Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.046
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202105019/1/R2

Bij besluit van 26 februari 2019 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [appellante sub 1] voor het realiseren van een appartementencomplex met parkeergarage op het adres Bogardeind 12-70 en Laarstraat 1P in Geldrop. Het gaat om een gebouw met vier bouwlagen en een plat dak met dakkappellen. De maximale bouwhoogte van het gebouw is 15 m. Om dit gebouw te realiseren, heeft [appellante sub 1] een omgevingsvergunning aangevraagd die door het college is verleend. Aan de Molenakker staat molen ’t Nupke op een afstand van ongeveer 165 m ten zuidwesten van het beoogde appartementencomplex. De molen is gebouwd in 1843. Om te draaien is de molen volledig afhankelijk van de wind en functioneert hij als werktuig bij een windkracht tussen de 3 en 6 Bft. De molen wordt draaiende gehouden door de molenaars. Een van de molenaars die hoger beroep heeft ingesteld, heeft met de gemeente een beheersovereenkomst sinds 1 januari 2007. De molenaars vrezen dat met het beoogde appartementencomplex de windvang van de molen zal afnemen en dat dit ten koste gaat van de molen als werktuig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4635
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202105019/1/R2

202106999/1/R2

Bij besluit van 26 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het splitsen van de woning aan de [locatie 1] te Eindhoven. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie 1] en [locatie 2] (hierna: het perceel) in Eindhoven. [appellant] heeft op 22 juli 2019 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het splitsen van de maisonnette aan de [locatie 1] in twee appartementen. Het college heeft de aanvraag afgewezen. Het college is van oordeel dat splitsing in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan en wil geen omgevingsvergunning voor afwijken daarvan verlenen vanwege strijd met een goede ruimtelijke ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4647
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202106999/1/R2

202108163/1/V3

Bij besluit van 17 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling heeft de Turkse nationaliteit. Hij is in Turkije op 11 november 2010 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor het plegen van moorden en mishandelingen. Zijn eerste asielaanvraag is afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Die afwijzing is onherroepelijk. De vreemdeling heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat de veroordeling in Turkije is gebaseerd op bekentenissen die zijn verkregen door martelingen, waaronder seksueel geweld. Er is volgens hem sprake van een oneerlijk proces en artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag is hem daarom ten onrechte tegengeworpen. In de eerste asielprocedure heeft hij niet verklaard dat hij is gemarteld. Ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij in die eerste asielprocedure niet kon verklaren over de martelingen, omdat hij zich schaamde, heeft hij een iMMO-rapport van 6 december 2018 overgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4620
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202108163/1/V3

202200501/1/A3

Bij besluit van 19 november 2020 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de Sociale Verzekeringsbank afgewezen. De dochter van [appellant] is geboren in 2016. Op 19 januari 2016 heeft de SVB haar persoonsgegevens aan de Belastingdienst/Toeslagen verstrekt, met een zogenoemd startbericht. Een startbericht is een digitale melding waarin staat dat voor een kind vanaf een bepaalde datum recht op kinderbijslag bestaat. In het startbericht staan daarnaast de burgerservicenummers van het kind en de ouders, en de geboortedatum en het woonland van het kind. Op basis van het startbericht beoordeelt de Belastingdienst/Toeslagen of er een recht op kindgebonden budget bestaat. [appellant] vindt dat de gegevensverstrekking door de SVB onrechtmatig is en hij heeft daarom verschillende gerechtelijke procedures tegen de SVB gevoerd. [appellant] heeft op 4 januari 2017 een handhavingsverzoek ingediend bij de AP. [appellant] wil dat de AP een inhoudelijk oordeel geeft over de structurele gegevensverstrekking van de SVB aan de Belastingdienst/Toeslagen en dat de AP de SVB gelast die gegevensverstrekking te staken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4624
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202200501/1/A3

202200626/1/R3

Bij besluit van 9 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Losser de volgens het college door [appellant] verbeurde dwangsom van € 50.000,00 ingevorderd. Het college heeft bij besluit van 28 augustus 2018 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een vrijstaande woning op het perceel [locatie] te Losser . Op 19 november 2019 constateren toezichthouders van de gemeente Losser dat op het perceel bouwwerkzaamheden worden verricht in afwijking van de vergunning. Op diezelfde dag leggen de toezichthouders daarom mondeling een bouwstop op, die het college schriftelijk aan [appellant] bevestigt bij brief van 20 november 2019. In deze brief legt het college [appellant] een last onder dwangsom op van € 1.000,00 per geconstateerde overtreding van de bouwstop met een maximum van € 5.000,00. Op 22 en 26 november 2019 constateert een toezichthouder dat [appellant] de bouwwerkzaamheden op het perceel niet gestaakt heeft. Het college concludeert dat de opgelegde dwangsom van 20 november 2019 niet de beoogde werking heeft. Bij besluit van 27 november 2019 trekt het college de eerder opgelegde last onder dwangsom in.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4615
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200626/1/R3

202202434/1/R1

Bij besluit van 13 september 2021 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om herhaling van de overtreding, inhoudende het aanbrengen van een vloeistofdichte voorziening zonder de vereiste erkenning, te voorkomen. Op grond van artikel 15 van het Besluit bodemkwaliteit is het verboden om een werkzaamheid uit te voeren zonder een daartoe verleende erkenning. Werkzaamheden moeten volgens bepaalde normdocumenten worden uitgevoerd. Voor de aanleg van de werkzaamheid "bodembeschermende voorzieningen" geldt het normdocument "Beoordelingsrichtlijn 7700", zoals opgesteld door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De minister van Infrastructuur en Waterstaat kan op aanvraag een erkenning verlenen voor het uitvoeren van werkzaamheden. In maart 2021 heeft [appellant] bij [bedrijf] een vloeistofdichte voorziening aangebracht voor de aanleg van een tankplaats.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4605
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202434/1/R1

202202738/1/R4

Bij besluit van 10 maart 2022 heeft de raad van de gemeente Utrecht het bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het gebied omsloten door de Dr. M.A. Tellegenlaan, de Overste den Oudenlaan, de Kanaalweg en de Koningin Wilhelminalaan. Het maakt het mogelijk om binnen het plangebied te komen tot een verdichting met 350 extra (kleinere) woningen ten opzichte van de 600 woningen die al mogelijk zijn op basis van het bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein" van 8 februari 2018. Daardoor kunnen er binnen het plangebied in totaal 950 woningen worden gerealiseerd. Daardoor, en doordat andere maatregelen worden getroffen, neemt de verkeersintensiteit volgens de raad door de realisatie van de 350 extra woningen ten opzichte van de 600 woningen niet toe. Urban Interest is eigenaar van winkels en winkelcentra en verhuurt deze. In Utrecht is zij eigenaar van winkelcentrum NOVA aan het Hammarskjöldhof. Urban Interest kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan. Zij vreest dat het bestemmingsplan zal leiden tot een verkeerstoename.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4618
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202202738/1/R4

202202921/1/R1

Bij besluit van 11 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen Recreatiepark Duinhoeve B.V. afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie] in Udenhout, tegenover het recreatiepark. Hij heeft bij het college een verzoek om handhaving ingediend. [appellant] heeft daarbij verzocht om handhavend op te treden tegen het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van de gronden. Het college heeft het verzoek om handhavend op te treden afgewezen en het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar voor een groot deel ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar moet nemen. Met het besluit van 1 maart 2023 heeft het college uitvoering gegeven aan de uitspraak van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4634
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202921/1/R1

202203295/1/A3

Bij besluit van 17 oktober 2019 heeft de minister van Justitie en Veiligheid, op grond van artikel 22 en artikel 26 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, het verzoek van [appellant] om verwijdering van de justitiële gegevens met betrekking tot zijn persoon uit het justitieel documentatiesysteem, afgewezen. Op 4 september 2019 heeft [appellant] de minister verzocht om een hem betreffend justitieel gegeven uit het Justitieel Documentatie Systeem te verwijderen. Het gaat om een strafzaak die in 2004 door het Openbaar Ministerie is geseponeerd. De sepotgrond betrof ‘anders dan strafrechtelijk ingrijpen prevaleert’, sepotcode 20. Als redenen voor de verwijdering van dit justitiële gegeven voert [appellant] aan dat er geen bewijs is dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het geregistreerde feit. Zijns inziens is daarnaast de wettelijke bewaartermijn verstreken. Als gevolg van de registratie ondervindt hij hinder bij het verkrijgen van een Amerikaans visum. De minister heeft het verzoek afgewezen en de afwijzing in bezwaar gehandhaafd, omdat de gegevens overeenkomen met de door het Openbaar Ministerie aangeleverde gegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4610
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202203295/1/A3

202203524/1/A2

Bij besluit van 27 november 2019 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellante] een uitkering van € 20.000,- (letselcategorie 5) uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven toegekend. Op 26 juni 2019 heeft [appellante] bij de CSG een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Hij is vanaf 1 september 1977 tot 1 maart 2001 getuige en het slachtoffer geweest van ernstig en langdurig huiselijk geweld door zijn vader en broer. Als gevolg van de mishandelingen heeft hij psychisch en lichamelijk letsel opgelopen. [appellante] is van mening dat hij op basis van letselcategorie 6 een uitkering van € 35.000,- moet ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4625
Datum uitspraak
13 december 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202203524/1/A2
vorige pagina1...1.4771.4781.479...12.605volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon