Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.046
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202200309/1/A2

Bij besluit van 21 oktober 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [appellant] toegekende tegemoetkoming in de kosten voor rechtsbijstand ingetrokken. [appellant] heeft rechtstreeks beroep bij de rechtbank ingesteld. Hij betoogt dat de rechtbank, door dat beroep niet-ontvankelijk te verklaren, in strijd met het recht op toegang tot de rechter heeft gehandeld. De bezwaarschriften die hij na 2015 heeft ingediend, zijn allemaal afgewezen, zodat de beslissing ook in dit geval op voorhand al vaststond en het vasthouden aan een verplichte hoorzitting in bezwaar in strijd is met de beginselen van behoorlijke bestuur, aldus [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4113
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202200309/1/A2

202200385/1/A3

Bij besluiten van 10 en 11 augustus 2020 heeft de burgemeester van Zandvoort de woning aan de [locatie] in Zandvoort met toepassing van spoedeisende bestuursdwang voor de duur van 12 maanden gesloten. Op 2 augustus 2020 werd een anonieme melding via Meld Misdaad Anoniem gedaan met de strekking dat [appellant] zou handelen in harddrugs. Ook zou er volgens de melding een grote hoeveelheid harddrugs in zijn woning aanwezig zijn en zou er veel aanloop rondom de woning zijn. Naar aanleiding van deze melding heeft de Politie Kennemer Kust op 5 augustus 2020 de woning van [appellant] doorzocht. Daarvan is op 10 augustus 2020 een bestuurlijke rapportage opgesteld, die de burgemeester aan zijn besluit om de woning te sluiten ten grondslag heeft gelegd. In de bestuurlijke rapportage staat het volgende. Bij de doorzoeking van de woning zijn 125 pillen MDMA, brokjes hasj, korrels crystal meth, een potje Europowder inositol, cocaïne en 2 hennepplanten aangetroffen. Daarnaast is de woning van [appellant] in februari 2019 ook doorzocht, waarbij vijf wikkels met cocaïne, 12 XTC pillen en één pil ketamine zijn aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4117
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202200385/1/A3

202200473/1/A3

Bij besluit van 21 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. De last onder dwangsom is opgelegd wegens overtreding van artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening Haarlem. Op grond van dit artikel is het verboden om op een openbare plaats aanwezig te zijn met het kennelijke doel om drugs te verhandelen. Het besluit van 21 augustus 2020 tot oplegging van de last onder dwangsom is gebaseerd op een bestuurlijke rapportage van de politie van 22 juni 2020. Daarin is de verkoop door [appellant] van verdovende middelen beschreven en wordt geconcludeerd dat [appellant] zich bezighoudt met de handel in verdovende middelen binnen de gemeente Haarlem. De last houdt in dat [appellant] niet nogmaals artikel 2:74 van de APV mag overtreden. De dwangsom is € 2.500,00 per geconstateerde overtreding met een maximum van € 10.000,00. [appellant] bestrijdt dat sprake is van een overtreding van artikel 2:74 van de APV. Verder vindt hij de dwangsom onredelijk hoog.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4118
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200473/1/A3

202201144/2/R4

Bij besluit van 7 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Montferland onder oplegging van een dwangsom gelast dat [appellant] de overtreding van artikel 1.1a van de Wet milieubeheer en artikel 1b van de Woningwet in samenhang met artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 beëindigt en beëindigd houdt en de overtreding van artikel 10.1 van de Wm beëindigt en beëindigd houdt. [appellant] is eigenaar van het bedrijfspand aan de [locatie] in Didam. In dit pand is door derden een laboratorium opgezet voor de productie van (meth)amfetamine(olie). Als gevolg hiervan is het pand verontreinigd geraakt met kwik(II)chloride. Het college heeft [appellant] twee lasten onder dwangsom opgelegd. Last 1 strekt ertoe dat hij de overtreding van artikel 1.1a van de Wet milieubeheer en artikel 1b van de Woningwet in samenhang met artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 beëindigt en beëindigd houdt. Daartoe moet hij alle in het pand aanwezige kwik(II)chloride uit zijn pand laten verwijderen. Last 2 sterkt ertoe dat hij de overtreding van artikel 10.1 van de Wet milieubeheer beëindigt en beëindigd houdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4142
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201144/2/R4

202201321/1/R4

Bij besluit van 16 december 2021 heeft de raad van de gemeente Zaltbommel het bestemmingsplan "Buitenstad Zaltbommel" vastgesteld. Voor het grootste deel van het plangebied gold voor het besluit van 16 december 2021 geen bestemmingsplan. Het bestemmingsplan dat voorligt, voorziet in de mogelijkheid om het verouderde industrieterrein te transformeren tot een locatie met ongeveer 300 woningen en commerciële functies. [appellant sub 1], VVZ en [appellant sub 3] betogen dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied is gelegen. Zij voeren aan dat het plangebied aangemerkt moet worden als een buitendijks industriegebied, omdat de aanwijzing voor experimenten met aangepast bouwen in 2014 is vervallen. Zij stellen dat voor een buitendijks industriegebied een speciaal regime geldt, dat geen verband houdt met de criteria voor het bestaand stedelijk gebied. Als deze functie niet langer benut wordt, dan kan de minister besluiten om het terrein weer onderdeel van de Waal te laten zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4121
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201321/1/R4

202201467/1/A3

Bij besluit van 10 juli 2020 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam het verzoek van [appellant] om informatie openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant] heeft de Faculteit Tandheelkunde van de Universiteit van Amsterdam op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van alle beschikbare documentatie over de broncode van het door de Faculteit in gebruik zijnde softwareprogramma Emago. Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat het geen bestuurlijke aangelegenheid betreft. De rechtbank heeft - onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:322 - geoordeeld dat het college de broncode en de bijbehorende documentatie niet openbaar hoefde te maken, omdat in dit geval geen sprake is van een bestuurlijke aangelegenheid. [appellant] betoogt dat hij persoonlijk belang heeft bij zijn Wob-verzoek. Hij is zelf patiënt geweest en zijn gegevens zijn opgeslagen in de EMAGO software. Hij stelt dat "Open source" de nieuwe veldnorm is die door de huidige regering is vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4146
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202201467/1/A3

202201616/1/A2

Bij besluit van 9 april 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een verzoek om schadevergoeding van [appellant] afgewezen. Aan het besluit van 20 mei 2020 is ten grondslag gelegd dat de beslissing op het verzoek om schadevergoeding een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is, maar tegen dat besluit ingevolge artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder f, gelezen in verbinding met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb, geen bezwaar openstaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4114
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202201616/1/A2

202202429/2/R1

Bij tussenuitspraak van 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3213, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland opgedragen het geconstateerde gebrek in het besluit van 8 juli 2021, kenmerk D21.260304, te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen acht weken na verzending daarvan het onder 8.7 omschreven gebrek in het besluit van 8 juli 2021 te herstellen. Het college heeft verzocht om verlenging van deze termijn. De Afdeling heeft dit verzoek afgewezen bij brief van 12 oktober 2023. Op grond van artikel 8:51a, tweede lid, van de Awb, verplichtte de tussenuitspraak het college ertoe het gebrek te herstellen binnen de daartoe gestelde termijn. [appellant] heeft de Afdeling verzocht om te bepalen dat in het pand geen arbeidsmigranten mogen worden gehuisvest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4115
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202202429/2/R1

202202802/1/A2

Bij besluit van 1 mei 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot huurtoeslag over 2018 voor [wederpartij] herzien en vastgesteld op nihil. [wederpartij] huurt een woning aan de [locatie] te [woonplaats] voor een huurprijs van € 700,00 per maand van [bedrijf], die de woning in eigendom heeft. [wederpartij] is directeur, enig bestuurder én 100% aandeelhouder van de aandelen van [bedrijf]. Bij besluit van 22 oktober 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot huurtoeslag over 2018 vastgesteld op € 4.204,00. Bij besluit van 1 mei 2020, gehandhaafd bij besluit van 7 september 2020, heeft de dienst het voorschot huurtoeslag over 2018 voor [wederpartij] herzien en vastgesteld op nihil. Volgens de dienst is [wederpartij] geen huurder omdat hij enig aandeelhouder is van de rechtspersoon waarvan hij de woning huurt. [wederpartij] huurt een woning aan de [locatie] te [woonplaats] voor een huurprijs van € 700,00 per maand van [bedrijf], die de woning in eigendom heeft. [wederpartij] is directeur, enig bestuurder én 100% aandeelhouder van de aandelen van [bedrijf]. Het geschil gaat over de uitleg van het begrip ‘huurder’ in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet op de huurtoeslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4129
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202202802/1/A2

202203221/1/A2

Bij besluiten van 17 februari 2020, 27 april 2020, 10 juni 2020, 17 juni 2020, 2 oktober 2020 en 13 november 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [appellant] verleende toevoegingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand ingetrokken en de aan de rechtsbijstandverleners van [appellant] betaalde bedragen, verminderd met de door [appellant] betaalde eigen bijdragen, van [appellant] teruggevorderd. [appellant] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank dat de bij haar ingestelde beroepen ongegrond zijn. Volgens de rechtbank ziet het geschil op de vraag of het inkomen van [appellant] in de peiljaren 2015, 2016 en 2020 correct is vastgesteld en of de raad op basis daarvan terecht de toevoegingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand heeft ingetrokken. Daarnaast ligt voor of bij het verzoek om peiljaarverlegging terecht een eigen bijdrage van € 798,00 is opgelegd. [appellant] betwist niet de juistheid van de door de Belastingdienst definitief vastgestelde inkomensgegevens die de raad aan de besluitvorming ten grondslag heeft gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4119
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202203221/1/A2
vorige pagina1...1.5251.5261.527...12.605volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon