Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.355
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202406094/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 augustus 2024. In die uitspraak heeft de rechtbank de beroepen van [appellante] tegen de drie besluiten van 25 juli 2023 niet-ontvankelijk verklaard. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aan [appellante] drie boetes opgelegd vanwege het overtreden van de Arbeidstijdenwet, Wet arbeid vreemdelingen en Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Met de drie besluiten van 25 juli 2023 is de minister hierbij gebleven. De rechtbank heeft geoordeeld dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn. [appellante] heeft de beroepschriften te laat, op 14 september 2023, ingediend en zij heeft naar het oordeel van de rechtbank geen omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan het te laat indienen van de beroepschriften niet aan haar kan worden toegerekend. Het te laat indienen van de beroepschriften is dan ook niet verschoonbaar, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1672
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406094/1/A3

202407307/1/A3

Bij besluit van 4 april 2023 heeft de burgemeester van Aalten aan de maatschap een last onder dwangsom opgelegd. De burgemeester heeft de maatschap bij besluit van 8 april 2022 een last onder dwangsom opgelegd. De maatschap heeft de daarbij vastgestelde maximale dwangsom van € 50.000,00 verbeurd. Zie daarover de uitspraak van heden in zaak nr. 202407806/1/A3. Vervolgens heeft de burgemeester bij het besluit van 4 april 2023 een gelijkluidende nieuwe last opgelegd. Als de maatschap niet aan de last voldoet, dan verbeurt zij een dwangsom van € 50.000,00 per geconstateerde overtreding. De maximaal te verbeuren dwangsom is € 150.000,00. Op basis van door toezichthouders van de gemeente opgestelde controlerapporten heeft de burgemeester vastgesteld dat de maatschap de opgelegde nieuwe last op 16 april 2023, 21 mei 2023 en 20 oktober 2023 heeft overtreden en per overtreding een dwangsom van € 50.000,00 heeft verbeurd. In verband hiermee heeft de burgemeester de invorderingsbesluiten genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1557
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407307/1/A3

202407718/1/R4

Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het bouwen van een aanbouw in afwijking van een bouwvergunning op het perceel aan de [locatie A] in Utrecht afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand aan de 0 in Utrecht. [partij] en [persoon D] wonen op het naastgelegen perceel aan de [locatie A] in Utrecht. Bij besluit van 29 april 1999 heeft het college aan [partij] een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een aanbouw op de eerste verdieping aan de achterzijde van de woning op het perceel aan de [locatie A] in Utrecht. Nadat de toenmalige eigenaar van [locatie B] tegen het besluit van 29 april 1999 bezwaar had gemaakt, zijn, om tegemoet te komen aan dat bezwaar, wijzigingen aangebracht aan het bouwplan. Deze wijzigingen van het oorspronkelijke bouwplan zijn later verwerkt in revisietekeningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1553
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202407718/1/R4

202407806/1/A3

Bij besluit van 8 april 2022 heeft de burgemeester van Aalten aan de maatschap een last onder dwangsom opgelegd. De burgemeester heeft aan de maatschap de last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder de vereiste exploitatievergunning en Drank- en Horecawetvergunning (per 1 juli 2021, Alcoholwetvergunning) laten gebruiken van de Tico Tico Bar aan de [locatie] in Aalten voor feesten en partijen. De maatschap wordt gelast de geplande concerten, feesten en partijen die niet onder categorie 1 van de verleende Alcoholwetvergunning vallen geen doorgang te laten vinden en/of direct te beëindigen. Als de maatschap niet aan de last voldoet, dan verbeurt zij een dwangsom van € 10.000,00 per geconstateerde overtreding. De maximaal te verbeuren dwangsom is € 50.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1550
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407806/1/A3

202407823/1/V6 en 202407892/1/A3

Bij besluit van 15 november 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [wederpartij] een bestuurlijke boete opgelegd van € 12.000,00 wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (de Wav) en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. Tijdens een controlebezoek op 15 mei 2021 hebben arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie geconstateerd dat [persoon A] en [persoon B], met de Egyptische nationaliteit, arbeid hebben verricht in het restaurant van [wederpartij], terwijl het UWV daarvoor geen tewerkstellingsvergunning had afgegeven. Deze personen waren ook niet in het bezit van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. De minister heeft [wederpartij] daarom een boete opgelegd voor twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wav. De minister heeft [wederpartij] daarnaast op grond van artikel 18b, tweede lid, van de Wml beboet, omdat zij voor [partij A] geen bescheiden heeft verstrekt waaruit de in de onderzoeksperiode van november 2020 tot en met april 2021 gewerkte uren blijken en welk loon en welke vakantiebijslag daarvoor zijn voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1579
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202407823/1/V6 en 202407892/1/A3

202500049/1/V6

Bij besluiten van 12 januari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 6.000,00 wegens een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (de Wav) en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens en haar een waarschuwing preventieve stillegging (de waarschuwing) gegeven. In het op ambtsbelofte door een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW (nu: de Nederlandse Arbeidsinspectie) opgemaakte boeterapport van 9 juli 2021, kenmerk 2018893/01, en de bijlagen staat het volgende. Op 21 september 2020 hebben ambtenaren van de Politie Eenheid Amsterdam bij [bedrijf]) een onderzoek ingesteld naar aanleiding van een melding dat een persoon daar via [appellante] als uitzendkracht aan het werk was onder andermans identiteit. De politieambtenaren troffen daar [persoon A] aan, een persoon met de Oegandese nationaliteit. [persoon A] heeft in de periode van 17 augustus 2020 tot en met 21 september 2020 arbeid verricht als ‘order picker’ bij [bedrijf] onder de naam [persoon B]. [persoon A] heeft de arbeid verricht via een in- en uitleensituatie. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft in dit kader [appellante] als uitlener en [bedrijf] als inlener aangemerkt. [appellante] had voor de werkzaamheden van [persoon A] geen tewerkstellingsvergunning en [persoon A] beschikte niet over een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1548
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202500049/1/V6

202500467/1/A2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen het pand aan de [locatie 1 en 2] te Heerlen (het pand) aangewezen als gemeentelijk monument. [appellant] is eigenaar van het pand. Het college heeft hem bij brief van 9 februari 2022 in kennis gesteld van het voornemen om het pand aan te wijzen als gemeentelijk monument. Ook heeft het college het ontwerpbesluit met de redengevende omschrijving aan hem gestuurd. [appellant] heeft op 15 maart 2022 een zienswijze op het ontwerpbesluit ingediend. Naar aanleiding van deze zienswijze heeft het college een reactie gegeven en de redengevende omschrijving aangepast in die zin dat het interieur van het pand niet meer onder de aanwijzing valt. Met het besluit van 31 januari 2023 heeft het college het pand op grond van artikel 5 van de Erfgoedverordening Heerlen 2021, onder verwijzing naar zijn reactie op de zienswijze en de aangepaste redengevende omschrijving, aangewezen als gemeentelijk monument.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1549
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202500467/1/A2

202500620/1/A2

Bij besluiten van 26 juli 2022 en 27 oktober 2022 heeft de minister van Financiën aanvragen van [appellant] om overneming van private schulden afgewezen. In deze zaak gaat het over besluiten op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). [appellant] is aangemerkt als gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Hij heeft de minister verzocht om overname van private schulden. Het gaat om een informele schuld aan zijn zus [persoon] van € 18.000,00, een schuld van € 680,01 aan Coderingsvrij, een schuld van € 565,32 aan D&S Vastgoed en twee schulden aan De Friesland van € 792,05 en € 196,00. De minister heeft geweigerd deze schulden over te nemen, omdat er sprake is van een informele schuld aan [persoon] waarvoor geen notariële akte is opgemaakt, de schuld aan Coderingsvrij reeds is voldaan en de schulden aan D&S Vastgoed en De Friesland zijn ontstaan na 31 mei 2021 en dus niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1570
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500620/1/A2

202501769/1/R1

Bij besluit van 12 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam onder meer de locatie ter hoogte van [locatie] aangewezen voor het plaatsen van één ondergrondse afvalcontainer voor restafval, één voor papier en één voor glas. In het besluit heeft het college de locatie ter hoogte van [locatie] aangewezen voor de plaatsing van de verzamelcontainers. De beoogde locatie ligt schuin voor het appartementsgebouw van de woning van [appellant]. [appellant] betoogt dat hij hinder zal ondervinden door de glascontainer bij de inrit van de in het appartementsgebouw gelegen parkeergarage. Hij vreest voor lekke banden van zijn auto door glasscherven rondom de glascontainer. Ook vreest [appellant] voor verwondingen voor zijn spelende kleinzoon op het nabijgelegen speelveldje door glasscherven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1519
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202501769/1/R1

202501879/1/A3

Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellant] is geboren in Vietnam en heeft een Vietnamese moeder en een Nederlandse vader. Op 28 september 2023 heeft [appellant] een aanvraag gedaan voor een Nederlands paspoort. Bij het besluit van 3 oktober 2023 heeft de minister laten weten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Het is de minister namelijk niet bekend of de vader [appellant] heeft erkend, omdat op de geboorteakte alleen zijn moeder als informant is opgenomen. Daarmee heeft [appellant] niet de Nederlandse nationaliteit verkregen en kan hij geen Nederlands paspoort aanvragen. Bij het besluit van 28 maart 2024 is de minister bij zijn beslissing gebleven en heeft de minister het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1573
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202501879/1/A3
vorige pagina1...188189190...12.536volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon