Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.046
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202203334/1/A3

Bij besluit van 26 augustus 2019 heeft de raad van de gemeente Amsterdam besloten een deel van het fietspad langs de Nieuwe Purmerweg te Amsterdam aan het openbaar verkeer te onttrekken. Bij besluit van 22 januari 2020 heeft de raad het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Het gedeelte van het fietspad langs de Nieuwe Purmerweg dat aan het openbaar verkeer is onttrokken ligt tussen de Buikslotermeerdijk en de rotonde met de Nieuwe Leeuwarderweg. De wegonttrekking houdt verband met de aanleg van een nieuwe woonwijk, een atletiekbaan en een park (het Dijkpark). [appellanten] zijn bevreesd voor verkeersonveilige situaties voor fietsers. De rechtbank heeft geoordeeld dat de raad zich op basis van het advies van de Centrale Verkeercommissie van de gemeente Amsterdam van 18 juni 2019 op het standpunt kon stellen dat een verkeersveilige situatie kon worden gecreëerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4147
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202203334/1/A3

202204717/1/A2

Bij besluit van 11 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is na zijn scheiding gaan inwonen bij zijn zus. Op het moment van zijn aanvraag had hij geen vaste woon- of verblijfplaats. Bij zijn aanvraag heeft hij toegelicht dat hij daardoor zijn minderjarige kinderen niet kan ontvangen en hen ook geen slaapplek kan bieden. Volgens [appellant] lijden zijn kinderen hieronder en heeft dat een negatieve invloed op hun ontwikkeling. Ook hijzelf heeft hierdoor stress en depressieve klachten. De kinderen wonen bij zijn ex-partner. Het college heeft bij het besluit op bezwaar van 21 december 2021 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van de algemene weigeringsgrond van artikel 2.5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019 Gemeente Zeist, zoals die op het moment van de aanvraag luidde. Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [appellant] niet beschikte over een zelfstandige woonruimte omdat hij inwoonde bij zijn zus. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4132
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204717/1/A2

202204989/1/R4

Bij besluit van 18 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van gevelindelingen op het perceel [locatie A] in Lexmond. Het college heeft bij besluit van 18 mei 2021 aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van gevelindelingen op het perceel [locatie A] in Lexmond. Meer specifiek gaat het om het realiseren van een erker. De erker is in strijd met het bestemmingsplan, omdat op grond van artikel 19.2.2, onder h, sub 3 van de planregels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan Reparatieplan Buitengebied Zederik de bouwhoogte van erkers niet meer mag bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw. Het college is met toepassing van artikel 36.7 van de planregels in samenhang gelezen met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van de hiervoor genoemde planregel afgeweken en heeft zijn medewerking verleend aan het bouwplan voor de erker. [appellante] woont op het perceel [locatie B] te Lexmond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4122
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202204989/1/R4

202205062/1/R1

Bij besluit van 10 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en het handelen in strijd met het bestemmingsplan "Schoolstraat 3 e.o. te Callantsoog". Op 4 april 2019 heeft [belanghebbende] een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend bij het college. De aanvraag is voor het realiseren van een nieuw gebouw op het perceel Dorpsplein 38 te Callantsoog. Op de begane grond is een café-restaurant met terras voorzien en op de eerste verdieping kantoorruimte. In de kelder komen onder meer de toiletruimtes van het café-restaurant. De bestaande (kantoor)bebouwing, waarin onder meer een bibliotheek gevestigd is geweest, wordt gesloopt. Het nieuwe gebouw grenst aan de achterzijde aan bestaande bebouwing, bestaande uit een magazijn en een winkel van Albert Heijn en andere detailhandel. Daarachter en naast de Albert Heijn ligt een parkeerterrein aan de Schoolstraat. [appellant] woont op het adres [locatie A] te Callantsoog, ten zuidwesten van het perceel. Hij keert zich tegen deze omgevingsvergunning voor het bouwen van een horecagelegenheid op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4156
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205062/1/R1

202205073/1/R3

Bij besluit van 12 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland besloten tot invordering van een door [appellante] verbeurde dwangsom van € 15.000,00. [appellante] is eigenaar van het perceel [locatie 1] te Giethoorn. Op een gedeelte van het perceel [locatie 2] heeft [appellante] in 2019 een chalet geplaatst zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Uit controles van de toezichthouder van de gemeente Steenwijkerland is gebleken dat het chalet buiten het bouwvlak staat. De bevindingen van deze controles zijn vastgelegd in de rapporten "Bezoekrapport Toezicht & Handhaving". Het college heeft bij besluit van 31 december 2020 aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft in dit besluit bericht dat indien [appellante] niet binnen de begunstigingstermijn aan de last heeft voldaan, zij een dwangsom van € 1.500,00 verschuldigd is. Hierna is zij een dwangsom van € 1.500,00 verschuldigd voor elke week dat wordt vastgesteld dat niet aan de last is voldaan, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4148
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205073/1/R3

202205631/1/R3

Bij uitspraak van 8 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2736, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 11 augustus 2021 in zaak nr. 21/1022 en 21/1023 ongegrond verklaard. Bij brief van 22 september 2022 heeft [verzoekster] de Afdeling verzocht de uitspraak van 8 december 2021 te herzien. De uitspraak van de rechtbank van 11 augustus 2021, die in die uitspraak van de Afdeling is bevestigd, gaat over het besluit van 15 juni 2021. Hierin heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland het bezwaar van [verzoekster] tegen het besluit van 31 december 2020 ongegrond verklaard. In dat besluit heeft het college een last onder dwangsom opgelegd vanwege het zonder omgevingsvergunning aanwezig zijn van een chalet op het perceel [locatie] in Giethoorn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4145
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205631/1/R3

202206333/1/A2

Bij besluit van 10 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] huurt met haar minderjarige dochter een zelfstandige woonruimte uit de vrije sector in Maarssen. Omdat zij de maandhuur niet meer kon opbrengen heeft het college haar aanvraag om woonkostentoeslag ingewilligd. [appellante] heeft een aanvraag om urgentie gedaan omdat aan de woonkostentoeslag een verhuisplicht is verbonden. Het college heeft bij het besluit van 11 januari 2022 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van artikel 2.5.1, tweede lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Stichtse Vecht. Volgens het college moet het bij het aangaan van de huurovereenkomst voor [appellante] duidelijk zijn geweest dat de huurprijs van de woning niet in verhouding stond met de hoogte van haar inkomen destijds en dat zij zonder financiële hulp van derden de maandhuur niet zelf zou kunnen opbrengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4136
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206333/1/A2

202206404/1/R1

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort de "Definitieve locatieplannen ondergrondse restafvalcontainers 33830 en 33856 in Vathorst" vastgesteld. Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft het college onder meer locatie 33830 aan de Leersumseberg ter hoogte van nummer 37 aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] woont aan de [locatie]. De aangewezen locatie ligt achter de tuin van de woning van [appellant]. [appellant] is het niet eens met de aangewezen locatie en heeft daarom tegen het besluit van 4 oktober 2022 beroep ingesteld. Bij het bepalen van de locatie voor de ORAC heeft het college de randvoorwaarden gehanteerd, zoals neergelegd in bijlage 2 van de "Zienswijzennota Ontwerp locatieplan ondergrondse restafvalcontainers 33830 en 33856 in Vathorst".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4144
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202206404/1/R1

202207051/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is in 2017 vanuit Brazilië naar Nederland gekomen. Op het moment van haar aanvraag woonde zij met haar minderjarige kind in een particuliere huurwoning in Amsterdam. [appellante] heeft bij haar aanvraag toegelicht dat de huur voor haar als alleenstaande moeder met een uitkering te hoog is. Zij krijgt ook geen alimentatie. Zij stelt dat zij, om de huur te betalen, schulden heeft moeten maken bij vrienden en kennissen en gezondheidsproblemen heeft door de zorgen hierover. Volgens het college is het woonprobleem van [appellante] het gevolg van verwijtbaar doen of nalaten van haarzelf omdat zij in 2017 in Amsterdam is komen wonen zonder te zorgen voor adequate woonruimte. Verder heeft zij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om woonkostentoeslag aan te vragen voor het bekostigen van haar woonlasten of om te kunnen voldoen aan de aanvullende voorwaarde uit hoofdstuk 1, artikel 12, onder a, van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4134
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207051/1/A2

202207152/1/A2

Bij besluit van 22 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont met haar zes kinderen in een appartement in Den Haag. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat haar woning met een oppervlakte van 67 m2 te klein is voor haar gezin. Haar kinderen kunnen volgens [appellante] in deze woning geen kind zijn, zij hebben geen plek om met schoolwerk bezig te zijn en beginnen niet uitgerust aan hun dag. Hierdoor lopen de kinderen volgens [appellante] leerachterstanden op. Volgens het college is te klein wonen geen urgent huisvestingsprobleem. Ook heeft [appellante], nadat zij in de woning is gaan wonen, haar gezin uitgebreid met vijf kinderen. [appellante] had volgens het college kunnen voorzien dat zij daardoor een woonprobleem kon krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4139
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207152/1/A2
vorige pagina1...1.5261.5271.528...12.605volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon