Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.844
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202205821/1/R4

Bij besluit van 6 mei 2021 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (nu: de minister van Klimaat en Groene Groei) het verzoek van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden wegens overlast van laagfrequent geluid afgewezen. [appellant A] en [appellant B] woonden ten tijde van het verzoek op ongeveer 2 km afstand van de ondergrondse gasopslag Norg. Voor de exploitatie van deze gasopslag heeft de minister aan de NAM bij besluit van 7 april 2011 een omgevingsvergunning verleend. [appellant A] en [appellant B] hebben de minister verzocht om handhavend op te treden vanwege overlast van laagfrequent geluid. Zij willen dat de minister de geluidsoverlast beoordeelt met behulp van een dB(C) weging of met toepassing van een ongewogen dB(Z) registratie. De minister heeft het verzoek afgewezen omdat uit de geluidsvoorschriften bij de omgevingsvergunning volgt dat het geluidsniveau wordt gemeten met een dB(A) weging en een overtreding van die geluidsvoorschriften is niet geconstateerd. De rechtbank heeft overwogen dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake was van een overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5341
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202205821/1/R4

202300038/1/R1

Bij besluit van 17 september 2020 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas bestuur aan [appellant] een maatwerkvoorschrift opgelegd dat inhoudt dat hij verschillende obstakels van zijn perceel [locatie] in [woonplaats] moet verwijderen en verwijderd houden. Het perceel is in eigendom van [appellant]. Het perceel grenst aan de Aa. Het dagelijks bestuur heeft geconstateerd dat verschillende obstakels, te weten een heg, overige beplanting, een stapel dakpannen en boomkonten, in de beschermingszone van de Aa liggen. Dit is volgens het dagelijks bestuur in strijd met artikel 3.1 van de Keur Waterschap Aa en Maas 2015. Het dagelijks bestuur wil deze obstakels verwijderd hebben om genoeg ruimte te krijgen voor onderhoud. Het dagelijks bestuur heeft daarom aan [appellant] een maatwerkvoorschrift opgelegd. Het maatwerkvoorschrift verplicht [appellant] om uiterlijk op 1 december 2020 genoemde obstakels op het perceel te verwijderen en verwijderd te houden uit de beschermingszone van de Aa. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat naleven van het maatwerkvoorschrift, zonder dat daar financiële compensatie tegenover staat, leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op zijn eigendom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5338
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300038/1/R1

202300595/1/A3

Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef van politie de aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring van betrouwbaarheid afgewezen. [appellant] heeft een aanvraag ingediend om afgifte van een verklaring van betrouwbaarheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, omdat hij wil werken als alarminstallateur. Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef deze aanvraag afgewezen, omdat uit het Justitiëel Documentatiesysteem blijkt dat op 23 september 2021 een zaak tegen [appellant] is geseponeerd op de grond ‘door feiten of gevolgen getroffen’. [appellant] werd ervan verdacht tijdens zijn werkzaamheden als politieagent een bepaald bedrag aan contant geld voor eigen gebruik te hebben achtergehouden. In het JDS staat hierover vermeld dat [appellant] op 15 januari 2020 is aangehouden op verdenking van verduistering in persoonlijke dienstbetrekking. De korpschef heeft het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 19 januari 2022 bij besluit van 11 april 2022 ongegrond verklaard. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de korpschef de toestemming mocht weigeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5317
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202300595/1/A3

202301766/1/A2

Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland de aan SuWoTec verleende subsidie ingetrokken en een bedrag van € 71.672,00 aan uitbetaalde voorschotten teruggevorderd. Op 19 februari 2018 heeft SuWoTec een aanvraag ingediend voor subsidie op grond van de Subsidieregeling Kennis en Innovatie 2018. Het doel van de KEI 2018 is het stimuleren van kennisontwikkeling, op het gebied van technologische innovatie, organisatie-innovatie of marktinnovatie bij het midden- en kleinbedrijf in de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De aanvraag van SuWoTec zag op detachering in de organisatie van hooggekwalificeerd personeel, in dit geval [persoon]. Aan het besluit om de subsidieverlening in te trekken en de uitbetaalde voorschotten terug te vorderen heeft SNN ten grondslag gelegd dat de activiteiten niet zijn uitgevoerd in overeenstemming met het doel of de voorschriften van de KEI 2018. Het project waarvoor de subsidie is verleend, is niet uitgevoerd in overeenstemming met de door SuWoTec op 23 maart 2018 gegeven toelichting. [persoon], die bij SuWoTec gedetacheerd is geweest, heeft zijn kennis namelijk niet gedeeld met nieuw aangenomen medewerkers. In de projectperiode, die liep van 2 april 2018 tot 31 maart 2020, zijn geen nieuwe medewerkers aangenomen. Dit had SuWoTec wel moeten doen, om zo kennisoverdracht mogelijk te maken, aldus SNN.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5345
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202301766/1/A2

202302077/1/A3

Bij besluit van 17 februari 2020 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] medegedeeld dat zij ten onrechte een ingebrekestelling heeft ingediend. Op 2 december 2019 heeft [appellante] een verzoek ingediend bij de Dienst Toeslagen om toezending van alle correspondentie, betaaloverzichten en aanvragen met betrekking tot haar kinderopvangtoeslag voor het jaar 2016. Op 5 februari 2020 heeft [appellante] een ingebrekestelling verstuurd aan de Dienst Toeslagen, omdat zij op dat moment nog niet de door haar gevraagde stukken had ontvangen. De Dienst Toeslagen heeft [appellante] op 17 februari 2020 medegedeeld dat zij deze ingebrekestelling ten onrechte heeft verstuurd. Hiertegen heeft [appellante] bezwaar gemaakt. De Dienst Toeslagen heeft het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat het verstrekken van een dossier geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat dit een feitelijke handeling is die niet gericht is op een rechtsgevolg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5350
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202302077/1/A3

202302138/1/R1

Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft het college aan [appellante sub 2] een last onder dwangsom opgelegd voor diverse overtredingen op het perceel gelegen aan de Duikerskampweg ongenummerd in Ingen. [appellante sub 2] heeft een boomkwekerij op het perceel. Naar aanleiding van controles door een toezichthouder van de omgevingsdienst Rivierenland op het perceel heeft het college zich op het standpunt gesteld dat [appellante sub 2] in strijd met het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied 2012" en zonder omgevingsvergunning het perceel heeft opgehoogd door het aanbrengen van een oppervlakteverharding, (laan)bomen inclusief bijbehorende tonkinstokken heeft aangeplant en beplanting in de teeltvrije zone heeft aangebracht. Hiermee handelt [appellante sub 2] volgens het college in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang bezien met onder meer de artikelen 24.4.1 en 28.4.1 van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5158
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302138/1/R1

202302715/1/R1

Bij besluit van 21 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Buren aan [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd voor diverse overtredingen op het perceel gelegen aan de Hogebrinksestraat ongenummerd, gelegen nabij nummer 8 in Lienden. [appellant sub 1] heeft een boomkwekerij op het perceel. Naar aanleiding van handhavingsverzoeken van de Stichting heeft een toezichthouder van Omgevingsdienst Rivierenland controles uitgevoerd op het perceel. Naar aanleiding van deze controles heeft het college geconstateerd dat [appellant sub 1] zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied 2012" op het perceel oppervlakteverharding en beplanting heeft aangebracht. Hierdoor handelt [appellant sub 1] volgens het college in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang bezien met onder meer de artikelen 24.4.1 en 28.4.1 van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5159
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302715/1/R1

202302812/1/R1

Bij besluit van 30 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Buren aan [appellant sub 2] een last onder dwangsom opgelegd voor diverse overtredingen op het perceel gelegen aan de Luchtenburg met de kruising Rijnstraat in Ingen. [appellant sub 2] heeft een boomkwekerij op het perceel. Naar aanleiding van een verzoek van de Stichting om handhavend op te treden tegen overtredingen op het perceel, heeft een toezichthouder van de omgevingsdienst Rivierenland een controle uitgevoerd bij het perceel. Het college heeft geconstateerd dat [appellant sub 2] zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied 2012" op het perceel een oppervlakteverharding van stelconplaten heeft aangebracht, een nieuwe uitrit heeft gemaakt en (laan)bomen inclusief bijbehorende tonkinstokken heeft aangeplant in een teeltvrije zone. Hiermee handelt [appellant sub 2] volgens het college in strijd met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang bezien met onder meer de planregels en de Algemeen Plaatselijke Verordening van de gemeente Buren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5161
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302812/1/R1

202302860/1/A3

Bij besluit van 20 augustus 2020 heeft de burgemeester van Schiedam aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd. De burgemeester heeft de dwangsom opgelegd omdat hij artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 heeft overtreden. Op grond van die bepaling is het verboden om zich op de openbare weg te bevinden of in een voertuig te bevinden met het kennelijke doel om in drugs te handelen. Uit de bestuurlijke rapportage van 27 juli 2020 volgt dat politieagenten op [datum] 2020 om 01:45 uur twee personen hebben gezien in een geparkeerde auto op een parkeerplaats waarover vaker meldingen zijn gedaan van overlast. [wederpartij] zat naast de bestuurder op de bijrijdersstoel van de geparkeerde auto. Naast de auto waarin [wederpartij] zich bevond, stond zijn eigen auto. Na het vaststellen van de identiteit van de inzittenden, herkennen de politieagenten [wederpartij] van een eerdere briefing, omdat [wederpartij] in meerdere registraties in verband wordt gebracht met drugshandel. In de auto hing een henneplucht. De politieagenten hebben vervolgens een controle uitgevoerd en in de auto waarin [wederpartij] en de andere persoon zaten, verschillende soorten verdovende middelen gevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5330
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302860/1/A3

202303006/1/R2

Bij besluit van 30 augustus 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland het verzoek van de Stichting om handhavend op te treden tegen Waterzande B.V. afgewezen. Het college heeft op 13 december 2016 aan Perkpolder Beheer B.V., de rechtsvoorganger van Waterzande B.V., een natuurvergunning verleend voor de uitvoering van de gebiedsontwikkeling Perkpolder. Het project omvat het realiseren van 250 woningen, een hotel en de aanleg van een golfbaan met 200 deeltijdwoningen, in de Perkpolder bij Walsoorden, gemeente Hulst. De Stichting heeft het college op 29 april 2021 verzocht om handhavend op te treden tegen de werkzaamheden in de Perkpolder, zolang de gevolgen van het project voor de ontpolderde Noorddijkpolder niet passend zijn beoordeeld. Het college heeft het verzoek afgewezen en het bezwaar daartegen ongegrond verklaard. Het college en Waterzande B.V. betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het verzoek te beperkt heeft opgevat en het verzoek ook had moeten aanmerken als verzoek om een passende maatregel te nemen in de vorm van het opstellen van een passende beoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5313
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202303006/1/R2
vorige pagina1...230231232...12.385volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon