 1 juni 2021 opeisbaar moet zijn geweest. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de minister verzocht om overname van een schuld aan zijn schoonvader van € 25.000,00. De minister heeft de afwijzing van deze aanvraag in bezwaar gehandhaafd. Hij heeft deze schuld niet overgenomen, omdat niet is voldaan aan de vereisten in artikel 4.1 van de Wht. In dit geval gaat het om het vereiste dat de lening in een notariële akte moet zijn vastgelegd en dat deze vóór 1 juni 2021 opeisbaar moet zijn geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5175
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406190/1/A2

202407105/1/R4

Bij besluit van 4 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 29 juli 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die op 29 juli 2024 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer aan de Voltastraat in Den Haag bij huisnummer 51. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat op de doos een adreslabel zat waar zijn naam en adres op stonden. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar wel dat hij de doos verkeerd heeft aangeboden. Hij stelt dat de doos zonder zijn medeweten naast de ORAC is geplaatst door zijn minderjarige zoon. Omdat zijn zoon op dat moment nog maar zes of zeven jaar oud was, en bovendien nauwelijks Nederlands spreekt, meent [appellant] dat de overtreding hem niet kan worden aangerekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5328
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202407105/1/R4

202407259/1/V6

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft de burgemeester van Utrecht de door [appellant] afgelegde verklaring ter verkrijging van het Nederlanderschap geweigerd te bevestigen. [appellant] heeft de Marokkaanse nationaliteit. Op 31 maart 2023 heeft [appellant] de optieverklaring afgelegd. De burgemeester heeft de bevestiging van de optieverklaring op grond van artikel 6, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap geweigerd, omdat er ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat de politierechter [appellant] op 4 juli 2018 heeft veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis, heeft opgelegd. [appellant] heeft op 5 december 2019 zijn taakstraf vervuld. De rehabilitatietermijn van vijf jaar als bedoeld in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 was hierdoor ten tijde van het besluit van 20 december 2023 nog niet verstreken. [appellant] betoogt dat de door hem aangevoerde omstandigheden wel zo bijzonder zijn dat de burgemeester van het beleid had moeten afwijken. De rechtbank heeft volgens [appellant] in haar oordeel te weinig rekening gehouden met zijn persoonlijke situatie, het verloop van de procedure en zijn medische klachten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5308
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202407259/1/V6

202407442/1/V6

Bij besluit van 25 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Mauritanië en geboren te zijn op [geboortedatum] 1984 in Kadi-el-Abou in Mauritanië. Met ingang van 15 juni 2008 is hij in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De rechtbank heeft geoordeeld dat de door [appellant] overgelegde contra-expertise van Sprakab onvoldoende is om te twijfelen aan de door TOELT getrokken conclusies over zijn herkomst. De rechtbank heeft vastgesteld dat zowel TOELT als Sprakab van mening zijn dat [appellant] een vorm van Pular op moedertaalniveau beheerst en dat hij het Toucouleur dialect spreekt. Omdat [appellant] geen kennis heeft van het Hassaniya-Arabisch en daarnaast Franse leenwoorden gebruikt, is hij volgens TOELT eenduidig niet herleidbaar tot Mauritanië.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5320
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202407442/1/V6
vorige pagina1...233234235...12.385volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon